PERSMEDEDELING VAN HET KABINET VAN

MINISTER JOHAN SAUWENS

VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN,

AMBTENARENZAKEN EN SPORT

2 maart 2000

Voorstelling jaarverslag Vlaamse Bouwmeester

Vlaams Bouwmeester bOb Van Reeth en Vlaams minister Johan Sauwens blikten op 1 maart in het Lunatheater te Brussel terug op 1 jaar Bouwmeesterschap in Vlaanderen.

I. JAARVERSLAG VAN DE BOUWMEESTER

Inleiding door minister Sauwens

Het unieke gegeven dat monumentenzorg en ambtenarenzaken samen deel uitmaken van mijn bevoegdheidspakket biedt mij de kans om niet alleen zorg te dragen voor de monumenten uit het verleden, maar evenzeer werk te maken van de monumenten van vandaag. Het is immers zo dat ik als Minister van ambtenarenzaken absolute prioriteit wil geven aan een hedendaagse huisvesting voor de ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap. De werkplaatsen van onze ambtenaren zijn in de eerste plaats de directe contactpunten tussen overheid en burger. In de tweede plaats zijn deze plekken de uitingen van een goede werksfeer voor wie er werkt en in de derde plaats zijn het gebouwen en omgevingen die tonen aan de burger hoe de Vlaamse overheid belang hecht aan architecturale kwaliteit. Deze architecturale kwaliteit is geen luxe, maar net als in het verleden een investering in de monumenten van morgen.

De Vlaamse Bouwmeester heeft hierin een belangrijke taak als adviseur van de overheid bij de realisatie van een Vlaams architectuurbeleid voor overheidsgebouwen. Waar vroeger kwaliteit eerder toevallig voortvloeide uit vele losse initiatieven, zowel binnen als buiten de overheid, is het vandaag aan de Bouwmeester om hier permanent op toe te zien en impulsen te geven. In de begroting 2000 heb ik 5,1 miljoen BEF voorzien om de Bouwmeester toe te laten deze taak ten volle waar te kunnen maken.

Wij moeten afstappen van het idee dat de gebouwen van de Vlaamse Gemeenschap niets meer zijn dan burelen voor ambtenaren. Reeds in mijn vorige ambtsperiode als minister heb ik steeds de nadruk gelegd op het feit dat de gebouwen van de Vlaamse Gemeenschap in de eerste plaats tekens zijn van openheid en democratie. Deze tekens kunnen deel uitmaken van het collectief geheugen wanneer die herkend en toegeëigend worden door de burger. Overheidsgebouwen zijn contactpunten met de dienstbaarheid van de democratie met name de ambtenaren. Het geeft geen zin een dynamische en toekomstgerichte administratie uit te bouwen zonder dat deze dynamiek ook blijkt uit het gebouw waarin wordt gewerkt. Is er iets Vlaamser dan het feit dat iedere burger zijn identiteit probeert te leggen in zijn eigen woning. Dit zoeken naar identiteit en herkenbaarheid in een internationale context is een opdracht voor de makers van Overheidsgebouwen.

Zoals de Vlaamse belforten als bakens van stedelijke autonomie vandaag erkend worden als werelderfgoed, zo moeten de gebouwen van de Vlaamse Gemeenschap de nieuwe symbolen worden van de betrokkenheid van de burgers bij het bestuur. Vandaar dat wij in onze beleidsnota pleiten voor herkenbaarheid en openheid. Als functioneel bevoegd Minister heb ik daarom van bij de start de eerste Vlaamse Bouwmeester bekrachtigd in zijn opdracht om de regering te adviseren bij de zoektocht naar de juiste architectuur voor onze nieuwbouw en onze renovaties.

De bouw van nieuwe Vlaamse administratieve centra zijn een prioriteit en de komende uitdagingen voor visievorming en kwaliteitstoetsing.:

- in Limburg zijn we nu volop de raming aan het verfijnen en plannen we de aankondiging aan de Vlaamse Regering tegen eind maart,

- in Brabant voeren we de laatste onderhandelingen voor de verwerving van de ontbrekende percelen en plannen we de aankondiging via de Open Oproep nog dit jaar
- in Oost-Vlaanderen plannen we op iets langere termijn eveneens een Vlaams administratief centrum

