01-02-1999 De huidige situatie in Nigeria

Sinds de dood van de militaire leider Sani Abacha kent Nigeria positieve ontwikkelingen met betrekking tot het herstel van de democratie. Onrust vergezelt echter de eisen van verschillende etnische groepen. Door het verstoren van de olieproductie proberen sommige groepen om het politieke proces te beïnvloeden en om een verbetering te bereiken in hun economische situatie.

Op weg naar democratie
"Herstel de democratie", eisten de Nigerianen vorig jaar na de onverwachte dood van de militaire leider generaal Sani Abacha en westerse politieke leiders en mensenrechtenactivisten zeiden hen dat na. Het proces van het herstel van de democratie, een terugkeer naar een burgerregering, in Afrika's meest bevolkte land (108 miljoen inwoners), is precies waar Abacha's opvolger, generaal Abdulsalami Abubakar nu aan werkt.

In december afgelopen jaar gingen de Nigerianen naar de stemlokalen voor lokale verkiezingen. Op 9 januari dit jaar stemden ze voor de gouverneurs en leden van de assemblees in de deelstaten en eind februari en begin maart beleven we de grote finale van het proces van herstel van het werkelijk democratische federalisme in het land met de verkezing van een federale assemblee en van de president. De inauguratie van assemblee en president zal op 29 mei plaatsvinden.

Drie politieke partijen (nieuw opgericht sinds augustus 1998) strijden om de macht: People's Democratic Party (PDP): winnaar van de verkiezingen in ongeveer 60% van de gemeenten en van 20 van de 35 staten waaruin verkiezingen zijn gehouden. De belangrijkste presidentskandidaten van de PDP zijn de vroegere generaal en staatshoofd Olusegun Obasanjo en de voormalige vice-president Alex Ekwueme.

All People's Party (APP): won ongeveer 25% van de gemeentelijke verkiezingen en winnaar van de gouverneurszetels in negen staten. Deze partij heeft een sterke basis in het conservatieve Noorden van het land. Alliance for Democracy (AD): winnaar in zo'n 15% van de gemeenten en van zes gouverneurposities, allemaal gelegen in het Zuid-Westen, inclusief Lagos, de financiële hoofdstad van het land. De partij staat sterk onder de invloed van de Yoruba's, een van Nigeria's grootste etnische bevolkingsgroepen.

De Ijaw onrust
Temidden van alle tumult dat de overgang naar een burgerbestuur omgeeft, vallen vooral de Ijaws op. De Ijaws komen van buiten het gebied van de Niger-delta, maar laten hun stem duidelijk horen in gemeenschappen in Bayelsa State (ontstaan uit een splitsing van River State). Op 14 december 1998 vaardigde de All Ijaws Youths Conference de zogeheten Kaiama Declaration uit. Hoewel deze Verklaring de geschiedenis van het marginaliseren van de Ijaws en van andere groepen in het deltagebied van de Niger behandelde, en direct gericht was tot de federale regering, bevatte zij ook een ultimatum richting oliemaatschappijen om de exploratie- en productie-activiteiten in de Ijaw-leefgebieden te stoppen per 30 december 1998.

De Ijaws - en tal van andere etnische groepen in het deltagebied van de Niger - eisen een grotere politieke zeggenschap en een groter deel van de economische opbrengst uit hun gebied.
Gewapende Ijaw-jongeren probeerden op 30 december 1998 twee maal de regeringsgebouwen in Yenagoa, de hoofdstad van Bayelsa, te bestormen. In beide gevallen kwam het tot een confrontatie met regeringstroepen. Daarbij zijn vijftien (anderen zeggen 'enkele honderden') jongeren gedood. Sindsdien is er een grote militaire aanwezigheid in Bayelsa. Naast min of meer vreedzame protestgroepen, hebben sindsdien ook rondtrekkende groepen Ijaw-jongeren met geweld diverse overheidsbezittingen bezet in het gebied rond Yenagoa (waar geen oliewinning plaatsvindt).

