Persbericht FNV


‘Geweld op het werk en in de samenleving’

Toespraak LODEWIJK DE WAAL, voorzitter van de FNV, op het congres van de Nederlandse Politie Bond op woensdag 20 mei 1999 in Enschede

Geachte aanwezigen, beste mensen,
20 mei 1999
Passage
betreffende
de kabinetscrisis

1. Altijd bijzonder hier te mogen spreken. Waardering voor jullie werk, en jullie vakbondswerk. Prettig dat ik hier de gelegenheid krijg een aantal dingen te zeggen over veranderingen in het arbeidsbestel. Daarover straks.
Maar eerst iets over een thema dat jullie na aan het hart zal liggen: geweld op het werk en in de samenleving.

2. De politie ligt flink onder vuur, de laatste tijd. En dat bedoel ik dan bijna letterlijk. Het tumult op de Coolsingel. Het supportersgeweld in het algemeen. Problemen bij discotheken. Steeds vaker is in zulke situaties ook sprake van geweld tegen de politie. Een verontrustende zaak.

3. Maar er is één troost, zij het een schrale: ook andere FNV-bonden hebben te kampen met geweld op het werk. In het openbaar vervoer. Op scholen. In de horeca en bij discotheken. Bij de loketten van sociale diensten of geldwisselkantoren.
Elke bond is wel met dat thema bezig. En al die bonden en bedrijven breken zich het hoofd over de vraag, hoe dit probleem aan te pakken. Soms helpt meer personeel. Soms betere beveiliging. Soms hebben mensen steun aan cursussen, waarin ze worden voorbereid op bedreigende situaties. Soms is een goede opvang na het incident van groot belang. En dikwijls zal de oplossing zijn: haal de politie er sneller bij! Jullie zijn per slot van rekening de specialisten op dit gebied.

4. Veiligheid en gezondheid op het werk is van oudsher een vakbondsthema, maar dan wordt onder 'veiligheid' meestal iets anders verstaan. Glazenwassers die niet van ladders mogen vallen, bouwvakkers die een helm op moeten - dat soort dingen. Steeds meer breidt het terrein van veiligheid en gezondheid zich ook uit: denk maar eens aan de discussie over de stress en de te hoge werkdruk. Veiligheid in de zin van: 'bescherming tegen geweld' hoort daar in mijn ogen steeds nadrukkelijker bij en zou een zwaarder accent moeten krijgen. De NPB wil 'de veiligheid van de diender op straat' gewaarborgd zien. Daarom willen jullie veiligheidsvesten, zijn er discussies over 'pepperspray' en zouden agenten niet alleen tijdens hun opleiding moeten worden voorbereid op het omgaan met geweld, maar ook daarna steeds bij-geschoold en bij-getraind moeten blijven worden op dit gebied. 'Bijblijven in je vak', noemen we zulke bijscholing in andere branches. Voor jullie gaat dat op een heel specifieke manier ook op. De FNV ondersteunt dat van harte, zoals we dat ook doen bij andere bonden in andere branches.

5. Maar het gaat de FNV, als een van de grootste maatschappelijke organisaties, ook om de 'veiligheid van de burger op straat'. Ook dàt betreft de veiligheid van onze leden, niet alleen op het werk, maar ook daarbuiten. Die leden zijn net zo goed gewone burgers die naar een voetbalwedstrijd willen of naar een discotheek, desnoods met het openbaar vervoer.
Geweld op de werkplek kan niet los worden gezien van geweld in de samenleving.
De overheid en haar sterke arm zijn natuurlijk de eerstverantwoordelijken om die openbare veiligheid te garanderen. Maar u kunt dat nooit alleen - of we moeten een politiestaat worden. Alleen door een goede verhouding tussen politie, burgers, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties kunnen we de maatschappij zo veilig mogelijk maken.

