commissariaat voor de media

actueel : inge brakman op conferentie omroepen 2000...en dan? d.d. 29 maart 2000

de titanenstrijd van de publieke omroep

dames en heren,

mijn bijdrage is getiteld de titanenstrijd van de publieke omroep. het is vaak goed gebruik dat een metafoor als deze direct spaak loopt. de strijd van het reuzengeslacht, de publieke omroep, dat kan nog wel, maar dan tegen de goden, in dit geval de commerciële informatie-aanbieders, dat is al weer minder vanzelfsprekend. de afloop van deze strijd in de 21ste eeuw is nog niet bekend en mijn bijdrage is er op gericht om juist de kansen te tonen om het gevecht te overleven. overwinnen hoeft niet. het gaat om een behoorlijke balans tussen publiek en commercieel met het uiteindelijke doel dat de totale informatievoorziening, in de breedste zin van het woord, toegankelijk, onafhankelijk en van hoge kwaliteit is.

ik schets u in mijn bijdrage de omgeving van de publieke omroep. de omgeving is woelig, vol onzekerheden en volop in verandering. ik sta daarom uitgebreid stil bij de effecten van de komst van de commerciële omroepen en van de toekomstige media-giganten. vervolgens zal ik aan de hand van onderzoeken uit het buitenland kwalitatieve ontwikkelingen beschrijven en aan het slot geef ik de naar mijn mening essentiële voorwaarden voor de publieke omroep om zich binnen deze veranderingen staande te houden.

belangrijk onderdeel van de veranderingen is die van de techniek, deze heeft geleid tot de vierde revolutie: na radio, zwartwit tv, kleuren tv nu internet. wij bewegen ons naar "digitopia".

De publieke omroep zal daaraan mee moeten doen, de toon moeten aangeven. Als instituut voor informatievoorziening, voor vrijetijdsbesteding. Met een enorme invloed op wat wij doen, denken, kopen zal omroep de gebruiker gewetensvol door deze revolutie heen moeten loodsen.

Ten eerste de woelige omgevingsfactoren van de publieke omroep.

De publieke omroep heeft er de afgelopen jaren een geduchte concurrent bij gekregen: de commerciële omroep. In de ons omringende landen zijn dezelfde processen ontstaan. Van een vanzelfsprekende onaantastbare omroep, naar één van de velen in een moordende concurrentiestrijd. Met de komst van commerciële partners en met de ontwikkeling van de Europese markt heeft de publieke omroep behoorlijk onder vuur gelegen. Is het wel vanzelfsprekend dat er publiek geld gestoken wordt in een omroep? Is het vanuit Europees mededingingsperspectief wel geoorloofd om overheidsgeld hiervoor te reserveren?

De Europese commissie die onjuiste overheidssteun in de gaten moet houden is behoorlijk kritisch over de steun aan de publieke omroep. Dat bleek bij de behandeling van klachten van commerciële omroepen over overheidsfinanciering die de commissie te verwerken kreeg. Bijvoorbeeld van Mediaset vs RAI, TF1 vs de Franse publieke omroepen en Tele5 vs RTVE, maar ook over steun aan themakanalen in Duitsland en Engeland. Uit de commissie kwamen ongunstige signalen voor de financiering van de publieke omroep. Dat heeft ertoe geleid dat er een protocol bij het Verdrag van Amsterdam in ’97 werd gevoegd, waarin is vastgelegd dat iedere lidstaat zelf bepaalt wat de publieke taakopdracht voor de omroep is en hoe deze van overheidswege financieel wordt ondersteund. Toen de commissie toch een eigen invulling aan het protocol wilde geven heeft de Raad van Ministers van de Europese Unie voor de zekerheid in januari ‘99 een resolutie aangenomen waarin expliciet is opgenomen dat de publieke omroep een breed scala aan programma’s moet kunnen blijven aanbieden, wil hij de samenleving in haar geheel aanspreken.

