Partij van de Arbeid


Spreekpunten van Max van den Berg tijdens PvdA-bijeenkomst op 2 juni in Den Bosch over milieu, ontwikkeling en Europa

2 juni 1999 PvdA

Sociaal democraten spelen een leidinggevende rol bij de terugdringing van het broeikaseffect.
In Nederland.
En in Europa.
Want zonder Europa komt Nederland er niet, zeker niet met het milieu.
Margreeth de Boer heeft tijdens het Nederlandse voorzitterschap van Europa in 1997 een ambitieuze inzet geformuleerd op weg naar Kyoto.

Deze inspanning is niet zonder resultaat gebleven. Eind 1997 spraken de Westerse landen in Kyoto voor het eerst in de geschiedenis af broeikasgassen te reduceren.
Europa speelde een centrale rol.
Ten opzichte van 1990 moeten de industrielanden in 2010 bijna zes procent minder CO2 uitstoten.
Een historische afspraak.
Europa heeft zich eenzijdig verplicht tot een nog verdergaande inspanning.
Voorwaar geen geringe opgave.
Een extra inspanning is nodig om die afspraak te halen. De uitstoot van CO2 is sinds 1990 immers behoorlijk gestegen.

De toename van CO2 in de atmosfeer wordt vooral veroorzaakt door een toenemend energiegebruik en een toenemende mobiliteit. Zaken dus die nauw samenhangen met de groei van de economie. Wij sociaal-democraten willen de groei van de economie niet afremmen.
In tegendeel.
Dankzij de groei van de economie en dankzij de inspanningen van de kabinetten Kok hebben we 600.000 nieuwe banen weten te scheppen. Dat is de beste sociale zekerheid die we ons maar kunnen voorstellen.
Maar we moeten de economie wel op een andere manier laten groeien. Langs een meer duurzame weg.
Met het gebruik van veel minder energie en met andere, niet fossiele energiebronnen.
Met schone technologie: dus schone en zuinige auto's, schone producten, schone industrie, en schone en zuinige vliegtuigen. Zodat de groei van de economie niet meer gepaard gaat met de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen.

En daarvoor hebben we Europa nodig.
Nederland is koploper op het gebied van de vergroening van het belastingstelsel.
Kern daarvan is dat we werk goedkoper maken; minder belasten. En dat we milieuvervuilende activiteiten, zoals het gebruiken van veel energie, duurder maken.
Wie weinig vervuilt gaat er op vooruit, wie veel vervuilt voelt dat in zijn portemonnee.
Meer werk dus en een schoner milieu.
Het wordt steeds moeilijker om hiermee door te gaan als andere landen niet meedoen.
Daarbij stuiten we op nationale grenzen.
Als andere landen wÚl meedoen, kunnen we nog veel verder gaan. Dan kan er ook een ecotax voor grootverbruikers komen op de hele Europese markt.
Dat is nodig voor het milieu, Ún voor de werkgelegenheid in Nederland.

Ook kan er dan eindelijk een accijns op kerosine worden ingesteld. Niet om de burger van Nederland en Europa extra te belasten. De opbrengst van die heffingen gaat immers rechtstreeks terug naar de belastingbetaler.
Maar wel om het beginsel van de vervuiler betaalt hoog in het vaandel te houden en om schone energie goedkoper te maken. En daarbij blijft voor mij staan: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
Meer rijden en meer vliegen schaadt immers het milieu. Daar mogen we een faire prijs voor vragen.
Alleen redden we dat niet.
Samen met onze Europese partners wel.
Juist milieuvervuiling moeten we Europees oplossen. De Rijn stopt immers niet bij Lobith.

Jan Pronk komt volgende week met de klimaatnota. Daarin geeft hij aan hoe Nederland de verplichtingen die voortvloeien uit 'Kyoto' gaat uitvoeren.
Hij heeft het daar niet makkelijk mee.
De VVD wil milieubeleid eigenlijk alleen maar voeren als het geen geld kost.
Bij voorbeeld door alleen maar te investeren in goedkope projecten in
Oost-Europa.
Natuurlijk is er niks mis met het investeren in Oost-Europa. Dat is op de korte termijn goedkoper en effectief. Maar het is op de langere termijn niet duurzaam. Want we kunnen wel massaal inzetten op investeringen in Oost-Europa, maar dan verwaarlozen we noodzakelijke maatregelen in eigen huis.
Het zijn bovendien de westerse landen, Europa en Amerika voorop, die het meest vervuilen.
En het zijn de Westerse landen die als eerste hun reductiedoelstelling moeten halen.
Waar de VVD kiest voor de makkelijke weg, kiest Jan Pronk voor de weg van de verantwoordelijkheid en samenwerking. Hij verdient daarvoor steun.
Op zijn initiatief hebben de Europese milieuministers onlangs besloten maximaal vijftig procent van de reductie buiten Europa te realiseren.
En dat betekent dus vijftig procent binnen Europa. Dßt is verantwoordelijkheid durven nemen voor een van de grootste uitdagingen van de komende decennia: de aanpak van het broeikaseffect.

En dan nog een tweede punt van kritiek op de VVD. Het is deze partij die deze investeringen wil betalen uit het budget voor Ontwikkelingssamenwerking.
Het kan toch niet zo zijn dat wij milieubeleid gaan betalen over de rug van ontwikkelingslanden?
De weg van de VVD is die van de Amerikanen.
Ook zij willen hun reductieverplichting zoals in Kyoto afgesproken, alleen in Ontwikkelingslanden en Oost-Europa realiseren. Dat is een slecht signaal.
De Amerikanen zijn verantwoordelijk voor 25 procent van de mondiale CO2-uitstoot.
We kunnen toch niet van ontwikkelingslanden verwachten dat zij straks ook gaan bijdragen aan een reductie van broeikasgassen als de Westerse wereld thuis de boel niet op orde brengt? Voor de VVD is Europa af met ÚÚn markt en ÚÚn munt. Voor de PvdA is Europa samenwerking, vooral bij zaken als milieubeleid.

Milieu en ontwikkeling gaan samen.
Economische groei moet van begin af aan op een duurzame manier tot stand komen.
Eveline Herfkens weet dat als geen ander en heeft daarover samen met collega-bewindslieden een document gepubliceerd.

Jan Pronk en Eveline Herfkens hebben Europa nodig. Want milieu en ontwikkeling gaan samen.
En verdienen een verantwoordelijke aanpak.
Dat is mijn overtuiging.
Daar ga ik voor.
Ik zal de Jan Pronken, de Margreeth de Boers en de Eveline Herfkens steunen.
Maar daarvoor heb ik op 10 juni eerst uw steun nodig.

Deel: ' Spreekpunten Max van den Berg tijdens PvdA-bijeenkomst '




Lees ook