Shell Nigeria (tot voor kort Shell Petroleum Development Company of Nigeria -SPDC- geheten) begrijpt de klachten van de inwoners dat zij geen eerlijk deel krijgen van de olie-inkomsten uit hun gebied. Shell Nigeria heeft dit onder de aandacht gebracht van de vorige en de huidige regering. De huidige regering heeft - in voorbereiding op een nieuwe Grondwet - beloofd dat 13 procent van de olie-inkomsten van de overheid bestemd is voor de gebieden waar de olie wordt gewonnen.

Maar ook in andere gebieden in de Niger-delta is er sprake van toenemend activisme tegen de overheid. Deze onrust is een mengsel van politiek en economisch protest, vijandigheden tussen etnische groeperingen (zoals de Ijaws versus hun Itsekiri buren over nieuwe gemeentegrenzen) en regelrecht crimineel gedrag zoals diefstal, plundering en gijzeling. Ook nu weer beweren de actievoerders dat ze zich verzetten tegen de aantasting van hun leefmilieu door de olie-industrie. Dit is echter niet de kern van het probleem.

Shell ontkent beweringen dat er sprake zou zijn van grootschalige milieuvervuiling in de olieproductiegebieden. Onafhankelijke waarnemers steunen onze visie. Er is echter wel enige vervuiling door sabotage die als doel heeft om vergoeding te eisen voor schade aan de bodem en aan oogsten. Dit leidt tot discussies en ruzies met de bewoners. Soms vindt er ook olielekkage plaats door corrosie aan pijpleidingen of door operationele fouten. Dit omvat meestal, maar niet altijd, kleine hoeveelheden olie. Het project om waar nodig oude leidingen te vernieuwen is goed op gang.
Alle olievervuiling wordt altijd zo snel als mogelijk opgeruimd.

Het is moeilijk werken in de Niger-delta Net als eerder in het geval van het conflict met de Ogoni's, hebben we te maken met een zeer complex sociaal en economisch probleem. Het gaat om mensen die een volgens hen rechtvaardig aandeel willen hebben in de welvaart die in en om hun leefgemeenschappen wordt geproduceerd. Maar er zijn ook etnische tegenstellingen in het spel, gebaseerd op ruzies over grondbezit en gemeentegrenzen.

Bovendien zijn er groeiende sociale spanningen tussen jongeren en de oudere generaties. Op lokaal niveau steunen leefgemeenschappen in meerderheid het voortzetten van het werk door oliemaatschappijen en probeert men de (Ijaw-)jongeren van zich af te houden. Diverse gemeenschappen hebben Shell (en de andere oliemaatschappijen) gevraagd door te werken. In de Eastern Division van de Shell-operaties bestaat hierover binnen de gemeenschappen meer unanimiteit. Zij hebben zich met succes verzet tegen de plunderende jeugdbendes. Hierdoor blijft de olieproductie relatief hoog. In de Western Division daarentegen bestaat er minder eenduidigheid en is dan ook meer capaciteit ingesloten.

De protesten zijn hoofdzakelijk gericht tegen de centrale overheid. De oliemaatschappijen, die in veel opzichten momenteel eigenlijk de enige goed functionerende elementen vormen in het deltagebied van de Niger, worden in gijzeling genomen door mensen die geloven dat ze op die manier druk kunnen uitoefenen op een federale overheid die dringend verlegen zit om het geld dat de olieproductie oplevert.

Er is met een bredere afvaardiging van de Ijaws - politiek, traditioneel, jeugd en de leiders van de gemeenschappen - contact en dialoog onderhouden om te benadrukken dat vreedzaam overleg beter is dan het gebruik van geweld. De veiligheid van het Shell-personeel staat voorop, daarom zijn olieproductie-installaties gesloten waar het nodig was om onnodig risico richting personeel te voorkomen. Het totale productieverlies is afhankelijk van het niveau van de acties op een bepaald moment. In december en januari lag het verlies gemiddeld op zo'n 10 procent van de totale productiecapaciteit van de door Shell Nigeria geleide activiteiten. Shell is Nigeria's grootste olieproducent. Olie levert het land ongeveer 95% op van de totale inkomsten in buitenlandse valuta.

