expostbus51


MINISTERIE SZW

https://www.minszw.nl

MIN SZW: Kabinetsstandpunt SUWI

Nr. 99/43
23 maart 1999

Minister De Vries en staatssecretaris Hoogervorst willen met nieuwe uitvoeringsstructuur voorrang geven aan werk

Iedereen die op zoek is naar een baan of een uitkering wil aanvragen, kan in de nabije toekomst terecht bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). In het hele land worden circa 200 CWI.s gevestigd. Deze CWI.s zijn publieke instanties die worden bestuurd door het Landelijk Instituut voor Werk en Inkomen (LIWI), waarin de werkgevers- en werknemersorganisaties en de gemeenten zijn vertegenwoordigd. Verder worden de uitvoering van de sociale verzekeringen en de reïntegratiewerkzaamheden in belangrijke mate geprivatiseerd. Gevoelige onderdelen van de beoordeling van het recht op een uitkering, zoals de WAO-keuringen, komen voor verantwoordelijkheid van het CWI.

Dat staat in het kabinetsstandpunt Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI), dat minister De Vries en staatssecretaris Hoogervorst hebben aangeboden aan de Tweede Kamer. De nieuwe uitvoeringsstructuur voor arbeidsvoorziening en sociale zekerheid geeft voorrang aan werk boven een uitkering. Dit wordt mogelijk doordat het zoeken naar werk en aanvragen voor een uitkering niet langer gescheiden worden behandeld. Daar gaat een activerende werking vanuit op de uitkeringsgerechtigde. Alle CWI.s dienen eind 2000 operationeel te zijn. Op dit moment zijn er in Nederland al ruim zestig operationele CWI.s.

Het kabinetsstandpunt geeft uitvoering aan het Regeerakkoord en is een vervolg op de discussienota van november vorig jaar, waarover de meest betrokken bewindslieden overleg hebben gevoerd met de besturen van de uitvoeringsorganen, alsmede met sociale partners.

Het CWI, waarvan de basisdienstverlening van de huidige arbeidsvoorziening de kern vormt, biedt één loket voor alle werkzoekenden en aanvragers van een uitkering. In het CWI wordt nagegaan of er geschikt werk is voor betrokkene. Zo ja, dan wordt deze direct naar werk bemiddeld. Zo niet, dan verzamelt het CWI de gegevens die de uitkeringsinstantie (de gemeente of de uitvoeringsinstelling sociale verzekeringen) nodig heeft voor de uitkeringsaanvraag. Het CWI bepaalt ook wat de afstand van de werkzoekende is tot de arbeidsmarkt; dat wil zeggen hoe snel deze alsnog aan werk geholpen kan worden en welke instrumenten (bij voorbeeld scholing) hiervoor nodig zijn.

In het CWI moeten werkzoekenden en werkgevers elkaar snel en gemakkelijk kunnen vinden als het gaat om het vervullen van vacatures. Bij het CWI worden een nationale vacaturebank en een nationale sollicitantenbank ondergebracht. Het CWI geeft verder werkzoekenden en werkgevers informatie en advies over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt (bij voorbeeld over werkgelegenheidsprojecten van bedrijfstakken en gemeenten).

Voor zover de uitkeringsbeslissing voor de WW of de WAO vraagt om keuzen die de uitvoerder ruimte bieden voor een eigen oordeel, gebeurt dit door het CWI. Het gaat hierbij om de vraag of de werkloosheid verwijtbaar is (en of daarom een sanctie moet worden toegepast) en om de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid (of om de medische keuringen).

De vaststelling of iemand recht heeft op een bijstandsuitkering gebeurt door de gemeenten (op basis van de gegevens die in het CWI zijn verzameld). Ook herbeoordelingen in het kader van de bijstand vinden bij de gemeenten plaats. Voor de WW geldt dat vervolgbeoordelingen door CWI-medewerkers worden verricht in het kantoor van de uitvoeringsinstelling sociale verzekeringen (uvi). De CWI-medewerkers treden daarbij op als .loodsen..

Omdat dit beter aansluit bij de bestaande praktijk, kiest het kabinet in de beginsituatie voor een model waarbij alle WAO-keuringen door een CWI-medewerker in het uvi-kantoor plaatsvinden (loodsmodel). Het kabinet laat de mogelijkheid open dat na enkele jaren de WAO-keuringen plaatsvinden op een beperkt aantal CWI.s (15 à 18). Dat worden dan zogeheten CWI-pluskantoren. Nieuwe toetreders op de markt van uitvoeringsinstellingen kunnen vanaf het begin gebruik maken van de mogelijkheid om keuringen op de CWI-locatie te laten plaatsvinden.

Voor wie gemakkelijk bemiddelbaar is - dat is de grootste groep klanten van het CWI - blijft het CWI-loket veelal het enige loket. Uit het oogpunt van optimale dienstverlening aan de klant (één loket) en een efficiënte bedrijfsvoering is het wenselijk dat voor hen ook taken van sociale diensten en uvi.s (zoals activerings- en controlegesprekken) op een CWI-locatie worden uitgevoerd. Dit kan door detachering of door toepassing van het concept van een bedrijfsverzamelgebouw. Hierbij kunnen ook andere partijen dan gemeenten of uvi.s worden betrokken. Mensen die moeilijker te bemiddelen zijn en een uitkering nodig hebben, komen - nadat het CWI hun afstand tot de arbeidsmarkt heeft beoordeeld - terecht bij de uitkeringsinstantie. Deze instantie verzorgt de uitbetaling en stelt een reïntegratieplan op (daarover geadviseerd door het CWI) en draagt zorg voor de uitvoering hiervan, al dan niet bijgestaan door derde bedrijven. De .casemanager. van de uitkeringsinstantie blijft gedurende het hele traject verantwoordelijk voor de uitvoering van het reïntegratieplan.