De Europese Commissie heeft het onderwerp niet losgelaten maar wel sterk genuanceerd en schrijft thans regels voor met betrekking tot een transparante financiering. Die transparantie vinden wij weer terug in onze Concessiewet.

In zijn boek de TV-Oorlog frist Peter Contant ons geheugen op over de afgelopen 10 jaar en laat zien hoeveel strijd en doorzettingsvermogen de komst van de commerciële omroepen heeft gekost. Mannen, het zijn bijna alleen maar mannen die deze markt domineren. Heren met een enorme dadendrang die de commerciële omroep uit de grond gestampt hebben. Inmiddels zijn de verhoudingen volledig veranderd. SBS Nederland laat over het afgelopen jaar nog rode cijfers zien, maar maakt intussen deel uit van een internationaal machtig concern. Ook HMG maakt deel uit van een groter geheel. De avonturiers zijn inmiddels zo succesvol gebleken, dat ze aantrekkelijk worden voor nog grotere concerns.

Wat is er gebeurd?

De samenleving is in hoog tempo geïnteresseerd geraakt in de financiële wereld, in de beursontwikkelingen en in het snelle geld. Het heeft zelfs een naam gekregen: de Nieuwe Economie: de wereld van consultants, accountancy en banking, de wereld van snelle pakken gaat een verbond aan met de wereld van de wizzkids, de heersers van Internet. Internet, het communicatiemiddel bij uitstek, geprezen om zijn democratische, en zelfs anarchistische structuur is omarmd en ingekapseld door de snelle jongens van de Nieuwe Economie en vormt zelfs een aanjager van de beurs.

De wereld van entertainment en van e-commerce hebben een gouden ontdekking gedaan, genaamd content.
Michael J. Wolf beschrijft in The Entertainment Economy hoe media en entertainment het vliegwiel vormen voor de wereldeconomie. Wat is voortgekomen uit de eigen cultuur wordt opgenomen in de globalisering en vormt een aanjager voor economische ontwikkeling. De term There's no business like showbusiness is getransformeerd naar: there's no business without show-business.
Wolf, oprichter van een adviesbureau voor onder andere Turner, Bertelsmann, MTV en Paramount legt uit hoe entertainment op alle niveaus in ons dagelijks bestaan van invloed is, bijvoorbeeld bij het doen van boodschappen. Sinds de shoppingmalls zijn uitgebreid met megabioscopen en ander vertier, zoals bijvoorbeeld een enorm aquarium, is de shopping-tijd van één uur uitgebreid tot gemiddeld 3,5 uur. Entertainment is geen extra luxe meer, maar behoort tot de basisvoorwaarden voor het leven. Na de auto en het huis wordt geld besteed aan fun, en de generatie van babyboomers heeft het geld er ook voor en even zo belangrijk, heeft vrije tijd. Deze fun-focused consumers worden op hun wenken bediend. SBS heeft intussen een eigen amusementsportal opgericht, @fun, met onderdelen als love, live en Games en De meiden van 5, een real life soap op Internet.

Wolf legt het Walt Disney -concept uit. Via verticale concentratie is het mogelijk aan risicospreiding te doen, en aan synergie. Want met het veilig stellen van distributie, TV network, Kabel, tijdschriften- en boekenuitgeverij, TV station, retailstores (soort McDonald voor de amusementsproducten), themaparken en merchandising is de volledige stroom van verkoop van het product in één hand.

In deze visie draagt informatie voor een belangrijk deel bij aan de E-factor, namelijk de entertainment-factor en deze factor is van doorslaggevend belang in het aan de man brengen van producten. Informatie dus als smeerolie voor de verkoop.

Nieuws blijft een bijzonder attractieve vorm van informatie want nieuws is economisch interessant:

- Nieuws vereist minder sterren dan de showbusiness, die duur zijn en vaak maar voor een tijdelijke periode populair zijn;
- Nieuws vergt geen legers van hoog betaalde tekstschrijvers;
- Nieuws levert dagelijks nieuwe verhalen;

- All it requires is some talking heads. Even the wardrobe of these talking heads is cheaper.