Shell en de externe veiligheidsdiensten Shell heeft als richtlijn dat geen geweld zal worden gebruikt en evenmin zal gewapend ingrijpen worden gevraagd als gemeenschappen vreedzaam tegen de oliewinning protesteren, zelfs als door deze protesten de olieproductie wordt stilgelegd. Om de problemen op te lossen is dialoog nodig en geen geweld.
Maar er is een verschil tussen vreedzaam protest door een gemeenschap en onwettige acties van groepen die het leven van anderen op het spel zetten. Zoals overal elders op de wereld heeft de overheid in dergelijke situaties het legitieme recht en ook de plicht om de wet te handhaven - waarbij men wel de mensenrechten van de burgers dient te respecteren.
Shell Nigeria heeft ook een verplichting voor de veiligheid van haar personeelsleden. In gebieden waar die bedreigd wordt, zal het bedrijf vragen om passende politiebescherming.
Het is vast beleid voor Shell om de productie in te sluiten als haar installaties worden bedreigd door actievoerders. Maar Shell Nigeria zal vragen om politiebescherming in gevallen waarbij Shell-personeel nodig is bij noodgevallen als olielekkage of om te onderhandelen met gemeenschappen in het geval dat mensen worden gegijzeld, over compensatieclaims of dergelijke. Politiebegeleiding in deze gevallen is uitsluitend bedoeld ter bescherming van mensenlevens.

Wat wij hopen dat gaat gebeuren

Nigeria bevindt zich een heel delicaat proces van ontwikkeling richting democratie en burgerbestuur. Op hetzelfde ogenblik verkeert de economie van het land zich in een shock-toestand na de omstreden jaren van het Abacha-bewind.
Op de Human Development Index van de Verenigde Naties is Nigeria naar de dertiende plaats getuimeld - van onderen! Met een bruto nationaal product van $240 per hoofd van de bevolking is het land straatarm. De huidige regering van Nigeria verdient alle steun die kan worden gegeven vanuit binnen- en buitenland om te slagen in haar zoektocht naar wegen om de leefkwaliteit van de Nigeriaanse bevolking te verbeteren, inclusief het vestigen van een democratisch burgerbewind.

Nigeria heeft ook behoefte aan een stabiele en vreedzame binnenlandse ontwikkeling. Zo kan een platform ontstaan dat uitnodigend is naar Nigeriaans en internationaal kapitaal om geonvesteerd te worden in de ontwikkeling van dit potentieel zo rijke land.

Een paar feiten over de betekenis van Shell in Nigeria Shell Nigeria is de operator in een joint venture met de staatsoliemaatschappij Nigerian National Petroleum Company (NNPC) en twee andere particuliere oliemaatschappijen, Agip en Elf. Meer dan 90% van de netto-inkomsten (na betaling van de kosten) van elk geproduceerd vat olie gaat naar de Nigeriaanse centrale overheid. De productiekosten bedragen ongeveer $4,50 per vat - inbegrepen kapitaallasten en operationele kosten. Bij een olieprijs van $10 per vat (twee jaar geleden nog zo'n $20) betekent dit een netto-opbrengst van $5,50 (vroeger $15,50) per vat. De bruto winstmarge voor de drie particuliere oliemaatschappijen Shell, Agip en Elf, is vastgesteld op basis van een groot aantal olieprijzen, en bedraagt zo'n $1 per vat, welk bedrag door de drie wordt gedeeld in een verhouding van Shell 67%, Agip 22% en Elf 11%, exclusief het 55%-aandeel van NNPC. Het restant gaat naar de Nigeriaanse schatkist in de vorm van belastingen, productierechten en royalties.

Buiten de olieproductie is Shell ook een belangrijke investeerder in het grootste industriële project dat ooit in Nigeria is ondernomen, de bouw van de vloeibaar-gasfabriek NLNG (Nigerian Liquefied Natural Gas). Deze installatie is momenteel in aanbouw op Bonny Island nabij Port Harcourt. NLNG vergt in de eerste fase een investering van $3,8 miljard.

Deel: ' Shell over huidige situatie in Nigeria '




Lees ook