Ministerie van Financien

Titel: BTW op water _________________________________________________________________

_________________________________________________________________

Onderwerp

BTW-tarieftoepassing ten aanzien van water

Hierbij verzoek ik u onderstaande tekst inzake bovenvermeld onderwerp in het Infobulletin te publiceren. De tekst luidt als volgt:

1. De paragrafen 1 en 2 van de in het Voorschrift Tabel I opgenomen toelichting op post a 1 (voedingsmiddelen) en van de toelichting op post a 28 (water) zijn met ingang van 1 januari 1999 als volgt gewijzigd (de gewijzigde passages zijn aangegeven door middel van een verticale streep in de marge):

POST A 1

§ 1. Inhoud van de post

De tekst van post a 1 luidt:

voedingsmiddelen, te weten: eet- en drinkwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie; produkten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan; produkten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op dan wel ter vervanging van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren;

met dien verstande dat tot de voedingsmiddelen niet worden gerekend alcoholhoudende dranken en ander water dan mineraal water in de zin van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten.

§ 2. Voedingsmiddelen

De meeste voedingsmiddelen kunnen worden gerangschikt onder post a 1, onderdeel a (eet- en drinkwaren). De onderdelen b en c van de post, te weten produkten voor de bereiding van de eet- en drinkwaren onderscheidenlijk produkten die dienen als aanvulling op of ter vervanging daarvan, zijn opgenomen om te bereiken dat deze produkten, voor zover zij niet rechtstreeks zouden kunnen worden aangemerkt als eet- en drinkwaar, ook vallen onder het begrip voedingsmiddel.

Voor de tariefindeling is de vorm waarin voedingsmiddelen zich bevinden niet van belang; zowel de verse, de bereide als de verduurzaamde voedingsmiddelen vallen onder de in post a 1 opgenomen omschrijving.

Tot de voedingsmiddelen worden niet gerekend de alcoholhoudende dranken. Met de term "dranken wordt gedoeld op produkten die naar maatschappelijke opvatting als zodanig worden aangemerkt. In verband hiermee vallen onder het begrip alcoholhoudende dranken ook samengestelde alcoholhoudende stoffen zoals advocaat, boerenjongens en boerenmeisjes. Eetwaren die alcoholhoudende stoffen bevatten (zoals bonbons) vallen niet onder het begrip alcoholhoudende dranken, maar onder het begrip voedingsmiddel.

Water, waaronder begrepen het via het openbare leidingnet geleverde water, wordt niet als voedingsmiddel aangemerkt.

Mineraalwater in de zin van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten valt wel onder de tabelpost. Onder mineraalwater wordt in dit verband verstaan:

a. natuurlijk en kunstmatig mineraalwater;

b. spuitwater;

c. water dat kennelijk is bestemd voor inwendig gebruik door de mens, in kleinhandelsver-pakking of in een verpakking die is bestemd voor afnemers die daaruit water voor gebruik ter plaatse afleveren.

POST A 28

1. Inhoud van de post

De tekst van post a 28 luidt:

Water, voor zover de vergoeding niet meer bedraagt dan / 60 per aansluiting per kalenderjaar. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van deze post;

2. Algemeen

Met water wordt gedoeld op het via het openbare leidingnet geleverde drinkwater.

Los van de toepassing van post a 1 (mineraalwater, zie § 2 van de toelichting bij post a 1), zijn gedistilleerd en gedemineraliseerd water aan het algemene tarief onderworpen. Hetzelfde geldt voor ontijzerd en onthard water. IJs en stoom kunnen evenmin onder de post worden ingedeeld.

Zeewater, rivierwater en regenwater - al dan niet bestemd voor wetenschappelijke doeleinden - vallen niet onder de post. Ander water (ook wel aangeduid als B-water, grijs water of huishoud/industrie/landbouwwater) , d.w.z. in mindere mate gezuiverde oppervlaktewater dat niet voor menselijke consumptie geschikt is maar wel bruikbaar is voor niet-consumptieve doeleinden (bijv. voor spoelwerkzaamheden en beregening van gewassen), kan evenmin onder de post worden gerangschikt.

Het via het openbare leidingnet geleverde water is alleen aan het verlaagde tarief onderworpen voor zover de vergoeding per aansluiting per kalenderjaar niet hoger is dan f 60. Voorzover de vergoeding voor de levering van water per aansluiting in het kalenderjaar hoger is dan f 60, geldt het algemene tarief.