6. In dat opzicht hoeven we gelukkig niet te somberen. Er zijn steeds meer initiatieven van burgers, in de vorm van stille tochten. Of neem bijvoorbeeld de actie "Meld Geweld", een groepje burgers, dat - gesteund door gemeente, media en politie - mensen oproept om geweld dat ze zien direct te melden, bijvoorbeeld door 1-1-2 te bellen. Doe er wat aan!, luidt het devies. Neem verantwoordelijkheid. Niet door er in je eentje op af te gaan, maar door je gezond verstand te gebruiken en samen te werken.
Het aantal individuele burgers dat zich actief inzet voor een veilige en leefbare omgeving is oneindig veel groter dan het kleine aantal agressievelingen dat zoveel aandacht op zich weet te vestigen. Laten we dat wel beseffen.
Ook diverse bedrijfstakken nemen hun verantwoordelijkheid. Horeca-ondernemers doen steeds vaker actief mee aan het scheppen van een veilige uitgaans-omgeving, van bewaking tot aan onconventionele oplossingen zoals een langere openingstijd in de vorm van een 'afkoel-uurtje'. Voetbalclubs zetten alles op alles om het sportief te houden. En er wordt ook door de politie zelf veel energie gestoken in de goede samenwerking tussen burgers en politie. Dat is allemaal de goede richting.

7. Ik denk dat ook de FNV als grote maatschappelijke organisatie in deze richting moet proberen mee te denken. Ook al geef ik direct toe, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Moet de FNV een actie zoals 'Meld geweld' steunen? Op welke andere manier kan de FNV initiatieven tegen geweld op straat ondersteunen? ? Of moet de FNV zich beperken tot veiligheidsmaatregelen op het werk? Ik ben daar nog niet uit. Mocht u een goed idee hebben, ik hou me aanbevolen. Toch wilde ik hier laten weten, dat de publieke veiligheid en openbare orde ook de FNV ter harte gaat. En dat wij vanuit die optiek grote waardering hebben voor uw werk.

8. Het andere thema waar ik hier vandaag graag iets over wil zeggen, is de Cao à la carte.
Eind vorige maand hebben de vakcentrales en werkgeversorganisaties in de Stichting van de Arbeid samen een aanbeveling opgesteld aan alle Cao-onderhandelaars in het land, om meer keuze-mogelijkheden in Cao's te scheppen.

9. Nu is dat op zich niet zo nieuw. Want er bestaan in heel wat Cao's al tal van mogelijkheden om tijd te sparen, aan bedrijfsspaarregelingen mee te doen, van kinderopvang-mogelijkheden gebruik te maken, extra vrije dagen op te nemen, of om vroeger of later met pensioen te gaan. Allemaal keuze-mogelijkheden voor de individuele werknemer. Je maakt er gebruik van, of je doet het niet. Verder is de FNV voorstander van een recht op deeltijd, zodat mensen zelf hun arbeidsduur kunnen kiezen. En steeds meer Cao's bepalen inmiddels al, dat de werkgever een aanvraag om in deeltijd te werken alleen mag weigeren als hij kan bewijzen dat zoiets echt onuitvoerbaar is. Hopelijk krijgt die praktijk binnenkort ook een wettelijke basis, zodat werknemers voor wie géén Cao geldt, daar ook van kunnen profiteren.

10. Een Cao à la carte doet eigenlijk niet meer dan al die keuzemogelijkheden bij elkaar in een overzichtelijk kader zetten, en er misschien nog wat faciliteiten aan toevoegen. Dat is voor werknemers in principe een heel prettige zaak. In sommige bedrijven waar het bestaat, is van al die keuze-mogelijkheden een computer-programmaatje gemaakt. Je gaat achter je bureau zitten en vraagt het op. Je kruist aan of je het komend jaar extra vrije dagen wilt "kopen" en wat minder gaat verdienen, of dat je wat minder vrije dagen wilt en daarmee bijvoorbeeld extra wilt sparen voor je oude dag. Je ziet in één oogopslag wat de consequenties zijn in tijd en geld, vandaag, dit jaar en in de toekomst. Als je alles naar believen hebt ingevuld, mag je één keer per jaar op de ENTERtoets drukken, en je wensen gaan in vervulling.
Je hebt dan dus niet alleen bij aanstelling enige invloed op je arbeidscontract, maar elk jaar weer. Dat maakt het makkelijker om in verschillende periodes van je leven andere accenten te leggen in je besteding van tijd en geld.

11. In mijn ogen is dit een heel goede ontwikkeling. Tegenwoordig kennen we een scala aan werknemers en werkneemsters. Zoveel hoofden zoveel zinnen. De één wil graag voor zijn kinderen zorgen en heeft daarom het liefst een parttime baan. De ander zit bijna tegen zijn pensioen en wil om die reden een dagje korter gaan werken. En een derde is jong en alleenstaand, barst van de tijd en energie, en wil dolgraag fulltime werken en liefst meer dan dat, om vervolgens een jaar verlof te kunnen nemen voor een wereldreis.

