Ministerie van Binnenlandse Zaken


Toespraak van minister Peper op de nieuwjaarsreceptie voor functionarissen op het terrein van openbare orde en veiligheid

"De veiligheid in Nederland: onze zorg"

Dames en heren,

Om te beginnen wil ik U allen, betrokken bij de openbare orde en veiligheid in ons land, van harte welkom heten op deze traditionele nieuwjaarsreceptie.
En U uiteraard - al zijn we al een eind op streek - een voorspoedig 1999 toewensen, ook voor de Uwen en in uw werk. Wij zijn hier vandaag de gast van het Gemeentemuseum, een bijzonder museum, een bijzonder gebouw, én met een schilderij dat - na de Nachtwacht - recent bij een breed publiek bekend is geworden. De naam van dat schilderij ben ik even kwijt, de schilder was de grote Mondriaan die de hele wereld op een nieuwe manier naar ruimte heeft laten kijken. Een genie.
Het Gemeentemuseum zelf heeft een ingrijpende verbouwing ondergaan. Het Haagse gemeentebestuur kan trots zijn. Deze receptie is een goede gelegenheid om stil te staan bij het belang en de betekenis van uw werk in een samenleving die naast esthetiek ook verontrustende uitingen van verval kent. U en uw mensen houden zich dagelijks op in het hart van die samenleving, en veelal aan de rafelrand van onze maatschappij. Een maatschappij waarin we steeds vaker geconfronteerd worden met aanslagen op de integriteit van mensen, op de integriteit van het publieke domein, op - om het eens klassiek te zeggen (maar daar gaat het wel om) - het gezag van de overheid, in allerlei vormen, op allerlei manieren.
We weten het: het gezag van de overheid is de afgelopen decennia minder vanzelfsprekend geworden. In vele opzichten is dat een winstpunt, want product van méér individuele vrijheid, waar meer democratische verhoudingen tussen mensen zijn ontstaan. De verhouding tussen overheid en burger, samenleving en politiek, is dus - in enkele decennia - dramatisch veranderd. Ik zei het al: vrijheid en welvaart zijn toegenomen, klassieke maatschappelijke verbanden zijn vergruisd, minder statisch geworden, groepen zijn nu netwerken.
Het lijkt er overigens vaak op dat - op zijn minst in de beeldvorming - overheid en maatschappij uit elkaar zijn gegroeid, verder van elkaar af staan. Aan de andere kant is vast te stellen dat overheid en samenleving juist steeds sterker verstrengeld zijn geraakt, steeds sterker van elkaar afhankelijk geworden. Maar ook anoniemer, minder herkenbaar, minder duidelijk aanspreekbaar, alsof het publieke domein van niemand meer is. En welhaast iedereen is het er over eens - daar zijn nauwelijks partijpolitieke verschillen - dat de overheid een centrale rol heeft als het gaat om het ordenen van het publieke domein, om in een turbulente en vaak verwarrende samenleving burgers houvast te geven. Herstel van de overheid - re-inventing government - is wel heel erg nodig in dat publieke domein. Want politiek is immers in essentie gezaghebbende waardentoedeling, dus het bewaken, bijstellen en aanscherpen van normen en waarden. Die functies, die normen en waarden, bepalen in hoofdzaak de kwaliteit van onze samenleving. En daarin speelt ú een cruciale rol. Dat moeilijke werk voor een veiliger Nederland doet U, dat doen onder Uw verantwoordelijkheid, Uw mensen.
De ambities van het Regeerakkoord - met méér middelen, maar toch altijd ook beperkt - heb ik tot de mijne gemaakt. Sterker, ik heb gezegd: Nederland moet in de loop van deze regeerperiode veiliger worden. Deze ambitie moet beginnen bij de overheid, de overheidsdiensten. Dán pas kunnen we ook de burgers vragen: doe met ons mee, neem ook úw verantwoordelijkheid voor een veiliger Nederland. En daarom zeg ik ook tegen U: laten we deze ambitie samen tot een goed einde brengen. De mensen, de samenleving verwacht dat van ons. Want de samenlevingzelf, het samenleven als zodanig, komt in gevaar als we niet een beschaafd niveau van veiligheid weten te handhaven. Tezelfdertijd weten we uit onze praktijk dat de meeste Nederlanders nog volop bereid zijn elkaar de helpende hand te bieden.
Omdat het veiliger maken van de samenleving, van het publieke domein, belangrijk werk is, speelt U die essentiële rol waar ik het over had, natuurlijk in nauwe samenwerking met bestuur en politiek.
Daarom ben ik zo blij dat we - hoe zwaar en heftig er ook is onderhandeld, acties in aantocht waren - tot een vergelijk zijn gekomen over de politie-CAO voor de komende twee jaar. Zoals bekend zijn de politievakorganisaties zéér betrokken bij het werk dat ons samenbindt - de veiligheid van Nederland, maar zij zijn ook een meester in het onderhandelen. Ik dank de vakorganisaties voor hun harde, maar creatieve opstelling, die onderstreept dat zij de vernieuwing van de politie en het politiewerk ondersteunen. Wij hebben laten zien dat gezamenlijk optreden van, en intensief contact tussen departement, korpsbeheerders en korpschefs, tot breedgedragen resultaten kan leiden.
