Nederlandse Vereniging van journalisten

Standpunt herstructurering VNU

Van: Algemeen bestuur NVJ
Betreft: Voorstel tot een openbare reactie plannen VNU m.b.t. de functie hoofdredacteur/directeur
Datum: 11 mei 1999

Inleiding
Secretariaat en bestuur van de NVJ hebben ter voorbereiding van de standpuntbepaling over de herstructurering van de dagbladengroep van VNU informele, soms ook vertrouwelijke gesprekken gevoerd met de redactievertegenwoordigers, de hoofdredacteuren en de consultants en - vlak vóór de indiening van de plannen - met de concernleiding. Het voorstel van VNU de hoofdredacteuren tevens te belasten met de directionele taken en verantwoordelijkheid, trekt tot nu toe de meeste aandacht. De NVJ heeft de laatste weken het verzoek gekregen met name over de functie hoofdredacteur/directeur met een helder standpunt te komen. Daarbij spelen ook ervaringen in andere bedrijven een rol in de afweging. Telegraaf en Friesch Dagblad kennen al een hoofdredacteur/directeur, en niet alleen VNU onderzoekt de grenzen van de hoofdredactionele verantwoordelijkheid.
Tweeëntwintig jaar na de totstandkoming van het redactiestatuut met daarin als kernpunt de waterscheiding tussen redactie en het commerciële bedrijf kan het sowieso geen kwaad om het statuut tegen het licht te houden.
Verwacht mag worden dat het standpunt van de NVJ over de plannen van VNU m.b.t. de hoofdredacteur/directeur de discussie in de vereniging en daarbuiten in het Genootschap van Hoofdredacteuren stimuleert.

Overwegingen
Hoofdredacties zijn tegenwoordig veel nauwer betrokken bij de zakelijke en commerciële bedrijfsleiding. Vormen van medeverantwoordelijkheid voor niet direct journalistieke zaken zijn zichtbaar. Op zichzelf heeft de NVJ met deze ontwikkeling geen moeite. Een bespreekbare en nuttige verbreding van het werkterrein van hoofdredacties geldt met name waar een duidelijke samenhang bestaat tussen journalistiek/redactioneel beleid en afstemming op de lezersgroep.
Publicaties zijn er voor de lezers en het ligt voor de hand de hoofdredactie nauw te betrekken bij (commercieel) overleg over bejegening van die (potentiële) lezers. Ook in technische zaken (apparatuur, bezorging) is hoofdredactionele betrokkenheid bij niet-journalistieke, zakelijke beslommeringen soms gewenst of zelfs vanzelfsprekend. Het is een kwestie van semantiek of betrokkenheid iets anders is dan formele medeverantwoordelijkheid.

Behoud van journalistieke onafhankelijkheid is van doorslaggevende betekenis voor het behoud van gezaghebbende media. Dat legt beperkingen op aan de omgang van journalisten (onder wie leden van hoofdredacties) met gezagsdragers of gevestigde belangen op gebieden die worden beschreven.
Maar ook is een scherpe scheiding nodig tussen redacteuren en adverteerders. Hoofdredacties zouden geen betrokkenheid bij of medeverantwoordelijkheid voor de bejegening van adverteerders moeten hebben, om zelfs de schijn van afhankelijkheid te vermijden. Deze, momenteel in het redactiestatuut neergelegde scheiding tussen hoofdredactie en redactie enerzijds en de directie en het commerciële bedrijf anderzijds laat onverlet dat van de hoofdredacteur verwacht mag dat hij oog houdt voor de financiële, commerciële, sociale en technische en administratieve factoren die spelen bij de productie en bezorging van een krant.
In de meeste statuten wordt deze bijkomende rol van de hoofdredactie al jarenlang genoemd.

De dagbladen in Nederland vallen op door de hoge dekking en lezerstrouw.
Het gaat te ver hier diep in te gaan op de historische, demografische en sociologische aspecten die daaraan ten grondslag liggen. In marketingtermen worden dagbladen wel beschreven als de A-merken uit het media-aanbod. Een product dat je niet zomaar wegzapt en bijna je hele leven blijft afnemen.
Menig dagbladuitgever heeft zijn verbaasde buitenlandse collega de afgelopen jaren glimmend kunnen uitleggen dat het feit dat hij geen zeggenschap heeft over de inhoud van de krant, hem alles behalve windeieren bezorgt.
Anders gezegd, de door het redactiestatuut gewaarborgde onafhankelijkheid en de daarbij behorende professionele taakopvatting, blijken bouwstenen van het succes van het A-merk. De waarde van het huidige redactie-statuut werd recent ook nog door de Commissie Mediaconcentraties opgepoetst en als bijzonder instrumenteel aanbevolen.

Conclusie
Het NVJ-bestuur en secretariaat zijn er de afgelopen weken niet van overtuigd geraakt dat er slechts één mogelijkheid is om hoofdredacties meer medeverantwoordelijkheid te geven op het gebied van de lezersmarkt, namelijk door de aanstelling van een directeur/hoofdredacteur of hoofdredacteur/directeur. Door de (adjunct)hoofdredacteur qq lid te maken van commissies, raden of besturen die bevoegd zijn te beslissen, kan in de praktijk elke gewenste vorm van medeverantwoordelijkheid gestalte krijgen, zij het dat de verantwoordelijkheid in juridische zin (qua ondernemingsrecht) beperkter is dan die van een reguliere 'directeur'. Maar ook in de plannen van de VNU-leiding zou de hoofdredacteur op alle terreinen behalve uiteraard de journalistieke een tweede viool spelen, dus in de praktijk zullen de twee mogelijkheden weinig verschillen. Door niet tot een hr/dir over te gaan worden echter grotere problemen voorkomen: medezeggenschap van niet-journalisten (afgezien van de directie) over benoeming van (adjunct)hoofdredacteuren, greep van ondernemingsraden i.p.v. redactieraden op beleid van (adjunct)hoofdredacteuren, onduidelijkheid over de medeverantwoordelijkheid van (adjunct)hoofdredacteuren op terreinen van advertentiebeleid en daarmee aantasting van het onafhankelijk imago, en dergelijke. Het huidige statuut, de toevoeging daarvan aan individuele arbeidsovereenkomst en de CAO, is bovendien een van de ingrediënten voor de betekenis van de eigen CAO voor journalisten. Blijft over de terechte zorg van alle betrokkenen, directies, hoofdredacteuren, redacteuren, NVJ en Genootschap over het gebrek aan groei dan wel de lichte teruggang van veel regionale dagbladen. De NVJ vindt het reëel om samen met de NDP en het Genootschap, aan de hand van de recente verkenningen van directies van regionale kranten, workshops te organiseren over lezersbehoud en het optimaliseren van de band van de krant met haar regionale lezers en adverteerders. Eerder waren er dergelijke activiteiten in de toenmalige driehoek NDP, Cebuco en NVJ.
De andere voorstellen van VNU met betrekking tot de positie van de dagbladbedrijven, die bij de directies momenteel nog intern worden besproken, zullen de komende weken evenzeer aan de orde gesteld worden, zowel door de NVJ als door de VNU zelf.

Deel: ' Standpunt NVJ inzake herstructurering VNU '




Lees ook