Succesvolle bloeiende akkerranden dreigen te verdwijnen


Driebergen, 20140911 -- De wijziging in het GLB (Gemeenschappelijk Landbouw Beleid) leidt zeer waarschijnlijk tot minder akkerranden in het landelijk gebied. Dat is de conclusie van de bijeenkomst in Erichem (Rivierenland) van 4 september jl. waaraan boeren, imkers, onderzoekers en waterschappers deelnamen. Bloeiende randen langs slootkanten zijn een voedselbron voor bijen en nuttige insecten en zij helpen bij een natuurlijke plaagbeheersing.

Ervaring niet verzilverd
Tussen 2010 en 2014 hebben veertig boeren in Rivierenland succesvol bloeiende akkerranden aangelegd. Daar komen nuttige insecten op af en dat heeft tot gevolg dat het insecticidengebruik op de akkers is verminderd. Via het landelijke samenwerkingsverband Bloeiend Bedrijf en het project BIJenBestuiving doen boeren veel ervaring op met nuttige akkerranden. Het enthousiasme is groot onder de boeren, omdat natuurlijke plaagbeheersing bleek te werken.  “Nu het GLB het werken met akkerranden niet stimuleert, is het de vraag wat er nog van akkerrandenbeheer terecht komt”, aldus Peter van Noord van VANL Tieler- en Culemborgerwaarden. “We kunnen de ervaring niet verzilveren.”

Akkerrand goed voor bijen en waterkwaliteit
Akkerranden zorgen voor voedsel voor bijen – die cruciaal zijn voor de vruchtzetting in de landbouw – en werken als een buffer. De emissies van mest of chemische middelen in sloten verminderen namelijk en dat bevordert de waterkwaliteit.  “Bij akkerranden snijdt het mes dus aan twee kanten”, concludeert  Boki Luske, projectleider van BIJenBestuiving van het Louis Bolk Instituut. “Boeren spuiten minder, omdat ze de gewassen regelmatig monitoren op plaaginsecten,  én de randen zorgen voor een betere kwaliteit van het water. Wij verwachten dat boeren in 2015 overstappen op vanggewassen die in praktijk weinig aan biodiversiteit en vergroening te bieden hebben. Het is een gemiste kans dat er pas in 2016 nieuwe fondsen beschikbaar zijn voor de aanleg van randen.” Waterschap Rivierenland wil in 2015 wel doorgaan met akkerranden, maar kan het financieringsgat van de overheid slechts gedeeltelijk dichten.

Over het netwerk BIJenBESTUIVING
In het kennisnetwerk BIJenBESTUIVING (2013-2015) werken imkers en boeren samen aan een bij-vriendelijk landschap door teelttechnieken en agrarisch natuurbeheer af te stemmen  op de Honingbij en wilde bijen. Ze worden begeleid door het Louis Bolk Instituut. Het netwerk wordt gefinancierd door sponsors uit het bedrijfsleven aangevuld door het Ministerie van Economische Zaken en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.  

Over het Louis Bolk Instituut
Het Louis Bolk Instituut is een internationaal onafhankelijk kennisinstituut ter bevordering van écht duurzame landbouw, voeding en gezondheid en voert onder meer de projecten Bloeiend Bedrijf en BIJenBESTUIVING uit. Belangrijke opdrachtgevers zijn onder andere het Ministerie van EZ, provincies, waterschappen, natuurbeherende organisaties en het bedrijfsleven, waaronder Heineken, Cono Kaasmakers, Interbroed, LTO-Noord, ZLTO en productschappen. Opdrachtgevers waarderen onze integrale visie op duurzame landbouw, voeding en gezondheid en ons vermogen om praktische kennis en adviezen te bieden die leiden tot een duurzame en gezonde groei van mens, dier, plant en bodem. Kijk voor meer informatie over actuele projecten op www.louisbolk.nl.


Deel: ' Succesvolle bloeiende akkerranden dreigen te verdwijnen '




Lees ook