expostbus51


MINISTERIE BZ/OS

https://www.os.minbuza.nl

MINOS: Een oude Afrikaan die sterft, is als een .......

Een oude Afrikaan die sterft, is als een bibliotheek die in vlammen opgaat.

Recentelijk zond minister Herfkens, mede namens Staatssecretaris Vliegenthart, een notitie naar de de Tweede Kamer over de positie van ouderen in ontwikkelingslanden. De notitie belicht de rol van ontwikkelingssamenwerking in de zorg voor ouderen in de samenleving. In haar speech, uitgesproken bij de start van het Seniorenfestival van de Unie KBO op 6 september 1999 in 's-Hertogenbosch, ging de minister in op de inhoud van de notitie. De veranderingen in ontwikkelingslanden als gevolg van vergrijzing zijn ingrijpend. Bovendien speelt die vergrijzing zich af in een context van voortdurende armoede. Geen oudedagsvoorzieningen, geen pensioen én straks ook een gering aantal kinderen om de zorg voor ouderen op zich te nemen. Aan de problemen die dit scenario oplevert zal ontwikkelingssamenwerking aandacht gaan besteden. Hieronder volgt de volledige tekst van de speech van de minister.

Geachte dames en heren,

'Een oude Afrikaan die sterft, is als een bibliotheek die in vlammen opgaat.' Dit fraaie beeld is van de Ghanese dichter Hampate Ba en geeft weer hoe de plaats van de oudere generaties in zijn samenleving gezien wordt.
In veel ontwikkelingslanden, vooral op het platteland, hebben ouderen een belangrijke sociale rol. Zij onderhouden de banden met de voorouders, spreken recht bij conflicten, kennen de natuur en het weer, en spelen een cruciale rol bij het overdragen van al deze kennis. Vaak zijn zij formeel de eigenaar van grond en vee, ze werken op het land of in de moestuin en maken allerlei gebruiksvoorwerpen. Oudere vrouwen
functioneren daarnaast vaak als traditionele vroedvrouw, ziekenverzorger of oppas.

Maar net als in de westerse landen is ook in ontwikkelingslanden de verhouding tussen de generaties aan het veranderen. Vroeger kon een grootmoeder rekenen op de steun van een groot aantal kinderen en een nog groter aantal kleinkinderen. Met de verkleining van de gezinnen, de trek naar de grote steden, de arbeidsmigratie naar andere landen, en andere moderne ontwikkelingen, veranderen de verhoudingen tussen ouders en kinderen, en komt de traditionele zorg voor ouderen binnen de familie sterk onder druk te staan.

In een land als China, waar decennialang een strikt één-kind-beleid is gevoerd, zullen veel kinderen in hun eentje de zorg voor twee oude ouders en mogelijk zelfs vier zeer oude grootouders op zich moeten nemen. De familiepyramide heeft zich omgedraaid en het spreekt voor zich dat dit grote gevolgen heeft voor de opvangmogelijkheden van ouderen die zorg nodig hebben.

Vergrijzing, dames en heren, is namelijk niet uitsluitend een westers fenomeen. Wereldwijd leven mensen langer, ook in ontwikkelingslanden. Dat is een heuglijk feit. Het betekent immers dat meer mensen sterker zijn geworden dankzij beter voedsel, schoon drinkwater, vaccinaties, medische zorg en meer opleiding. Ook in ontwikkelingslanden sterven minder jonge kinderen en bereiken meer mensen een hogere leeftijd. En doordat meer meisjes naar school gaan en vrouwen betere toegang tot voorbehoedmiddelen hebben gekregen, worden er tevens minder kinderen geboren.

Deze twee trends samen, een toename van de levensverwachting èn een afname van de geboortecijfers, leiden ook
in ontwikkelingslanden tot een toenemende vergrijzing.

