Ministerie van Financien

Titel: Tijdelijke regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland

DIRECTIE ALGEMENE FISCALE POLITIEK

Aan:

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

AFP99/30 M

26 januari 1999

Onderwerp

Tijdelijke regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland

Op 20 januari heeft de Europese Commissie een voorlopige beslissing genomen inzake de tijdelijke regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland (kopie bijgevoegd). Uitgaande van het bijgevoegde persbericht sluit deze beslissing aan bij de eerder door de Europese Commissie geuite bezwaren.

Bijgaand treft u kopieën aan van de brieven aan de desbetreffende pomphouders, alsmede aan Beta, BOVAG, OCC en NOVE, waarin van de beslissing van de Europese Commissie melding wordt gemaakt. Ik zal u van verdere ontwikkelingen op de hoogte houden.

De Minister van Financiën,

DIRECTIE ALGEMENE FISCALE POLITIEK

Aan:

Beta, BOVAG, OCC en NOVE

p/a prof. Dr. H.A. Kogels

Postbus 162

2501 AN DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

26 januari 1999

Onderwerp

Tijdelijke regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland

Geachte heer Kogels,

De Europese Commissie heeft de Nederlandse regering gelast informatie te verstrekken over de subsidieverlening in het kader van de Tijdelijke regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland. Blijkens het persbericht van de Europese Commissie verlangt de Europese Commissie gegevens omtrent wie de eigenaar is van het begunstigde tankstation. Voorts verlangt de Europese Commissie informatie over systemen van prijsbeheer die bepaalde oliemaatschappijen volgens de Commissie naar verluidt toepassen in hun contracten met pomphouders ter beperking van het risico van deze pomphouders, waardoor ook het effect wordt beperkt van de heffing, waarvoor de steunregeling compensatie moet verlenen.

Op basis van de vragen die de Europese Commissie heeft gesteld bij het inleiden van de procedure van artikel 93, lid 2 van het EG-Verdrag om de verenigbaarheid van de voorgenomen steun met de gemeenschappelijke markt te onderzoeken (mededeling van de Europese Commissie C-43/98 (ex N 558/97), Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 7 oktober 1998, C-307/10 - C-307/12), moet worden aangenomen dat de Europese Commissie mede wenst te ontvangen:

1. een lijst van de eigenaars van de betrokken tankstations, de verdeling van de betrokken benzinestations over de drie categorieën en bijgewerkte informatie over de marktaandelen van de betrokken naar eigenaar uitgesplitste tankstations;

2. vergelijkbare gegevens over de eigendomsstructuur van de tankstations in geheel Nederland en in het gebied waar de steun is voorgenomen. Indien de algemene eigendomsstructuur van Nederland niet voor dit gebied geldt, dient uiteen gezet te worden waarom; en

3. afschriften van alle gecombineerde exclusieve afname- en huurovereenkomsten per oliemaatschappij om de handelingsvrijheid en het zakelijke risico van de onafhankelijke exploitanten te kunnen beoordelen.

Bijgevoegd treft u een kopie aan van een aan alle subsidieaanvragers verzonden brief betreffende deze kwestie.

Bij dezen geef ik ook u ernstig in overweging alle u beschikbare informatie te verstrekken die van belang kan zijn voor de beantwoording van de vragen zoals die door de Europese Commissie aan de Nederlandse regering zijn gesteld. Uw informatie kunt u zenden aan het ministerie van Financiën, directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, Postbus 20 201, 2500 EE, Den Haag, onder vermelding van Gegevens ten behoeve van de de-minimis regeling.

De gevraagde gegevens dienen uiterlijk 29 januari 1999 in ons bezit te zijn. Indien de vragen van de Europese Commissie niet tijdig worden beantwoord kan dit betekenen dat de Europese Commissie de reeds toegekende subsidiebedragen als onwettig zal aanmerken en kan de Nederlandse regering worden verplicht die subsidiebedragen bij de subsidieaanvragers terug te vorderen. Gelet op het vorenstaande wijs ik er nadrukkelijk op dat het eindoordeel van de Europese Commissie thans in hoge mate afhankelijk is van alle betrokkenen bij de gevraagde informatie, nu de Nederlandse regering op hun medewerking is aangewezen om aan het verzoek van de Europese Commissie te kunnen voldoen.

De Minister van Financiën,

DIRECTIE WETGEVING VERBRUIKSBELASTINGEN

Aan:

Subsidieaanvrager

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

26 januari 1999

Onderwerp

Tijdelijke regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland

Geachte ..........................,

De Europese Commissie heeft de Nederlandse regering gelast informatie te verstrekken over de subsidieverlening in het kader van de Tijdelijke regeling subsidie tankstations grensstreek Duitsland. Blijkens het persbericht van de Europese Commissie verlangt de Europese Commissie gegevens omtrent wie de eigenaar is van het begunstigde tankstation, alsmede informatie over systemen van prijsbeheer die bepaalde oliemaatschappijen volgens de Commissie naar verluidt toepassen in hun contracten met pomphouders ter beperking van het risico van deze pomphouders, waardoor ook het effect wordt beperkt van de heffing, waarvoor de steunregeling compensatie moet verlenen. Op basis van de vragen die de Europese Commissie heeft gesteld bij het inleiden van de procedure van artikel 93, lid 2 van het EG-Verdrag om de verenigbaarheid van de voorgenomen steun met de gemeenschappelijke markt te onderzoeken (mededeling van de Europese Commissie C-43/98 (ex N 558/97), Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 7 oktober 1998, C-307/10 - C-307/12), als bijlage bijgevoegd, moet worden aangenomen dat de Europese Commissie mede afschriften wenst te ontvangen van alle gecombineerde exclusieve afname- en huurovereenkomsten per oliemaatschappij om de handelingsvrijheid en het zakelijke risico van de onafhankelijke exploitanten te kunnen beoordelen.

Aangezien de desbetreffende gegevens slechts bekend zijn bij betrokkenen geef ik u ernstig in overweging alle informatie te verstrekken die, met betrekking tot het tankstation waarvoor u subsidie ontvangt, van belang kan zijn voor de beantwoording van de vragen zoals die door de Europese Commissie aan de Nederlandse regering zijn gesteld. Uw informatie kunt u zenden aan Senter, Postbus 10073, 8000 GB Zwolle, onder uitdrukkelijke vermelding van Gegevens ten behoeve van de de-minimis regeling.

De gevraagde gegevens dienen uiterlijk 29 januari 1999 in ons bezit te zijn. Indien de vragen van de Europese Commissie niet tijdig worden beantwoord kan dit betekenen dat de Europese Commissie de reeds toegekende subsidiebedragen als onwettig zal aanmerken en kan de Nederlandse regering worden verplicht die subsidiebedragen bij de subsidieaanvragers terug te vorderen. Gelet op het vorenstaande wijs ik er nadrukkelijk op dat het eindoordeel van de Europese Commissie thans in hoge mate afhankelijk is van alle subsidieaanvragers, nu de Nederlandse regering op hun medewerking is aangewezen om aan het verzoek van de Europese Commissie te voldoen.

De Minister van Financiën,

namens deze,

Senter

Deel: ' Tijdelijke regeling subsidie tankstations Duitsland '




Lees ook