De Nederlandsche Bank NV
Afdeling Externe betrekkingen en voorlichting

De euro, het toezicht en de jurist in 2000

Speech, uitgesproken door prof. dr. A. Schilder RA, op de Juridische Bedrijvendag, georganiseerd door QBD, de faculteitsvereniging van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, op 26 oktober.

1. Inleiding
U bent vandaag naar deze dag gekomen om na te denken over uw toekomst. U kunt kennismaken niet allerlei bedrijven en een praatje maken met mensen die binnenkort misschien uw collega's zijn. Zo'n dag is buitengewoon waardevol. Niet alleen voor u, omdat het u helpt bij het vinden van het bedrijf waar uw talenten zich ten volle kunnen ontplooien. Het is ook buitengewoon nuttig voor de bedrijven zélf, die in deze tijden van een krappe arbeidsmarkt kunnen proberen enkelen van u te interesseren voor een oriënterend gesprek. Vraag en aanbod vinden elkaar hier vandaag - een bewijs dat ook juristen de elementaire beginselen van de economie benutten. Ik zal u vandaag vanuit mijn perspectief het een en ander meedelen dat valt onder het thema van deze dag: Juridisch Nederland in de volgende eeuw. Ik moet gelijk bekennen dat dit een wat opmerkelijk thema is voor een spreekbeurt van een niet-jurist. Maar als 'werknemer' van de Nederlandsche Bank, in het bijzonder het directoraat Toezicht, is dit eigenlijk niet eens zo vreemd. Dat leg ik u straks uit.

Maar eerst een paar woorden over de euro. Niet alleen heeft de nieuwe Europese munt grote consequenties voor het werk bij de Nederlandsche Bank, maar iedere jurist krijgt hier de komende eeuw ongetwijfeld op een of andere manier mee te maken. Zo ook de juristen bij de Nederlandsche Bank. Immers, bij DNB werken nu eenmaal op sommige afdelingen relatief veel juristen. Om een idee te geven: in totaal werken ruim zestig collega's van u bij de Bank. Tien daarvan traden vorig jaar in dienst, dit jaar kwamen er tot nu toe ook al tien bij DNB werken. En - mocht u dat interesseren - onder het totaal aantal juristen bij de Bank zijn 29 vrouwen en 35 mannen.

2. De euro
Allereerst dus de euro. Even in herinnering: in het Verdrag van Maastricht, dat in 1991 werd ondertekend, kwamen de landen van toen nog de Europese Gemeenschap overeen de Europese Economische en Monetaire Unie op te richten. Dat betekende één munt, de euro. Omdat de euro een sterke munt moet zijn - dat wil zeggen een munt die nauwelijks aan inflatie onderhevig is werd een aantal voorwaarden gesteld. Daaraan moest de economie van een land voldoen voor het mocht meedoen aan de euro. De geluiden die menig euroscepticus liet horen ten spijt, bleken de economieën van Europa snel te kunnen convergeren. In de tijd voorafgaand aan de datum waarop de euro in het leven geroepen zou worden - 1 januari van dit jaar - convergeerden de lange rente en de inflatie van de EMU-Ianden naar lage niveaus, en de overheidstekorten zakten naar drie procent en daalden daarna nog verder. Ook de overheidsschuld van de landen nam af. De euro was dus op het moment dat hij geboren werd, eigenlijk al een succes.

3. Het Stelsel
Helemaal waar is dat natuurlijk niet. Om de stabiliteit van de nieuwe munt te bewaken, is het Europese Stelsel van Centrale Banken (ESCB) in het leven geroepen. In het centrum van het stelsel bevindt zich de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt. Samen met de ECB zijn de nationale centrale banken van de landen die de euro hebben ingevoerd verantwoordelijk voor een stabiele euro. De beslissingen over het monetaire beleid worden genomen door de Raad van Bestuur van de ECB. Daarin hebben zitting de zes directieleden van de ECB én de elf presidenten van de nationale banken. leder Raadslid heeft een even zware stem: de centrale-bank-president uit Luxemburg heeft een even zware stem als die uit Duitsland. Het monetaire beleid is daarmee één van de belangrijke beleidsterreinen waar de beslissingen werkelijk op Europees niveau worden genomen. De kritiek als zou Nederland zijn invloed op het monetaire beleid zijn verloren, is dan ook onterecht. Nederland heeft nu méér invloed op het monetaire beleid dan voorheen, toen we door onze grote economische afhankelijkheid van Duitsland, min of meer gedwongen waren het Duitse monetaire beleid bijna automatisch te volgen. Het spreekt voor zich dat deze toegenomen invloed ook merkbaar is op de Bank. Het volstaat voor de monetaire en economische beleidsafdeling niet langer uitsluitend te kijken naar de Nederlandse economie, zij moet het oog ook richten op Europa. De taak van deze hoek van DNB is daarmee verzwaard ei] misschien wel interessanter geworden. Concreet betekent het dat onderhandelen, vergaderen en het voorzitten van werk- en stuurgroepen steeds meer een internationale bezigheid wordt.