12. En daar zitten we dan meteen in het heikele dilemma: mogen mensen dan ook kiezen om langer te werken? Of misschien nog beter: waar liggen de grenzen van dit keuze-model.
Mijn antwoord op die vraag over de tijd is terughoudend. Over het algemeen niet dus.
Dat verbaast u waarschijnlijk niet. We gaan het toch zeker niet aantrekkelijk maken om langer te werken?, zult u zeggen. Hebben we daarvoor al die jaren geknokt voor eerlijk delen van arbeid? Wie zulke vragen stelt heeft helemaal gelijk.
Die arbeidsduurverkorting hebben we niet voor niks gekregen. En we hebben er ook niet voor niks voor gestreden. Dat was nodig. Dat was nuttig. Dat moet blijven staan. De 36 urige werkweek moet de algemene norm blijven.

13. Maar dat is slechts één element.
Er is de afgelopen twintig jaar namelijk meer gebeurd dan arbeidsduurverkorting alleen. Ik stipte dat daarnet al aan: deeltijd nam een hoge vlucht, flexibel pensioen krijgt de overhand, er wordt gesproken over zorgverlof. Er is een veelheid aan roosters, aan werktijden en vrije tijden.
Waar dat goed geregeld is, kunnen zowel werknemers als bedrijven daar hun voordeel mee doen. Werknemers moeten zelf reële zeggenschap hebben over hun werktijden. Ze moeten er met elkaar en met hun chef samen uitkomen. Behoren in een moderne arbeidsorganisatie niet gedwongen te worden, maar serieus genomen te worden. Ik wil niet zeggen dat dat overal perfect gaat, maar toch: er wordt wat afge-onderhandeld in bedrijven op dit gebied!
Ook dat is een enorm verschil met twintig jaar geleden. Toen kenden de meeste Cao's een contractuele abeidsduur van 40 uur. En toen werkten de meeste mensen daadwerkelijk ook 40 uur. Nu is de contractuele arbeidsduur 36 (of hier en daar helaas nog 38) uur. Maar - en dàt is het grote verschil - dat wil niet zeggen dat de meeste mensen nu daadwerkelijk ook 36 uur werken! Integendeel.
Dat vaste patroon is opengebroken. Dertig procent van de beroepsbevolking werkt in deeltijd. En van steeds meer mensen weten we zelfs niet eens hoe veel uur per week ze nou daadwerkelijk werken. Die moeten gewoon hun werk afhebben. Dat geldt vooral voor het middelbare en hogere personeel, maar bij elkaar betreft dat zo'n 40 procent van de beroepsbevolking. Het zou dus best eens kunnen, dat nog slechts een minderheid van de beroepsbevolking vandaag de dag daadwerkelijk 36 uur per week werkt.
Waarmee ik maar wil zeggen: er bestaat in de praktijk al een enorme diversiteit.

14. Betekent dat dan dat de 36 urige werkweek, die gelukkig in steeds meer Cao's staat, een lege huls is en van geen betekenis? Helemaal niet! Die 36 uur is een belangrijke norm. Op basis van die fulltime arbeidsduur wordt de omvang van de deeltijdbanen bepaald. Worden de uurlonen berekend. De 36 uur vormt ook de grondslag voor onze pensioenen. Voor onze vakantieweken. En maakt het mogelijk om Cao's en arbeidscontracten met elkaar te vergelijken. Het is een rekeneenheid voor spaarsystemen en verlof-faciliteiten. De 36 urige werkweek moge dan niet langer materieel de werkelijke arbeidsduur zijn. Het is en blijft een onmisbaar referentiepunt. Om dat draaipunt heen kan wat de FNV betreft worden gevarieerd. Maar juist om het menu goed te kunnen rangschikken en opdienen, is die 36 uur essentieel.
Als de FNV de 36 urige werkweek overeind wil houden - en dat willen we -, dan betreft dat dus de 36 uur als norm, als referentie-punt, als reken-eenheid, als ijkpunt.

