Universiteit van Utrecht


1 juni 1999

European Research Centre on Migration and Ethnic Relations

Verleen verblijfstatus na drie jaar

Terugkeer voor asielzoekers nauwelijks optie

Het merendeel van de uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland voelt er niets voor om terug te keren naar hun eigen land. Het ontbreken van persoonlijke vrijheid, de bestaande rechtsorde en de vraag of men nog wel een bestaan kan opbouwen in het land van herkomst spelen een belangrijke rol bij deze overweging. Dit blijkt uit onderzoek dat in opdracht van het Ministerie van Justitie is uitgevoerd door dr. Ph. Muus en drs. P. Muller van het European Research Centre on Migration and Ethnic Relations (ERCOMER) van de Universiteit Utrecht.

Muus en Muller hebben hun onderzoek verricht onder 62 merendeels uitgeprocedeerde asielzoekers en 14 statushouders uit Ethiopië, Iran, Somalië, Bosnië en Angola. De meeste vluchtelingen prefereren de situatie in Nederland en zien hun land van herkomst als onveilig en onleefbaar. Terugkeer is in hun beleving een onmogelijkheid, zelfs als dat betekent dat ze in Nederland in de illegaliteit terecht komen. Anderen willen liever migreren naar een ander land dan terugkeren en sommigen overwegen in het uiterste geval zelfs zelfmoord.

Het merendeel van de afgewezen en uitgeprocedeerde vluchtelingen klampt zich vast aan een zo lang mogelijk verblijf in Nederland en blijft hopen op erkenning. Zij leven van dag tot dag en staan onder grote druk. Daardoor lijden ze aan ernstige vormen van stress. Ook het lange verblijf in de opvangcentra heeft een negatieve invloed op de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de asielzoekers. Het bespreekbaar maken van terugkeer wordt in deze situatie steeds moeilijker.

De procedure voor het verkrijgen van erkenning van de vluchtelingenstatus duurt te lang. De Utrechtse onderzoekers vinden dat er een grens moet worden gesteld aan de onzekerheid over de uitkomst van de erkenningsprocedure. Na bijvoorbeeld drie jaar zou zonder meer een verblijfsstatus moeten worden verleend. Zo’n maatregel kan niet alleen verlichting brengen voor de vluchteling in kwestie, maar kan een aanzienlijke lastenverlichting betekenen voor de opvangcentra en justitie.

Ook zetten Muus en Muller vraagtekens bij de zogenaamde aan landen gebonden ‘gefaciliteerde terugkeerprojecten’, de remigratie van uitgeprocedeerde asielzoekers naar bepaalde landen met financiële ondersteuning en hulp. De gefaciliteerde terugkeer zou juist algemeen moeten worden gehouden en niet gebonden aan bepaalde landen. Bovendien zouden terugkeerprojecten alleen opgezet moeten worden als er daadwerkelijk vraag bestaat vanuit uitgeprocedeerde asielzoekers. Tevens zouden de terugkeerprojecten in een ander daglicht staan als ze ook toegankelijk zouden zijn voor statushouders, de vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Ook pleiten de onderzoekers er voor meer aandacht te besteden aan de ‘doormigratie’ naar andere veilige landen.

Het rapport ‘Beeldvorming onder (uitgeprocedeerde) asielzoekers en vluchtelingen over terugkeer- en remigratiebeleid’, dr. Ph. Muus en drs. P. Muller, ERCOMER, Universiteit Utrecht is verkrijgbaar via telefoonnummer 030 2531408 of via e-mail awsbsecr@fss.uu.nl

Voorlichter Laurien Timmermans (030) 253 7567/253 3550

Communicatie Service Centrum, Heidelberglaan 8, 3584 CS Utrecht, Telefoon (030) 2533550 of 2532572 Mediavragen per Email: UUmedia@csc.usc.uu.nl

Deel: ' Terugkeer voor asielzoekers nauwelijks optie '




Lees ook