expostbus51


Ministerie van Justitie


https://www.justitie.nl

strafmaxima

Wiebe Alkema

070 370 7225


01.02.99

3755

Onderzoek Katholieke Universiteit Brabant en Universiteit Leiden: STRAFMAXIMA IN WETBOEK VAN STRAFRECHT ZIJN IN EVENWICHT GEBLEVEN

Voorzover het beeld zou bestaan dat de strafmaxima sinds 1886 in grote delen van het Wetboek van Strafrecht willekeurig zijn verhoogd, moeten we dat beeld bijstellen. Het evenwicht in de strafmaxima van dit wetboek heeft zich door de jaren heen redelijk weten te handhaven. Dit blijkt onder meer uit een onderzoek naar de samenhang in het stelsel van strafmaxima in het Wetboek van Strafrecht en enkele bijzondere wetten dat vandaag aan minister A.H.Korthals is aangeboden.

Onderzoek
In het onderzoek is gekeken naar de straf die maximaal voor een delict kan worden opgelegd. Straffen die rechters opleggen, zijn buiten beschouwing gelaten. Het onderzoek werd uitgevoerd door enkele strafrechtgeleerden van de Katholieke Universiteit Brabant en de Universiteit Leiden in opdracht van het ministerie van Justitie. Dit gebeurde naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamerleden Dittrich en Kalsbeek die constateerden dat op strafbare feiten strafmaxima staan die deels historisch zijn bepaald en daarom misschien niet meer tot uitdrukking brengen hoe ernstig de maatschappij het strafbare feit nu vindt. Tegen deze achtergrond werd de regering verzocht om een inventarisatie van de strafmaxima en om voorstellen voor een eventuele herijking daarvan.

Resultaten
Uit het omvangrijke en verkennende onderzoek blijkt onder meer dat het strafmaximum slechts bij een relatief klein deel van de in 1886 ingevoerde misdrijven is aangepast. Van de 263 misdrijven die nu nog in redelijk vergelijkbare vorm in het Wetboek van Strafrecht zijn opgenomen, is slechts bij 29 het strafmaximum gewijzigd. In 6 gevallen ging het daarbij om een verlaging; in de overige 23 gevallen om een verhoging. Acht van de 23 gevallen betroffen echter de in de dagelijkse praktijk nauwelijks gebruikte titel I: Misdrijven tegen de veiligheid van de staat.

De Wegenverkeerswet laat echter een ander beeld zien. De onderzoekers hebben namelijk de strafmaxima die de Wegenverkeerswet stelt op het veroorzaken van dood door schuld vergeleken met andere zogenoemde culpoze delicten. Zij constateren dat de strafmaxima zeer ver uit elkaar liggen. Iemand die roekeloos rijdt of onder invloed van alcohol is en de dood van een ander veroorzaakt, riskeert een gevangenisstraf van negen jaar; wie buiten verkeerssituaties culpoos de dood van een ander veroorzaakt, kan worden gestraft met negen maanden gevangenisstraf.

Minister Korthals van Justitie wil, samen met de Tweede Kamer, nadenken over mogelijkheden om de samenhang van de strafmaxima op het punt van de culpoze delicten te vergroten. Daarbij tekent hij wel aan dat de wijziging van de Wegenverkeerswet tegemoetkwam aan de wens van de Tweede Kamer om roekeloos rijden met dodelijke afloop strenger te kunnen bestraffen. .Misschien tillen wij tegenwoordig wel zwaarder aan culpoze delicten., aldus de bewindsman in een reactie op het onderzoek. De minister zei ook dat hij naar aanleiding van het rapport nog met een regeringsstandpunt komt dat naar Eerste en Tweede Kamer zal worden gestuurd.

Verder hebben de onderzoekers een lijst met ijkpunten samengesteld die als hulpmiddel kan dienen om ook in de toekomst de samenhang in het wettelijke systeem van strafmaxima te bewaren. Overigens vinden zij dat zowel het parlement als regering er de laatste jaren expliciet blijk van hebben gegeven oog te hebben voor de consistentie van strafmaxima.

Deel: ' Strafmaxima in wetboek van strafrecht in evenwicht gebleven '




Lees ook