Ik heb u een korte inleiding gegeven en wat achtergronden geschetst van de Europese eenheidsmunt. Die munt is er inmiddels bijna. Nederlandse Gulden, Duitse Mark, Italiaanse Lire, het zijn niet meer dan uitdrukkingsvormen van de ene Europese munt, net zo goed als dubbeltje en kwartje het zijn van de gulden. De euro is een munt die in een vaste verhouding staat tot de valuta van de landen die de euro hebben ingevoerd, en zal - straks in 2002 - ook één uiterlijk hebben. Hoewel we hem nu nog niet in onze portemonnee vinden, is de euro inmiddels zeker voor ons aan het Frederiksplein, realiteit geworden. Fysiek ligt hij al in Lelystad, in de grote ruimtes van de 'Duckstad-kluizen'.

4. De Nederlandsche Bank
Ik kom daarmee op mijn tweede gespreksonderwerp: de Nederlandsche Bank. DNB houdt zich niet uitsluitend met de euro en het monetaire beleidsterrein bezig. De Bank heeft nog twee andere hoofdzaken: betalingsverkeer en toezicht. Het betalingsverkeer behelst het verzorgen van de logistiek van de distributie van de bankbiljetten en beleidsmatige taken als het vergemakkelijken van de girale en chartale geldstroom. Ook als de euro er straks is, zal DNB de uitgifte van biljetten voor Nederland voor haar rekening blijven nemen. "Last but not least" is er het directoraat toezicht, dat belast is met het toezicht op banken, beleggingsinstellingen en wisselkantoren. Van toezicht is in het Verdrag van Maastricht nadrukkelijk gezegd dat dit een taak van de lidstaten zelf is. Dit neemt niet weg dat de ECB onderwerpen op het terrein van het toezicht op haar agenda heeft staan. De ECB is immers verantwoordelijk voor de stabiliteit van het Europese financiële bestel. Toezicht is een taak die voor DNB steeds belangrijker wordt. Dat heeft te maken met de financiële wereld zelf: die wordt in hoog tempo complexer, internationaler, sneller. Dat stelt eisen aan de toezichthouder, die uit de aard van zijn werkzaamheden gedwongen is de ontwikkelingen in de financiële wereld te volgen. Toezicht breidt zich dan ook uit. Zo is de laatste jaren steeds meer aandacht gegeven aan het toezicht op de integriteit van het financiële stelsel. En sinds kort houdt DNB zich ook bezig met onder andere de wijze waarop financiële instellingen consumenten informeren. Dit alles komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de formatie van het directoraat Toezicht. Die is de laatste twee jaar vrijwel verdubbeld. Een belangrijk deel van de nieuwe medewerkers die we daarbij hebben aangenomen, is jurist.

5. Toezicht
Ik wil u nu iets vertellen over de wijze waarop wij dit Toezicht bij DNB hebben vormgegeven. Toezicht is door de Minister van Financiën aan DNB gedelegeerd en vindt plaats krachtens drie wetten: de Wet toezicht kredietwezen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen en de Wet wisselkantoren. Deze wetten verschaffen het juridisch kader voor het toezicht op respectievelijk banken, beleggingsinstellingen en wisselkantoren. Naast een belangrijke beleidsmatige component kent het toezicht vooral ook secties die zich met uitvoerende taken bezighouden. Het uitvoerende toezicht is georganiseerd rond de onder toezicht staande instellingen zelf. Er is dus een sectie ABN-AMRO, een sectie ING, twee secties kleinere banken, enzovoorts. De secties bestaan uit multidisciplinaire teams, waarin accountants , juristen en economen samenwerken. Hoe gaat dat nou precies in z'n werk? In de regelmatige gesprekken die DNB als toezichthouder houdt, komen allerlei bedrijfseconomische onderwerpen ter sprake. Vandaar dat er bij zo'n gesprek een accountant aanwezig is. Maar regelmatig doen zich ook juridische vraagstukken voor. Hoe vertaal je de regels in de toezichtwetgeving op een juridisch juiste manier? Hoe heeft een bedrijf regels in de organisatie geïmplementeerd? Hoe handhaaft de toezichthouder de vele gebods- en verbodsbepalingen? Dat zijn vragen waar juristen voor nodig zijn. Ook gaat het om vragen over de soms ingewikkelde bedrijfsstructuur van conglomeraten en de relevante Europese en internationale richtlijnen.

