SER


22 februari 1999

Ontwerpadvies SER:
SER-COMMISSIE DOET VOORSTEL VOOR INTEGRALE FISCALE BEHANDELING VAN OUDEDAGSVOORZIENINGEN

In de Pensioencommissie van de SER is overeenstemming bereikt over een eigen voorstel voor een zogeheten fiscale oudedagsparaplu in het kader van het nieuwe belastingstelsel. Het voorstel behelst de totstandbrenging van een integrale fiscale behandeling van de uiteenlopende vormen van oudedagsvoorzieningen. Doel is het voorkomen van een bovenmatige pensioenopbouw van oudedagsvoorzieningen ten laste van de fiscus. Onderdeel van het voorstel is een versobering en stroomlijning van de bestaande aftrekregeling voor lijfrentepremies.

Het nieuwe fiscale stelsel, dat volgens de kabinetsplannen op 1 januari 2001 in werking zal treden, moet wel ruimte blijven bieden voor een maatschappelijk aanvaardbare pensioenopbouw. Uitgangspunt hiervoor is het wetsvoorstel Fiscale behandeling van pensioenen dat thans bij de Eerste Kamer in behandeling is.

Dat staat in een unaniem ontwerpadvies(1) dat de Pensioencommissie, onder voorzitterschap van prof.dr. L.F. van Muiswinkel, heeft opgesteld. Het zal op vrijdag 26 februari 1999 worden behandeld in de openbare vergadering van de SER. Het ontwerpadvies is een reactie op de adviesaanvraag van 18 december 1998 van staatssecretaris Vermeend van Financiën en staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de nadere uitwerking van de fiscale oudedagsparaplu.

De gedachte van een fiscale oudedagsparaplu gaat uit van een maximering van de fiscale aftrek van premies en reserveringen voor de oudedag en van een geïntegreerde benadering van verschillende elementen als AOW, aanvullend pensioen en individuele lijfrente. Dit onderwerp was in de SER al eerder aan de orde bij het advies over het fiscale stelsel voor de 21ste eeuw. De SER had destijds de gedachte van een oudedagsparaplu als zodanig positief gewaardeerd maar zijn definitieve oordeel opgeschort in afwachting van een adviesaanvraag met een meer concrete uitwerking. In de adviesaanvraag van 18 december 1998 worden zes modellen voor een mogelijke uitwerking van de fiscale oudedagsparaplu in enkele grote lijnen geschetst met het verzoek voor 1 maart 1999 daarover te adviseren. In het ontwerpadvies, dat in korte tijd is voorbereid, geeft de Pensioencommissie niet alleen een globale beoordeling van de zes modellen van het kabinet, maar formuleert zij ook een eigen voorstel.

Eigen voorstel
Het voorstel van de Pensioencommissie van de SER gaat uit van een versobering en stroomlijning van de lijfrente-aftrekregeling. De huidige eerste tranche met een ongetoetste aftrek van 6.075,-- (met overheveling tussen echtgenoten en partners: 12.150,-) komt daarbij te vervallen. De (jaarlijkse) lijfrenteaftrek wordt volgens het voorstel gebaseerd op een leeftijdsafhankelijk percentage van het inkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de individuele AOW- en pensioenaanspraken die in het desbetreffende jaar worden opgebouwd. Iemand die geen deelnemer is in een aanvullende pensioenregeling heeft dan, bij overigens vergelijkbare omstandigheden, meer mogelijkheden om een premie voor een individuele lijfrenteverzekering als aftrekpost op te voeren dan iemand die wel een aanvullende pensioenregeling heeft.

Op verzoek van de belastingplichtige kan de belastingdienst de in een bepaald jaar niet-benutte ruimte voor lijfrenteaftrek reserveren voor latere jaren. Daarnaast blijft in het voorstel van de Pensioencommissie de mogelijkheid bestaan om eventuele tekorten in de pensioenopbouw uit het verleden via een bijzondere lijfrente-aftrek aan te vullen. Voorzover deze aftrek meer bedraagt dan 3.892,-- zal de belastingplichtige een specificatie van het pensioentekort aan de belastingdienst moeten voorleggen.

Eindtoets
Een nieuw element in het voorstel van de Pensioencommissie (in vergelijking met de huidige fiscale regeling) is de introductie van een zogeheten eindtoets. Deze zal alleen gelden voor degenen die gebruik hebben gemaakt van de bijzondere aftrekregeling voor pensioentekorten. Wanneer iemand met pensioen gaat en gedurende zijn actieve loopbaan gebruik heeft gemaakt van deze bijzondere lijfrenteaftrek wordt bij ingang van het pensioen beoordeeld of het totale pensioenresultaat maatschappelijk aanvaardbaar is. De hierbij in aanmerking te nemen normen worden ontleend aan het wetsvoorstel Fiscale behandeling van pensioenen dat momenteel bij de Eerste Kamer in behandeling is. Als kern van dit wetsvoorstel wordt gezien dat iemand de gelegenheid heeft om fiscaal begeleid een oudedagsvoorziening op te bouwen die voorziet in een ouderdomspensioen van 70 procent van het (eind)inkomen op 60-jarige leeftijd; dit onverlet de in het wetsvoorstel voorziene mogelijkheden om op een andere leeftijd met pensioen te gaan. Wanneer de gestelde norm wordt overschreden, wordt het bovenmatige deel fiscaal afgerekend met inbegrip van revisierente.

Indien betrokkene onder de norm blijft, kan de contante waarde van het verschil worden betrokken bij de kapitaalvrijstelling voor bestemmingsgebonden kapitaal-verzekeringen en specifieke, geblokkeerde spaar- en beleggingsverzekeringen voor de oudedag in het kader van de vermogensrendementsheffing in het nieuwe fiscale stelsel.

Zelfstandige ondernemers
Verder stelt de Pensioencommissie voor om voor zelfstandige ondernemers een nieuwe fiscale oudedagsregeling te introduceren die op dezelfde wijze als aanvullende pensioenvoorzieningen voor werknemers in de systematiek van de fiscale oudedagsparaplu wordt betrokken. De nieuwe regeling voor ondernemers gaat uit van dotaties volgens een beschikbare (jaarlijkse) koopsomregeling, waarbij de ondernemer de vrijheid heeft de pensioenaanspraak geheel of gedeeltelijk in eigen beheer te houden dan wel geheel of gedeeltelijk af te storten. De koopsom komt ten laste van de winst en wordt omgerekend tot een doelvermogen op pensioenleeftijd conform het eerder genoemde wetsvoorstel Fiscale behandeling pensioenen.

Budgettaire besparing onzeker
In het ontwerpadvies wordt ten slotte aangegeven dat onduidelijk en onzeker is of op basis van de modellen uit de adviesaanvraag de eerder door het kabinet geraamde budgettaire besparing van 1,5 miljard gulden wordt gerealiseerd; dit geldt ook voor het voorstel van de Pensioencommissie. De budgettaire effecten van haar voorstel zijn op zijn minst vergelijkbaar met die van de kabinetsvoorstellen wanneer deze op basis van dezelfde veronderstellingen worden geraamd. Ook voldoet het voorstel van de Pensioencommissie aan andere beoordelingscriteria, zoals maatwerk en flexibiliteit, transparantie en handhaafbaarheid.

1. Het gaat om een ontwerpadvies. De standpunten die hier worden weergegeven, zijn die van de commissie van voorbereiding.

Deel: ' SER-voorstel voor fiscale behandeling oudedagsvoorzieningen '




Lees ook