expostbus51


MINISTERIE JUS

JUST: speech presentatie Integr. Veiligheidsprogr

Wiebe Alkema
070 370 7225

Speech Minister Korthals bij presentatie Integraal Veiligheidsprogramma.

Samenwerking is het sleutelwoord van het Integraal Veiligheidsprogramma.
Een effectieve aanpak van criminaliteit is alleen mogelijk in eendrachtige samenwerking. Samenwerking door overheidsinstellingen zoals politie, OM en openbaar bestuur.
Maar ook samenwerking met anderen, zoals maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en burgers.
Door de krachten te bundelen, kunnen we beter werken aan veiligheid in onze samenleving.
Justitie geeft die samenwerking vorm op verschillende niveaus: Buurten, gemeenten en regio.s, maar ook op landelijk en internationaal niveau.

Op het niveau van de buurten wordt op korte termijn het aantal bureaus voor Justitie-in-de-buurt uitgebreid.
Inmiddels zijn er naast Amsterdam, Rotterdam, Maastricht en Arnhem kantoren geopend in Groningen en Haarlem. Dit jaar komt er nog uitbreiding in wijken in Amsterdam en Rotterdam. Gebleken is dat deze bureaus een belangrijke rol kunnen spelen in die buurten waar overheid en burgers de greep op de criminaliteit dreigen kwijt te raken.
Via JIB-bureaus is Justitie dicht bij de burgers die veel last hebben van criminaliteit, en dicht bij degenen die de strafbare feiten plegen.
Dit is dus een veel sterkere oriëntatie op de lokale veiligheidsproblematiek door het OM dan vroeger het geval was. Het is de bedoeling dat deze werkwijze, deze grotere betrokkenheid, een positief effect heeft op de leefbaarheid en de veiligheid van de buurt.
De man en de vrouw in de straat zien dat er iets aan de problemen wordt gedaan.
Justitie-in-de-buurt moet nog tot volle wasdom komen, en dat heeft tijd nodig. Tot nu toe zijn de ervaringen veelbelovend.

Gemeenten en regio.s
Bij de aanpak van veel criminaliteitsproblemen in gemeenten en regio.s krijgen ook andere Justitie-organisaties dan het Openbaar Ministerie een steeds belangrijker rol.
Dat geldt bijvoorbeeld voor de Raad voor de Kinderbescherming bij jeugdcriminaliteit en voor de reclassering bij de uitvoering van taakstraffen. Hetzelfde zien we overigens bij het grotestedenbeleid. Daarom is het van belang de onderlinge samenwerking tussen de verschillende justitie-organisaties te versterken. Dit past in het streven naar een eenduidig beleid op lokaal niveau. Het resultaat is: samenhang in de aanpak van de criminaliteit door justitie-organisaties, afgestemd op inspanningen van andere partners in de gemeenten en regio.s.
In een aantal regio's werkt Justitie met haar partners samen in regionale platforms criminaliteitsbeheersing.
In die platforms is ook het bedrijfsleven vertegenwoordigd. In Rotterdam bijvoorbeeld heeft het platform veel geïnvesteerd in de aanpak van criminaliteit in de haven. Bedrijfsleven, politie en OM hebben duidelijke afspraken gemaakt over ieders rol in de aanpak. In IJsselland heeft het regionale platform succesvolle initiatieven genomen voor het in dienst nemen van ex-gedetineerden. Minder recidive dus minder criminaliteit is de verwachting.
Justitie zal door soortgelijke projecten de samenwerking tussen de partners in deze regionale platforms in de toekomst versterken. Doel van die samenwerking is steeds: minder criminaliteit.

Nationaal
Veel criminaliteitsproblemen kunnen op het niveau van buurten, gemeenten en regio.s worden aangepakt, maar er zijn veel vormen van criminaliteit die de niveaus overstijgen.
Denk daarbij aan delicten als autodiefstal, overvallen, fraude, en georganiseerde criminaliteit.
Oplossingen voor deze vormen van criminaliteit kunnen alleen op nationaal of internationaal niveau bereikt worden. Zo blijft Justitie in het kader van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) investeren in de aanpak van autodiefstal en overvallen. Het aantal autodiefstallen is het afgelopen jaar met ongeveer 10% gedaald. Later deze maand zal het besluit vallen over de voortzetting van de initiatieven op dit terrein. Wat mij betreft blijven Justitie en haar partners in het verband van het NPC streven naar een voortgezette daling van 10%. Dit kunnen we bereiken door:

- meer eisen te stellen aan de bewaking van parkeergelegenheden;
- de informatie uit het Vermiste Auto Register (VAR) beter te benutten.
(In Frankrijk krijgen parkeerwachten iedere dag bij aanvang van hun dienst een bijgewerkte lijst van gestolen voertuigen);
- het stimuleren van de inbouw van startonderbrekers, ook in oudere voertuigen;

- toepassing van een volgsysteem om gestolen auto.s op te sporen.