Daarnaast zijn er nog tal van andere projecten die op stapel staan. Ik plan voor 323.1 MIO BEF aan nieuwe bouwwerken voor het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap dit jaar. Daarbij komt dat ik samen met mijn administratie een gebouwenpark van 2000 verschillende gebouwen mag beheren waarvan er 1100 gebouwen zijn met een K.I. > 5 MIO BEF. De Vlaamse Bouwmeester moet onze aspiraties van vandaag waarmaken door een eigen architecturaal kwaliteitsbeleid voor de gebouwen van de Vlaamse Gemeenschap uit te werken. De nieuwe integere manier van selecteren onder de vorm van een Open Oproep voor de kandidaatstelling van architecten voor de projecten van de Vlaamse Gemeenschap is volop in voorbereiding en laat toe aan de Vlaamse Bouwmeester in een eerste stap te adviseren op basis van kwaliteit en diversiteit. Heel wat partners uit het MVG en de VOI's zijn bijzonder geïnteresseerd in deze manier van werken. Er zijn reeds een twintigtal belangrijke projecten die voor deze Open Oproep in aanmerking komen, zowel uit de sector van het ministerie als uit de groep van de V.O.I.'s voor een totaal aanbestedingsbedrag van 3.325 MIO BEF hetgeen het succes van deze aanpak onderlijnt.

Eén jaar werken als Vlaams Bouwmeester lijkt ons belangrijk genoeg om u de kans te geven om uit eerste hand te vernemen hoe reeds gedurende dat eerste jaar bakens werden uitgezet die moeten leiden tot de kwaliteit die wij beogen. Ik geef dan ook graag het woord aan de Vlaamse Bouwmeester.

Toelichting door de bouwmeester
Eerst en vooral wil ik u danken voor uw belangstelling, want een jaar werken is nog niet veel maar naar ons gevoel lang genoeg om er iets over te vertellen. Zoals de minister bij de inleiding reeds stelde heeft de nieuwe regering zich eerst vragen gesteld over de maximale inzetbaarheid van de Vlaamse Bouwmeester en deze afgewogen tegenover de uitvoerbaarheid van de opdracht. Ik heb zelf van bij de start duidelijk gesteld dat mijn opdracht niet is het uitbouwen van een Vlaams architectuurbeleid, maar wel het adviseren van de Vlaamse regering bij een kwalitatief architectuurbeleid voor de eigen gebouwen van de Vlaamse Gemeenschap.

Dit was het uitgangspunt voor ons 15 puntenprogramma ( zie in de bijlage) dat wij in juni 99 hebben opgesteld en die binnenkort het onderwerp van gesprek vormt binnen de Vlaamse Regering.

Het gaat hier dus niet om een nota over
architectuurbeleid, maar wel over 15 actiepunten die het gesprek over de realiseerbaarheid van
architectuurkwaliteit voor de eigen gebouwen een kans geven. In 2001 willen we dan een lange termijnvisie vast leggen in de beleidsnota 2001 - 2004

Maar nu terug naar ons jaarverslag. Het heeft geen zin om gedetailleerd dit verslag te overlopen, ik zal de grote lijnen voorstellen en hier en daar op belangrijke punten blijven staan.

Deze grote lijnen zijn:
Organiseren
Adviseren
Selecteren
Stimuleren
Profileren
Bij al deze aspecten van onze opdracht, is de communicatie tussen alle betrokkenen de belangrijkste factor. Vandaar dat wij voor dit jaarverslag de tafel als symbool gekozen hebben, en dat onze werkplaatsen niet bestaan uit burelen maar uit gesprekstafels. De belangrijkste beleidsoptie voor de komende 4 jaar blijft ons uitgangspunt: Architectuur en kwaliteit vindt je niet, je zoekt er naar! Ook het eerste jaarrapport wil duidelijk maken wat er gebeurde in het eerste werkjaar.

Toen ik een jaar geleden begon was er niet veel te zoeken, want er was niets, vandaar dat mijn eerste opdracht heel banaal maar ook heel essentieel was. Het inrichten van onze werklokalen, en het samenstellen van het team. Om die leegte te vullen hebben we van bij de start veel contact gezocht met de Rijksbouwmeester in Nederland en werd ons bad in de Vlaamse administratie hier begeleid door de afdeling gebouwen.

Onze eerste opdracht was dus de eigen cel organiseren zowel naar personeelssamenstelling als naar inrichting en taakopdracht. De uitbouw van de communicatie met alle niveau's van de vlaamse gemeenschap werd structureel uitgewerkt met de afdeling gebouwen, de secretarissen generaal van de verschillende departementen, de leidende ambtenaren van de VOI's, de provincies en de regering. Bij de samenstelling van het team is het erg wezenlijk er op te wijzen dat de cel die bezig was met de begeleiding van kunst in openbare gebouwen werd samengevoegd met het team van de Bouwmeester.

