Partij van de Arbeid


TOESPRAAK VAN JUDITH BELINFANTE (LID VAN DE TWEEDE KAMER VOOR DE PVDA), UITGESPROKEN TIJDENS HET 40-JARIG BESTAAN VAN AKTION SUHNEZEICHEN FRIEDENSDIENSTE OP 8 OKTOBER 1999

Van verzoening vanuit het Nazi-verleden, naar een sociale taakplicht in de toekomst, 40 jaar Aktion Suhnezeichen Friedensdienste in België en Nederland

In het Dagblad Trouw van woensdag stond een groot stuk over een jeugdgevangenis in Rwanda waar jongens in zijn opgesloten die in de oorlog tussen de Tutsi's en Hutu's mensen hebben vermoord, kinderen hebben doodgeslagen. Zij leren de gevolgen in te zien van hun daden, zij verzoenen zich en hopen vrij in vrede verder te mogen leven. In Zuid Afrika heeft het Truth and Reconciliation Comitee door wonden te erkennen wonden leefbaar gemaakt, geheeld ook in een uiteindelijke verzoening over het verleden. De toekomst is daarmee nog niet van gewelddadigheid armoede en twisten gevrijwaard, maar het verleden is bespreekbaar geworden. Aktion Suhnezeichen Friedensdienste (ASF) was in 1958 als op verzoening gerichte vrijwilligersorganisatie in de landen waar het nazi-regime zijn wonden geslagen had, zijn tijd ver vooruit. Maar kan ASF zijn tijd vooruit blijven?

Op deze plaats hoef ik niet uit te leggen hoe ASF werkt. Jonge mensen zijn bereid anderhalf jaar als vrijwilliger te werken, op gedenkplaatsen, in drugsopvang, in een zeemanshuis. En zolang de dienstplicht nog bestaat is dat voor jongens een door de Duitse overheid toegestane vervanging. Zij werken voor de verdrukten van nu en voor de herinnering aan toen. Herinnering als een baken voor het weten dat onze samenleving vrij wil blijven van dictaturen, weten dat onze samenleving democratisch is en moet blijven, dat onze maatschappij een werkelijk samen leven moet zijn. Vrijwillig werken is daarvoor zowel een symbool als een werkelijkheid die een leven lang zijn betekenis houdt. Want jonge mensen die niet bang zijn om de harde kanten van onze samenleving te zien en bereid zijn die confrontatie aan te gaan, die leren niet alleen wat solidariteit betekent maar leren ook de relativiteit inzien van de materiële successen van onze technologisch kennismaatschappij. Een maatschappij waarvan sociologen nu al zeggen dat maar een beperkt aantal mensen werkelijk mee zal kunnen doen, ongeveer 10%, dat 30% ondersteunende diensten zal kunnen verlenen en dat de rest niet zal kunnen delen in de vooruitgang die de virtuele wereld geven kan. En dan hebben we het voorlopig alleen over die delen van de wereld die zich de luxe van een internetaansluiting kunnen veroorloven. Er waren mensen, er zijn mensen en er zullen mensen blijven die niet in de luxe en vooruitgang kunnen delen. En zo ontstaat de economische tweedeling.

Kan ASF zijn tijd vooruit blijven?
Omdat er altijd mensen zijn die hulp nodig hebben, omdat er altijd conflicthaarden blijven, omdat wij mensen nooit volmaakt zullen worden, alleen al daarom zal ASF zijn tijd vooruit blijven. Want in ons economisch bepaalde leven zijn er geen vrijwilligers genoeg, geen helpende handen, geen huiskamerprojecten voor kinderen van werkende moeders, geen extra kopje thee en een praatje om de eenzaamheid van een leeg huis te verdrijven. Wie dat niet in eigen kring ervaart, wie niet zelf besluit de handen uit de mouwen te steken als dat nodig is, die zal zijn eigen samenleving maar ten dele kennen. En zo ontstaat de sociale tweedeling in de maatschappij.

