2220. Raad - VISSERIJ

Press Release: Brussels (22-11-1999) - Press: 359 - Nr: 13148/99
_________________________________________________________________

13148/99 (Presse 359)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

220e zitting van de Raad


- Visserij -

Brussel, 22 november 1999

Voorzitter :

de heer Kalevi HEMILÄ

Minister van Land- en Bosbouw van de Republiek Finland

STRUCTURELE ACTIES VAN DE GEMEENSCHAP IN DE VISSERIJSECTOR

De Raad bereikte een akkoord over de verordening tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector. Wanneer de laatste hand zal zijn gelegd aan de tekst in alle talen van de Gemeenschap, zal de verordening in een volgende Raadszitting zonder debat worden aangenomen. Het akkoord kreeg niet de steun van de Nederlandse en de Britse delegatie.

Doel van de structurele acties in de visserijsector is, bij te dragen aan de herstructurering van de sector door gunstige omstandigheden te scheppen voor de ontwikkeling en de modernisering ervan. Deze acties vormen dan ook een integrerend onderdeel van het gemeenschappelijke visserijbeleid.

Met deze acties wordt het volgende beoogd:


- bij te dragen aan de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussen de visbestanden en de exploitatie daarvan, met name door de invoering van een regeling voor de vernieuwing van de vloot die op doeltreffende wijze bijdraagt tot de aanpassing van de vangstcapaciteit maar tevens een modernisering van de vloot mogelijk maakt,

- de concurrentiekracht te versterken en bij te dragen tot de ontwikkeling van economisch levensvatbare bedrijven in alle geledingen van de productieketen,

- de aanvoer van visserij- en aquacultuurproducten te verbeteren en deze producten een toegevoegde waarde te geven,


- bij te dragen tot de heropleving van de van visserij afhankelijke gebieden.

Hieronder volgen de sleutelelementen van het akkoord dat vandaag is bereikt.

Vernieuwing van de vloot en modernisering van vissersvaartuigen

Elke lidstaat legt de Commissie permanente regelingen voor controle op de vernieuwing en de modernisering van de vloot voor. De lidstaten tonen aan dat in- en buitenbedrijfstellingen van vaartuigen uit de vloot zodanig zullen worden beheerd dat de capaciteit de in het meerjarig oriëntatieprogramma vastgestelde jaarlijkse doelstellingen, in totaal en voor de betrokken vlootsegmenten, niet overschrijdt of dat, in voorkomend geval, de vangstcapaciteit geleidelijk wordt verminderd tot deze doelstellingen zijn bereikt. In deze regelingen moet er rekening mee worden gehouden dat capaciteit die met overheidssteun is onttrokken, niet kan worden vervangen. Vaartuigen met een lengte van minder dan 12 m die geen trawler zijn, zijn evenwel van deze voorwaarde vrijgesteld.

De lidstaten kunnen een aanvraag indienen voor een duidelijk omschreven en gekwantificeerde verhoging van de capaciteitsdoelstellingen in verband met maatregelen ter verbetering van de veiligheid, de navigatie op zee, de hygiëne, de productkwaliteit en de arbeidsomstandigheden, op voorwaarde dat die maatregelen niet leiden tot een verhoging van het exploitatieniveau van de betrokken bestanden.

Overheidssteun voor vernieuwing en modernisering van de vloot wordt alleen verleend op onderstaande voorwaarden:


- wanneer de jaarlijkse doelstellingen, in totaal en voor de betrokken vlootsegmenten, worden nageleefd, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de met overheidssteun ingebrachte capaciteit tijdens de programmeringsperiode 2000-2006 gecompenseerd wordt door zonder overheidssteun aan de vloot een capaciteit te onttrekken die in totaal zowel in tonnage als motorvermogen ten minste gelijk is aan de in de vlootsegmenten ingebrachte nieuwe capaciteit;
- tot 31 december 2001 moeten de lidstaten, wanneer de totale doelstelling is bereikt, maar de jaarlijkse doelstellingen van de betrokken vlootsegmenten nog niet worden nageleefd, er tijdens de periode 2000-2001 voor zorgen dat de onttrokken capaciteit ten minste 30% groter is dan de in de betrokken vlootsegmenten ingebrachte capaciteit;

