Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 29-06-1999

Persbericht
Nummer: 89

SCHOLEN KRIJGEN WEINIG MAAR WEL VERPLICHTENDE POST VAN OCenW

Scholen in het primair en voortgezet onderwijs krijgen dagelijks veel post en informatie te verwerken. De grootste aanbieders van informatie zijn commerciële organisaties, uitgevers en onderwijsondersteunende instellingen. Het aandeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in de poststroom is relatief bescheiden. Toch vinden scholen dat het ministerie teveel informatie naar het veld stuurt. Dit heeft te maken met het vaak verplichtende karakter van OCenW-post. Tweederde van de directeuren en de helft van de leraren is tevreden over de informatievoorziening van het ministerie.

Dit zijn enkele resultaten uit een onderzoek naar de informatievoorziening aan scholen in het primair en voortgezet onderwijs. Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van OCenW uitgevoerd door Bureau Meesters en Oudejans. Voor het onderzoek zijn de poststromen op het ministerie en een aantal scholen geregistreerd, interviews gehouden op scholen en een telefonische enquête afgenomen onder 1200 directeuren en leraren in het primair en voortgezet onderwijs. Het doel was het inzicht te vergroten in de plek die het ministerie inneemt tussen de andere informatie-aanbieders en de achtergrond te achterhalen van de vaak gehoorde klacht dat het ministerie scholen overlaadt met informatie. OCenW zal de resultaten van het onderzoek gebruiken om de kwaliteit van teksten (zoals regelingen en brieven) verder te verbeteren. Ook wordt het onderzoek betrokken bij deregulering in het primair en voortgezet onderwijs. Een brief daarover is samen met het onderzoek naar de Tweede Kamer gestuurd.

Een school in het primair onderwijs ontvangt gemiddeld 160 poststukken per maand en het voortgezet onderwijs krijgt gemiddeld 800 zendingen. Commerciële instanties, uitgevers en onderwijsondersteunende instellingen zijn in het algemeen de grootste aanbieders. Tezamen zorgen zij voor ongeveer de helft van de post op scholen. Het voortgezet onderwijs ontvangt bovendien veel post van instellingen voor vervolgonderwijs. Enkele procenten (4 procent in het basisonderwijs en 2 procent in het voortgezet onderwijs) van de post is afkomstig van OCenW. De meeste post wordt ongevraagd aan scholen toegestuurd. Naast individuele correspondentie en tijdschriften, ontvangen scholen veel folders en brieven over een specifiek onderwerp. Scholing, lesmateriaal, schoolmeubilair, computers en schoolreisjes zijn de meest voorkomende onderwerpen. In het primair onderwijs interesseren zowel directeuren als leraren zich allereerst voor onderwijsinhoudelijke zaken: onderwijsvernieuwingen, leerlingbegeleiding en lesmethoden.
Directeuren informeren zich bovendien over management van personeel en organisatie. In het voortgezet onderwijs zijn de directeuren het meest geïnteresseerd in onderwijsvernieuwingen, wet- en regelgeving en management van personeel en organisatie. Leraren zijn vooral op zoek naar informatie over het eigen vakgebied en interesseren zich daarnaast voor onderwijsvernieuwingen en onderwijsinhoud en lesmethoden.
Van de tijdschriften en informatiebladen wordt het blad van OCenW voor de scholen (Uitleg) en het daaraan gekoppelde zogeheten Gele Katern met regelingen het meest intensief door de directeuren gebruikt. Onder leraren is het bereik lager. Deze informeren zich vooral via bladen over de onderwijspraktijk en via vakbondsbladen. Scholen vinden over het algemeen dat er over voor hen belangrijke onderwerpen voldoende informatie is. Men vindt de informatie eerder te veel dan te weinig. Ongeveer de helft van de directeuren en leraren heeft vaak moeite met het verwerken van de informatie. Driekwart van de directeuren en ruim de helft van de leraren vinden dat zij wel eens informatie ontvangen die zij liever zouden negeren, maar dat niet kunnen. Wet- en regelgeving wordt hierbij het meeste genoemd. Op jaarbasis versturen OCenW en de drie procesmanagements voor PO, VO en ICT tussen de 100 en 180 poststukken naar de scholen (per onderwijssector). Alhoewel de post van het ministerie slechts een klein gedeelte uitmaakt van de totale post die scholen ongevangen, ervaren scholen dit anders: ongeveer de helft van de directeuren deelt de klacht dat het ministerie teveel informatie naar de scholen stuurt. Onder andere vinden zij dat er teveel regelgeving is, dat de informatie veel tijd kost om te lezen en dat het taalgebruik te moeilijk is. Echter, gevraagd naar een eindoordeel over de informatievoorziening van het ministerie, is tweederde van de directeuren en de helft van de leraren tevreden.

Deel: ' Scholen krijgen weinig maar verplichtende post van OCenW '




Lees ook