Onder vergoeding wordt verstaan het bedrag dat aan een afnemer voor de levering van water in rekening wordt gebracht door het waterleiding- of energiebedrijf, de woningbouwvereniging, de beheerder van een flatgebouw etc. Het zgn. vastrecht behoort tot de vergoeding. Afnemer kunnen zowel particuliere huishoudens als bedrijfshuishoudens zijn.

§ 3. Aansluiting; toepassing f 60-grens

Met de term aansluiting wordt gedoeld op de aansluiting op het openbare leidingnet waarvoor het betrokken huishouden een eindafrekening krijgt. Doorgaans beschikt ieder individueel huishouden over een eigen watermeter, waarmee wordt gemeten hoeveel water het individuele huishouden afneemt via het openbare leidingnet. Het naar het verlaagde tarief belaste deel van de vergoeding voor de levering van water (per aansluiting per kalenderjaar f 60) wordt ingevolge artikel 33b, eerste lid, van de Uitvoeringsbeschikking via de jaarlijkse eindafrekening verrekend. De waterleiding- of energiebedrijven kunnen uiteraard bij het vaststellen van de periodiek aan de huishoudens in rekening te brengen voorschotten - doorgaans vindt deze vaststelling bij de eindafrekening plaats - ook al rekening houden met de f 60-grens.

Het is mogelijk dat meerdere huishoudens van één centrale aansluiting in één gebouw gebruik maken. Dit is bijv. het geval bij bewoners van een appartementengebouw of een gebouw met individuele bejaardenwoningen en daarnaast nog zgn. aanleunwoningen. Wanneer het waterleiding- of energiebedrijf voor alle individuele huishoudens in een dergelijk gebouw een eindafrekening opmaakt voor het individuele waterverbruik, kan het bedrijf bij het opstellen van de jaarlijkse eindafrekening eveneens de f 60-grens per individualiseerbaar huishouden toepassen. Als de beherende instantie van dat gebouw als centrale afnemer van het water zelf aan alle individuele huishoudens afzonderlijk een bedrag in rekening brengt voor het individuele waterverbruik, dient het waterleiding- of energiebedrijf ingevolge artikel 33b, tweede lid, van de Uitvoeringsbeschikking bij de eindafrekening de f 60-grens per individualiseerbaar huishouden toe te passen. Voor zover het waterleiding- of energiebedrijf niet beschikt over nadere gegevens ten aanzien van het aantal individuele huishoudens, kan het bedrijf voor de toepassing van de f 60-grens uitgaan van de opgave die zij ter zake ontvangt van de beheerder van vorenbedoeld gebouw.

Het is voorts mogelijk dat een onsplitsbare groep van afnemers gebruik maakt van één aansluiting. Met onsplitsbare groep afnemers wordt gedoeld op afnemers bij wie het individuele waterverbruik niet wordt gemeten. Te denken valt aan bijv. personen die bij particulieren of pensions een kamer huren, studenten die zijn gehuisvest in studentenhuizen met een gemeenschappelijke keuken en badgelegenheid en aan in ziekenhuizen en andere verplegings- en verzorgingsinstellingen opgenomen patiënten, gehandicapten en bejaarden. Alsdan dient de f 60-grens per aansluiting te worden toegepast.

Als een huishouden meerdere eindafrekeningen ontvangt voor het door haar afgenomen water, mag de f 60-grens voor elke eindafrekening afzonderlijk worden toegepast. Dit is het geval als een huishouden over meerdere aansluitingen beschikt. Deze situatie doet zich onder meer voor bij een woon/winkelpand of een landbouwbedrijf met zowel een aansluiting voor het woon-gedeelte als voor het bedrijfsgedeelte. Wanneer een huishouden over meerdere aansluitingen beschikt, maar daarvoor slechts één eindafrekening ontvangt, zoals bij woningen die op de stadsverwarming zijn aangesloten en die beschikken over zowel een aansluiting voor de levering van koud water als voor de levering van warm water, dient de f 60-grens éénmaal te worden toegepast.

Biij aansluitingen op een bosperceel, een weide of bij een spoorwegovergang, kan de f 60-grens afzonderlijk worden toegepast.

Tijdelijke aansluitingen, zoals bouwaansluitingen die worden aangelegd in woningen die in aanbouw zijn en aansluitingen voor kermissen en andere evenementen, zijn niet aan te merken als aansluitingen in de zin van de post. Het via deze aansluitingen geleverde water is aan het algemene tarief onderworpen.