In de uitnodiging voor dit programma staat nog een vertaling van de overname van Time Warner door America Online naar de Nederlandse situatie. Ik hoef geen beroep meer te doen op uw inlevingsvermogen. De vertaling heeft reeds plaatsgevonden: UPC neemt voor 6,4 miljard SBS over, Telefonica slaat voor 12 miljard zijn slag met Endemol en de beursgang van WOL leverde in ieder geval de eerste dag 7,3 miljard op. Vorige week meldde het Algemeen Dagblad dat de oorlogskas van Bertelsmann met 80 miljard is gevuld (22 miljard verdiend met verkoop aandelen America Online). Een berg geld, vooral bedoeld voor Europese overnames. UPC opent in mei een digitaal mediacentrum waar programma’s in 70 verschillende talen worden gedistribueerd, zowel via de kabel als via de satelliet.

Journalisten worstelen duidelijk met deze nieuwe verhoudingen. De redactie van Time (oplage 4 miljoen in de VS) heeft in een speciaal bericht aan de lezers uitgelegd dat ze een onafhankelijke opstelling zal behouden ondanks het feit dat zij deel uitmaakt van mediagigant AOL/Time Warner/EMI. Buitenstaanders merken juist op dat Time verdacht veel aandacht heeft voor artikelen en films uit het eigen concern. Het wordt bijzonder ingewikkeld om zonder conflict van belangen over de ontwikkelingen in de mediawereld te schrijven. Een enkel kritisch artikel zal waarschijnlijk getolereerd worden door de bedrijfsleiding als bewijs van onafhankelijkheid, maar het moet natuurlijk niet te dol worden met bijvoorbeeld een reeks van berichten.

De bekende NRC-Handelsblad -columnist Hofland heeft in een tweetal bijdragen de consequenties van de machtsconcentraties zoals ze zich thans voordoen geanalyseerd. De nieuwe ondernemingen die uit de concentraties naar voren komen vertegenwoordigen op drie manieren een macht:
een economische macht (louter vanwege hun omvang), een culturele macht (media en entertainment vervlechten en dat leidt tot een culturele gelijkschakeling) en een politieke macht. Deze politieke macht komt voort uit de functie van de informatievoorziening en mogelijkerwijs hun directe rol in het politieke spel. Het meest sprekende voorbeeld hiervan die ik aan de analyse van Hofland wil toevoegen is de invloed van Murdoch op de verkiezingsoverwinning van Blair door ruime steun te geven in the SUN. Het is ook bekend dat dezelfde mediamagnaat een afspraak heeft met de Chinese regering dat Star TV mag uitzenden in China, mits er geen politiek kritische berichtgeving wordt gemaakt.

Twee weken geleden schreef Hofland een vervolg op zijn analyse en waarschuwde tegen de politieke invloed bij de concentratie van kranten, tijdschriften, pretparken, nieuwsgaring en kabelondernemingen. "Wie de media beheerst, beheerst de staat". Hij noemt de overname van SBS door UPC een machtsgreep, waarbij de vraag is wat op den duur de content zal blijken te zijn. Hij vreest een enorme inhoudelijke vervlakking. Ik citeer nu Hofland, die overigens op zijn beurt weer de schrijver Joost Zwagerman citeert. "Dit wantrouwen komt voort uit ervaring. Het ongrijpbaar collectief van degenen die de programma's laten maken en de adverteerders vinden baat bij leegheid en platheid, of, zoals Zwagerman het uitdrukt, bij een verdere verhuftering van de hangplek Nederland."

De overheid heeft met wetgeving het proces van marktordening ondersteund. De liberalisering van de mediawet in 1997 heeft het voor kabelexploitanten mede mogelijk gemaakt zelf programma’s te maken en zich te begeven op de markt van Internet en telefonie.

