SER


15 februari 2000

SER in ontwerpadvies:
EFFECTIEVE BETROKKENHEID SOCIALE PARTNERS BIJ EUROPESE BELEIDSCOÖRDINATIE VAN GROOT BELANG

Er is een effectieve beleidscoördinatie nodig tussen de lidstaten van de EU om duurzame economische groei, werkgelegenheid en sociale samenhang te bereiken. De betrokkenheid van sociale partners op zowel nationaal als Europees niveau is daarbij van groot belang. Op Europees niveau kan de recent ingestelde macro-economische dialoog goede diensten bewijzen. Daarnaast dient het Economisch en Sociaal Comité (ESC) als flankerend adviesorgaan te worden hervormd.

Dat staat in het ontwerpadvies (1) over sociaal-economische beleidscoördinatie in de Europese Unie dat de raad zal bespreken in zijn vergadering van vrijdag 18 februari. Het ontwerpadvies is opgesteld door een subcommissie van de Commissie Internationale Sociaal-Economische Aangelegenheden, onder voorzitterschap van prof. V. Halberstadt. Het is een reactie op een adviesaanvraag van minister De Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid namens het kabinet van 15 november 1999. Het advies werd mede gevraagd met het oog op de komende Europese Top van Lissabon in maart 2000. Het kabinet wilde met name de visie van de SER vernemen op het huidige raamwerk voor beleidscoördinatie en op de rol en betrokkenheid van sociale partners op Europees en nationaal niveau.

Uitgangspunten

De commissie constateert dat de behoefte aan beleidscoördinatie op Europees niveau toeneemt naarmate de economische integratie binnen de Europese Unie vordert. Toch bestaat er in de EMU ook een grote behoefte aan een flexibele inzet van nationale beleidsinstrumenten. De voor- en nadelen van beleidscoördinatie en beleidsconcurrentie zullen van geval tot geval afgewogen moeten worden. De commissie onderschrijft de opvatting van het kabinet dat alleen voor beleidscoördinatie moet worden gekozen als daarmee de doelstellingen ten aanzien van economische groei, werkgelegenheid en sociale cohesie dichterbij gebracht kunnen worden dan via afzonderlijk nationaal beleid mogelijk zou zijn. Bovendien dienen de autonomie en de eigen verantwoordelijkheid van de verschillende betrokken partijen (zoals overheden, Europese Centrale Bank en sociale partners) te worden gerespecteerd.

Raamwerk

Het raamwerk voor beleidscoördinatie in de EU bestaat uit verschillende onderdelen. De globale richtsnoeren voor het economisch beleid vormen het overkoepelende instrument. Ze bevatten oriëntaties op hoofdlijnen voor een evenwichtige beleidsmix voor het macro-economische en budgettaire beleid, structurele hervormingen, het bevorderen van de werkgelegenheid en voor een verantwoorde loonkostenontwikkeling. Andere onderdelen van het raamwerk zijn het Stabiliteits- en Groeipact, het proces van Luxemburg (werkgelegenheidsrichtsnoeren), het proces van Cardiff (structuurbeleid) alsmede het recent ingestelde proces van Keulen (de macro-economische dialoog met de sociale partners op Europees niveau).

De commissie roept het kabinet op zich in de komende jaren krachtig in te spannen om het Europese coördinatieraamwerk te stroomlijnen en de synergie ervan te versterken. Dit geldt met name voor de wisselwerking tussen de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren van Luxemburg. Er is geen behoefte aan nieuwe coördinatieprocedures (dus geen proces van Lissabon). De commissie is voorts verheugd over de koppeling die wordt gelegd tussen het verder ontwikkelen van de interne markt en het proces van Cardiff. Om deze koppeling ook institutioneel te bezegelen zou het goed zijn om de Interne Markt Raad en de Industrie-Raad samen te voegen tot een Raad voor het Concurrentievermogen. Verder is het gewenst om de sociale partners via overleg en adviesprocedures bij het proces van Cardiff te betrekken.
Omdat een verantwoorde arbeidskostenontwikkeling noodzakelijk is voor een evenwichtige beleidsmix, is het goed dat dit onderwerp aan de orde kan komen bij de macro-economische dialoog tussen de Raad, de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en de Europese sociale partners.

Hervorming ESC

De instelling van de macro-economische dialoog (MED) beoogt het versterken van de betrokkenheid van de sociale partners bij de beleidsvoorbereiding in de EU. Dit leidt tot overlapping met het Permanent Comité voor Arbeidsmarktvraagstukken (PCA), dat iets soortgelijks beoogt maar een beperktere reikwijdte heeft. De commissie beveelt aan het PCA op te heffen.
Verder kan synergie worden gerealiseerd door het overleg in de MED te flankeren met een effectief adviesforum voor de sociale partners op Europees niveau. Dit vereist een hervorming van het Economisch en Sociaal Comité (ESC; de Europese SER). Momenteel is de binding van het ESC met de representatieve Europese organisaties van werkgevers en werknemers zwak. Daarnaast zou het ESC moeten zorgdragen voor een volwaardig systeem van plaatsvervanging voor haar leden. Dit zou een grotere betrokkenheid mogelijk maken van bestuurders en specialisten van representatieve organisaties.
De door de SER-commissie voorgestane benadering staat haaks op het voorstel van de Europese Commissie om de samenstelling van het ESC te verbreden (tot een vertegenwoordiging van de civil society). Daardoor zal immers de band met (nationale en Europese) werkgevers- en werknemersorganisaties losser worden. Het ESC krijgt daardoor een onduidelijke structuur waarin de inbreng van sociale partners niet meer herkenbaar is. Dat is geen goede basis voor gezaghebbende en evenwichtige advisering over belangrijke sociaal-economische vraagstukken. Het ontwerpadvies spreekt zich daarom nadrukkelijk uit tegen dit Commissie-voorstel. Daarentegen staat de SER-commissie positief tegenover een vervanging van de algemene adviesplicht door een verplichting die op belangrijke wetgevings- en beleidsvoornemens is gericht.

1. Het gaat om een ontwerpadvies. De opvattingen die hier worden weergegeven, zijn die van de commissie van voorbereiding.

Deel: ' SER voor betrokkenheid sociale partners bij Europees beleid '




Lees ook