03-03-1999

Shell vindt kabinetsplannen benzinemarkt onbegrijpelijk

ROTTERDAM - Shell vindt het onbegrijpelijk dat het kabinet de plannen voor veranderingen op de benzinemarkt doorzet. Die plannen zouden moeten leiden tot een grotere concurrentie en marktwerking. Maar volgens Shell, dat daarin wordt gesteund door het onafhankelijke, gerenommeerde economisch onderzoeks-instituut Lexecon uit Londen, is op geen enkele manier aangetoond dat het in Nederland aan concurrentie ontbreekt.

Uit onderzoek van Lexecon, dat vorig jaar in opdracht van Shell en Texaco is uitgevoerd, blijkt dat het kabinet uit oppervlakkig en onvolledig onderzoek ten onrechte de conclusie trekt dat er iets mis zou zijn met de benzinemarkt in Nederland. Bovendien is het rapport van Coopers & Lybrand daarbij volgens Coopers & Lybrand zelf geheel verkeerd door de overheid geïnterpreteerd. Lexecon heeft vastgesteld dat de Nederlandse benzinemarkt niet wezenlijk verschilt van de buitenlandse. De noodzaak voor de maatregelen is dus op geen enkele manier aangetoond.

Volgens president-directeur Jacques Schraven van Shell Nederland komen de maatregelen neer op "het voorschrijven van een paardenmiddel zonder dat er een ziekte is geconstateerd." In een reactie op het voornemen van het kabinet om haar plannen onverkort door te zetten, zei hij verder: "Ik vind het onbegrijpelijk dat het kabinet doorgaat met deze maatregelen, die juist een goede marktwerking en een goed voorzieningenniveau verstoren."

Schraven verwacht dat de benzineprijs op termijn wel eens zou kunnen stijgen als de plannen voor meer benzinestations doorgaan. Omdat de totale hoeveelheid brandstof die in Nederland wordt verkocht niet of nauwelijks toeneemt, zal bij een stijging van het aantal benzinestations de verkochte hoeveelheid per station dalen. De vaste kosten moeten dan op minder liters worden terugverdiend, wat leidt tot een stijging van de kosten per liter.

Ook zal als gevolg van de kabinetsplannen het voorzieningenniveau mogelijk sterk afnemen. Verwacht mag worden dat er meer verkeer naar de snelwegen getrokken zal worden, waardoor benzinestations in de bebouwde kom in hun bestaan worden bedreigd. Om kosten te besparen zullen er onbemande stations komen, met een beperkt assortiment aan brandstoffen. De verkrijgbaarheid van superbenzine en vooral van LPG zou daardoor sterk kunnen afnemen. Onbemande stations en besparing op de kosten voor verlichting leiden bovendien tot een gevoel van onveiligheid bij de consument. Marktonderzoek heeft uitgewezen dat de klant juist veel belang hecht aan goede en veilige voorzieningen.

Shell heeft vooral bezwaren tegen het voornemen van het kabinet om huidige vergunningen te onteigenen en bij het veilen van vergunningen voor bestaande of nieuwe benzinestations asymmetrie toe te passen. Shell ziet dit als een vorm van concurrentievervalsing die onrechtvaardig is en waarvoor de juridische basis ontbreekt. Het is bovendien een vorm van staatssteun.

Het zit Shell ook dwars dat de overheid niet serieus naar de argumenten van betrokken partijen lijkt te luisteren. Schraven: "We hebben met behulp van rapporten van onafhankelijke derden aangetoond dat er volop dynamiek in de benzinemarkt zit. We hebben zelfs voorgesteld om de NMa naar de marktsituatie te laten kijken. Maar alles tevergeefs. Onze hoop is nu gevestigd op de Tweede Kamer. We vertrouwen erop dat het parlement wel naar goede argumenten luistert."

Shell benadrukt niet tegen vrije concurrentie te zijn. Schraven: "Integendeel. Wij hebben onze positie op de markt in vrije concurrentie verworven." Evenmin heeft Shell bezwaar tegen het principe van deregulering. "Maar dat moet dan wel onder eerlijke voorwaarden gebeuren."

Deel: ' Shell vindt kabinetsplannen benzinemarkt onbegrijpelijk '




Lees ook