Gemeente Tilburg


6-7-99

Belangrijke conclusie Rekeningcommissie:
werkgelegenheidsbeleid heeft succes

Onderzoek naar effectiviteit subsidies 1996-1997

Mensen die deelnemen aan werkgelegenheidsprojecten raken aanzienlijk vaker uit de uitkering dan mensen die niet meedoen. Het werkgelegenheidsbeleid heeft succes bij alle doelgroepen met uitzondering van zogenaamde fase 1 klanten en jongeren. Dit is de meest belangrijke constatering uit het rapport van de Rekeningcommissie over het onderzoek naar de effectiviteit van werkgelegenheidssubsidies binnen de gemeente Tilburg in de jaren 1996 en 1997. In een reactie geeft het college van b&w aan verheugd te zijn met deze constatering. Volgens het college is de waarde van het rapport met name gelegen in het feit dat het onderzoek een 'zachte' en een 'harde' kant heeft. Zowel de beleving van betrokken burgers als de objectief meetbare resultaten komen aan de orde. Dat geeft het rapport een extra dimensie.
Tegelijkertijd doet het college concrete voorstellen op basis van de 13 aanbevelingen van de Rekeningcommissie. Het rapport en de reactie van het college daarop, worden op 30 augustus in de gemeenteraad behandeld. Het college zal de raadscommissie Sociale Zaken, Arbeidsmarkt- en Minderhedenbeleid informeren over de resultaten van de voorstellen tot verbetering.

Verbeteringen op korte en middellange termijn

De aanbevelingen van de commissie zijn in de reactie van het college in vier clusters ondergebracht: doelgroep, instrumentarium, organisatie en informatie.

Doelgroep: Het college is met de Rekeningcommissie van mening dat het gemeentelijk arbeidsmarktinstrumentarium dáár ingezet moet worden, waar dat het meest nodig is. Moeilijk plaatsbare klanten moeten meer dan in het verleden, bereikt worden. Dat betekent dat uitvoerende partijen meer aandacht moeten schenken aan de persoonlijke situatie van klanten. Ook stelt het college voor het totale arbeidsmarktbeleid voor etnische minderheden en ouderen een evenredigheids-doelstelling op te leggen. Fase 1 klanten hebben geen of een kleine afstand tot de arbeidsmarkt en zouden in staat moeten zijn deze op eigen kracht te betreden.
Voor jongeren die meer dan 1 jaar werkloos zijn geldt de wettelijke plicht hen een baan of opleiding aan te bieden.

Instrumentarium: In 1999 wordt het bestand van moeilijk plaatsbare klanten geanalyseerd. Op basis hiervan zal de sector Werk en Scholing beter dan voorheen in staat zijn instrumenten voor deze doelgroep te (doen) ontwikkelen en te laten uitvoeren. In 2000 moet het resultaat hiervan een belangrijke input leveren voor het toekomstige beleid.

Organisatie: Het college deelt de mening van de Rekeningcommissie dat in het proces c.q. de organisatie van activeringstrajecten het nodige verbeterd kan worden. Het meest in het oog springend daarbij is de rol van de twee betrokken gemeentelijke sectoren: Sociale Zaken en Werk en Scholing.
Op klantniveau krijgt de sector Sociale Zaken de rol van casemanager door zorg te dragen voor een adequate trajectbewaking. De sector Werk en Scholing moet naar de diverse betrokken en uitvoerende partijen meer sturing te geven en toezicht houden.

Informatie: Ook is het college het eens met de aanbeveling zowel op het terrein van de financiële informatie, de trajectinformatie op klant- en projectniveau en op het terrein van kennisoverdracht het nodige te verbeteren. Dit jaar wordt een begin gemaakt met het verkrijgen van structureel inzicht in de verhouding kosten-baten. Ook worden plannen opgesteld voor een geautomatiseerde projectadministratie en een cliëntvolgregistratiesysteem en wordt bekeken hoe vorm gegeven kan worden aan de nodige wederzijdse informatieverstrekking.

Deel: ' Tilburg Onderzoek naar effectiviteit subsidies 1996-1997 '




Lees ook