De ruimte voor ondernemers op het gebied van media, telecom en distributie wordt niet begrensd maar achteraf gereguleerd door toezichthouders: Commissariaat voor de Media, Nma en Opta. Nederland heeft geen wettelijke normen aan omvang van marktaandeel gekoppeld zoals bijvoorbeeld in Duitsland wel het geval is. De Nma moet toetsen of een onderneming een zodanige overheersende positie krijgt dat het misbruik zou kunnen maken van de machtspositie. Wel is er een mediacross-ownership regeling in de Mediawet. Een dagbladuitgever met een marktaandeel van meer dan 25% mag niet meer dan eenderde van de stemrechten bezitten van een commerciële omroep. De Telegraaf heeft van deze regeling maximaal gebruik gemaakt door het 30%-aandeel in SBS Nederland. Vreemd genoeg geldt deze beperking niet voor andere media-aanbieders, zoals bijvoorbeeld kabelexploitanten en producenten.

Deze wetgeving was erop gericht een evenwicht te bereiken tussen de traditionele informatievoorzieners: dagbladen, commerciële omroep en publieke omroep. Nu echter deze media worden opgekocht door de nieuwe economie, zoals de kabelexploitanten en de Internetproviders is het moeilijk te voorspellen wat de gevolgen zijn. In het buitenland komen we de echt grote namen tegen zoals Murdoch, Bertelsmann en Berlusconi. Deze namen klinken ons toch een stuk vertrouwder in de oren dan de Schneiders, Brinken of eigenaren van Telefonica.

Moet de overheid hier iets aan doen?

Zowel op Europees als landelijk niveau zou er een politieke urgentie moeten zijn om machtsconcentraties niet alleen economisch te beschouwen, maar ook te plaatsen in een sociaal-culturele context. Is het te laat om dit proces alsnog met wetgeving te sturen? Zou het mogelijk en gewenst zijn niet alleen grenzen te stellen aan horizontale concentratie, maar ook aan verticale? De politiek zal in ieder geval richting moeten geven om te voorkomen dat er monopolies op inhoud ontstaan.

Makkelijker realiseerbaar is het scheppen van voorwaarden voor toegang. De Mediawet regelt al een verplichte gratis doorgifte van de publieke omroep op de kabel. Meer grip voor de programmaraden, controle op prijsbeleid. Deze instrumenten kunnen voorkomen dat er misbruik gemaakt wordt van machtsposities.

Wij bevinden ons temidden van het gevecht tussen de traditionele informatieaanbieders en de entertainment- en Internetbedrijven om de macht. Binnen dit krachtenveld moet de publieke omroep zich staande houden. Het proces gaat met enorme investeringen gepaard. Het is goed denkbaar dat de hoge beurskoersen het niet houden. Dat de markt volledig in elkaar klapt. Maar het is nog eerder waarschijnlijk dat deze ontwikkelingen zich voortzetten.

De aandeelhouders zullen in dat geval hun lef en investering beloond willen zien. Binnen enkele jaren moet er een redelijk tot goed resultaat te zien zijn om het vertrouwen van de markt vast te houden. Dat zal nog een enorme klus zijn voor de bedrijven van de nieuwe economie. De prijs van een kabelaansluiting bijvoorbeeld is in korte tijd reeds verdrievoudigd. De waarde van mediabedrijven is enorm opgelopen, dus de truc van omzetvermeerdering door op te kopen om aandeelhouders in extase te brengen kan ook niet jaren doorgaan. De producten die de bedrijven leveren zullen het geld moeten opbrengen. Dat betekent een keihard gevecht om de reclame-inkomsten, de e-commerce. Dat betekent bezuinigingen in het productieproces en dat betekent een zware concurrentie om de aandacht van de consument. Dus wellicht nog meer vastketen- of andere spraakmakende programma’s (waar Jaap de Hoop Scheffer zich dan weer aan kan ergeren). En het zal betekenen dat het product informatie in prijs zal stijgen. De investeringen moeten immers ergens worden terugverdiend. In Amerika wordt inmiddels al 80 gulden voor de kabel per maand betaald, in Nederland kost dat nu nog maar een kwart van deze prijs.