- ook voor de uitrusting of modernisering van vaartuigen kan overheidssteun worden verleend, wanneer het niet gaat om in tonnage of motorvermogen gemeten capaciteit;
- de lidstaten kunnen ten behoeve van vissers sociaal-economische maatregelen nemen. Financiële bijstand uit hoofde van het FIOV (Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij) kan onder de in de tekst vastgestelde voorwaarden worden verleend voor:

n
cofinanciering van nationale steunregelingen voor vervroegde uittreding,
n
regelingen waarbij een forfaitaire premie wordt toegekend aan vissers die werkloos geworden zijn als gevolg van de definitieve beëindiging van de activiteiten van het vaartuig waarop zij werkzaam waren,
n
regelingen waarbij een forfaitaire premie wordt toegekend aan vissers met het oog op herscholing of diversificatie van hun activiteiten naar gebieden buiten de zeevisserij, of n
regelingen waarbij een premie wordt toegekend aan vissers jonger dan 35 jaar die voor de eerste keer een vaartuig verwerven.

Beëindiging van visserijactiviteiten

Waar nodig kunnen de visserij-inspanningen aangepast worden door de definitieve beëindiging van de visserijactiveiten van vaartuigen. Voor deze maatregel komen slechts vaartuigen in aanmerking die meer dan 10 jaar oud zijn.

Definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten van vaartuigen is mogelijk door:


- de sloop van het vaartuig,


-
de definitieve overbrenging van het vaartuig naar een derde land, of

- het definitieve gebruik van het vaartuig voor andere doeleinden dan visserij.

Voor definitieve beëindiging kan, onder de in de verordening vastgestelde voorwaarden, overheidssteun verleend worden. Deze steun kan in overeenstemming met de in de tekst opgenomen specifieke bepalingen ook worden uitgebreid tot gevallen waarin vaartuigen overgebracht worden naar gemengde vennootschappen in derde landen.

GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR VISSERIJPRODUCTEN EN PRODUCTEN VAN DE AQUACULTUUR

Onverminderd het advies van het Europees Parlement bereikte de Raad overeenstemming over de verordening tot hervorming van de gemeenschappelijke marktordening in de sector visserij- en aquacultuurproducten; de Deense delegatie verklaarde tegen te zullen stemmen. De verordening zal, in het licht van het advies van het Europees Parlement, in een komende Raadszitting worden aangenomen.

De ontwerp-verordening heeft ten doel ervoor te zorgen dat de voorschriften voor de ordening van de markt in visserijproducten, met inbegrip van de interventiemechanismen, een positieve bijdrage leveren aan het duurzame karakter van visserijpraktijken (bijv. door verspilling van vis zoveel mogelijk te voorkomen).

De volgende maatregelen worden ingevoerd:

Informatieverstrekking aan de consument

Het is de bedoeling de informatieverstrekking aan de consument te verbeteren door de invoering van etiketteringsvoorschriften voor visserijproducten wanneer deze voor detailverkoop worden aangeboden.

Producentenorganisaties

Doel is, de rol en de verantwoordelijkheid van de producentenorganisaties te versterken door hen nieuwe verplichtingen betreffende degelijk beheer van hulpbronnen op te leggen, die met nieuwe, maar tijdelijke steun aan deze organisaties zullen worden gecompenseerd; er worden beginselen voor het verlenen en intrekken van de erkenning vastgesteld. Alle producentenorganisaties zijn ertoe gehouden anticiperende maatregelen te nemen voor het beheer van de productie van hun leden en er komen sancties bij niet-nakoming van deze verplichting. In de tekst is een bepaling opgenomen betreffende de toekenning van een tijdelijke vergoeding aan producentenorganisaties ter compensatie van de uit deze verplichting voortvloeiende kosten. De steunregelingen voor de oprichting van producentenorganisaties en de invoering van plannen ter verbetering van de kwaliteit zijn overgeheveld naar de verordening betreffende de structurele acties in de visserijsector.

