expostbus51


Ministerie SZW
https://www.minszw.nl

SZW: Toespraak door minister De Vries bij AOB

Nr. 99/24

1 maart 1999

Embargo:

1 maart 1999 tot

15.00 uur

Toespraak door minister mr. K.G. de Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de conferentie 1 jaar WSW 1 jaar onafhankelijke indicatiestelling op 1 maart 1999 in Middelburg.

De arbeidsmarkt is er voor iedereen. Werk is niet alleen weggelegd voor kerngezonde mensen, maar ook voor mensen met een handicap.

De sociale werkvoorziening is een belangrijk instrument in het arbeidsmarktbeleid. Niet voor niets krijgt dit instrument jaarlijks een grote plaats op de begroting. Maar een goede sociale werkvoorziening is niet alleen een kwestie van geld. Het is vooral een kwestie van mensenwerk.

Het doet me dan ook goed dat zoveel mensen op deze conferentie aanwezig zijn. U maakt werk van uw betrokkenheid. Vanuit uw functie als gemeentebestuurder, als directeur of medewerker van een SW-bedrijf of als lid van een indicatiecommissie.

Voor de rijksoverheid is dat van groot belang. De inschakeling van arbeidsgehandicapten op de arbeidsmarkt is een maatschappelijke doelstelling. Maar die doelstelling kan de rijksoverheid niet realiseren met een uniforme, landelijke aanpak. Echte oplossingen zijn alleen mogelijk met maatwerk voor iedere individuele arbeidsgehandicapte. Daarbij is uw inzet onmisbaar.

Met de nieuwe Wet op de Sociale Werkvoorziening biedt het rijk aan de gemeenten de kans om maatwerk te bieden. De nieuwe wet biedt de gemeenten de ruimte, de middelen en de instrumenten voor een effectief beleid.

Het is aan u, als gemeentebestuurders, om die ruimte te benutten. Om de middelen en de instrumenten zo in te zetten, dat arbeidsgehandicapten aan de slag komen. Dat is een grote verantwoordelijkheid.

Recent is de Wet op de Sociale Werkvoorziening veranderd. Wat waren daarbij de belangrijkste veranderingen? De belangrijkste verandering is dat het SW-bedrijf geen monopolie meer heeft op de inschakeling van mensen met een handicap. Gemeenten kunnen ook loonkostensubsidies en begeleiding inzetten om deze mensen in het bedrijfsleven aan de slag te helpen. En ook kunnen zij reguliere werkgevers aanwijzen als uitvoerder van de wet.

In de oude Wet op de Sociale Werkvoorziening stond het SW-bedrijf centraal. De belangrijke rol van deze instellingen blijkt uit hun omvang. De SW-bedrijven bieden werkgelegenheid aan ongeveer 90 duizend mensen met een arbeidshandicap. In internationale vergelijking is dat veel. Verhoudingsgewijs werken in Nederland drie tot vier keer zoveel mensen in de sociale werkvoorziening als in andere Europese landen.

Is zo.n omvangrijke werkgelegenheid in de SW een teken van een goed sociaal beleid?
Ik denk niet dat je dat z¢ kunt zeggen. Voor veel arbeidsgehandicapten is de sociale werkvoorziening de enige mogelijkheid om aan het arbeidsproces deel te nemen. Een kans op werk die ze anders niet zouden hebben. Maar voor een deel van de SW-werknemers is er wel degelijk een alternatief. Zij zouden ook in het bedrijfsleven aan de slag kunnen, eventueel met begeleiding. En als die mogelijkheid er is, dan is een baan in het bedrijfsleven naar mijn mening te verkiezen boven het werken in de SW.

Nederland onderscheidt zich niet alleen van andere West-Europese landen door de grote werkgelegenheid in de sociale werkvoorziening. Ook zijn er nog lange wachtlijsten. Twintigduizend mensen willen graag in de sociale werkvoorziening aan het werk, maar voor hen is daar geen plaats.