Dit was en is des te belangrijker omdat daardoor meteen een duidelijk sein wordt gegeven dat integratie van kunst in openbare gebouwen niet gaat over het aankopen van kunstwerken om slechte gebouwen te versieren, maar dat het gaat om de wijze waarop kunstenaar, Bouwheer en architect samen zoeken hoe een gebouw en zijn omgeving een leefwereld kan zijn voor bezoekers en gebruikers. Het feit om als team in opdracht van de bouwheer gezamenlijk te kunnen denken over de plaats van kunst is zo belangrijk dat daardoor een hele variatie van mogelijkheden zich aandient. Maar daarover straks meer.

Een van onze centrale kerntaken is het adviseren van de Vlaamse Overheid. Tegen alle verwachtingen in werden wij van bij het begin overstelpt met vragen. In de meest gevarieerde vormen. Tegelijk bleek ook door die verschillende adviesvragen waar de knelpunten zaten voor een uitgebouwd kwaliteitsbeleid. Bij elk advies kwamen bij ons spontaan in alle
naïviteit drie vragen naar voor:
Waarom moet dit geld dit jaar worden uit gegeven? Is er een visie voor het geheel van het project ? Hoe wordt er gepland op lange termijn?
Het antwoord bleef meestal aarzelend , en iedereen reageerde spontaan, "je hebt gelijk, maar zo gaat dat niet in de administratie". Tegelijk was iedereen telkens opnieuw vragende partij om kwaliteit te realiseren. Want dit is de grote verdienste van de Vlaamse administratie de vraag naar kwaliteit is haar tweede natuur geworden.

Onze adviesverlening gebeurde op 7 verschillende manieren met name:
Projecten in een eindfase toegespitst op de vragen naar kunstintegratie ( vb De Bolle)

- Advies bij de opmaak van masterplannen ( project Hoge Rielen)

- Advies bij de opmaak van projectdefinities ( toelichting )

- Advies bij de voordracht van architecten bij de lopende projecten

- Adviezen bij aan - en verkoop van gebouwen
- Advies bij de herinrichting van bestaande gebouwen ( vb Boudewijn)

- Advies aan derden ( NMBS - Lamot)

Men kan gerust stellen dat selecteren om voor te dragen de kerntaak is bij de uitbouw van een kwaliteitsbeleid. Op Europees niveau zijn er slechts 2 landen die binnen de Europese regelgeving deze taak hebben overgedragen aan een Bouwmeester met een nationaal mandaat, met name Nederland en Vlaanderen. De eigen positie van een Bouwmeester bij de selectie wordt dan ook als dusdanig erkend.

Daarom hebben wij gezocht naar andere manieren om in de toekomst verantwoord te selecteren en hebben wij kansen geschapen voor jonge architecten hun visie uit te werken voor beperkte overheidsopdrachten.

Ik wil op de verschillende manieren van selecteren kort even ingaan: Het lijkt overbodig maar een goede selectie van architecten begint bij het geven van een juiste opdracht door de bouwheer vandaar dat de eerste voorwaarde bij de selectie is de opmaak van een projectdefinitie. Deze aanpak werd o.a. gevolgd bij de selectie van architecten voor het Project van Hoge Rielen, een domein met gebouwen van de afdeling Jeugd. Tweede manier van aanpakken is de Open Oproep: (Toelichting over de aanpak). Derde manier van uitwerken is de meesterproef: (Toelichting met verwijzing naar de foto's van de maquettes in het jaarverslag).

We kunnen als Vlaamse Gemeenschap nog zo voorbeeldig zijn, het dient tot niets als er geen stimulansen zijn voor andere overheden en particulieren om ook kwaliteit te zoeken. Stimuleren is dus onlosmakelijk met de opdracht verbonden. We gaan er van uit dat ondersteuning (projectdefinities) bemiddeling ( Lamot ) en overleg rond de tafel de beste manieren zijn om in de eerste werkjaren stimulansen te geven.

Het is immers niet onze taak te beoordelen, maar wel door een gezamenlijke analyse met alle partners aan de projecten een meerwaarde toe te kennen. Onze hele opdracht krijgt maar zin en betekenis als wat we doen ook door anderen gekend is en kan gezien worden en herkend wordt. Vandaar dat profileren niet te maken heeft met geldingsdrang maar wel met het uitvoeren van de voorbeeldfunctie.

