FNV

Uitreiking OR-prijs: toespraak Lodewijk de Waal

MEDEDELING voor de redactie: persbericht met de prijswinnaar volgt omstreeks 16.00 uur

Toespraak LODEWIJK DE WAAL,
voorzitter van de FNV,
bij de uitreiking van de FORMAATPRIJS 99
aan de meest innovatieve ondernemingsraad
op woensdag 16 juni 1999 in Utrecht

Geachte aanwezigen,


1. Vanmiddag wordt voor de eerste keer de FNV Formaatprijs uitgereikt.
Met de FORMAATPRIJS 99 wil FNV Formaat zijn waardering uitdrukken voor het vele werk dat ondernemingsraden verrichten in het belang van werknemers, en in het belang van goede arbeidsverhoudingen in het algemeen.
Heel Nederland hecht grote waarde aan goede arbeidsverhoudingen. De aandacht gaat dan meestal vooral uit naar de grote verhalen in de Stichting van de Arbeid en de SER, en naar de CAO's. En minder naar die onvoorstelbare hoeveelheid grote en kleine punten waar ondernemingsraden zich dag-in, dag-uit, jaar-in, jaar-uit met enorm veel doorzettingsvermogen en vindingrijkheid mee bezig houden. En dat terwijl zij met elkaar toch eigenlijk een heel belangrijk onderdeel van ons onvolprezen poldermodel vormen.


2. Je zou kunnen zeggen: ondernemingsraden zijn een beetje de 'huisvrouwen' van het poldermodel.
Een verrassende vergelijking misschien.
Maar ik bedoel: ook huisvrouwen verrichten een soort onzichtbare arbeid.
CBS


en werkgelegenheid. Maar als ze er niet waren, zou de economie instorten.
En zo is dat ook een beetje met de ondernemingsraden in het poldermodel.
Ze lijken misschien onzichtbaar.
Maar als ze niet bestonden, zou de vloer van onze arbeidsverhoudingen wegvallen.
En dat zou een gevaarlijk zwevende toestand opleveren. Vandaar die geuzennaam: ondernemingsraden, de huisvrouwen van ons poldermodel.
Huismannen mag ook, - zo modern ben ik nou ook wel weer. Er wordt hard gepoetst, maar weinig zichtbaar, en soms met te weinig waardering. En van een huishoudloon is geen sprake. Vandaar de Formaatprijs.
Om de ondernemingsraden in de schijnwerpers te zetten. En hun werk te belichten.


3. We pakken dat serieus aan.
Niet één keer. Maar om te beginnen vijf jaar achter elkaar. En niet alleen met een mooie symbolische prijs in de vorm van een beeldje.
Maar ook met een flink bedrag van vijftigduizend gulden. Dat geld komt niet uit de ouwe sok van de FNV.
Maar is zelf verdiend door FNV-Formaat, met de serviceverlening aan ondernemingsraden.
Een teken van gezondheid van Formaat.
Het vervult zijn brugfunctie tussen ondernemingsraden en vakbeweging kennelijk zo goed, dat het geld oplevert.
Die opbrengst wordt weer geïnvesteerd in het verbeteren van de medezeggenschap.
En dan is het de bedoeling dat de winnende OR dat bedrag besteedt aan onderzoek, een publicatie of iets anders waar ook andere ondernemingsraden weer iets aan hebben.
Zo helpen wij elkaar, zal ik maar zeggen.


4. Na al deze lovende woorden over ondernemingsraden, poldermodel en FNV Formaat, is het tijd voor een kritische noot. Want u vraagt zich natuurlijk af: als het allemaal zo fantastisch gaat in het land der medezeggenschap, is het dan nog wel nodig om innovativiteit en creativiteit te stimuleren?
Welnu, ik moet helaas bekennen: ja, dat is echt wel nodig! Niet overal in polderland gaat het er zo actief en innovatief aan toe, als u en ik zouden wensen.
Er zijn ook ondernemingsraden die een onopgemerkt bestaan leiden. Onopgemerkt, niet uit gebrek aan belangstelling. Maar eenvoudig omdat er weinig uit hun handen komt dat de moeite van het signaleren waard is.
Zoals er - begrijp me goed - ook vakbondsafdelingen zijn, waar te weinig uit voort komt.
Of bedrijven, waar zelden iets verrassends wordt bedacht. En misschien passen zulke bedrijven en zulke ondernemingsraden ook wel een beetje bij de zwakke zijde van ons poldermodel. We zijn zo gewend dat alles soepeltjes wordt uitonderhandeld en afgehandeld, dat het soms leidt tot een zekere polder-braafheid, een zekere zelfgenoegzaamheid.
En dat geldt zeker - om maar eens een voorbeeld te noemen - op het gebied van innovatie, kennis en onderzoek.
Er wordt veel gepraat over kennis-economie, employability en lerende ondernemingen.
Maar te weinig gedaan.
Het Nederlands bedrijfsleven loopt internationaal achterop wat betreft investeringen in R&D.
En van een extra impuls in opleiding en scholing is nauwelijks sprake.
Soms lijkt het wel, of we ons door al het mooie gepraat over kennis en innovatie in slaap laten sussen.
En zo is het ook een beetje met de arbeidsverhoudingen. Het barst van de interessante congressen en beleidsnota's over moderne mondige werknemers en keuze-menu's in de Cao, over scholing, loopbaanonderbreking of werkdrukvermindering, maar in de praktijk gaat de ontwikkeling uiterst traag.
Eén bescheiden wetje Flex & Zekerheid, - en het halve bedrijfsleven lijkt haast ontregeld door zoveel doortastendheid! Nou ja, je kunt ook zeggen: ze zijn in elk geval wakker geschud... Dat zou op meer terreinen mogen gebeuren.
Wie weet is het een .ijzeren wet van Wassenaar.: te veel succes leidt tot gemakzucht.