En het is niet alleen de omvang van de wachtlijst die zorgen baart. Ook de samenstelling van de wachtlijsten is een probleem. Op de wachtlijsten staan veel mensen met een zwaardere arbeidshandicap. En dat zijn juist de mensen die heel moeilijk op de reguliere arbeidsmarkt terecht kunnen. Terwijl in de sociale werkplaatsen ook mensen met lichtere handicaps aan de slag zijn. En dat zijn werknemers die met inzet van de instrumenten van de Wet op de reïntegratie arbeidsgehandicapten wél perspectief hebben op een baan in het bedrijfsleven.

Wat is de oorzaak van de lange wachtlijsten? De oorzaak is niet alleen een gebrek aan arbeidsplaatsen in de SW-bedrijven. De oorzaak is vooral dat de plaatsen worden bezet gehouden door mensen die ook elders terecht zouden kunnen. Veel mensen zouden met financiële ondersteuning en begeleiding op de reguliere arbeidsmarkt een plaats kunnen vinden. Maar deze werknemers krijgen nu nog te weinig kans om naar een baan in het bedrijfsleven door te stromen. En daardoor komen er onvoldoende plaatsen vrij voor mensen die wél op een baan in de SW zijn aangewezen.

Niet alleen de arbeidsgehandicapten waren onder de oude Wet op de Sociale Werkvoorziening aangewezen op het SW-bedrijf. Ook gemeenten hadden niets anders te bieden.

De nieuwe wet biedt hen alternatieven. Het rijk heeft hen nieuwe instrumenten gegeven om arbeidsgehandicapten in te schakelen in het arbeidsproces.

En dat is goed nieuws. Niet alleen voor gemeenten, maar ook voor de mensen die in de sociale werkvoorziening werken. Veel mensen met een arbeidshandicap willen graag in het bedrijfsleven aan de slag. En veel arbeidsgehandicapten zijn in staat om in het bedrijfsleven aan de slag te gaan. Misschien niet zelfstandig, maar wel met financiële ondersteuning en met professionele begeleiding. En daar zet de nieuwe wet op in. Om mensen die dat kunnen en willen een baan te bieden op de reguliere arbeidsmarkt.

In de nieuwe wet staat dus niet langer het SW-bedrijf centraal, maar de arbeidsgehandicapte. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te zorgen dat mensen met een handicap passend werk krijgen. Gemeenten krijgen van het rijk een subsidie voor de inschakeling van een arbeidsgehandicapte. Die subsidie varieert van 43 duizend tot 53 duizend gulden, afhankelijk van de zwaarte van de handicap.

De gemeente kan die subsidie op vier manieren gebruiken. Voor begeleid werken. Voor detachering. Voor arbeidsplaatsen bij een reguliere werkgever die voor de gemeente de WSW uitvoert. En voor arbeidsplaatsen in SW-bedrijven.

Ik noem ze niet voor niets in deze volgorde. Toeleiding naar reguliere arbeid staat in het beleid voorop. Begeleid werken en detachering verdienen de voorkeur boven het werken in het SW-bedrijf. Het werken bij een reguliere werkgever biedt gehandicapte werknemers een veel grotere keuzevrijheid. Ze kunnen zelf een werkgever kiezen. Ze kunnen zelf kiezen welk werk ze doen. Ze zijn niet langer gebonden aan het werkaanbod van de traditionele sociale werkvoorziening.

Begeleid werken en detachering hebben nog andere voordelen. Banen in het bedrijfsleven zijn vaak goedkoper dan banen in het SW-bedrijf. Ondanks de financiële ondersteuning en ondanks de intensieve begeleiding. Gemeenten die actief inzetten op begeleid werken kunnen daardoor middelen vrijmaken om meer mensen met een handicap aan de slag te krijgen.

Begeleid werken en detachering zorgen bovendien voor een betere integratie van arbeidsgehandicapten in de samenleving. Daarmee sluiten deze werkvormen aan op een aantal trends op andere beleidsterreinen.