Dat is niet iets om treurig over te doen. Het wijst er immers op dat de afgelopen decennia van ontwikkelingssamenwerking hun vruchten hebben afgeworpen. Maar er is ook een keerzijde. De snelheid waarmee het aandeel van ouderen in de samenleving toeneemt, ligt veel hoger dan in de ontwikkelde landen. In de geïndustrialiseerde landen was de vergrijzing een geleidelijk proces dat gepaard ging met groeiende welvaart. Er was dus genoeg geld om te investeren in sociale zekerheid en zorg voor ouderen. In ontwikkelingslanden vindt de relatieve groei van het aantal ouderen echter in zeer hoog tempo plaats, vooral in Zuid-Azië en Latijns Amerika. Vergelijken we bijvoorbeeld Frankrijk en China met elkaar. In Frankrijk duurde het 115 jaar voordat het percentage ouderen verdubbelde van 7 naar 14 procent. In China zal deze verdubbeling plaatsvinden in 27 jaar, namelijk tussen het jaar 2000 en 2027. En zoals Mw. Alvarez al aangaf zal deze toename in veel arme landen zoals Tunesie of Jamaica in de loop van 15 tot 18 jaar plaatsvinden.
In de Afrikaanse landen ten Zuiden van de Sahara ligt de situatie ingewikkelder. De effecten van de aids-epidemie kunnen dramatisch uitpakken. De verhoogde sterfte onder jonge kinderen en volwassenen, maakt dat de levensverwachting in een aantal zwaar getroffen landen zal dalen. De gevolgen voor ouderen zijn groot: zij hebben geen kinderen die voor hen kunnen zorgen en krijgen op hun beurt de zorg voor zwaar zieke kinderen en voor kleinkinderen die hun ouders verloren hebben.
De Verenigde Naties houden er rekening mee dat gemiddeld in de ontwikkelingslanden het percentage ouderen zal stijgen van 8 procent in 2000 tot 13 procent in 2025.
Het tempo waarin de levensstandaard verbetert en sociale zekerheidsstelsels worden opgebouwd, blijft daar bij achter. Vergrijzing in ontwikkelingslanden speelt zich daardoor in het algemeen af in een context van voortdurende armoede.

Slechts weinig ontwikkelingslanden beschikken over sociale zekerheidsstelsels. En als ze er al zijn, bieden ze meestal soelaas aan slechts een klein deel van de ouderen. De rest is aangewezen op steun van kinderen en andere familieleden, op informele zorg. In de meeste ontwikkelingslanden werken armen, en zeker arme vrouwen, voornamelijk in de informele sector. Zij komen dus nooit in aanmerking voor sociale uitkeringen. De vergrijzing heeft ook gevolgen voor de gezondheidszorg. Deze is in de meeste ontwikkelingslanden nog vooral gericht op het voorkómen en behandelen van infectieziektes en op alle zorg die met de voorplanting te maken heeft: veilige bevallingen,
zuigelingenzorg, vaccinaties, verstrekking van voorbehoedmiddelen en bestrijding van geslachtsziekten. Voor gezondheidsproblemen van ouderen bestaan nauwelijks voorzieningen en het gezondheidspersoneel beschikt over onvoldoende kennis.

Het zal duidelijk zijn dat de vergrijzing de autoriteiten van ontwikkelingslanden voor grote uitdagingen stelt. Want met informele zorg door familie en buren kom je er niet. De vraag naar medische voorzieningen zal toenemen. Net als de behoefte aan pensioensystemen. Daar moet geld voor komen en er moet meer deskundigheid komen. Hier ligt dus zeker ook een taak voor ontwikkelingssamenwerking. Voor regeringen van donorlanden en ontvangende landen, voor de multilaterale organisaties, zoals de programma.s van de Verenigde Naties en de Wereldbank, en voor particuliere ontwikkelingsorganisaties.
De ontwikkelingslanden laten zelf ook niet na om tijdens internationale topconferentie steeds weer aandacht te vragen voor de positie van ouderen en de sociale en economische gevolgen van de vergrijzing.

De Wereldbank, de WereldGezondheidsorganisatie en het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties ontvangen steeds meer verzoeken van ontwikkelingslanden om steun of advies bij het opzetten van formele zorgsystemen voor ouderen.

Zoals u allen weet is dit jaar - 1999 - uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Ouderen. Als we naar de demografische ontwikkelingen kijken, zal het iedereen duidelijk zijn dat aandacht voor vergrijzing niet tot dit ene jaar beperkt kan blijven. Wat mij, als Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, daarbij vooral zorgen baart is dat juist de landen en regio's waar de vergrijzing het sterkst zal optreden, de komende jaren bepaald niet gezegend zullen zijn met economische voorspoed. Integendeel zelfs, de prognoses zijn soms heel ongunstig. Om die reden vind ik het belangrijk dat wij betrokken zijn en blijven bij de internationale discussie over vergrijzing en de positie van ouderen in ontwikkelingslanden.

