MINVENW

17 februari 2000

Toespraken

13.23

Speech van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, mevrouw drs. J.M. de Vries, bij de Hoogwaterconferentie in Rees (Duitsland) op donderdag 17 februari om 15.25 uur.

(Alleen de uitgesproken tekst geldt)

Geachte minister Höhn,
Dames en heren,
Vandaag ben ik voor de tweede maal in korte tijd te gast in Nordrhein-Westfalen.
Twee weken geleden onthulde ik samen met minister Höhn een plaquette bij het dijkterugleggingsproject Bislicher Insel.

Deze twee gelegenheden staan aan het begin van een groot aantal watergerelateerde bijeenkomsten, in Duitsland, in Nederland en in vele andere landen. Want water belooft hét onderwerp van deze eeuw te worden. Water in alle mogelijke contexten: tekort aan water, tekort aan schóón water, bescherming tegen overstroming, de verantwoordelijkheden in de waterketen, en hoe we met al deze zaken moeten omgaan.
Thema's die zonder twijfel ook uitgebreid aan de orde zullen komen tijdens het Wereld Water Forum in maart in Den Haag.

Eerder vandaag was ik in Enschede aanwezig bij een symposium over de consequenties van de Kaderrichtlijn Water voor de Europese Unie. Vooralsnog staat de verbetering van waterkwaliteit en milieu voorop bij deze richtlijn. Maar hoogwaterbescherming - het thema van deze conferentie - is zó belangrijk dat het op termijn óók een kernthema van de Kaderrichtlijn moet worden.
In Enschede kwam het belang van samenwerking binnen het stroomgebied - de zogenoemde stroomgebiedbenadering - sterk naar voren. De conferentie van vandaag illustreert deze stroomgebiedbenadering.

Op deze conferentie staan de risico's en de bewustwording van hoogwater terecht centraal. Met de hoogwaters die onze beide landen de laatste jaren meermalen hebben geteisterd, is ook de hoogwaterbewustwording naar grote hoogte opgestuwd. De verwachting is echter dat de geruststelling van alle genomen maatregelen dit bewustzijn geleidelijk weer zal doen wegzakken. Althans, wanneer we niets doen om het op peil te houden.

Na voltooiing van de thans in uitvoering zijnde dijkversterkingswerken zal Nederland een mate van bescherming tegen zee- en rivierwater kennen als nooit tevoren. Tegelijk is ons nieuwe beleid erop gericht, de rivieren meer ruimte te bieden om buiten hun oevers te treden in tijden van grote afvoer.

Maar of de rivieren nu in toom worden gehouden door hoge en sterke dijken of dat we ze enigszins de ruimte geven, een zekere hoogwaterdreiging zal altijd blijven bestaan. Het is van groot belang dat de bevolking van onze beide landen dat beseft.

Tegelijk moet het een rustgevende gedachte voor die bevolking zijn dat ook bij het voorkómen van wateroverlast steeds meer naar samenwerking wordt gestreefd in Europees verband. Dat landen zich niet meer beperken tot de zorgen binnen hun eigen landsgrenzen, maar steeds meer ook daarbuiten kijken waar de ter beschikking staande middelen het meest effectief kunnen worden ingezet. Een goed voorbeeld hiervan zijn de elf dijkterugleggingsprojecten die momenteel in uitvoering zijn in Nordrhein-Westfalen. Zij worden deels gefinancierd uit oorspronkelijk aan Nederland toegewezen IRMA-budget.

De reden van deze inzet van geld in den vreemde is dat ons land de delta van een aantal grote rivieren is. We beseffen terdege dat sommige maatregelen om mogelijke problemen in Nederland te voorkomen, alleen stroomopwaarts kunnen worden getroffen. Want wanneer de Oberlieger niet de benodigde maatregelen neemt, zijn alle maatregelen van de Unterlieger van weinig betekenis. In Nederland hebben we hier een zeer passende uitdrukking voor: 'dweilen met de kraan open'.

In het Actieplan Hoogwater voor de Rijn, dat twee jaar geleden is goedgekeurd door de Rijnministers, zijn ondermeer als doelstellingen opgenomen:

* een verlaging van de extreme hoogwaterstanden met 70 centimeter in het jaar 2020 ten opzichte van de in 1995 vastgestelde Maatgevende Afvoeren,

* het reduceren van de mogelijke schade bij extreem hoogwater met 25% in datzelfde jaar, en

* het verbeteren van de hoogwaterbewustwording.

De Internationale Rijncommissie heeft daarom de nadruk gelegd op:
* het duidelijk weergeven van hoogwatergevaren en -risico's in de Rijncorridor;

* het opstellen van aanbevelingen voor instanties die zijn betrokken bij preventieve maatregelen, vooral bij de ruimtelijke ordening; en

* het geven van voorlichting aan gemeenten om de hoogwaterbewustwording te vergroten.

De gevaren- en risicokaarten en aanbevelingen zullen volgend jaar gereed zijn. En de voorlichting aan gemeenten en het lokale bedrijfsleven zal in de komende twee jaren plaatsvinden door workshops in een aantal steden langs de rivier.