6. Portefeuille van een jurist
Ook allerlei incidentele vragen komen vaak bij de juristen terecht. Het kan dan gaan om integriteits- en compliance-vraagstukken. Dit zijn aspecten van het toezicht die de laatste tijd veel in de belangstelling hebben gestaan. Het gaat daarbij om de naleving van financieel gerelateerde normen en het voorkomen van het doordringen van criminele praktijk in de financiële wereld. Ook hier is de samenwerking met juristen heel nauw. Juristen gaan mee naar de instelling en lopen na of het dossier geen onregelmatigheden vertoont en de instelling juridisch goed gehandeld heeft. De mix van regelmatige gesprekken en incidentele vragen maakt de portefeuille van de gemiddelde jurist heel gevarieerd. Laat ik nog enkele voorbeelden noemen van wat iemand in het uitvoerende toezicht zoal kan tegenkomen. Het verlenen van vergunningen aan banken, beleggingsinstellingen en wisselkantoren vergt een nauwkeurige toetsing van aanvragen aan bestaande regels. Toch staat dit handwerk onder juristen oneerbiedig bekend als de wel-nietgevallen. Maar het kan ook gaan om het toetsen van de betrouwbaarheid van een bestuurder aan de hand van registraties door verschillende instellingen en een cv, om het voeren van gesprekken met het management van een onder toezicht staande instelling, tot aan het voeren van onderhandelingen in Brussel over een internationale richtlijn aan toe.

7. Juristen bij de Bank: denkers en doeners
Dit scala aan werkzaamheden biedt de gemiddelde jurist die bij toezicht werkzaam is, voldoende diepgang. Veel meer dan bij een commerciële instelling is een jurist bij DNB iemand met een macro-blik, iemand die zich niet puur als vennootschapsrechtelijk jurist opstelt. Bovendien is een baan op toezicht geen baan waarbij je de hele dag achter ie bureau zit. Een toezichthouder heeft contact met andere instellingen, gaat op pad en voert zeer veelvuldig gesprekken met bankiers en beleggingsmanagers. Het werkterrein bevindt zich op het raakvlak tussen het recht en andere sectoren. Op de uitvoerende sectoren - de naam zegt het al - werken juristen die zichzelf overwegend kwalificeren als 'doeners'. Maar er is op Toezicht ook plaats voor juristen die 'denkers' zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de sectie beleid. Daar werken de bruggenbouwers die de juridische regels in de praktijk werkbaar moeten maken en omgekeerd, bestaande situaties uit de praktijk moeten kunnen vertalen naar regels. Dekken de Nederlandse toezichtswetten plus alle bestaande Europese regelgeving de praktijk voldoende om alle voorkomende problemen te lijf te kunnen? Welke regels moeten gelden voor elektronisch bankieren, of voor bankieren in de supermarkt? Dat zijn vragen die een degelijke juridische diepgang bieden, en waarbij iemand meewerkt aan de basis van juridische structuren en regels. Zeker hier komt de nieuwe eeuw met grote snelheid op ons af.