We scharen ons achter de internationale doelstelling van ouderenbeleid: namelijk invulling geven aan de maatschappelijke integratie en participatie van ouderen. Werkgelegenheid, voldoende inkomen, een goede gezondheid en geschikte huisvesting zijn hiervoor belangrijke voorwaarden. Het zijn tevens belangrijke voorwaarden voor de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van ouderen. Ik wil twee groepen benadrukken die speciale aandacht behoeven, namelijk oudere vrouwen en oudere vluchtelingen. Oudere vrouwen zijn verreweg in de meerderheid omdat vrouwen nu eenmaal langer leven. Oudere vrouwen zijn bovendien extra kwetsbaar voor armoede en sociale uitsluiting. Oudere vluchtelingen worden meer dan anderen getroffen als door familieverbanden uiteenvallen en zij lopen een groot risico langdurig afhankelijk te worden van hulpverlening.

De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, UNHCR, benadrukt sinds kort in haar beleid dat oudere vluchtelingen niet alleen speciale aandacht en zorg behoeven, maar ook een waardevolle bijdrage kunnen leveren.

Als u de discussie in de Tweede Kamer over de door mij ingezette beleidsveranderingen heeft gevolgd, weet u dat ik niet houd van versnipperde projecten en activiteiten, maar
dat ik streef naar een samenhangend beleid waarin de overheid van het ontvangende land het voortouw neemt. In logische samenhang hiermee wil ik ouderen niet beschouwen als een speciale doelgroep, maar de aandacht voor de positie van ouderen en de gevolgen van vergrijzing verweven in mijn beleid. Ik verwacht dat mijn nieuwe beleid deze verweving beter kan garanderen. In iedere sector, of het nou gezondheidszorg, onderwijs of plattelandsontwikkeling betreft, krijgt men te maken met de gevolgen van vergrijzing. In de formulering van het beleid voor die sector moet daarmee rekening gehouden worden. Nederland zal daar ook op aandringen bij de regeringen van ontvangende landen. Vanzelfsprekend is de overheid van het ontvangende land verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en het stellen van prioriteiten daarin. Gezien de groeiende aandacht voor vergrijzing, juist vanuit de ontwikkelingslanden, verwacht ik dat de positie van ouderen, hun noden maar ook hun potentiële bijdragen, in toenemende mate een stempel zullen drukken op het beleid.

Daarnaast zal ik waar mogelijk activiteiten en programma's ondersteunen die een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van de positie van ouderen en die landen helpen hun eigen beleid te formuleren. Heel concreet denk ik daarbij op dit moment aan twee programma's. Ten eerste de databank van de Verenigde Naties, waarin informatie over ouderenbeleid en succesvolle programma's wordt verzameld. Het voorbeeld van de
Dominicaanse Republiek zoals genoemd door Mw. Alvarez zou daar een plaats in moeten verwerven. Ten tweede aan het programma over vergrijzing en gezondheid van de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO.

Dit programma gaat er van uit dat ouder worden een levenslang proces is en dat de basis voor een gezonde oude dag al in de jonge jaren wordt gelegd. Het programma probeert aandacht voor vergrijzing en gezond ouder worden te verweven in alle relevante programma's van de WHO. Daarnaast kunnen landen desgevraagd advies krijgen.

In Nederland bestaat veel deskundigheid over formele sociale zekerheidssystemen voor ouderen. Ouderen in Nederland zijn verzekerd van een inkomen en van zorg. De verschillende ouderenorganisaties - waaronder de Unie KBO - behartigen de belangen van ouderen en hebben ook een belangrijke sociale functie. We hebben veel deskundigheid en ervaring te bieden en als ontwikkelingslanden daarom vragen, zullen we die ook graag beschikbaar stellen. Omgekeerd kunnen wij in Nederland veel leren van de manier waarop ouderen in ontwikkelingslanden binnen hun familie functioneren en opvang krijgen, en van het respect dat men heeft voor ouderen en ouderdom.

Juist omdat we zoveel van elkaar kunnen leren ben ik enthousiast over het initiatief van de Unie KBO om, in het kader van het Internationaal Jaar van de Ouderen, een samenwerkingsproject te starten met een ouderenorganisatie in de Filipijnen, COSE. Dit is duidelijk een samenwerkingsproject, waarbij de wederkerigheid, solidariteit en uitwisseling van ervaringen centraal staan. Ik hoop dat dit sympathieke project navolging zal vinden bij andere ouderenorganisaties en wil u hierbij van harte een zeer succesvolle samenwerking toewensen.

Voor het opvragen van de notitie of voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Directie Voorlichting en Communicatie van het ministerie van Buitenlandse zaken; tel 3484168.

24 sep 99 15:18

Deel: ' Toespraak Herfkens notitie ouderen in ontwikkelingslanden '




Lees ook