15. Maar dan blijft u natuurlijk met die vraag zitten: mogen mensen dan gerekend in werkelijk gemaakte uren toch langer werken dan die 36 uur? Wat hebben we aan zo'n fictieve reken-eenheid, als iedereen in de praktijk straks doodleuk weer 40 uur werkt of langer? Want u weet natuurlijk net zo goed als ik, dat dat hier en daar al gebeurt. Er wòrdt in heel wat bedrijven en instellingen flink overgewerkt. Ook bij de politie. Door kraptes op de arbeidsmarkt kunnen bedrijven soms niet direct voldoende personeel krijgen. Dus wat gebeurt er? Overwerk. Adv-dagen worden niet opgenomen, maar op de lat gezet. En ook al is dat niet de bedoeling, na verloop van tijd worden ze tòch maar uitbetaald…
Langer werken gebeurt dus al. En overwerken heeft niets met keuze-mogelijkheden te maken, noch met Cao à la carte, maar alles met de situatie op de arbeidsmarkt of het personeelsbeleid van de werkgever. De werkloosheid daalt, op zich een prima zaak, maar daardoor kan niet direct elke vacature op stel en sprong worden vervuld. En nu heb ik dus een probleem: ik ben er niet voor om in cao a la carte systemen mensen de keus te laten geven langer te gaan werken, maar ze doen het wel –via overwerk- en vaak zonder dat het hun eigen keus is.

16. De uitweg uit dit dilemma is natuurlijk een goed arbeidsmarktbeleid.
Natuurlijk moeten zulke kraptes op deelmarkten bij voorkeur worden verholpen door een goed arbeidsmarktbeleid. Er zijn nog altijd genoeg werklozen die opgeleid kunnen worden, ook al wordt de spoeling dunner en vereist dat meer inspanningen. Dat is de koninklijke weg. Toch wil ik ook erkennen, dat die aanpak niet overal op korte termijn tot vervulling van alle problematische vacatures kan en zal leiden. In dat opzicht komen we nu eenmaal in een andere arbeidsmarkt-situatie terecht dan waarin we twintig jaar geleden met ADV begonnen. Nu staan we - hoop ik - op de drempel van een nieuwe periode: een periode van toenemende kraptes op de arbeidsmarkt. Komend jaar zal de werkloosheid misschien een puntje oplopen, als er nog een recessie-tje komt. Maar zodra de wereldhandel zich zal herstellen, zullen kraptes op de arbeidsmarkt de discussies weer beheersen. Dat is mede het resultaat van twintig jaar arbeidsduurverkorting. Maar tegelijk betekent dat, dat we ons arbeidsduurbeleid opnieuw moeten overdenken.

17. De vraag is dan: op welke manier? Of beter gezegd: op welke manieren? Want er zijn al een aantal trajecten in gang gezet. * Zo is er de sluitende aanpak voor nieuwe werklozen. En er zijn dit najaar afspraken gemaakt met kabinet en werkgevers om het aantal trajecten naar werk voor langdurige werklozen en Wao-ers te verdubbelen. Dat is natuurlijk punt 1. Maar het is een illusie om te denken dat we daarmee de komende jaren alle vacature-problemen zullen kunnen oplossen.
Dus is er voor een succesvol arbeidsmarktbeleid méér nodig. * Zoals een goed ouderenbeleid. De FNV heeft een intensieve campagne opgezet om het werken boven je veertigste aantrekkelijk te houden of te maken.
* Zoals het scholings- en employability-beleid. Dat betreft niet alleen bijscholing in je huidige functie, maar ook gelegenheid om in de loop van je leven nog eens iets anders te gaan doen. Voor mensen kan zo'n ommezwaai een eye-opener zijn. Tegelijk kan daardoor een moeilijk vervulbare vacature in een andere sector of onderneming, toch vervuld worden. Meer ontwikkelingsmogelijkheden voor werknemers betekenen kortom ook een beweeglijker arbeidsmarkt. Dat helpt om knelpunten op die arbeidsmarkt op te lossen.
* En verder moet natuurlijk elke werkgever en elke branche zorgen, aantrekkelijk genoeg te zijn om nieuw personeel aan te trekken. Dat betekent behalve een concurrerend beloningsniveau, ook: een prettige werksfeer, een acceptabele werkdruk en goede ontwikkelings-, opleidings- en carrière-mogelijkheden. En daarbij hoort óók - en dan zijn we weer terug bij het onderwerp van mijn verhaal: een variëteit aan keuze-mogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket! Dat wordt echt een onmisbaar onderdeel van een goed arbeidsmarktbeleid, daar ben ik van overtuigd. Bedrijven waar je louter kunt eten wat de pot schaft, zullen steeds minder concurrerend op de arbeidsmarkt blijken te zijn.