Op regionaal niveau is het wenselijk om te komen tot een overlegstructuur in de vorm van een platform voor afstemming tussen partijen, waarin - naast het CWI - in ieder geval gemeenten, uvi.s, werkgevers en werknemers deelnemen. Deze overlegplatforms zullen een wettelijke basis krijgen. Het platform zorgt voor afstemming, het bij elkaar brengen van kennis van de regionale arbeidsmarktsituatie en de verbinding met het sectorbeleid, overigens zonder dat de leden een bestuurlijke functie krijgen.

Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de uitvoering van de Algemene Bijstandswet. De gemeente draagt zorg voor de reïntegratie van zowel moeilijk bemiddelbare bijstandgerechtigden als
niet-uitkeringsgerechtigden, zoals herintreders. Voor die laatste groep krijgt de gemeente een geoormerkt budget.

De uvi.s nieuwe stijl zullen onderling moeten concurreren om opdrachten te verwerven. Om te zorgen dat er daadwerkelijk concurrentie gaat onstaan, is het gewenst dat er meer uvi.s komen. Daartoe zullen de toetredingsdrempels voor nieuwe uvi.s verlaagd worden. Zo zal de huidige scheiding tussen de A- en B-poot komen te vervallen, zullen de uvi.s meer taken mogen uitbesteden en mogen uvi.s ook private werkzaamheden verrichten. Ook zullen nieuwe uvi.s aan erkennings- en certificeringsregels moeten voldoen. De aandelen van de huidige uvi.s worden verkocht zonder bevoordeling van de huidige samenwerkingspartners van de uvi.s of holdings waartoe de uvi.s behoren. De uvi.s krijgen hun opdrachten in de voorgestelde structuur rechtstreeks van sectoren, bedrijfstakken en - na een overgangsperiode
- van bedrijven met meer dan 100 werknemers. Werkgevers en werknemers verstrekken gezamenlijk de opdracht aan een uvi om voor hun sector of bedrijf de sociale verzekeringswetten uit te voeren. De invoering van de marktwerking in de werknemersverzekeringen kan eerst per 1 januari 2002 haar beslag krijgen.

De circa 200 CWI.s worden aangestuurd vanuit één bestuurlijk orgaan, het Landelijk Instituut voor Werk en Inkomen (LIWI). Het LIWI neemt daarmee een aantal taken over van het huidige Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en de huidige
Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Het LIWI-bestuur telt dertien leden: een onafhankelijk voorzitter, vertegenwoordigers van werknemers(3), werkgevers(3) en gemeenten(3) en onafhankelijke leden(3).

Het LIWI, een zelfstandig bestuursorgaan, krijgt naast de aansturing van de CWI.s tot taak het beleid ten aanzien van de reïntegratiemiddelen te coördineren. Verder beheert het LIWI het electronische Cliënt Volg Communicatie Systeem (CVCS) en de nationale vacaturebank en
sollicitantenbank. De minister van SZW blijft politiek verantwoordelijk voor de uitvoeringsprocessen op het gebied van werk en inkomen.

De minister van SZW beslist jaarlijks op voorstel van en na overleg met het LIWI over de omvang van de publieke middelen voor reïntegratie en over de verdeling tussen de verschillende soorten werkzoekenden. Daarbij zal een belangrijk aandachtspunt zijn dat ook groepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt voldoende gereïntegreerd worden. De minister beheert zelf de reïntegratiemiddelen voor de gemeenten; het LIWI doet dit voor de sociale verzekeringen (WW en WAO).

Om de reïntegratie van uitkeringsgerechtigden te bevorderen, worden in de nieuwe structuur de reïntegratiemiddelen verstrekt aan gemeenten respectievelijk aan de uvi.s. Zo stelt de minister na overleg met het LIWI een bedrag vast waarvoor uvi.s WW.ers op de arbeidsmarkt kunnen plaatsen. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van de afstand van de cliënt tot de arbeidsmarkt; hoe groter deze is, hoe hoger het bedrag. Als de reïntegratie in de praktijk tegen een lagere prijs kan worden gerealiseerd, mag de uvi het voordeel behouden. Voor gemeenten wordt gedacht aan een vergelijkbaar systeem.

Het deel van Arbeidsvoorziening dat zich bezighoudt met de reïntegratie wordt een privaat bedrijf. De geleidelijke privatisering gaat gepaard met zorgvuldige overgangsmaatregelen. Daarbij moet een evenwicht worden gevonden tussen het behouden van de expertise van Arbeidsvoorziening en de eis van gelijke concurrentie met andere aanbieders. Het Reïntegratiebedrijf Arbeidsvoorziening kan daarom voor een beperkte periode een bijzondere positie krijgen. Hoe dat gebeurt, wordt nog nader uitgewerkt.

De nieuwe uitvoeringsstructuur wordt gefaseerd ingevoerd. Om dit proces te sturen, stellen de bewindslieden van SZW een externe .veranderingsmanager. aan. Deze neemt samen met de voorzitters van het Lisv en het CBA en een vertegenwoordiger van de gemeenten de opbouw van het LIWI op zich en heeft de regie ten aanzien van de veranderingstrajecten binnen Arbeidsvoorziening, de uvi.s en de CWI.s.


------------------------------------------------------------------

De letterlijke tekst van het kabinetsstandpunt is beschikbaar op de Internetsite van het ministerie van SZW (www.minszw.nl).

23 mrt 99

Deel: ' SZW Werk krijgt voorrang boven uitkering in nieuwe centra '




Lees ook