Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak Staatssecretaris Gijs de Vries ter gelegenheid van 150 Jaar Stenografische Dienst, Den Haag

14 september 1999
Dames en heren, stenografen en stenogravinnen,
Toen Pa Pinkelman in de politiek ging werd hij terzijde gestaan door een hoofdreferendaris, een referendaris, zeven griffiers, achttien schrijvers eerste klas, tweeëndertig commiezen en ruim zestig typistes om zijn kostbare gedachten bij te houden. Toen Paars II in de politiek ging werden zij terzijde gestaan door een hele stenografische dienst, met een directeur, een plaatsvervangend directeur, vier coördinators, tweeënveertig stenografen, vijf leerling-stenografen, vijf algemene medewerkers, een managementassistenten, een administratief medewerker en drie correctors, allemaal dagelijks in de weer om onze kostbare gedachten bij te houden.
Ja, er is in 150 jaar zeker veel veranderd als het gaat om de werkelijke openbaarheid van de vergaderingen der Staten-Generaal. Ik ga daar geen hele historische verhandeling over houden, dat heeft de eigen historicus van de stenografische dienst, Berry Bonenkamp, al uitputtend gedaan. Maar als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan ik het natuurlijk niet laten om, met gepaste trots, te memoreren dat het een minister van Binnenlandse Zaken was die de grondlegger is van de stenografische dienst. Het was immer Thorbecke die van mening was dat "In de constitutionele Staat, waar het volk geroepen wordt om, door zijn vertegenwoordigers, aan het bestuur des Lands deel te nemen, openbaarheid van de Handelingen der wetgevende vergadering een onmiskenbaar vereiste is". De in de grondwet van 1815 vastgelegde openbaarheid van vergaderingen van de Tweede Kamer zou pas goed tot zijn recht kunnen komen als het verhandelde in de vergaderin-gen snel, volledig en in alle bijzonderheden, in druk zou verschijnen.
Echter, toen hijzelf eenmaal minister van Binnenlandse Zaken was, kreeg hij een andere kijk op de zaak. Door tijdgebrek gedwongen, zag hij geen kans om de verslagen van zijn eigen redevoeringen tijdig, dat wil zeggen binnen een paar dagen, te controleren. Sommige verslagen bleven maanden of zelfs meer dan een jaar liggen! Thorbecke weigerde zijn redevoeringen (over debatten werd nooit gerept) ongecorrigeerd te laten publiceren. Hij verklaarde dat er meer belang bestond bij een nauwkeurige, zij het enigszins vertraagde uitgave, dan snelle uitgave waarvan de juistheid niet vaststaat.
Gelukkig is het nu zeker niet meer zo dat ministers of staatssecretarissen publicatie van het verhandelde tegen kunnen houden. We mogen er wel eerst nog naar kijken. Dat is meestal het werk van ambtenaren, maar ik moet zeggen dat ik vaak zelf het stenogram doorneem. En ik moet zeggen, de kwaliteit is hoog! Toen ik nog Europarlementariër was had ik wel eens wat kritiek op het gebruik van Europese en andere internationale termen in de verslagen. Ik heb daar zelfs ooit wel eens een brief over gestuurd naar de Griffie van de Kamer. Mijn recente ervaringen geven echter alle aanleiding om te spreken met de woorden van het kamerlid Lotsy in 1849: "Ik houd het er voor, dat ik werkelijk gezegd heb wat de snelschrijver mij doet zeggen."
Dat is honderdvijftig jaar geleden en nog steeds is stenografie een ambacht. Er is ooit wel eens geëxperimenteerd met een machine die stenografische aantekeningen in de kamer overbodig zou maken, maar deze toetermachine bleek geen succes. Er wordt nog steeds geschreven, weliswaar sinds enige tijd met de ondersteuning van bandopnamen, maar stenografie is nog steeds mensenwerk. Wat wél verandert is de manier waarop de verslagen de openbaarheid bereiken. Eerst via een bijlage van de Staatscourant, later in de Handelingen - die dikke boeken waar hier kamers mee vol staan -, en nu, sinds twee weken, op het Internet, nog eerder dan