Nieuws van het Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap

Commissie Scholten

19 april 1999

Het is onjuist dat in de commissie Scholten die een onderzoek deed bij banken en verzekeringsmaatschappijen wel vertegenwoordigers uit die branches zaten, maar dat de Joodse gemeenschap niet vertegenwoordigd was. Dit steekt het CJO des te meer daar in een later stadium bleek dat voor dat het onderzoek van start ging er afspraken zijn gemaakt tussen de commissie en de te onderzoeken instellingen over de opzet en/of de inhoud van het onderzoek.

Het CJO is het met de commissie Scholten eens dat in zijn algemeenheid rechtsherstel van banktegoeden heeft plaatsgevonden maar dat anderzijds er thans nog Joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog bij banken berusten. Ook leven bij het CJO na bestudering van het rapport van de commissie Scholten nog veel vragen. Onder meer wat er met de banktegoeden is gebeurd van bedrijven die geliquideerd zijn of een Verwalter hadden. Hebben de Joodse rechthebbenden na de oorlig deze tegoeden ook teruggekregen? Hebben de banken er in toegestemd dat tijdens de oorlog Verwalters over de vermogens hebben beschikt? En hoe zijn de claims die door deze handelwijze zijn ontstaan, na de oorlig behandeld? Overigens betreurt het CJO het dat niet valt na te gaan welke banken door de commissie zijn onderzocht en dat de respons van banken en verzekeraars op het verzoek tot medewerking zeer gering is geweest. Het CJO benadrukt dan ook dat nader onderzoek bij de banken en verzekeraars geboden is.

Deel: ' Standpunt Joods Overleg over rapport commissie Scholten '




Lees ook