Gemeente Den Haag



Persberichten >> Sportnota 'Beweegredenen' over Haags sportbeleid 2000-2005

11 april 2000

Participatie, professionalisering, productinnovatie en promotie/promoveren. Dat zijn de vier pijlers in de Haagse 'Sportnota Beweegredenen' . Het college van burgemeester en wethouders stemde 11 april 2000 in met deze nota. De Sportnota gaat over de Haagse sportvisie van 2000 tot 2005 en speelt in op het veranderende sportgedrag van mensen. Dit is het gevolg van economische, demografische, sociale, organisatorische en technologische ontwikkelingen. De gemeente wil hier met deze nota samenhang in aanbrengen. Zo veel mogelijk Hagenaars moeten zo lang mogelijk en op een zo prettig mogelijke manier kunnen sporten. De nota geeft voorstellen hoe dit kan worden gerealiseerd. De Sportnota wordt 19 april besproken in de raadscommissie Sport, Promotie en Media- en Informatiebeleid (SPM). Dan gaat de nota zes weken de inspraak in voor sportorganisaties, verenigingen en de Haagse burger. De Sportnota komt vóór de zomer opnieuw in de commissie SPM. Daarna neemt de gemeenteraad er een besluit over.

In de Sportnota staat een veelheid aan voorstellen voor allerlei sportprojecten die moeten voorzien in de wensen van sportend Den Haag. De capaciteit van de zwembaden Overbosch, De Waterthor en De Blinkerd wordt in totaal met 1.000 m2 uitgebreid. Er start een experiment om tijdens de feestdagen één zwembad te openen. Verder kan een accommodatie op het sportpark Hengelolaan worden ingericht als avonturenpark met water- en survivalelementen. Doel is om tot 2005 ieder jaar vier WeTra(WedstrijdTrainingsvelden) aan te leggen. Deze velden kunnen intensiever worden bespeeld dan gewone grasvelden. Studenten krijgen mogelijkheden om een Ooievaarspas te kopen. Hierdoor kunnen zij tegen een gereduceerd tarief gebruik maken van het sportaanbod. Het schoolzwemmen voor het basisonderwijs is uitgebreid voor kinderen die meer begeleiding nodig hebben. Het project 'Senioren-actief' wordt uitgebreid. Dat is bedoeld om inactieve ouderen van 55-65 jaar aan het sporten te krijgen. Verder is een 'Platform Gehandicaptensport' opgericht. Samen met regiogemeenten wordt een visie voor samenwerking bij gehandicaptenbeleid- en sport ontwikkeld.

58 miljoen sportbudget

Voor het jaar 2000 is circa 58 miljoen gulden begroot voor sportprojecten. De inkomsten zijn ongeveer 18 miljoen. Daarnaast wordt geld geput uit incidenteel vrijkomende gelden en andere middelen zoals het Grote Steden Beleid.

Vier Pijlers

De Sportnota is gebaseerd op vier pijlers. Participatie gaat over zowel de 'hardware' (visie op sporthallen, -velden, zwembaden, sporthallen en sportvelden) als de 'software' (diverse doelgroepen). Kern hierbij is de ontwikkeling van multifunctionele accommodaties in de komende vijf jaar. Ieder jaar worden twee accommodaties aangepakt en worden twee accommodaties bekeken op sociale veiligheid. Verder moeten sportvelden doelmatig worden gebruikt. De gemeente wil veel aandacht besteden aan sportdeelname van de jeugd, allochtonen, ouderen en gehandicapten. Sportontwikkelingen bij de jeugd worden gestimuleerd via samenwerking tussen verenigingen, scholen en welzijnsorganisaties (de zogenaamde 'Sportieve Driehoek').

Professionalisering
gaat over het beleid voor de ondersteuning van sporters, organisaties en vrijwilligers in de sport. De gemeente wil dat verenigingen voldoende mogelijkheden krijgen om vrijwilligers te behouden en ze goed op te leiden. De gemeentelijke sportstimulerings- en sportondersteuningsorganisatie Sportsupport maakt sportplannen en ontwikkelt sportprojecten met de door het ministerie van VWS toegekende subsidie van 2,6 miljoen gulden. Verder geeft de nota relaties aan met het gemeentelijke Sociaal Educatief Masterplan 'Mensenwerk''met onderwerpen als de 'brede buurtschool' en 'vrijwilligerswerk'.

Productinnovatie
gaat over de gemeentelijke visie op sporten in de buurt: sporten op
playgrounds, op straten, op veldjes en op pleinen. Het gaat ook over de veiligheid van kinderen die in de buurt sporten.

Promotie/promoveren
gaat over de manier waarop de Haagse topsport moet worden gestimuleerd.

Voorbeelden zijn HFC ADO Den Haag, hockey, korfbal, het Segbroek Sportplan (begeleiding van jeugdig sporttalent), de mogelijkheid van een nieuwe overdekte topsportaccommodatie, de sportambassadeurs en de uitreiking van sportprijzen. De relaties met het Olympisch Steunpunt en het bureau Sportstad Den Haag worden uitgebreid. De huidige kwaliteit en kwantiteit van het Haagse sportaanbod blijft achter bij de overige steden. Daarom is een beleid ontwikkeld dat moet zorgen dat Den Haag deze achterstand inloopt.

Subsidies en tarieven

Verder gaat de nota in op het subsidie- en tarievenstelsel. Aan het huidige systeem kleven nadelen die niet makkelijk zijn op te lossen. Het systeem zou inzichtelijker en doelgerichter moeten worden en wordt daarom tegen het licht gehouden. Daarbij worden contacten gelegd met gemeenten die al langere tijd met dit vraagstuk bezig zijn.

Kerncijfers

De Sportnota geeft enkele kerncijfers. Meer dan 200.000 Hagenaars doen aan sport, al dan niet in verenigingsverband. 44% Van de Haagse bevolking sport niet. Er zijn zo'n 15.000 vrijwilligers bij de sport betrokken. De gemeente Den Haag beheert en exploiteert zelf 6 zwembaden,

11 sporthallen en 356 sportvelden. Daarnaast worden 7 sportzalen en circa 100 gymnastiekzalen voor sportgebruik ingezet. Er zijn in Den Haag 78 sportparken met in totaal 356 velden voor alle soorten sporten. 156 Verenigingen maken hier gebruik van. Den Haag telt ongeveer 550 organisaties die sport aanbieden. Zo'n 500 daarvan zijn sportverenigingen. De overige zijn voornamelijk commerciële aanbieders zoals sportscholen, squash- en racketcentra en bowlingbanen.

Deel: ' Sportnota 'Beweegredenen' over Haags sportbeleid 2000-2005 '




Lees ook