VVD

Concessiewet publieke omroep

Groep: Tweede-Kamerfractie Datum: 20 januari 2000

Atzo Nicolaï neemt stelling tegen de voorstellen van de PvdA om de positie van de omroepenverenigingen te versterken. Belangrijkste onderdelen uit zijn inbreng.

Deze week vond het debat plaats over de Concessiewet van de publieke omroep. VVD-woordvoerder Atzo Nicolaï noemde het een belangrijk moment in de geschiedenis van het mediabeleid. De kern van de wet betreft het verlenen van concessie voor tien jaar aan de NOS en vijfjarige erkenningen aan de omroepverenigingen. Er worden veel verschillende zaken in dit wetsvoorstel geregeld waaronder de inhoudelijke en procedurele voorwaarden voor de concessieverlening.

Sturing
Het belangrijkste punt is een sterkere centrale sturing in de vorm van een verstevigde positie van (de Raad van Bestuur van) de NOS - in feite ten koste van de positie van de omroepverenigingen. Daarnaast wordt het kwaliteitstoezicht vooraf en achteraf op de publieke omroep(en) versterkt en worden voorwaarden geschapen voor een sterkere netprofilering. Omroepen worden na 5 jaar afgerekend op hun publieke prestaties. In principe kan dit betekenen dat zij het bestel moeten verlaten en dat nieuwe omroepen toetreden. Het bovenstaande ligt in lijn van het regeerakkoord dat ook spreekt van versterking van de NOS en van het behoud van de drie publieke netten).

Visie VVD
VVD is voorstander van één sterke, herkenbare publieke omroep. Daarbij staat inhoudelijke onafhankelijkheid van de politiek voorop. Diversiteit binnen de publieke omroep is uiteraard ook essentieel. Dit echter niet volgens de achterhaalde lijnen van de omroepverenigingen (katholieke vs protestante speelfilms), maar door voldoende redactionele onafhankelijk toe te kennen aan zenderredacties en redacties/afdelingen daaronder. Omroepverenigingen kunnen hun redactionele deel onderbrengen in die ene publieke omroep (een uitgebreide NOS). Het andere deel, de productiekant, kunnen ze als zelfstandige productiemaatschappijen blijven uitvoeren. Het productiehuis VARA levert dan programmas aan voor bijvoorbeeld de NOVA-redactie of de drama-afdeling. Uiteindelijk in een concurrentiesituatie met commerciële producenten. Dit zou een logisch eindmodel kunnen zijn, waarin een periode van bijvoorbeeld maximaal tien jaar naar toe gewerkt zou moeten worden.

Cruciaal is dat de publieke omroep zich meer concentreert op haar eigenlijke taak. Met andere woorden zich nadrukkelijk meer richt op zgn. onderscheidende programmering in plaats van nog steeds te veel te willen concurreren met commerciële zenders. Publieke middelen voor omroep moeten primair worden ingezet om juist die programmas te bevorderen die we van belang vinden, maar die er anders niet zouden zijn. Omdat ze te duur of te weinig toegankelijk genoeg zijn om in de markt te kunnen ontstaan. De legitimiteit van publieke omroep ligt in de soort programmering waarvoor vervolgens een zo groot mogelijk publiek moet worden gevonden. De legitimiteit ligt niet primair in de kijkcijfers dan zou RTL de beste publieke omroep zijn. Ik denk dat het een enorme winst voor deze hele discussie zou zijn als de politiek uitsprak: primair gaat het om de programmas en secundair om het marktaandeel, aldus Nicolaï. Hij diende hierover een motie in.

In de toenemende informatiesamenleving wordt het belang van een (onderhoudend) totaal pakket van een zender (het oude avondje AVRO) steeds kleiner. Er wordt gemiddeld een paar honderd keer per avond door een kijker gezapt. Interesse voor doelgroepenzenders, thema-zenders en betaal-t.v. neemt toe. De keuzemogelijkheden stijgen snel, ook vanwege de digitalisering van de kabel en de ether. Door de komende convergentie van televisie en internet zal helemaal selectief gekeken gaan worden. In deze verdergaande informatiemaatschappij zal het belang van publieke informatievoorziening niet afnemen. Het blijft noodzakelijk dat er voldoende ruimte daarvoor is, ook als vrijplaats en als kwalitatief ijkpunt.

Oordeel over de wet
Wat betreft het creëren van één centraal gestuurd bestel en het verstevigen van de kwaliteitsverantwoording gaat de wet een heel eind de goede kant op. Belangrijkste bezwaar is dat de beweging wordt ondermijnd doordat de Raad van Toezicht, waarin de omroepverenigingen zijn vertegenwoordigd, gehandhaafd blijft (alsof een Raad van Commissarissen zou kunnen bestaan uit de directeuren van de dochterondernemingen). De Raad van Toezicht zou gericht moeten zijn op het algemeen belang, niet op het omroep belang. Ook op andere punten in de organisatie lopen verantwoordelijkheden soms teveel door elkaar heen (verhouding netbesturen netredacties netcoördinatoren)

Wat betreft het onderscheidende karakter van de publieke omroep is het goed dat nu eindelijk de taakopdracht wettelijk wordt geformuleerd. De formulering is echter nog te breed. In het debat over de fiscalisering van de omroepbijdrage heeft de staatssecretaris onder enige druk- toegezegd dat met de Concessiewet een onderscheidender programmering van de omroep verwacht moet worden.

Schermutselingen
De PvdA-fractie overweegt het wetsvoorstel wat terug te draaien om de positie van de omroepverenigingen weer te versterken. De PvdA wil voorkomen dat de VARA uit het bestel stapt. Dit is niet alleen in strijd met de duidelijke lijn van PvdA-staatssecretaris, maar ook met de lijn die PvdA-woordvoerder Marjet van Zuijlen tot voor kort verwoorde. Toch kwam zij in het debat met enkele amendementen. Zo wil de PvdA dat de netredactie (bestaande uit programmamakers van de omroepen) gaan meebeslissen over de zendtijdindeling. Daarnaast zouden de omroepen via het netbestuur, dat bestaat uit omroepbestuurders, invloed moeten krijgen op de onafhankelijke netcoördinator. De VVD wijst deze voorstellen van de hand.

Meer informatie:
Atzo Nicolaï, tel. 070 318 28 88

Deel: ' Standpunt VVD over Concessiewet publieke omroep '




Lees ook