College van Toezicht Sociale Verzekeringen

Persberichten

datum: 28 oktober 1999
nummer: 99/12

Samenwerking in CWI's heeft structureel wankele basis

Uitvoeringsinstellingen (uvi's) van de werknemersverzekeringen, gemeentelijke sociale diensten en Arbeidsvoorziening moeten regionaal samenwerken in een landelijk netwerk van ruim 200 Centra voor Werk en Inkomen (CWI's). Op veel plaatsen in Nederland zijn zulke regionale centra al van de grond gekomen. Het College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv) onderzocht de wijze waarop de drie organisaties samenwerken bij de uitvoering van de Werkloosheidswet (WW). Belangrijkste conclusie: `Er lijkt sprake te zijn van een structureel wankele basis voor de samenwerking'.

In het rapport `Uitvoering in samenwerking' gaat het Ctsv in op de drie onderdelen van de uitvoering. In de eerste plaats de `intake', het moment waarop voor de eerste keer een CWI binnenkomt. Belangrijke doelstelling van de CWI's is te komen tot een `geïntegreerde intake voor werk en uitkering'. De werkloze zou ermee kunnen volstaan zijn of haar verhaal slechts één keer te vertellen.

Dat valt in de praktijk tegen. Het rapport: `Waar men vroeger rond de intake te maken had met medewerkers van twee instanties (uvi en Arbeidsvoorziening), is daar nu vaak het CWI als derde instantie bijgekomen.'

Samenwerking in CWI-verband vaak beperkt
De vaak beperkte samenwerking in CWI-verband kan worden verklaard uit drie factoren:

- de uiteenlopende opvattingen van de partijen over samenwerking,
- de uiteenlopende belangen van partijen, en
- de uiteenlopende strategieën die partijen hanteren in de samenwerking.

De combinatie van deze drie factoren lijkt erop te wijzen dat er sprake is van meer dan aanloopproblemen of kinderziekten, namelijk van een structureel wankele basis voor samenwerking.

Gefaseerde intake
Belangrijk onderdeel van de intake is de `fasering', het bepalen van de afstand van de werkloze tot de arbeidsmarkt. De indeling in vier fasen maakt het mogelijk vast te stellen wat er moet gebeuren om betrokkene aan werk te helpen. Volgens het onderzoek is de fasering vaak een middel `om genomen beslissingen achteraf administratief te verantwoorden'.

Samenwerking in CWI's heeft structureel wankele basis

Uitvoeringsinstellingen (uvi's) van de werknemersverzekeringen, gemeentelijke sociale diensten en Arbeidsvoorziening moeten regionaal samenwerken in een landelijk netwerk van ruim 200 Centra voor Werk en Inkomen (CWI's). Op veel plaatsen in Nederland zijn zulke regionale centra al van de grond gekomen. Het College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv) onderzocht de wijze waarop de drie organisaties samenwerken bij de uitvoering van de Werkloosheidswet (WW). Belangrijkste conclusie: `Er lijkt sprake te zijn van een structureel wankele basis voor de samenwerking'.

In het rapport `Uitvoering in samenwerking' gaat het Ctsv in op de drie onderdelen van de uitvoering. In de eerste plaats de `intake', het moment waarop voor de eerste keer een CWI binnenkomt. Belangrijke doelstelling van de CWI's is te komen tot een `geïntegreerde intake voor werk en uitkering'. De werkloze zou ermee kunnen volstaan zijn of haar verhaal slechts één keer te vertellen.

Dat valt in de praktijk tegen. Het rapport: `Waar men vroeger rond de intake te maken had met medewerkers van twee instanties (uvi en Arbeidsvoorziening), is daar nu vaak het CWI als derde instantie bijgekomen.'

Samenwerking in CWI-verband vaak beperkt
De vaak beperkte samenwerking in CWI-verband kan worden verklaard uit drie factoren:

- de uiteenlopende opvattingen van de partijen over samenwerking,
- de uiteenlopende belangen van partijen, en
- de uiteenlopende strategieën die partijen hanteren in de samenwerking.

De combinatie van deze drie factoren lijkt erop te wijzen dat er sprake is van meer dan aanloopproblemen of kinderziekten, namelijk van een structureel wankele basis voor samenwerking.

Gefaseerde intake

Belangrijk onderdeel van de intake is de `fasering', het bepalen van de afstand van de werkloze tot de arbeidsmarkt. De indeling in vier fasen maakt het mogelijk vast te stellen wat er moet gebeuren om betrokkene aan werk te helpen. Volgens het onderzoek is de fasering vaak een middel `om genomen beslissingen achteraf administratief te verantwoorden'.


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling Communicatie van het Ctsv,
mw. B. Binkhuijsen, tel. (079) 329 17 63.

Deel: ' Samenwerking in CWI's heeft structureel wankele basis '




Lees ook