Ik wil hierbij vooral ook aandacht besteden aan onze vele voordrachten en juryzittingen die we in de loop van het voorbije jaar hebben meegemaakt. Deze vorm directe communicatie en gesprek maakt op de meest indringende manier de discussie over kwaliteit mogelijk en laat toe dat mensen ook hun eigen verwachtingen naar de overheid in dit verband ter sprake brengen.

Tot slot is er het vele werk aan de zijlijn waarbij het alleen maar belangrijk is om de partners op weg te zetten door de juiste vragen te stellen en te herhalen. Ik weet maar al te goed dat niemand nu al kan merken dat het er anders aan toe gaat binnen de Vlaamse Gemeenschap, want gebouwen die er overmorgen zullen zijn, worden vandaag pas voorbereid. Toch kan ik stellen dat binnen de administratie, architectuur een discussieonderwerp geworden is. Meer nog er wordt niet zozeer meer over gepraat in termen van schoon en lelijk maar over juist op tijd , vandaags en verrassend. Deze discussie is absoluut noodzakelijk, want producten zijn wat ze zijn, maar gebouwen en projecten hebben pas een meerwaarde als ze het resultaat zijn van een proces tussen alle partners. Dit zichtbaar maken is onze opdracht voor de volgende jaren.

Tot slot wil ik mijn verhaal nog in een aantal cijfers samenvatten. Wij hebben 84 adviezen opgesteld voor verschillende partners. Voor 26 projecten hebben wij een projectdefinitie opgesteld. Samen met de afdeling gebouwen en anderen hebben wij 78 plaatsbezoeken gebracht. Want ter plaatse de problemen bekijken met alle betrokkenen betekent de vinger aan de pols houden.

Als Bouwmeester is het onze zorg minimaal te sturen om het gewenste doel te bereiken. Onze begeleiding is dus eerder gericht op het vermijden van wat niet wenselijk is. Dit sluit niet uit dat wij inspelen op de veranderende eisen van vandaag door onderzoek te stimuleren naar innovatieve antwoorden, oplossingen, bouwwijzen en bouwtypen. Het gaat met andere woorden om concepten voor gebouwen en infrastructuren die niet alleen goed zijn, juist geplaatst zijn, maar vooral juist op de tijd zijn. Wat waar is voor bouwopdrachten geldt zeker ook voor de uitwerking van projectgebonden kunst door kunstenaars met opdracht.

Letterlijk en figuurlijk onderweg zijn dat is mijn opdracht en dat betekent eveneens dat ik 32.000 km op de baan was om mee te zoeken naar kwaliteit en zo wil ik nog 4 jaar verder zoeken.

II. HET KUNSTPROJECT

Inleiding door minister Sauwens
Het is u bekend dat de Vlaamse Regering in het kader van haar culturele verantwoordelijkheid méér wil doen dan gebouwen te maken die 'juist op tijd' zijn. Reeds lang voorziet het decreet op de integratie van kunst in openbare gebouwen bij de uitwerking van de bouwplannen een eigen plaats en eigen middelen voor de kunstenaar in dit proces. De procentregeling voor kunst in openbare gebouwen gaat in de eerste plaats niet over de aankoop van kunstproducten, maar wel over de zoektocht naar de juiste plaats van de kunstenaar bij het realiseren van projecten. Wellicht is de voornaamste taak van de kunstenaar op een verrassende manier kijken naar de site, de omgeving, het gebouw, de opdrachtgever, de gebruiker en de bezoeker.

Kunst in opdracht is dus zeker niet de bevestiging, laat staan de verheerlijking van de overheid. Het betekent wel dat de kunstenaar zich op vraag van de bouwheer engageert om op een verrassende manier naar de projecten te kijken. Het is dan ook logisch dat de Vlaamse bouwmeester ook meteen aan kunstenaars de vraag gesteld heeft om op hun manier te kijken naar de eigen werklokalen van de Vlaamse Bouwmeester.

Hoe verassend juist die blik kan zijn zal nu toegelicht worden door Katrien Laenen die binnen het team van de Vlaamse bouwmeester verantwoordelijk is voor kunstintegratie. Het gaat om eerste voorstellen van projecten die nog verder moeten onderzocht worden maar die op een voorbeeldige manier aangeven welke de rol van de kunstenaar kan zijn in zo'n project.

