Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Personenverkeer, Migratie en Consulaire Zaken

Afdeling JBZ en Justitiële en Politiële Samenwerking

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 19 februari 1999
Kenmerk DPC/JP-081/99
Blad /3
Bijlage(n)
Betreft Integratie Schengen in de EU

Ingevolge mijn toezegging informeer ik u als volgt over de stand van zaken met betrekking tot de voorbereidende werkzaamheden ten aanzien van de opneming van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie.

Schengen-acquis

De werkzaamheden met betrekking tot de vaststelling van het Schengen-acquis dat rechtsgrondslag in EU-kader behoeft, zijn op ambtelijk niveau in een vergevorderd stadium. Het Schengen-acquis is in Schengen-kader vastgesteld tot en met februari 1999. Totdat uiteindelijk het gehele Schengen-acquis is vastgesteld, behouden de Lidstaten een studie-voorbehoud ten aanzien van het overzicht van het Schengen-acquis.

Het vastgestelde Schengen-acquis wordt aan de hand van zeven criteria beoordeeld ten aanzien van de noodzaak om in EU-kader een rechtsgrondslag vast te stellen. Die criteria zijn de volgende:


- Heeft het besluit/de verklaring bindende rechtskracht?


- Is het besluit/de verklaring mettertijd of door bepaalde gebeurtenissen overbodig geworden?


- Heeft het besluit/de verklaring betrekking op institutionele aangelegenheden waarvoor procedures van de Europese Unie in de plaats zullen komen?


- Wordt de inhoud van het besluit/de verklaring bestreken door wetgeving van de Europese Gemeenschap of de Europese Unie zodat het besluit/de verklaring overbodig is geworden?


- Heeft er, ingeval een besluit/verklaring betrekking heeft op de actualisering van een Schengenhandboek, inmiddels een wijziging plaatsgevonden waardoor de bepaling van een eerder besluit/een eerdere verklaring zijn vervangen?


- Betreft een besluit/verklaring een aangelegenheid die uit hoofde van de Verdragen onder een gebied valt waarop de lidstaten afzonderlijk mogen handelen (zoals de "grijze" lijst van visumstaten), zodat daarvoor geenrechtsgrondslag voor een optreden van de Raad hoeft te worden vastgesteld?


- Is het besluit/de verklaring ten gevolge van de krachtens artikel
6 van het Schengenprotocol te sluiten overeenkomst met Noorwegen en IJsland overbodig geworden?

De besluitvorming ten aanzien van de noodzaak om een rechtsgrondslag in EU-kader vast te stellen wordt door de Raad met éénparigheid van stemmen van de dertien lidstaten, die tevens tot Schengen behoren, genomen. De Spaanse delegatie heeft nog een aantal voorbehouden uitgesproken op werkgroepsniveau ten aanzien van de vaststelling van onderdelen van het Schengen-acquis die géén rechtsgrondslag zouden behoeven. De overige twaalf lidstaten die bij deze besluitvorming betrokken zijn lijken met de indeling zoals die thans aan de werkgroep voorligt te kunnen instemmen.

De vaststelling van welke artikelen van het Verdrag van Amsterdam als rechtsgrondslag zullen dienen voor de verschillende bepalingen en besluiten die het Schengen-acquis vormen zijn eveneens ver gevorderd, maar zijn eveneens onderworpen aan een aantal voorbehouden van Spanje. De Regering heeft in bilateraal kontakt met deze lidstaat op politiek niveau aandacht gevraagd voor het probleem en benadrukt welk belang gehecht wordt aan het nakomen van de verplichting die de verdragsluitende partijen in Verklaring 44 bij het Verdrag van Amsterdam op zich hebben genomen. Het EU-voorzitterschap heeft eveneens bilateraal met deze lidstaat over de gemaakte voorbehouden gesproken. De uitkomsten van dit overleg zijn op dit moment nog niet bekend. In overleg met het voorzitterschap van de EU wordt bezien op welk moment het opportuun is om op Raadsniveau over de voorbehouden van deze lidstaat te spreken.

Schengen Informatie Systeem

Ten aanzien van de toedeling van rechtsgrondslag aan het Schengen Informatie Systeem worden momenteel op werkgroepsniveau drie opties uitgewerkt, die begin maart nog eenmaal op werkgroepsniveau worden behandeld om daarna aan Coreper en Raad zullen worden voorgelegd. Uitgangspunt voor de Nederlandse regering is dat de effectiviteit van het SIS niet mag worden aangetast en dat recht moet worden gedaan aan de uitgangspunten van het Verdrag van Amsterdam. Hiervan uitgaande is de inzet van de regering dat het beheer van het SIS gebaseerd wordt op titel VI en raadpleging van het SIS en bepalingen m.b.t. gegevensbescherming afhankelijk van het onderwerp gebaseerd wordt op titel IV danwel titel VI.

EU-samenwerkingsovereenkomst met Noorwegen IJsland

Gevolg gevend aan artikel 6 van het Schengen-Protocol hebben onderhandelingen plaats gevonden over een samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Noorwegen en IJsland voor de uitvoering en verdere ontwikkeling van het Schengen-acquis, ter vervanging van de Schengen-samenwerkingsovereenkomst met Noorwegen enIJsland. Deze onderhandelingen hebben inmiddels geresulteerd in een door Noorwegen en IJsland en het EU-voorzitterschap geparafeerde samenwerkingsovereenkomst, waarop nog een voorbehoud van de Spaanse delegatie rust. De samenwerkingsovereenkomst voorziet onder meer in een samenwerkingsmechanisme tussen Noorwegen en IJsland en de EU, bestaande uit een "gemengd comité" ten behoeve van overleg op verschillende niveau's. Conform de Schengen-samenwerkingsoverenkomst is voorzien dat Noorwegen en IJsland wel betrokken worden bij "decision-shaping" doch niet bij "decision-making" van besluiten. Op dit moment vinden besprekingen plaats over het reglement van orde van dit gemengde comité. Voorts moet nog geïdentificeerd worden welke onderwerpen aan EU-zijde worden beschouwd als voortbouwen op het Schengen-acquis die van belang zijn voor de samenwerking met Noorwegen en IJsland, danwel puur als EU/EG samenwerking zijn te beschouwen.

Voorts dient conform artikel 6 van het Schengen-Protocol een afzonderlijke overeenkomst te worden gesloten met Noorwegen en IJsland voor de vaststelling van de wederzijdse rechten en verplichtingen van Ierland en het Verenigd Koninkrijk enerzijds en Noorwegen en IJsland anderzijds ten aanzien van het Schengen-acquis. Een ontwerp-onderhandelingsmandaat is recentelijk aan de lidstaten voorgelegd, doch nog niet besproken.

Ik zal U over de verdere ontwikkelingen van de overname van het Schengen-acquis in de EU op de hoogte houden.

DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Deel: ' Stand van zaken integratie Schengen in de EU '




Lees ook