The Dutch don't Dance


Kanttekeningen bij de Ine Rietstap lezing 2010 van Ted Brandsen

AMSTERDAM, 20100329 -- De stelling van wijlen Annie MG Schmidt komt overeen met het gegeven dat er weinig Nederlandse dansers op dit moment bij de Nederlandse gezelschappen dansen!

Kanttekeningen bij de Ine Rietstap lezing 2010 van Ted Brandsen, artistiek leider HNB

"The Dutch don't dance"
Deze stelling van wijlen Annie MG Schmidt komt overeen met het gegeven dat er weinig Nederlandse dansers op dit moment bij de Nederlandse gezelschappen dansen. Denk je aan inspirerende Nederlandse topdansers die een geweldige allure uitstralen, dan moet je toch tot de conclusie komen dat die er niet zijn. Dan wordt je daar niet vrolijk van. Geen enkele artistiek leider,docent of opleider is in staat in de spiegel te kijken. Elke keer zie je dat de artistieke dansopleiders niet capabel zijn om een heldere opleidingsstrategie te ontwikkelen en die visie op hun opleidingsteam te kunnen overdragen. Ongetwijfeld zien we nu bij Het Nationale Ballet zeer goede dansers -niet de verdienste van de Nederlandse balletopleidingen-, de trend laat een groot aantal Russische dansers zien. In een van de recensies over HNB van de laatste tijd was er sprake van een weinig superieure kwaliteit zoals bij het Mariinski Ballet. En dat had de recensent goed gezien! Dat heeft een reden; het systeem in Rusland werkt als volgt: dansers van de eerste categorie (zeer muzikaal, verfijnd en superieur) gaan na hun opleiding naar het Mariinsky ballet of het Bolshoi ballet, de tweede categorie technisch zeer goede dansers gaan naar de buitenlandse balletgezelschappen of naar Russische provinciale theaters, de derde minder uitgesproken categorie dansers kunnen hun carrire in operette of music hall theaters beginnen. Russische academies staan na de val van de muur garant voor een constante stroom van tweede categorie uitstekend opgeleide dansers die uitgedaagd worden door de uitgekristalliseerde moderne dansinvloeden bij de westerse dansgezelschappen en juist daarom hun heil zoeken in Europa en in Noord en Zuid-Amerika.

In de jaren vijftig gingen jongeren zoals ikzelf op zoek naar goede docenten die het klassieke idioom konden onderwijzen. Deze pioniers doceerden genspireerd en, bijgespijkerd door Gaskell, met grote overgave hun lessen. In veel beschouwingen zoals deze worden die pioniers, bewust of onbewust niet genoemd. De meest bevlogen docenten van hun tijd die aan de basis van de bloei stonden waren in de periode 1945-1960: Corrie Hartong, Hans Snoek, Nel Roos, Karel Poons, Max Dooyes, Florrie Rodrigo en de Engelse Valerie Adams.
In de traditie van het Nationale Ballet wil ik nog een leemte in het bewustzijn aanstippen, namelijk de dansers die zich na hun carrire bij Het Nationale Ballet internationaal hebben geprofileerd en die door hun succes ook HNB hebben gepromoot. Dat zijn o.a. Billy Wilson -eerste solist- die zich in de 70-er en 80-er jaren tot een succesvol Broadway choreograaf ontwikkelde; Sylvester Cambell (de black Nureyev) -eerste solist-, gastsolist bij Bjart , The Royal Winnipeg Ballet van Arnold Spohr en later een bevlogen docent in Boston; Peter Appel -eerste solist-, succesvol balletmeester bij o.a het Zurich Ballet van Heinz Spoerli en het Hamburg Ballet, en Benjamin Feliksdal -eerste solist-, succesvol Nederlands balletdocent en danspionier op het gebied van moderne jazzdans en tapdans in Nederland, Europa en de voormalige Oostblok landen.

Pioniers als Gaskell, Adret, ter Weeme en Snoek,waren altijd genteresseerd en op zoek naar Nederlandse danstalenten.Hun gezelschappen in 1945-1960 bestonden voor 85% procent uit Nederlandse dansers. Bij Het Nationale Ballet staan nu bij uitzondering nog acht Nederlandse dansers op het tableau. Op een totaal van tachtig dansers. Bij de andere Nederlandse dansgezelschappen is dit percentage vrijwel nihil.
Communicatie en educatie worden steeds belangrijker opteert Brandsen!

Het faillissement van de Nederlandse balletopleidingen lijkt een feit. Een situatie die er inmiddels toe heeft geleid dat er binnen de Nederlandse dansgezelschappen met Het Nationale Ballet voorop nog maar een klein aantal Nederlandse dansers in de topposities meedansen. Verantwoordelijke opleiders, artistiek leiders en docenten hebben de laatste 6 8 jaar geen enkele Nederlandse topdanser gepresenteerd. Ook niet op gerenommeerde buitenlandse balletcompetities.
Brandsen vindt ook dat de term "traditie" geen scheldwoord zou moeten zijn.
Naar mijn mening zou Brandsen binnen Het Nationale Ballet zelf de term "traditie" inhoud moeten geven. Het Nederlandse danspubliek lijkt vervreemd geraakt van de traditie van Het Nationale Ballet. Vooral als je bedenkt dat 90% van het tableau van HNB uit buitenlanders bestaat. Als je aan willekeurige Nederlanders vraagt noem eens een paar hedendaagse stersolisten van HNB, dan blijft het antwoord uit. Solisten van HNB zijn relatief onzichtbaar! Ondanks het feit dat is opgetekend in voorgaande beleidsstukken van HNB dat solisten eigenlijk meer media aandacht moeten krijgen. Dat betekent promotie van aansprekende solisten op affiches en in advertenties om aansluiting te genereren bij een genteresseerd publiek. Een publiek dat zich wil identificeren met de vertolkers.
Kennis van het verleden is noodzakelijk om je eigen plaats te bepalen, stelt Brandsen. Een symbiose van verleden, heden en toekomst zou de term "traditie" van inhoud kunnen voorzien. Een groot publiek komt inderdaad voor de klassiekers. Een deel van dat publiek is ook genteresseerd in nieuwe spannende interpretaties van de bekende klassiekers. HNB zou hier haar voordeel mee kunnen doen.

Het is nodig om meer jong talent van eigen bodem te kweken, aldus Brandsen. De aansluitingsproblematiek tussen dansopleiding en danspraktijk is na meer dan 30 jaar nog steeds actueel en niet opgelost. De stelling van Brandsen geeft te denken en wordt de laatste 30 jaar steeds opnieuw van stal gehaald, zonder dat er over de hele linie binnen het dansonderwijs orde op zaken wordt gesteld. Van danspedagogen, opleiders, balletmeesters en danscoaches mag men toch tenminste verwachten dat er een duidelijke visie is geformuleerd om binnen de academies goed te kunnen functioneren.

Benjamin Feliksdal

Benjamin Feliksdal
Voormalig solist Het Nationale Ballet


Deel: ' The Dutch don't Dance - Kanttekeningen bij de Ine Rietstap lezing 2010 '




Lees ook