in druk. Op het moment dat de stenografische dienst de goedgekeurde verslagen - elektronisch - aan de drukkerij verzendt, verschijnen ze al op het Internet. De producten van de stenografische dienst zijn nu dus sneller, gemakkelijker en breder beschikbaar dan ooit tevoren, én net zo goed en volledig als de papieren versie. Deze vorm van snelle publicatie is heel belangrijk in het streven van het kabinet om overheidsinformatie toegankelijker te maken. Dat is belangrijk omdat burgers de afgelopen decennia steeds zelfbewuster en actiever zijn geworden en vragen om een overheid die daar bij past, een overheid die midden in onze snel veranderende samenleving staat. Burgers spreken de overheid steeds meer aan op zaken als de doelgerichtheid van beleid en uitvoering, op doelmatigheid en afrekenbaarheid. Burgers willen een overheid die betrokken is, transparant, betrouwbaar en aanspreekbaar. Men wil weten wat de overheid doet, wat de overheid voor hen kan doen. Niet alleen tijdens en net na verkiezingen, niet alleen op de derde dinsdag van september, niet alleen in termen van voornemens en budgetten, maar ook actief, wanneer het van pas komt, wanneer de vraag rijst, wanneer een burger het wil weten. Wanneer een burger het moet weten. Want over één ding kan geen misverstand bestaan: informatie is een zeer groot goed in onze samenleving. Het belang van de toegankelijkheid van informatie die bij de overheid berust kan dan ook moeilijk worden overschat. Burgers hebben informatie nodig over onderwijs, werkgelegenheid, de kwaliteit van hun leefomgeving, hun rechten en plichten. Ze hebben informatie nodig om er hun voordeel mee te kunnen doen, om hun leven verstandig te kunnen inrichten en om belangrijke beslissingen verantwoord te kunnen nemen, om te kunnen participeren in de democratische besluitvorming, om instellingen en organisaties waarvan zij afhankelijk zijn ter verantwoording te kunnen roepen, om samen met anderen van gedachten te wisselen over zaken die het algemeen belang betreffen, kortom: om een volwaardig lid van de informatiesamenleving te kunnen zijn. De nieuwe ICT-mogelijkheden, de mogelijkheid om informatie te verspreiden via het Internet, zijn daarom van grote betekenis voor de verdieping van de democratie.
Twee weken geleden heeft mijn collega minister van Boxtel de overheidssite Overheid.nl geopend. Deze site is bedoeld om deze mogelijkheden te vergroten en te stroomlijnen, een portal site die overheidsinformatie toegankelijker zal maken voor alle burgers. Overheid.nl is een ambitieuze stap naar betrouwbare, volledige informatievoorziening via Internet. Door via www.overheid.nl te zoeken aan de hand van themas, organisaties of eigen trefwoorden (via een zoekmachine) wordt iedere gebruiker verwezen naar de juiste website. Dit kan de website zijn van een departement, een gemeente, een provincie, een waterschap of een adviesorgaan. En nu zijn dus ook de handelingen van de beide Kamers, andere parlementaire informatie, wet- en regelgeving en officiële staatspublicaties via dit portaal te vinden.
Zo kan iedereen een beetje volgen wat u, de stenografen, kamerleden en andere kamermedewerkers, ieder dag volgt, vaak zelfs tot diep in de nacht. U geeft weer wat er gebeurt, teruggebracht tot de woorden, de naakte feiten. Want wat u helaas niet kunt weergeven is de sfeer, de lichaamstaal, de spanning en de emotie, een stenografisch verslag kan helaas niet het gevoel geven dat je hebt als deelnemer of als directe toeschouwer. En juist dat maakt uw en mijn vak leuk, spannend en prima vol te houden. Dat maakt ons tot collegas, zonder elkaar kunnen we niet. Zo wil ik u tenslotte feliciteren, van kamerbewoner tot kamerbewoner, van spreker tot schrijver, van collega tot collega: nog vele jaren, wij lezen van u!

Deel: ' Toespraak De Vries bij 150 jaar Stenografische Dienst '




Lees ook