In het onderwijs zien we dat de gewone scholen extra inspanningen doen om te voorkomen dat moeilijk lerende kinderen naar het speciaal onderwijs moeten.
Begeleid wonen vormt voor een groeiende groep verstandelijk en psychisch gehandicapten een alternatief voor het verblijf in een instelling.

Hetzelfde willen we nu bereiken op de arbeidsmarkt. Begeleid werken en detachering moeten het mogelijk maken dat ook mensen met een arbeidshandicap midden in de maatschappij blijven staan. Deze nieuwe werkvormen moeten mensen met een handicap een keuze bieden. Ze moeten voorkomen dat arbeidsgehandicapten per definitie zijn aangewezen op het SW-bedrijf.
Begeleid werken en detachering zijn niet voor iedereen de beste oplossing. De zwaardere arbeidsgehandicapten kunnen in het bedrijfsleven moeilijker terecht. En ook mensen met een lichtere handicap kunnen de beschutte omgeving van het SW-bedrijf verkiezen boven begeleid werken in het bedrijfsleven.

Dit betekent dat maatwerk noodzakelijk blijft. Een goede indicatiestelling is daarbij van wezenlijk belang. In de wet is geregeld dat de indicatiestelling moet worden uitbesteed aan een onafhankelijke commissie van deskundigen.

De onafhankelijkheid is een belangrijk kenmerk van de indicatiecommissie. Bij de indicatiestelling moet immers het belang van de gehandicapte voorop staan, en niet het belang van de instantie waar hij of zij vervolgens terecht komt.

Maar onafhankelijkheid alleen is niet voldoende. De kwaliteit van de indicatiestelling moet worden gewaarborgd door kwaliteitsbewaking. Naast de onafhankelijkheid van de commissie is daarvoor van belang dat de indicatiestelling inzichtelijk, zorgvuldig en juist is.

De criteria voor de kwaliteitszorg kunnen niet van bovenaf worden opgelegd. Ze moeten worden ontwikkeld in de praktijk. Daarom hecht ik grote waarde aan de pilot die hier in Zeeland is uitgevoerd. Deze pilot levert belangrijke bouwstenen voor kwaliteitssystemen waarmee ook andere gemeenten hun voordeel kunnen doen.

Een goede indicatiestelling staat niet los van de beleidsvrijheid die in de nieuwe wet aan de gemeenten is toebedeeld. De indicatiestelling moet de informatie leveren die de gemeenten nodig hebben om de mensen met een handicap individueel maatwerk te bieden.

Gemeenten hebben in het arbeidsmarktbeleid een sleutelpositie. Met de Wet Inschakeling Werkzoekenden en met de Wet op de Sociale Werkvoorziening hebben zij de instrumenten in handen gekregen om op individueel niveau maatwerk te leveren. Daar hadden gemeenten ook uitdrukkelijk om gevraagd.

Als gemeentebestuurders bent u niet langer aangewezen op een beperkt aantal dienstverleners met een beperkt aantal standaarddiensten. U kunt zelf de dienst uitmaken. U kunt een regierol vervullen. U kunt voor iedere individuele werkzoekende op maat instrumenten inzetten.

Elke nieuwe ontwikkeling biedt kansen en bedreigingen. Dat geldt ook voor de nieuwe Wet op de Sociale Werkvoorziening. De bedreigingen worden vooral gevoeld door gemeenten die op de traditionele manier blijven werken. De kansen zijn er voor gemeenten die actief werken aan de inzet van nieuwe instrumenten.

Het rijk heeft de ruimte gecreëerd voor een effectief gemeentelijk arbeidsmarktbeleid. Het is aan u, als gemeentebestuurders, om die ruimte te benutten, ook voor burgers met een handicap.


- LET OP EMBARGO -


01 mrt 99 15:00

Deel: ' Toespraak minister De Vries bij AOB '




Lees ook