Wat de verklaring ook moge wezen, het poldermodel heeft een opkikker nodig. Een grote onderhoudsbeurt.
Niet dus de succesformule zelf bij het oud vuil zetten, maar wel nieuwe impulsen geven.
Nieuwe impulsen op centraal niveau, in de bedrijfstakken, en in de ondernemingen.
Innovatie, originaliteit en creativiteit dienen op alle fronten te worden aangejaagd.
Alerte, wakkere ondernemingsraden kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren.
De FORMAATPRIJS 99 is één van de instrumenten om meer leven in de polder-brouwerij te brengen.


5. Het decentrale niveau wordt steeds belangrijker in ons Poldermodel.
Toen het in CAO's nog vooral ging over lonen en pensioenen, was de uitvoering eenduidig.
Bij de invoering van ATV in de jaren tachtig werd het voor het eerst echt nodig om op bedrijfsniveau decentrale plannen te maken, om CAO-afspraken ten uitvoer te kunnen brengen.
Het leidde tot een golf van discussies over adv-dagen, roosters en herbezetting.
Sindsdien zijn daar alleen maar steeds meer thema's bijgekomen, waarvan moeilijk op centraal niveau valt aan te geven, op welke manier ze precies geïmplementeerd moeten worden.
Werkdruk.
Scholing.
Employability.
Leeftijdsafhankelijk personeelsbeleid.
Loopbaanonderbreking.
Flexarbeid.
Allemaal thema's waarover het makkelijk praten valt, maar zie er maar eens handen en voeten aan te geven!
Dat vraagt creativiteit.
Dat vraagt om onafhankelijke geesten die initiatieven durven nemen die tot dusver misschien niet gebruikelijk zijn in hun bedrijf. Waarmee ik overigens allerminst bedoel te zeggen, dat de rol van ondernemingsraden alleen uitvoerend is.
Een innovatieve OR werkt ook voedend naar het algemene debat. Die heeft een open oog voor ontwikkelingen buiten de deur en speelt daar actief op in.
Knoopt aan bij thema's die in het CAO-overleg spelen. En levert daar zelf een creatieve bijdrage aan. Dat is de ondernemingsraad die bijdraagt aan de vitalisering van ons poldermodel.


6. Wat verstaan we dus onder een innovatieve ondernemingsraad? In het juryrapport wordt iets gezegd over de selectiecriteria. Het moet gaan om een kleine stap, waar andere ondernemingsraden iets van kunnen leren.
En dan niet alleen in de vorm van mooie plannen, maar vooral in klinkende resultaten.
Verder worden genoemd: een toekomstgerichte onderwerp-keuze, een goede relatie met zowel achterban als bestuurder, en het vermijden van bedrijfsblindheid.
Ik ben het daar mee eens, maar wil het belang van 'de innovatieve ondernemingsraad' toch in een wat breder kader zetten. In mijn ogen is een ondernemingsraad vooral innovatief, als ze
- a) - in de eigen onderneming iets in gang zet wat tot dan toe ongebruikelijk was, èn

- b) - tegelijk een vernieuwende impuls geeft aan de arbeidsverhoudingen in haar omgeving.
Dat is dus een intern, en een extern effect.


7. Natuurlijk, de ene ondernemingsraad is de andere niet. Net zo als het ene bedrijf het andere niet is.
Dat maakt vergelijken moeilijk.
Je kunt moeilijk zeggen: in bedrijf X is de medezeggenschap verder ontwikkeld dan in bedrijf Y, dus krijgt X de prijs. Want misschien is dat in bedrijf X al jaren zo, terwijl er in Y onlangs eindelijk een stap vooruit is gezet.
Waar het om gaat is: weet een OR iets los te maken? Iets te veranderen?
Weet ze iets in gang te zetten, wat tot dusver in dat bedrijf ongebruikelijk was? Dat is innovatief.


