Universiteit Maastricht


_________________________________________________________________

Persbericht 27 mei 1999 _________________________________________________________________

Hoogleraar Internationaal Recht ontvangt hoge onderscheiding

Theo van Boven Commandeur in de Orde van Oranje Nassau

Prof. mr. Th. C. van Boven, sinds 1982 hoogleraar Internationaal Recht bij de Universiteit Maastricht (UM), is ter gelegenheid van zijn 65-ste verjaardag door de Maastrichtse burgemeester P. Houben in het bestuursgebouw van de UM benoemt tot Commandeur in de Orde van Oranje Nassau. Theo van Boven (26 mei 1934) ontvangt deze hoge onderscheiding vanwege zijn alom gewaardeerde integriteit en deskundigheid op het brede terrein van de rechten van de mens. Bij de benoeming werden de prestaties en activiteiten van Van Boven getypeerd als prestaties met een bijzondere waarde voor de samenleving en activiteiten met een hoge maatschappelijke betekenis en internationale uitstraling. Theo van Boven heeft zijn professionele en persoonlijke leven volledig in dienst gesteld van het opbouwen en versterken van een internationaal systeem van bescherming en bevordering van de rechten van de mens, in het bijzonder binnen het brede kader van de Verenigde Naties. Zijn aandacht is steeds sterk uitgegaan naar de vele niet –gouvernementele organisaties die op het gebied van de rechten van de mens actief zijn. Het is om die reden dat de Maastrichtse hoogleraar internationaal bekend stond en staat als ‘Mr. Human Rights’.

Functies

Als ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken (1960-1977) is Van Boven nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens en verschillende andere internationale mensenrechtenverdragen. Deze functie combineerde hij (1967-1977) met een lectorschap mensenrechten aan de Universiteit van Amsterdam. Het thema mensenrechten staat ook centraal bij Van Boven’s activiteiten na 1977. Zo is hij vijf jaar lang directeur van de VN-afdeling van de Rechten van de Mens. Na 1982 combineert hij zijn hoogleraarschap in Maastricht onder andere met het lidmaatschap van het Uitvoerend Comité van de International Commission of Jurists (Genève) en van de International Movement Against All Forms of Discrimination and Racism (Tokyo). Daarnaast is hij lid/voorzitter van de adviesraden van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, de International Service for Human Rights en de International Human Rights Law Group.
Gedurende twee perioden (1975-1976 en 1986-1991) is hij lid van de VN Sub-commissie inzake de Voorkoming van Discriminatie en Bescherming van Minderheden. Onder andere was hij belast met het rapporteurschap inzake het recht op compensatie voor slachtoffers van grove mensenrechtschendingen. De rapporten van zijn hand zijn van baanbrekende betekenis in de verdere ontwikkeling van het internationale recht op het terrein van de rechten van de mens. Noemenswaardig zijn verder zijn lidmaatschap van het VN-Comité inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Rassendiscriminatie (CERD) en van een onder de Internationale Arbeidsorganisatie ingestelde en uit drie personen bestaande deskundigengroep, die toezag op de naleving van de sancties tegen het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime (1990-1993). Als griffier speelde Van Boven een centrale rol bij de vormgeving en het op gang brengen van het Internationale Straftribunaal voor Voormalig Joegoslavië.

Ondercheidingen

Voor zijn wetenschappelijke en maatschappelijke activiteiten ontving de hoogleraar Internationaal Recht verschillende eredoctoraten(La Louvain-La Neuve, 1982; Rotterdam, 1988; Buffalo, 1991) en prijzen. De prijzen betroffen de Louise Weiss-prijs (Straatsburg,1982), de Right Livelihood Honorary Award (Stockholm, 1985) en de mensenrechtenprijs van de International Service for Human Rights (Genève, 1996).

Deel: ' Theo van Boven Commandeur in de Orde van Oranje Nassau '




Lees ook