Er kan aanvullende steun worden verleend aan producentenorganisaties die maatregelen ontwikkelen ter verbetering van de organisatie en het functioneren van de afzet van vis alsmede maatregelen die kunnen leiden tot een beter evenwicht van vraag en aanbod. Deze steun wordt gedeeltelijk uit het FIOV gefinancierd.

Interventie

Interventie heeft hoofdzakelijk ten doel als vangnet te fungeren, waarbij ophoudmaatregelen slechts in laatste instantie in aanmerking komen. Bijgevolg zullen het bedrag van de financiële vergoeding en de in aanmerking komende hoeveelheden in de periode 2001-2003 geleidelijk worden verlaagd en zal het niveau van medeverantwoordelijkheid van de producentenorganisaties worden verhoogd.

De hoeveelheden die in aanmerking komen voor steun voor verkoopuitstel (financiële steun voor vis die wordt opgeslagen voor menselijke consumptie in een later stadium) zullen substantieel worden verhoogd en de lijst van toegestane verwerkingsmethoden zal worden uitgebreid. De uitvoeringsmaatregelen zullen ook worden toegepast om het gebruik van dit mechanisme in plaats van ophoudmaatregelen te vergemakkelijken.

In het kader van het mechanisme van autonome ophoud- en uitstelmaatregelen mag slechts een beperkte hoeveelheid producten uit de markt genomen worden, en het totale interventievolume

dat in aanmerking komt voor een vergoeding, blijft een vast percentage van de hoeveelheden die aangeboden worden voor detailverkoop.

Er kan steun voor particuliere opslag worden verleend aan de producentenorganisaties voor aan boord van de vaartuigen bevroren producten.

Compenserende vergoeding voor tonijn die voor de conservenindustrie bestemd is

Onder bepaalde voorwaarden kan aan producentenorganisaties een compenserende vergoeding worden toegekend voor het feit dat de communautaire markt voor invoer opengesteld wordt.

Handelsverkeer met derde landen

Met het oog op een meer concurrerende en stabiele bevoorrading van de verwerkende industrie, in het bijzonder met soorten die de communautaire producenten niet in toereikende mate kunnen leveren, wordt voorgesteld om de rechten voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk autonoom te schorsen. Daarnaast is overeengekomen om voor een aantal visserijproducten meerjarige tariefcontingenten vast te stellen, die tijdens de periode 2001-2003 zullen worden toegepast.


* * *

Opgemerkt zij dat de GMO-Verordening (GMO = gemeenschappelijke marktordening) meer aquacultuurproducten bestrijkt dan de huidige regeling; voor een aantal van deze producten gelden de voorschriften betreffende de opstelling van werkprogramma's en kwaliteitsplannen door de producentenorganisaties en betreffende informatieverstrekking aan de consument.

VERZAMELING EN BEHEER VAN VISSERIJGEGEVENS

De Raad nam nota van de toelichting van Commissielid FISCHLER op de volgende voorstellen:


- een voorstel voor een verordening tot instelling van een communautair kader voor het verzamelen en beheren van voor het gemeenschappelijk visserijbeleid essentiële visserijgegevens, en
- een voorstel voor een beschikking betreffende een financiële bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven van de lidstaten voor het verzamelen van gegevens, alsmede in de financiering van studies en modelprojecten ter ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

De Raad zegde toe zich zo spoedig mogelijk over deze voorstellen te zullen buigen, in het licht van het advies van het Europees Parlement.

Doeltreffend onderzoek op visserijgebied in de EU is essentieel voor de uitvoering en de ontwikkeling van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Er is behoefte aan wetenschappelijk advies over de economische, biologische en technische aspecten van het visserijbeheer. In wetenschappelijke kringen is onderstreept dat het ontbreken van relevante gegevens een van de belangrijkste factoren is die een succesvolle uitvoering van deze opdracht in de weg staan.