Toelichting door Katrien Laenen

Kunst in ons huis past in het actieplan van onze Vlaamse bouwmeester en dit willen we realiseren met onze kunstcel Vlaamse overheidsgebouwen en infrastrukturen.

Immers met architectuur als uitgangspunt is het logisch dat de kunstcel deel uitmaakt van het team van de Vlaams bouwmeester. De aanleiding hiervoor is op dit ogenblik nog steeds het decreet van 1986 dat stipuleert dat de %- regeling gaat over kunstintegratie in te verbouwen of nieuw op te richten overheidsgebouwen. Veeleer dan het toepassen van het decreet, ziet de kunstcel een kunstopdracht echter als een onderdeel van het bouwproces. Met andere woorden de opdrachtformulering voor kunst is gelinkt aan de projectdefinitie voor een gebouw. Naast een architecturale invalshoek neemt de kunstcel ook een artistiek uitgangspunt. Via kunst in opdracht wensen wij eigentijdse kunst te stimuleren, opportuniteiten te creëren om de kwaliteit in de kunst te bevorderen en dit door in hoofdzaak jonge kunstenaars een experimenteerruimte aan te bieden.

Met andere woorden de kunstcel zoekt samen met de bouwmeester naar de plaats van kunst in het proces van het bouwen. Daar waar kunst op zijn plaats is, willen wij als opdrachtgever van kunst leegte scheppen, het creatief proces ruimte geven. Hierbij hechten wij ons niet zozeer aan de gedachte dat een kunstenaar dat ene unieke, autonome kunstobject schept, dan wel aan de gedachte dat een kunstenaar vanuit situaties en project werkt waar het proces, het verloop van interacties, het creëren van ervaringssituaties belangrijker zijn dan het uiteindelijk product.

Deze visie op kunst in opdracht bij de Vlaamse overheid als opdrachtgever zowel bij de Vlaamse ambtenaren als het brede publiek ingang doen vinden en bekend maken, ervaren wij als een gezamelijke opdracht van het team van de Vlaams bouwmeester.

Daarom vonden wij het als team ook belangrijk, vertrekkende van onze eigen fysische en mentale werkomgeving, het verloop van zo'n artistiek proces ook zelf te ondervinden. De keuze voor twee opdrachten confronteert ons daarenboven met de vele mogelijkheden qua aanpak en impact van een kunstopdracht; dat het om een zoektocht naar betekenis, interactie, kennis, dialoog, ervaring . gaat en dus niet naar het brengen van een juist voorbeeld.

De projecten van David Evrard en Dominique Thirion tasten immers elk op een ander manier de mogelijkheden van onze opdracht af.

Het project van David Evrard tracht vanuit de opdracht van de Vlaamse bouwmeester een "drager" te creëren dat deel uitmaakt van de fysische werkomgeving en dit zowel op het beleidsvlak als op het vlak van de interne werking. Door op de communicatie gerichte ingrepen voor te stellen, wenst hij in de loop van de tijd de kennis van het bureau verder ontwikkelen. Het artistiek concept tracht de input van informatie, zowel vanuit het Ministerie als daarbuiten, op een zodanige wijze te ordenen, te organiseren dat het aanleiding kan geven tot reflectie. Die reflectie voedt dan opnieuw de toekomstige visie van de bouwmeester en zijn team en bijgevolg hun imago.

Het project van Dominique Thirion bevraagt op een interactieve manier een facet van de bestaande architectuur van een Vlaams overheidsgebouw. Door het openen van vier ramen, gaat zij op een kritische manier in op onze ervaringen van de buitenwereld en dit vanuit de beleving ervan vanuit een kantoorgebouw. De huidige relatie met de buitenwereld brengt haar tot het ontwikkelen van een artistiek concept dat ons als het ware via "vier levende schilderijen" opnieuw in contact brengt met de buitenwereld in zijn totaliteit. Dit concept benadert de opdracht van de bouwmeester op metaforische wijze. Het openen van de ramen staat voor ons op hetzelfde niveau als het implementeren van een beleidsvisie van de bouwmeester. Beide initiëren vanuit de huidige context een andere manier van kijken naar en beleven van onze leefomgeving.

info : Joris Vandenbroucke - tel. (02) 553 23 11 Jaarverslag Bouwmeester - (02)553 74 00 e-mail: persdienst.sauwens@vlaanderen.be

Deel: ' Terugblik op ëën jaar Bouwmeesterschap Vlaanderen '




Lees ook