Naast voorlichting moeten we natuurlijk doorgaan met maatregelen om de extreme hoogwaterstanden te verlagen. Tot de maatregelen die in Nordrhein-Westfalen op dit gebied worden genomen, behoren de elf dijkterugleggingsprojecten waarvan ik reeds sprak. Voor Nederland zijn deze projecten van groot belang; ze zullen naar verwachting resulteren in een verlaging van het extreme hoogwater in ons land met circa 10 centimeter.
De regering van Nordrhein-Westfalen maakt haar bevolking ermee duidelijk dat zij ernst maakt met de hoogwaterbescherming en dat de samenwerking tussen onze beide landen tot vruchtbare resultaten kan leiden.

In Nederland zélf heeft de hoogwaterbescherming, mede door de hoogwaters van 1993 en 1995, politiek en maatschappelijk een hoge prioriteit. Er worden op grote schaal maatregelen op dit gebied uitgevoerd. De heer Jansen is hier vanmorgen al nader op ingegaan. Ik zal de belangrijkste nogmaals kort weergeven.

In 1997 is de Beleidslijn Grote Rivieren van kracht geworden. Op basis hiervan worden in de Nederlandse uiterwaarden vrijwel alleen riviergebonden activiteiten toegestaan die geen waterstandsverhoging met zich mee brengen. En kan de overheid verbieden dat er activiteiten worden ontplooid in gebieden die nodig kunnen zijn voor rivierverruiming.

Daarnaast zullen tegen het eind van dit jaar vrijwel alle Nederlandse Rijndijken zodanig zijn verbeterd, dat ze bestand zijn tegen een hoogwaterafvoer van 15-duizend kubieke meter per seconde bij de grens te Lobith.

Verder zijn er maatregelen in voorbereiding om de afvoercapaciteit van de Rijn bij extreme afvoeren met duizend kubieke meter per seconde te vergroten, en om de effecten van verhoging van het zeeniveau in het mondingsgebied van de Rijn te reduceren.

Eén van de uitgangspunten is dat rekening wordt gehouden met de 'Ecologische Hoofdstructuur' waarvan de rivieren een belangrijk onderdeel vormen. Dit biedt duidelijk kansen voor de ontwikkeling van dynamische riviernatuur.

Binnenkort zal ik de adviezen ontvangen van de Stuurgroepen voor twee rivierverruimingsprojecten. Zo is het doel van het project 'Ruimte voor de Rijntakken' in Oost-Nederland, om een aanzienlijke verlaging van de extreme waterstanden te realiseren. Bij Lobith zal deze verlaging circa 30 centimeter bedragen, met een verdere doorwerking in het Duitse grensgebied.
Op de panelen in de hal wordt dit project verder toegelicht.

Ook verder benedenstrooms, in het mondingsgebied van de Rijn, wordt hard gewerkt aan rivierverruiming. Daar hebben we niet alleen te maken met hoge rivierafvoeren, maar ook met een stijging van de zeespiegel door klimaatsveranderingen.
Dit jaar zullen er belangrijke besluiten worden genomen voor wat betreft de uitvoering van deze twee rivierbedverruimingsprojecten in de komende vijftien jaar.

Dames en heren,
Het moge duidelijk zijn dat aan beide kanten van de grens hard wordt gewerkt om de kans op wateroverlast zoveel mogelijk in te dammen. Tegelijk - ik zei het al - moeten we onze landgenoten ervan doordringen, dat wateroverlast nooit voor de volle honderd procent valt uit te sluiten. Daarvoor is de natuur te grillig en spelen teveel factoren mee waarop de mens geen invloed heeft. Die bewustwording was één van de centrale punten bij de conferentie van vandaag.

Wat we naast het geven van voorlichting kunnen doen is een maximaal niveau van veiligheid realiseren. En wanneer onverhoopt tóch wateroverlast optreedt, de maatschappelijke schade daarvan zoveel mogelijk beperken. Met die combinatie van maatregelen zijn beide landen druk bezig.

Er zijn nog heel wat maatregelen nodig om de geplande verlaging van de extreme hoogwaterstand met zeventig centimeter te realiseren. Maatregelen langs de zijrivieren Moezel, Main en Neckar, maar ook in Nordrhein-Westfalen en Nederland. Het is zeer gewenst om voor deze maatregelen voorbereidingen te treffen. Zodat we niet nog eens onaangenaam worden verrast door de kracht van onze rivieren.

Ik vertrouw erop dat u, met al uw kennis en ervaring op dit gebied, vandaag een nieuwe impuls zult geven aan deze voorbereidingen en aan andere maatregelen ter bescherming tegen het water.

Ik hoop dat u vandaag een prettige maar vooral vruchtbare dag hebt gehad. Tot besluit wens ik u veel succes met de implementatie van het Actieplan Hoogwater voor de Rijn.


Deel: ' Speech De Vries bij hoogwaterconferentie in Rees '




Lees ook