Voor zover de commerciële omgeving van de publieke omroep, nu iets over de effecten daarvan op de kwaliteit. Hoe staat het landschap er op dit moment kwalitatief voor?

Door de University of Westminster is in september vorig jaar op verzoek van de Campaign for Quality Television een onderzoek gedaan naar de programmatische wijzigingen in de afgelopen 20 jaar bij de BBC. Op systematische wijze, door middel van interviews en het meten van programmatijd is in kaart gebracht welke veranderingen hebben plaatsgevonden. De conclusie valt af te leiden uit de dreigende titel van het rapport: "A shrinking iceberg travelling south". Twee typen programma's zijn onderzocht: drama en current affairs, zodat de effecten op informatie, diversiteit en creativiteit in het onderzoek betrokken konden worden. Een uitdrukking van de sociaal culturele rol van televisie en de bijdrage van TV aan Britse cultuur en democratie.

Enkele van de conclusies van dit rapport op een rij zal menig aanhanger van het BBC-model tot nadenken stemmen:
1. Buitenlandse verslaggeving wordt alleen nog gedaan door BBC2. Politieke en economische berichtgeving komt sowieso buiten BBC steeds minder voor. Er is een groei van politie- en criminaliteitsberichten, vooral bij de commerciële omroepen en steeds minder programma's pakken complexe sociale, politieke of economische onderwerpen aan. Het rapport durft zelfs zover te gaan dat het waarschuwt voor een te grote focus op de directe omgeving van de kijker, omdat dit xenofobe gevoelens kan oproepen. In een tijd waarin in Oostenrijk een Haider zich kan profileren is dit toch een opmerking die tot denken aanzet.

2. Schema's en kijkcijfers domineren de discussie vooral over uitzendingen op prime-time. Bij drama leidt het tot minder risicovolle programmering, bij informatie leidt het tot meer vriendelijke lokale items, consumentenitems, die ten koste gaan van buitenlandse berichtgeving en analyses.

3. Er is een duidelijke druk op budgetten. Bij drama leidt dat tot minder tijd voor ideeënontwikkeling, meer herhalingen, minder tijd om talenten zelf te kweken; bij informatie is nauwelijks tijd voor researchjournalistiek, of onderzoek zonder direct zichtbaar resultaat. Er is geen lange termijn commitment voor tijd en geld.
4. Bij drama worden de draaidagen extreem lang, ontstaat veel stress en komt de professionele standaard in gevaar. Het beroep wordt minder attractief. Bij de journalistiek is er te weinig tijd voor goede trainingen van journalistieke vaardigheden.
5. Managers bemoeien zich om budgettaire redenen of redenen van kijkcijfers te veel met het creatieve proces en verstoren het.
6. Techniek wordt vooral gezien al hulp voor goedkopere en flexibele werkmethoden.

Sommige patronen zult u herkennen, anderen minder. In ons land is de nieuwsverslaggeving bij de commerciële omroepen, en vooral bij RTL nog redelijk compleet. Niet valt te ontkennen dat een verschuiving naar meer binnenlands en regionaal nieuws zich ook in Nederland voordoet, evenals de opmars van de politie- en criminaliteitsverslaggeving, met voorlopig hoogtepunt of dieptepunt een gijzelingszaak en de rol van Peter R. de Vries in Helden.

Moet de publieke omroep de aanpak van de commerciële omroep nabootsen, of moet ze juist een volstrekt eigen koers varen?

Ik heb nog een onderzoek voor u.
McKinsey in Londen heeft in 20 landen de vraag onderzocht of de publieke omroep zijn missie wel kan handhaven in de huidige concurrentiestrijd. Alleen al omwille van de titel wil ik u dit onderzoek niet onthouden. In "Keeping Baywatch at bay" wordt uitgelegd dat de publieke omroep sinds de deregulering weliswaar in alle landen marktaandeel heeft verloren, maar in sommige landen toch marktleider kan blijven zonder de hoge standaard te verwaarlozen. De les van deze studie is dat door hoge eisen te blijven stellen aan de programmering en ook voldoende middelen daarvoor ter beschikking te stellen, de positie van de publieke omroep sterk kan blijven, mits deze al stevig was. In Zweden is na de komst van de commerciële omroep het marktaandeel van SVT teruggelopen tot 40%, maar is nu op prime time meer dan 50%. Bovendien blijkt dat de commerciële omroepen de publieke navolgen door kwalitatief betere programma’s op te nemen. In Duitsland heeft de hoge standaard van ARD en ZDF volgens de onderzoekers ertoe bijgedragen dat RTL met Spiegel TV is gekomen. Een doorslaggevend onderdeel van succes is volgens Mc Kinsey de financiering.