De problemen kunnen niet louter op het niveau van de lidstaten worden opgelost. Waar lidstaten eenzelfde bestand delen, zullen de inspanningen van één staat om gegevens te verzamelen, zinloos zijn, indien de andere lidstaten niet hetzelfde doen. Derhalve moeten er op het niveau van de Gemeenschap stappen worden ondernomen om te komen tot de vaststelling van meerjarige reeksen van aggregaten van gegevens die verzameld zijn volgens gestandaardiseerde procedures, die voor ieder jaar dezelfde zijn.

Het voorstel voor een verordening betreffende het verzamelen en beheren van visserijgegevens voorziet in de totstandbrenging van een communautair kader voor de nationale programma's. De nadruk ligt op een minimumprogramma dat uitgevoerd moet worden om wetenschappelijk advies mogelijk te maken. Als onderdeel van een ruimere reeks voorschriften behelst het voorstel algemene regels. Doel is, gegevensreeksen samen te stellen die van jaar tot jaar rechtstreeks kunnen worden vergeleken. Er wordt uitgegaan van een periode van zes jaar, te beginnen met de periode 2000-2005. De beheersprogramma's voor het verzamelen en beheren van de gegevens en de beheersnormen voor de gegevensverwerking, in het bijzonder wat de toegang tot de gegevensbestanden betreft, zullen gedetailleerd worden beschreven in een uitvoeringsverordening.

Dit voorstel gaat vergezeld van een voorstel voor een beschikking houdende financiële bepalingen inzake de deelname van de Gemeenschap in de uitgaven van de lidstaten in het kader van nationale programma's voor het verzamelen van essentiële gegevens, wanneer die uitgaven daarvoor in aanmerking komen volgens de desbetreffende programma's van de Gemeenschap. Er ontstaan geen nieuwe uitgaven, maar de uitgaven die zijn gedaan voor het verzamelen van basisgegevens en het uitvoeren van modelprojecten en studies worden op het peil van de afgelopen jaren gehandhaafd. Doel is, de regelingen die tot dusverre zijn ontwikkeld op basis van de desbetreffende Mededeling van de Commissie van 1993, te verlengen, te verruimen en te versterken.

MAROKKO: TOEKOMSTIGE VISSERIJBETREKKINGEN

De Raad nam nota van het verslag van Commissielid FISCHLER over de stand van de besprekingen met Marokko over een nieuwe overeenkomst inzake de toekomstige visserijbetrekkingen.

De Raad sprak andermaal zijn steun uit voor de Commissie bij haar pogingen om de onderhandelingen met Marokko snel te laten verlopen teneinde tot wederzijds bevredigende visserijafspraken met dat land te komen.

CONTROLEMAATREGELEN IN HET NOORDOOSTELIJK DEEL VAN DE ATLANTISCHE OCEAAN

De Raad wijdde een politieke bespreking aan het voorstel voor een verordening tot vaststelling van controlemaatregelen voor het gebied waarop het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan van toepassing is.

Dit voorstel strekt ertoe twee aanbevelingen van de Visserijorganisatie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) in het Gemeenschapsrecht op te nemen. De eerste aanbeveling betreft de controle- en rechtshandhavingsregeling die van toepassing is op schepen van de Gemeenschap in het NEAFC-gebied (de "Regeling") en de tweede behelst de naleving van de regelgevende maatregelen van de NEAFC door vissersvaartuigen van niet-verdragsluitende partijen (het "Programma"). De belangrijkste noviteit van het voorstel zijn de bepalingen voor het verdelen van de lasten en de kosten over de Commissie en de lidstaten met het oog op de uitvoering van de door regionale visserijorganisaties aangenomen regelgevende maatregelen.

De Raad zal op basis van een eerlang door de Commissie voor te leggen mededeling een principieel debat aan dit vraagstuk wijden.