Wij weten dat het aantal vrijwilligers daalt omdat nu vrouwen en mannen werken en hun tijd verdelen moeten tussen arbeid en zorg. Maar zou het bij een voortschrijdende economische en sociale tweedeling eigelijk niet goed zijn als meer mensen de andere kanten van de samenleving leren kennen? Werken in een sociale instelling kan je leren dat er meer is dan geld, dat zorg, en aandacht, onmisbaar zijn voor een inclusieve veilige samenleving. Een samenleving waarin voor iedereen plaats is.

Behalve de oorlog in Kosovo heeft Europa geen oorlog meer gekend sinds 1945. De op defensie gericht legers worden meer en meer legers voor vredeshandhaving, beroepslegers met mannen en vrouwen. In Nederland is de dienstplicht afgeschaft, de vervangende dienstplicht bestaat niet meer. En ik wil de dienstplicht niet romantiseren, noch de organisatorische problemen onderschatten, maar een vorm van sociale taakplicht voor mannen en vrouwen gedurende een beperkte tijd zou kunnen bijdragen aan het tegen gaan van de sociale tweedeling, aan tot stand brengen van sociale cohesie in de samenleving, aan waardering voor beroepen die nu te weinig status hebben maar waarzonder onze samenleving niet kan zoals bijvoorbeeld ouderenverzorgsters, verpleegkundigen, politie, leerkrachten, sociaal werkers. Zij vervangen voor een deel het gezin en de familie, in taken die wij ooit thuis konden volbrengen maar die we uit handen hebben gegeven.

Een sociale taakplicht kan op dit moment niet door de overheid opgelegd worden, noch door de overheid worden georganiseerd. Het kan alleen organisch functioneren binnen bestaande vrijwilligersorganisaties met hulp van instellingen en bedrijven die vrijwilligers een plek willen bieden, in de volle maatschappelijke breedte. Van ASF tot het trainen van de Fjes bij het voetballen, wijk- en buurt werk, sociale instellingen, zoals ook John Kennedy jr deed in New York. en een groep Turkse studenten in Leiden. In plaats van een van overheidswege opgelegde verplichting, zou het vervuld hebben van maatschappelijk vrijwilligerswerk voor werkgevers en bedrijfsleven een belangrijke punt moeten zijn bij het aannemen van nieuwe mensen. Want een samenleving bestaat uit mensen, overal en op alle niveaus.

Een sociale taakplicht kan ook internationaal vervuld worden. Het ideaal van President Kennedy was een internationaal peace corps van jonge mensen die in ontwikkelingslanden zouden helpen. Ook dat waren vrijwilligers. Onze opvattingen over hoe ontwikkelingslanden zich kunnen ontplooien en hoe wij daaraan bij kunnen dragen, zijn sinds de jaren zestig veranderd. Maar werken in een ontwikkelingsland heeft dezelfde vormende waarde, als het meewerken op sociaal gebied in eigen land. Wie ontwikkelingslanden kent, weet hoe rijk en bevoorrecht wij zijn in het geïndustrialiseerde deel van de wereld. Die zal begrijpen dat hoe onneembaar het ook is, veel mensen het fort Europa willen veroveren om mee te kunnen delen in onze welvaart. Maar moeten wij wachten tot zij hier, vaak illegaal, naar toe gesmokkeld worden? Of moeten wij zelf onze welvaart, kennis en expertise inzetten om ook dat deel van de wereld, onze wereld te maken? Ook op Europees niveau zou een vorm van sociale taakplicht ontwikkeld kunnen worden.

Dames en heren, er is nog een lange weg te gaan.
Vrijheid en maatschappelijke gelijkwaardigheid zijn idealen die keer op keer op de werkelijkheid veroverd moeten worden. Een inclusieve samenleving willen realiseren, nationaal en internationaal, is geen gemakkelijke opgave. ASF heeft binnen haar mogelijkheden dat ideaal voor ogen. Het zou een voorbeeld kunnen zijn voor vergelijkbare organisaties in andere landen om, deels, een sociale taakplicht mee vorm te kunnen geven.

ASF blijft zijn tijd vooruit. De organisatie heeft nog een lange toekomst voor zich en ik wens iedereen, beroepskrachten en vrijwilligers, daarbij alle succes.

Deel: ' Toespraak Belinfante Aktion Suhnezeichen Friedensdienste '




Lees ook