Het zal de NOS als muziek in de oren klinken. Hoe meer publiek geld, des te sterker de positie. En een sterke positie van de publieke omroep noodzaakt de commerciële omroep tot een kwalitatief betere programmering.

Zo langzamerhand kan ik u een meer optimistischer visie bieden. Wat is er voor nodig om de publieke omroep een belangrijke rol te laten spelen.

a. Deugdelijke financiering
b. Aangaan van strategische allianties

c. Kiezen voor kwaliteit en integriteit

Deugdelijke financiering

Per jaar wordt er 1 à 1,2 miljard geïnd voor financiering van de publieke omroep. De STER-inkomsten waren ruim 440 miljoen, dat brengt het bedrag op de mediabegroting van OCenW op pakweg anderhalf miljard. Daar wordt de landelijke omroep uit betaald (1,25 miljard) en overige omroepactiviteiten. In andere landen zijn de bedragen voor de publieke omroep: Duitsland (ARD + ZDF) 15 miljard, Denemarken 1,2 miljard, Engeland 8 miljard. Onze Europese medeburgers zijn over het algemeen meer geld kwijt voor de omroep. In Engeland betaalt men vanaf 1 april a.s. 374 gulden.

De omroepen hebben verder nog eigen inkomsten uit: contributie, opbrengst programmabladen, nevenactiviteiten, eigen vermogen. De Mediawet legt enkele harde voorwaarden op aan de publieke omroep:


- publiek geld moet ingezet worden voor het maken van programma’s;

- er mag geen publiek geld overgeheveld worden naar private partijen;

- een omroep mag niet dienstbaar zijn aan het maken van winst door derden;

- alle extra inkomsten van de omroep(-vereniging), zoals inkomsten uit nevenactiviteiten en eigen vermogen moeten ook besteed worden aan het maken van programma’s;

- een omroepvereniging mag nevenactiviteiten verrichten, maar de nevenactiviteit moet een relatie hebben met de hoofdtaak (het maken van programma’s), er mag geen publiek geld voor worden aangewend en het mag niet leiden tot concurrentievervalsing.
De voorwaarden zijn samen te vatten onder de uitgangspunten van non-commercialiteit. Dit wordt nog eens onderstreept door het terugbrengen van de sponsormogelijkheden in de nieuwe Concessiewet.

Vorig jaar is een begin gemaakt met de overdracht van de omroepreserve. De NOS heeft van OCenW een bedrag van 160 miljoen gekregen uit de omroepreserve en geeft ook in het meerjarenplan de besteding daarvan aan, waaronder ca 30 miljoen voor Internet en andere digitale ontwikkelingen.
Het zijn behoorlijke bedragen die echter met name bij het maken van televisie en het doen van investeringen in nieuwe diensten gauw zijn uitgegeven. De BBC heeft het afgelopen jaar een heftige strijd gevoerd voor een hogere omroepbijdrage. Deze is al behoorlijk hoger dan in Nederland. De Engelse regering heeft uiteindelijk besloten de omroepbijdrage met ruim 10 gulden op jaarbasis te verhogen om te kunnen investeren in nieuwe diensten.
Aangaan van strategische allianties

De publieke omroep moet er rekening mee houden met concurrenten te werken die bereid en in staat zijn desnoods de gehele BV Nederland op te kopen. Hoeveel miljoen of miljard moet je reserveren voor de championsleague als de voetbalteams in handen komen van energiemaatschappijen of van mediamagnaten, hoe kom je nog aan filmrechten als alle distributeurs ondergebracht zijn bij de Walt Disney’s en America Online’s van deze wereld, wie maakt programma’s voor je als straks Endemol, via Telefonica van Bertelsmann is, en die laatste een belang heeft in HMG?