8. DNB als werkgever
Juristen die bij DNB werken komen uit allerlei sectoren: ze komen rechtstreeks van de universiteit, uit de advocatuur, uit het verzekeringswezen of de financiële sector of ze zijn fiscalist geweest. Weinigen onder hen zullen zich in hun opleiding al hebben toegelegd op toezicht, of zelfs in een financiële richting hebben gespecialiseerd. Menig jurist heeft zich pas bij de Bank kennis van de financiële sector eigen gemaakt. Vraagt men naar het karakter van DNB als werkgever, dan zijn we, hoewel een naamloze vennootschap, natuurlijk au fond toch een instelling met publieke taken. Dat betekent dat het werkterrein, zoals ik al zei, geen commercieel doeleinde dient. Men is werkzaam in het publieke domein. Dit betekent ook regelmatig contacten met het 'Haagse', zoals het Ministerie van Financiën. Ik noem daarbij bijvoorbeeld het onderzoek dat DNB uitvoert naar valutering door banken, in opdracht van het Ministerie van Financiën. Onderwerpen die men 's ochtends op het bureau en 's avonds in de krant vindt. Je zit met je neus bovenop het financiële nieuws - sterker nog, je helpt het maken. Ook is er veelvuldig contact met de andere toezichthouders op de financiële sector in Nederland, de Verzekeringskamer en de Stichting Toezicht Effectenverkeer (Ste).

9. Andere toezichthouders
De Verzekeringskamer is verantwoordelijk voor het toezicht op het verzekeringswezen en pensioenfondsen. De Ste is de waakhond over de beurs en de effectenhandel. Sinds kort werken de drie toezichthouders samen in de Raad van Financiële Toezichthouders (RFT). In deze Raad bespreken we het beleid met betrekking tot die onderwerpen die alle toezichthouders in hun werk tegenkomen, zoals productinformatie aan consumenten en de toetsing van de betrouwbaarheid van de bestuurders van financiële instellingen. De dagelijks secretaris van de RFT is, al dan niet toevallig, ook een jurist van DNB.

10. Carrière bij de Bank
De overheid heeft soms niet zo'n goede naam als het gaat om snel carrière maken. Hoe zit dat bij de Bank? Iemand die binnen vijf jaar een plaats in de Raad van Bestuur wil hebben, moet inderdaad niet bij DNB zijn. Zo snel verlopen carrières bij de Bank niet. Maar zo snel gaat het waarschijnlijk nergens, ook al denken studenten na het halen van hun bul daar nog wel eens anders over, zo lijkt het. Daar staat het een en ander tegenover. Juristen, economen en accountants krijgen al vrij vroeg in hun loopbaan bij DNB een grote zelfstandigheid. Ze krijgen een aantal dossiers toegewezen, waarbij al meteen veel eigen inbreng, creativiteit en deskundigheid wordt verwacht. Wie een internationale of buitenlandse bank in portefeuille heeft gaat op bedrijvenbezoek in het buitenland. Maar ook het meer beleidsmatige werk brengt medewerkers naar het buitenland, met name Frankfurt, Brussel en Bazel. Beleidsmedewerkers zitten zelf met de directie aan tafel, wanneer ze bijvoorbeeld een nota over een vraagstuk hebben geschreven. En ook bij de onder toezicht staande instellingen komt men bij de top van de organisatie over de vloer. En daar - zo tekende ik onlangs uit de mond van één van de medewerkers op - 'word je als vertegenwoordiger van de toezichthouder met alle égards behandeld'. Wel degelijk veel verantwoordelijkheid dus, ook voor jonge medewerkers. Ingebed in kritische interne discussies: onze reputatie staat of valt met samen heel goed nadenken. Veel juristen bij de Bank beschouwen hun baan dan ook als een prima opstap naar een andere baan of juist als een uitstekend vervolg op een periode in de advocatuur of bij een commerciële bank. Tenslotte noem ik nog het punt opleidingen. Omdat we vinden dat we bij DNB over uitstekende mensen moeten beschikken, willen we zelf ook uitstekende faciliteiten bieden. Medewerkers op toezicht kunnen in principe alle opleidingen volgen die relevant zijn voor hun werkzaamheden. Speciaal voor juristen is in samenwerking met het Grotius-instituut - een naam die, zoals u weet, klinkt als een klok - een meerjarige cursus samengesteld die helemaal is afgestemd op de toezichtwerkzaamheden van de Nederlandsche Bank.

11. Slot
Dames en heren, ik stop. U hebt gehoord hoe belangrijk het werk van juristen bij ons is. In de komende eeuw? Eerlijk gezegd, voor onze juristen is die al jaren geleden begonnen. De negentiger jaren hebben Europa ingrijpend hervormd. In de nieuwe eeuw is dat een gegeven. Maar hoe gaan we daar ordelijk mee om? Hoe maken we goede nieuwe regels voor het financiële verkeer - en hoe passen we die toe? Uw carrière kan op geen boeiender moment beginnen!

Deel: ' Speech prof. Schilder over euro op Juridische Bedrijvendag '




Lees ook