Overvallen
Het aantal overvallen is de laatste jaren ongeveer gelijk gebleven. We willen de komende jaren een jaarlijkse daling van 5% proberen te halen.
Dat doen we door met het bedrijfsleven afspraken te maken over preventieve maatregelen. Minder geld in de kas, goed getraind personeel en waar nodig camerabewaking.
Voor de opsporing is een databestand beschikbaar waarin de gegevens van alle overvallen in Nederland worden opgenomen en geanalyseerd. De patronen die hieruit naar voren komen vergroten de effectiviteit van de opsporing.
Resultaten van de analyses moeten niet alleen voor de politiebeschikbaar zijn, maar ook voor de betrokken koepelorganisaties, die naar aanleiding daarvan hun maatregelen kunnen nemen.

Jeugd
Veel delinquenten zijn al op vroege leeftijd het verkeerde pad op gegaan.
Om beter te zien wat zich afspeelt in een groep jongeren wordt het Cliënt Volgsysteem Jeugdcriminaliteit nog dit jaar landelijk ingevoerd. Met jongeren kan het op veel manieren misgaan. En als dat gebeurt, dan komen ze in aanraking met verschillende instellingen: OM, politie en Raad voor de Kinderbescherming.
Deze kunnen alleen snel, vroegtijdig en consequent optreden als ze over eenduidige informatie beschikken.
Het Cliënt Volgsysteem maakt dat mogelijk.
Voor de aanpak van jeugdcriminaliteit is een landelijk bestand van daders en aangiftes beschikbaar. Op basis daarvan wordt samen met de CRI een landelijke criminaliteitskaart opgesteld. Daarmee kunnen gericht maatregelen worden genomen. Verbeteringen in dit bestand zijn zodanig dat een veel gedetailleerder beeld van de jeugdcriminaliteit gegeven kan worden.

Bestuurlijke handhaving
Het Intergraal Veiligheidsprogramma heeft betrekking op criminaliteit die zich afspeelt in het publieke domein.
De laatste jaren is de politie steeds minder in staat om de zogeheten .kleine ergernissen. in de openbare ruimte te verhelpen of te voorkomen. De politie moet immers ook andere onveiligheidsproblemen bestrijden. Maar illegaal storten van vuilnis, graffiti en fout parkeren zijn hinderlijk voor de burger. Het zijn overtredingen die ertoe leiden dat het straatbeeld verloedert en de burgers gevoelens van onveiligheid bezorgen.
We willen op twee manieren daar wat aan doen:
Ten eerste door speciale handhavingsteams (politie, buitengewoon opsporingsambtenaren en bestuur) het werk te laten doen. Dat gebeurt al op enkele plaatsen.
Ten tweede door het lokale bestuur meer armslag te geven door bijvoorbeeld het toekennen van de mogelijkheid een bestuurlijke handhaving op te leggen.
Deze verruiming moet zorgvuldig worden overwogen. Justitie wil graag het voortouw nemen om - in samenspraak met andere betrokken departementen en het OM - de rol van het bestuur bij de handhaving te versterken.
Belangrijkste motivering voor introductie van de bestuurlijke handhaving is vergroting van de pakkans. Daarbij moet dan wel gezorgd worden voor een goede balans tussen inzet van bestuur en politie. Ook moet voorkomen worden dat de introductie van de bestuurlijke handhaving verstorend werkt op het evenwicht tussen preventie en repressie: een nieuw sanctie-instrument mag immers geen aanleiding vormen om de aandacht voor preventie te laten verslappen.

Ik heb u enkele onderwerpen uit het Integraal Veiligheidsprogramma genoemd waarmee Justitie aan de slag gaat. Niet alleen, maar in samenwerking met onze partners. Resultaatgericht, om zo een bijdrage te kunnen leveren aan een veiliger samenleving.

08 jun 99 16:13

Deel: ' Speech Korthals bij presentatie Veiligheidsprogramma '




Lees ook