18. Zo'n keuze-menu moet er dus in zoveel mogelijk Cao's komen. Dat is in het belang van de werknemers. En in het belang van het goed functioneren van de arbeidsmarkt.
Maar zo'n Cao à la carte moet zijn ingebed in een goed arbeidsmarktbeleid, dat de problemen in de sector op termijn weet op te lossen. Anders is de enige keus die mensen hebben er een die opgelegd wordt door de werkgever: gedwongen langer werken. Er is natuurlijk wel enige ruimte mogelijk in de diverse onderhandelingspraktijk in ons land: zo is het bij verzekeringsconcern Achmea bijvoorbeeld mogelijk om twee uur langer of twee uur korter dan 36 uur te werken. Er is dus een bandbreedte van 34 tot 38 uur. Daar ben je dus als bond zelf bij.
Ten tweede blijkt telkens weer bij bedrijven met keuze-mogelijkheden, dat er weliswaar mensen zijn die langer willen werken, maar dat het aantal mensen dat kiest voor korter werken groter is. Dat is niet alleen zo bij Achmea, maar zelfs bij een hectisch automatiseringsbedrijf als Origin.
Maar ook als dat bij krapper wordende arbeidsmarkt mocht veranderen, en mensen zich meer onderd druk gezet zullen voelen om langer te werken, - ook dan is een keuze-systeem alleen maar voordelig. Een keuze-systeem legt de beslissende verantwoordelijkheid namelijk bij de werknemer. Dat is het verschil met bijvoorbeeld overwerk, dat veel vaker een verplichtend karakter heeft. Ik noemde dat argument al eerder.
Bij de banken is bijvoorbeeld zo'n dertig procent van het personeel uitgezonderd van de 36 urige werkweek. Zij werken 40 uur. Niet omdat ze dat zelf kiezen. Maar omdat de baas heeft bepaald dat dat in die funcie nodig is. Een Cao a la carte met een keuze-menu binnen een bandbreedte van 32 en 40 uur, had de indviduele werknemer waarschijnlijk een sterkere onderhandelingspositie gegeven dan de huidige - autoritaire, collectieve – regeling waar de werkgevers voor kozen.
Waarmee ik maar wil zeggen: druk op werknemers is er bijna altijd. De vraag is alleen: hoe versterken we de positie van die individuele werknemer in dat proces? Als je de keuze-mogelijkheden, bandbreedtes en procedures goed regelt in de Cao, dan is een werknemer met Cao a la Carte vaak veel beter en sterker af, dan een werknemer met een stamppot-Cao waar hij zelf niks in de melk te brokkelen heeft.

19. Dat betekent dus dat niet dat alles voortaan individueel tussen werknemer en wekgever kan worden afgeruild. Dat zou een karikatuur zijn van het hele idee. En dat is ook in geen enkele bestaande Cao a la carte het geval. In feite gaat het overal om vrij beperkte keuze-mogelijkheden: het ruilen van wat dagen en wat geld. Als dat bij elkaar 10 procent van je arbeidsdtijd uitmaakt is het veel. In alle gevallen blijft de Cao het kader aangeven. En - ook heel belangrijk! - in de Cao-onderhandelingen wordt de totale beschikbare ruimte uit-onderhandeld. Maar binnen dat kader ruimte geboden voor mensen om zelf keuzes te maken.
De hamvraag is dan natuurlijk: hoe ruim maken we die mogelijkheden? Daarop bestaat geen algemeen centralistisch antwoord. Dat moet per branche bekeken worden, juist als onderdeel van zo'n breed arbeidsmarktbeleid.
In de meeste Cao's zijn de keuze-mogelijkheden nog dermate beperkt, dat het echt niet nodig is om dat bij voorbaat af te remmen. Eerder het omgekeerde.
Zoek het initiatief, gebruik je creativiteit, en ontwerp eens een mooi keuze-menu waar je leden van watertanden! Maak je sector er aantrekkelijk mee! Dit is echt bij uitstek een thema voor een bond met oog voor de toekomst.