In tegenstelling tot de NAFO-regeling (Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan) waarvoor de controle en rechtshandhaving uit de Gemeenschapsbegroting worden gefinancierd, stelt de Commissie voor dat de lidstaten de lasten voor de uitvoering van de NEAFC-regeling dragen (ter beschikking stellen van inspecteurs en inspectievaartuigen, dragen van investerings- en werkingskosten, enz.).

Teneinde het debat te structureren had het voorzitterschap de ministers verzocht vragen te beantwoorden over de wijze waarop wordt voldaan aan de internationale verplichtingen van de Gemeenschap inzake controle en handhaving en over de lastenverdeling en de toewijzing van middelen aan de Regeling.

Uit het debat is het volgende gebleken:


- een groot aantal delegaties is van oordeel dat het huidige financieringssysteem, dat in het kader van het gereglementeerde gebied van de NAFO wordt toegepast, de voorkeur verdient boven de nieuwe door de Commissie voorgestelde lastenverdelingsregeling;
- een door de Commissie, in samenwerking met de lidstaten voor te bereiden proefproject kan een geschikte manier zijn om het nieuwe controlesysteem te testen.

In het licht van het debat in de Raad bood het voorzitterschap aan om met de Commissie de tekst van een ad hoc-regeling voor het jaar 2000 uit te werken, die dan tijdens de volgende, op 16-17 december 1999 te houden zitting aan de Raad kan worden voorgelegd.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN BESLUITEN

VISSERIJ

Quota in de wateren van Groenland

De Raad nam een verordening aan tot wijziging van Verordening (EG) nr. 54/1999 houdende verdeling, voor 1999, van de vangstquota van de Gemeenschap in de wateren van Groenland.

Doel van dit voorstel is, Verordening (EG) nr. 54/1999 van de Raad te wijzigen om rekening te houden met de verlaging van de totale TAC voor lodde in de Groenlandse wateren tussen Groenland, de Faeröer en IJsland, en wel van 1.420.000 ton tot 1.285.000 ton. Bijgevolg zal het vangstquotum voor de Gemeenschap 98.945 ton bedragen, zodat na aftrek van de hoeveelheden die aan de Faeröer, IJsland en Noorwegen zijn toegewezen, een netto-quotum voor de lidstaten van 48.945 ton resteert.

Quota in de wateren van Litouwen

De Raad nam een verordening aan tot wijziging van Verordening (EG) nr. 61/1999 houdende verdeling over de lidstaten van de vangstquota voor 1999 voor vaartuigen die in de wateren van Litouwen vissen.

Doel van het voorstel is Verordening (EG) nr. 61/1999 van de Raad in die zin te wijzigen, dat een aanvullend quotum van 5000 ton sprot voor 1999 in de wateren van Litouwen over de lidstaten kan worden verdeeld. Als compensatie krijgt Litouwen hiervoor een vergoeding van 62.500 EUR.

Overeenkomst met Angola

De Raad nam het besluit aan betreffende de sluiting van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van het protocol tot vaststelling, voor de periode van 3 mei 1999 t/m 2 mei 2000, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, als bedoeld in de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Angola inzake de visserij voor de kust van Angola.

De bij het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden als volgt onder de lidstaten verdeeld:


- vaartuigen voor de garnalenvisserij
Spanje: op jaarbasis gemiddeld 6.550 brt per maand, 22 vaartuigen
- trawlers voor de visserij op demersale soorten Spanje: op jaarbasis gemiddeld 2.000 brt per maand


- grondbeug

Portugal: op jaarbasis gemiddeld 1.750 brt per maand


- vriesvaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen

Frankrijk: 7 vaartuigen,

Spanje: 11 vaartuigen


- vaartuigen voor de visserij met de drijflijn

Portugal: 5 vaartuigen,

Spanje: 20 vaartuigen

De financiële tegenprestatie bedraagt 10.300.000 euro.

De Gemeenschap zal eveneens 1.700.000 euro bijdragen aan de financiering van wetenschappelijke en technische programma's in Angola (toerusting, infrastructuur, controle, seminars, studies, institutionele steun aan niet-industriële visserij, enz.). Een deel van dit bedrag kan worden gebruikt om de bijdrage van Angola aan internationale visserij-organisaties te betalen.