De publieke omroep zal inhoudelijke samenwerking moeten zoeken met partners op gelijk kwalitatief niveau. Met buitenlandse publieke omroepen, met de filmsector, met productiemaatschappijen, met de culturele sector, met maatschappelijke belangenorganisaties en misschien wel met krantenredacties. Let wel, ik pleit voor samenwerking op inhoudelijk niveau en niet op dat van de exploitatie.

Kiezen voor kwaliteit en integriteit


- De publieke omroep moet uiteraard met zijn tijd meegaan en een achterstand inhalen op het gebied van de nieuwe media. Integreren van radio, TV en Internet. Experimenteren met kleine camera’s, samenwerken op het gebied van researchjournalistiek, bouwen aan een toonaangevende informatiewebsite van Nederland.
- De organisatie van de publieke omroep kan journalistieker. Als het systeem van zenderprofilering gaat werken kunnen inhoudelijke beslissingen genomen worden door programmamakers, hoofdredacties.
- Non-commercialiteit krijgt op Internet een nieuwe betekenis. De verleiding zal groot zijn om bij bespreking van producten of diensten direct een service op Internet aan te bieden om deze producten te bestellen. Er zal een duidelijke scheiding moeten komen tussen informatie, commercials en service. Sponsoring op Internet zal onnodig vertroebelend werken en is onwenselijk.
- De kwaliteit van programma’s vereist een permanente investering. De publieke omroep zal alleen op kwaliteit de concurrentie aankunnen.

- Het vermogen tot selecteren van de enorme hoeveelheid informatie wordt belangrijker. Verenigingen hebben daarin een vitale rol omdat zij selecteren met inachtneming van hun eigen identiteit. Dat kan er toe leiden dat de publieke omroep vanwege de diversiteit en pluriformiteit een uniek breed samengesteld pakket kan leveren.

- Goed selecteren betekent ook manipulaties herkennen en bereid zijn er zelf op uit te trekken om te verifiëren. Exemplarisch zijn de voorbeelden uit de golfoorlog, waar de hele wereld zijn oordeel moest baseren op de beelden van CCN die door het Amerikaanse leger geënsceneerd of gecontroleerd waren. Bij de evaluatie van de Kosovo-crisis is ook ruiterlijk erkend dat Jamie Shea propaganda bedreef. Nederlandse camerateams zullen er zelf op uit moeten gaan op een niveau van de buitenlandse ploegen. Daar moeten we ook geld voor over hebben.

Ik heb u gewezen op de nieuwe orde van mediamonopolies die grote invloed zullen hebben op het Nederlandse informatieaanbod en op de prijsstelling. Wolf bijvoorbeeld koppelt entertainment aan informatie voor verkoopdoeleinden. Hofland waarschuwt tegen de machtsposities die deze bedrijven in gaan nemen op economisch, cultureel en politiek vlak. De ijsberg die naar het zuiden drijft en dientengevolge smelt geeft een beeld van de problemen bij de BBC. Het Baywatch-rapport geeft een mogelijke richting aan om een goede informatievoorziening op peil te houden. Vasthouden van kwaliteit.

De Nederlandse samenleving beschikt over een goed divers aanbod van informatie en amusement. De overheid moet dat reguleren en stimuleren. De publieke omroep heeft goud in handen, maar staat wel voor een enorme klus om met alle verschuivende verhoudingen en met toekomstige digitalisering (lees: fragmentatie) de Nederlandse samenleving te blijven bereiken. In modern jargon heten dat uitdagingen. Ik wens de publieke omroep daarbij veel succes.

Deel: ' Toespraak Inge Brakman Titanenstrijd van publieke omroep '




Lees ook