8. Zo'n OR durft tegen de stroom in te gaan, als dat nodig is. Deinst niet terug voor een pittige confrontatie met de bestuurder. Maar deint ook niet bij voorbaat mee met de grootste gemene deler in het bedrijf.
Gaat ook een pittige discussie met de achterban niet uit de weg. Of met de vakbond.
Is niet braaf, maar kritisch.
Durft positie te kiezen.
Niet om met iedereen overhoop te liggen, maar om dingen in gang te zetten.
Een OR waar vernieuwende impulsen van uitgaan is geen brave Hendrik, maar evenmin een gelijkhebberige betweter.
Vernieuwen betekent samenwerken, maar wel op een verrassende, eigenwijze manier, zowel naar de eigen achterban, naar de directie, alsook naar de vakbeweging.


9. Tot slot daarom nog enkele opmerkingen over die relatie tussen vakbond en OR.
Dat is van oudsher een spannende relatie.
Aan het begin van deze eeuw was het dikwijls water en vuur tussen de kernen, als dienaren van het bedrijfsbelang, en de vaak anti-kapitalistische vakbonden.
Die posities zijn langzaam naar elkaar toegegroeid. De vakbeweging ging door de 'ingroei' zelf medeverantwoordelijkheid dragen voor economische groei en werkgelegenheid. En de ondernemingsraad werd behalve bedrijfsorgaan ook erkend werknemersvertegenwoordiger.
We kunnen rustig constateren dat de verhouding tussen vakbeweging en ondernemingsraden nog nooit zo goed is geweest als tegenwoordig. En dat is - in het belang van onze leden, uw achterban, en de werknemers in het algemeen - een goede zaak.

10. Toch blijft het een spannende verhouding.
Een OR is geen vakbond, en een vakbond geen OR. Ze hebben verschillende taken en bevoegdheden.
En vervullen verschillende functies in het bredere kader van goede arbeidsverhoudingen.
En als ik pleit voor een goede verhouding tussen vakbeweging en ondernemingsraden, dan bedoel ik niet: een spanningsloze verhouding, maar juist een prikkelende, kritische en inspirerende relatie. We hoeven niet ruziënd over straat te rollen.
Dat is nou ook weer het andere uiterste.
En weinig productief bovendien.
Maar mijn ideaal is evenmin dat ondernemingsraden en vakbonden elkaar voortdurend over de bol aaien.

Mijn ideaal is dat ze zelfstandig opereren.
Zelf initiatieven nemen.
Creatief zijn, en kritisch, ook naar elkaar toe. En dat ze voor elkaar open staan.
Open en zakelijk met elkaar communiceren, juist ook als er verschil in opvatting bestaat.
Een soort kritische solidariteit.
Dat is mijn ideaal.

11. De ene OR is bovendien de andere niet.
En de ene bond is de andere niet.
Telkens opnieuw zullen bond en ondernemingsraad elkaar moeten vinden.
Er zijn situaties waarin de OR bijna een conditio sine qua non is voor het tot stand komen van een CAO - zoals bij Origin. Maar er zijn ook situaties waarin een vakbondsonderhandelaar zal zeggen: geen haar op mijn hoofd die erover piekert om met zo'n OR in zee te gaan!
Zoals er ook bedrijven zijn, waar de bond misschien wel zou willen dat de OR een bepaalde taak op zich zou nemen, maar de OR zelf niks in de bond ziet.
[En er zijn - vergeet dat niet - nog steeds duizenden bedrijven waar helemaal geen OR bestaat.]
Zo divers en rijkgeschakeerd is de werkelijkheid. Ik zie daarom weinig in uniforme modellen.
Maar zweer bij het zelf vinden van de optimale relatie in een gegeven situatie.
En bij het zelf vormgeven van die situaties.
Een innovatieve ondernemingsraad weet ook op dat vlak dingen in beweging te brengen.
Ik bedoel maar: spannende relaties zijn de beste relaties die er zijn.
Geen afstandelijkheid.
Niet elkaar koud laten.
Maar ook geen blindelings vertrouwen.
Geen kleffe toestanden.
Maar de wil om open te communiceren en van elkaar te leren. Elkaar te inspireren.
En je zou kunnen zeggen: ook elkaar te innoveren. Ik hoop dat deze FNV-Formaat prijs zal bijdragen tot zo'n productieve relatie tussen vakbeweging en medezeggenschap.

16 jun 99 15:48

Deel: ' Toespraak Lodewijk de Waal bij uitreiking OR-prijs '




Lees ook