Tijdens de geldingsduur van dit protocol zal de Gemeenschap jaarlijks 350.000 ecu ter beschikking stellen voor wetenschappelijke studies en visserijverslagen. Bovendien zal de Gemeenschap de onderdanen van Angola subsidies voor theoretische en praktische opleiding verlenen op het gebied van met visserij verband houdende wetenschappelijke, technische en economische disciplines (maximumbedrag: 1.000.000 euro).

INTERNE MARKT

Uitstootcontrole van landbouw- en bosbouwtrekkers

De Raad nam een gemeenschappelijk standpunt aan met het oog op de aanneming van een richtlijn inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door motoren bestemd voor het aandrijven van landbouw- of bosbouwtrekkers en houdende wijziging van Richtlijn 74/150/EEG.

Doel van dit gemeenschappelijk standpunt is om voorschriften voor de beheersing van de emissies van landbouw- en bosbouwtrekkers in te voeren, die overeenkomen met de voorschriften welke in Richtlijn 97/68/EG zijn vastgesteld voor niet voor de weg bestemde mobiele machines, teneinde een gelijkwaardig niveau van milieubescherming tot stand te brengen. In dit gemeenschappelijk standpunt zijn voorschiften vervat welke in het bijzonder betrekking hebben op de vaststelling van procedures voor de goedkeuring van motortypen die in trekkers worden gemonteerd, en welke bijgevolg ook betrekking hebben op de vaststelling van de typegoedkeuringsprocedures voor deze voertuigen met betrekking tot de verontreinigende uitstoot. Voorts hanteert de richtlijn dezelfde testvoorschriften als die welke voor niet voor de weg bestemde machines zijn vastgesteld en gelden tevens dezelfde grenswaarden voor de uitstoot.

MILIEU

Protocol van Montreal betreffende ozonlaagafbrekende stoffen

De Raad nam de beschikking aan waarbij de Commissie gemachtigd wordt namens de Europese Gemeenschap deel te nemen aan de onderhandelingen over wijzigingen en aanpassingen van het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken.

CULTUUR/AUDIOVISUELE SECTOR

Deelneming van de Gemeenschap in het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector

De Raad nam het besluit aan betreffende deelneming van de Gemeenschap in het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector, een door de Raad van Europa gecreëerde instelling. Alle EU-lidstaten zijn reeds lid van deze instelling. Haar doel is bij te dragen tot de versterking van het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele industrie, met name door de uitwisseling van informatie te verbeteren.

Programma "Cultuur 2000"

Daar de Raad niet alle amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt heeft goedgekeurd, wordt - overeenkomstig de verdragsbepalingen inzake de medebeslissingsprocedure (artikel 251 VEG) - het bemiddelingscomité bijeengeroepen.

EER - VETERINAIRE EN FYTOSANITAIRE AANGELEGENHEDEN

De Raad nam, namens de EG, het ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER aan tot wijziging van bijlage I (veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst.

Het besluit wijzigt bijlage I bij de EER-Overeenkomst waa rin de voorschriften betreffende uitwisseling van informatie tussen de Gemeenschap en de EVA-staten zijn neergelegd, teneinde een snellere procedure voor het mededelen van de in het kader van de overeenkomst goedgekeurde lijsten van inrichtingen in veterinaire aangelegenheden in te voeren.

HONORAIR SECRETARIS-GENERAAL VAN DE RAAD

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het besluit houdende benoeming van de heer Jürgen TRUMPF tot honorair secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie met ingang van 18 oktober 1999.

De heer Jürgen TRUMPF was van 1 september 1994 tot en met 17 oktober 1999 secretaris-generaal van de Raad.


____________

_________________________________________________________________

nl/fish/13148.NL9.htm

Deel: ' Structurele acties van de gemeenschap in de visserijsector '




Lees ook