20. Tenslotte heb ik nog een filosofische slotopmerking. Ik heb hier gesproken over twee onderwerpen. Geweld. En de Cao. Je zou denken dat die twee weinig met elkaar te maken hebben. Toch viel me, bij het voorbereiden van deze toespraak, tot mijn eigen verbazing een aantal paralellen op.
Sommige mensen denken dat publiek geweld alleen valt te bestrijden door overheidsoptreden van bovenaf, door de sterke arm en justitie. Anderen denken dat dat nooit het hele verhaal kan zijn. Bestrijden van geweld moet ook maatschappelijk draagvlak hebben. We kunnen niet alle zegen van boven verwachten. Burgers moeten ook zelf alert zijn, en zich sociaal en verantwoordelijk gedragen.
Er is dus wel een centraal kader nodig. Maar daarbinnen moet ruimte zijn voor eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid, van stille tocht tot niet dronken achter het stuur gaan zitten. Het is misschien een beetje ver gezocht, maar toch doet mij dat een beetje denken aan de Cao. Er moet wel een centraal kader zijn. De bond moet een veilig Cao-systeem uitonderhandelen. Die het de werkgever moeilijk maakt om druk uit te oefenen, en de werknemers beter in staat stelt die druk te weerstaan. Maar werknemers moeten ook zelf verantwoordelijkheid dragen en zelf beslissingen nemen. We vragen dat van mensen. Ze willen het graag. Dan moeten we ze daar ook reeël de ruimte voor bieden.
Voortaan onderhandelt de bond wat mij betreft ook over de beslissingsruimte voor gewone werknemers. Dat past goed in onze traditie als emancipatiebeweging.

Ik dank u voor uw aandacht.
En wens u een goed congres toe.


FNV-reactie kabinetscrisis

De FNV gaat niet over de coalitievorming in Nederland, en wij moeten dan ook terughoudend zijn in onze commentaren.
Maar op een dag als vandaag een congres van overheidsdienaren toespreken, zonder iets over hun werkgever te zeggen, dat gaat ook niet.

Ik kan u wel vertellen dat ik geboeid, figuurlijk dan, heb zitten kijken naar het debat in de Eerste Kamer. Ik benijd de senatoren niet die een afweging moesten maken tussen principiële overwegingen enerzijds, en het voortbestaan van het kabinet anderzijds.

Ik heb ook verwonderd gekeken. Er staan zeer belangrijke dossiers op de agenda van de regering. Ook voor ons belangrijke dossiers. Ik doel dan niet eens op het allerbelangrijkste dossier: een oorlog in Kosovo, waarin wij betrokken zijn. Een moeilijke oorlog vol voordurende politieke afwegingen die een volwaardig kabinet, met een volledige politiek verantwoordelijkheid vraagt. En met beslissingen die toch wel van een heel andere orde zijn dan een gecastreerd referendumvoorstel.

Ik doel dan wel op zoiets gewichtigs als het belastingstelsel 21ste eeuw. Veel goede voorstellen, waar de FNV, in het belang van alle mensen in dit land veel voor gelobbyd heeft, en veel bereikt heeft. Met voorstellen die de koopkracht van iedereen, maar vooral ook de mensen met lagere inkomens positief zou kunnen beïnvloeden.

En dan is er het belangrijke dossier ‘arbeid en zorg’, met al haar dringend nodige discussies die invloed kunnen hebben op de balans tussen leven en werk. Ook voor gewone werknemers een essentieel debat.

Ik noem een derde dossier: de uitvoeringsorganisatie van de sociale zekerheid, waarover dringend zaken gedaan moeten worden en waar we overigens, onder leiding van dit kabinet, langzaam het moeras van de privatisering in geleid worden. De discussie kan nu niet verder, en dat is slecht voor de cliënten van de sociale zekerheid, maar ook voor de vele duizenden werknemers van uitvoeringsinstellingen en arbeidsvoorziening.

Al deze zaken blijven nu liggen voor een kroonjuweel van D66. Een goed democratisch recht om het referendum een kroonjuweel te noemen, maar het was wel een sterk afgezwakt voorstel, vol met drempels en barricades. Meer een knikker eigenlijk, met een barstje. Van dat soort kroonjuwelen heeft mijn zoontje er een knikkerzak vol. Ik denk dat zowel de tegenstemmende senator, als het om deze reden met crisis dreigende D66 de kiezer veel heeft uit te leggen. Ik zou er de voorkeur aan gegeven hebben als het kabinet gewoon aan het werk was gebleven, een paar belangrijke zaken had afgehandeld, al had een beetje meer energie en richting dit kwakkelende kabinet wel goed gedaan.

Deel: ' Toespraak FNV-voorzitter bij Nederlandse Politie Bond '




Lees ook