Waterleiding- en energiebedrijven voor wie het in administratief opzicht niet mogelijk is de f 60-grens vanaf het begin van het kalenderjaar te verrekenen, behoeven op grond van artikel 33b, derde lid, van de Uitvoeringsbeschikking bij eindafrekeningen die vóór 1 juli 1999 worden opgesteld, geen rekening te houden met de toepassing van de f 60-grens. Deze bedrijven mogen voor de levering van water in eerste instantie voor het geheel het algemene tarief toepassen, onder voorwaarde dat zij hun afnemers voor het einde van het kalenderjaar compenseren voor de f 60-grens. De desbetreffende bedrijven kunnen de in eerste instantie te veel afgedragen belasting verrekenen met de later in het kalenderjaar gedane aangiften.

In de praktijk komt het voor dat een eindafrekening in verband met een verhuizing wordt vastgesteld, vóórdat de verhuizende afnemer de jaarlijkse eindafrekening heeft ontvangen. De desbetreffende eindafrekening heeft alsdan betrekking op een periode korter dan een jaar. De f 60-grens dient bij een dergelijke eindafrekening ingevolge de tweede volzin van artikel 33b, eerste lid, van de Uitvoeringsbeschikking afzonderlijk te worden toegepast. Voor de nieuwe afnemer, d.w.z. degene die na het vertrek van de verhuizende afnemer zijn intrek neemt in het pand, is de f 60-grens opnieuw van toepassing. Hetzelfde geldt voor de verhuizende afnemer bij zijn nieuwe aansluiting op zijn nieuwe adres.

§ 4. Bijkomende verrichtingen

De verrichtingen die rechtstreeks verband houden met de levering van water vallen onder het algemene tarief. Het betreft o.m. de volgende vergoedingen/kosten: * de meterhuur voor het (ver)plaatsen, onderhouden en herstellen van watermeters; * de onder de benaming leidinghuur, onderhoud dienstleiding, aansluitkosten en dergelijke aan de afnemers berekende kosten van aanleg/aansluiting/onderhoud van een dienstleiding; * de vergoeding voor het aansluiten van een woonhuis op het openbare leidingnet; * de vergoeding voor het aanleggen van een tijdelijke aansluiting; * de vergoeding voor het plaatsen of verhuren alsook het onderhouden en herstellen van als dienstleidingen fungerende brand- en bouwleidingen, alsmede de vergoeding voor het beschikbaar houden van brandbluscapaciteit; * de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van standpijpen; * de vergoeding voor het inspecteren van binnenhuisaansluitingen en het controleren van watermeetinrichtingen; * de vergoeding voor het sluiten en openen van een dienstkraan bij de aanvang of het einde van de levering van water; * de transport- en arbeidskosten ter zake van de levering van water aan schepen, land- en tuinbouwbedrijven, of ter zake van tijdelijke aansluitingen; * de vergoedingen voldaan om de afsluiting van de watertoevoer wegens wanbetaling te voorkomen.

Het algemene tarief geldt eveneens voor:

* het plaatsen, onderhouden en beproeven van brandkranen; * het aansluiten van een binnenleiding op een brandleiding; * het beproeven van tanks en meetinstrumenten; * het verrichten van laboratoriumwerkzaamheden.

De Infobulletinpublicatie nr. 97/627 verliest met ingang van 1 januari 1999 haar belang.

Zoals hiervoor aangegeven, zijn de tabelposten a 1 en a 28 met ingang van 1 januari 1999 gewijzigd. Bij de in 1999 opgemaakte eindafrekeningen voor het waterverbruik zal een splitsing moeten worden aangebracht tussen het waterverbruik in 1998 (het verlaagde tarief) en het waterverbruik in 1999 (tot f 60 per aansluiting het verlaagde tarief, daarna het algemene tarief). Bij de in 1999 opgemaakte eindafrekeningen kan voor de splitsing tussen het waterverbruik in 1998 en het waterverbruik in 1999 de door de waterleidingbedrijven gevolgde tijdsevenredigheidsrekening (in maanden) worden aangehouden.

De classificatie luidt als volgt:

Soort belasting: Omzetbelasting

Wetsartikel : Tabel I, posten a 1 en a 28

Trefwoord : Water

DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN,

namens deze,

DE PLV. DIRECTEUR-GENERAAL DER BELASTINGEN,

Mw. mr. J. Thunnissen.

Deel: ' Toepassing van het BTW tarief op water '




Lees ook