Het onderhandelingsresultaat krijgt natuurlijke een extra dimensie in het licht van de opgaven waar wij de komende periode voor staan. Werken aan veiligheid, werken in een echte frontlijnorganisatie. Er is ook bij u sprake is van een brede erkenning van de noodzaak tot verandering. Veranderingen die nu verder kunnen worden gebracht nu er solide afspraken zijn gemaakt over de arbeidsvoorwaarden. De uitstraling die een en ander heeft op het aanvaarden van een werkkring op het terrein van veiligheid kan moeilijk worden overschat. Aan publieke waardering ontbreekt het ons niet, zij het dat er met spoed paal en perk moet worden gesteld aan de onaanvaardbare bejegening die een deel van het publiek zich soms jegens - met name - politieambtenaren meent te kunnen veroorloven.
Natuurlijk, de politie heeft, als het gaat om het veiliger maken van ons land, een grote, maar geen exclusieve
verantwoordelijkheid. Ik zei het al: betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid vormen de basis voor het welslagen van onze inspanningen. De overheid, de politie is afhankelijk van de mate waarin burgers zich betrokken en mede-verantwoordelijk voelen voor hun maatschappelijke omgeving. Want alleen door een gezamenlijke inspanning - lokaal, regionaal en landelijk - van burgers, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden, kan het publieke domein weer volledig aan de burgers toebehoren. Kan het publieke domein worden heroverd, daar waar het nu in smoezelige handen dreigt te komen.
De verantwoordelijkheid, dus ook de slagkracht van de politie, is sterk afhankelijk van de beschikbare instrumenten. Het terugdringen van vuurwapenbezit- en gebruik wordt nu nog bemoeilijkt door de geldende regelgeving, de handhaving van de openbare orde bij collectieve ordeverstoringen met een criminele inslag kan worden verbeterd. Mijn collega van Justitie en ik zijn bezig op dat punt nadere voorstellen te doen. Wij voelen ons gesteund door discussies en opvattingen die ook uit Uw kring tot ons zijn gekomen.
Verder zullen we nog scherper moeten vaststellen wie wat dient te doen in onze maatschappij. De politie moet altijd toegankelijk zijn, vierentwintig uur per dag. Honderd procent van de Nederlanders moet er op kunnen vertrouwen dat zij - bij nood, bij hulp, bij noodhulp - altijd de politie kunnen bellen. Daar moeten we niets aan af doen. Máár, ook andere maatschappelijke instellingen - in de sfeer van zorg, welzijn, geestelijke gezondheidszorg, jeugdwerk en bedrijfsleven - dienen hun taken te verrichten, kan het zijn, waar nodig, ook buiten de kantooruren. Dat bedoelen we in essentie met integraal veiligheidsbeleid. Het Integraal Veiligheidsplan (IVP) zal in het komend voorjaar verschijnen en zal hiertoe een eerste aanzet geven. Als minister ben ik verantwoordelijk voor het aangeven van de kaders, het bepalen van gezamenlijke prioriteiten. Daarom heb ik, om de rol van de politie voor een veiliger Nederland handen en voeten te geven, samen met mijn collega van Justitie, eind vorig jaar het Beleidsplan Nederlandse Politie aan de Tweede kamer aangeboden. Ook heeft het kabinet extra middelen beschikbaar gemaakt, voor dit jaar 143 miljoen. Dit geld moet - effectief, dus meetbaar - leiden tot een vergroting van de veiligheidssituatie en veiligheidsbeleving van de samenleving.
Het Beleidsplan gaat er van uit dat de korpsen, binnen de gestelde kaders en prioriteiten, ten volle in staat zijn en blijven om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen, uiteraard inclusief vormen van interregionale c.q. nationale samenwerking. We proberen wel van elkaar te leren door vergelijkingen, vergelijkbare indicatoren, benchmarking, visitatie. Dit alles in het kader van de prestaties van de totale Nederlandse politie, in een goede combinatie van centraal, regionaal en lokaal. Verscheidenheid in eenheid, eenheid in verscheidenheid.
Zoals in het Regeerakkoord is aangekondigd, wordt ook de sterkte van de politie uitgebreid met 3000 agenten en surveillanten - in een onderlinge verhouding van ongeveer 70-30. Door het effectiever en efficiënter maken van de bedrijfsvoering moeten 2000 arbeidsjaren vrij worden gemaakt, met name ten behoeve van het uitvoerend werk. Ik ben blij dat ook op dat laatste punt al grote inspanningen zijn verricht en verder worden ondernomen. Nu de veiligheid zon breed draagvlak in de samenleving heeft, zullen we op korte termijn een grote wervingsinspanning moeten leveren. We hebben veel nieuwe, bekwame en gemotiveerde mensen nodig. Daarom is het Project Personeelsvoorziening Politie gestart. Binnenkort wordt een begin gemaakt met een gerichte werving- en imagocampagne. Binnen het project wordt ook aandacht geschonken aan de werving van specifieke doelgroepen zoals vrouwen, allochtonen, herintreders en mensen uit andere beroepsgroepen.
Tot slot: die zichtbare, bereikbare en aanspreekbare politie, dus dicht in de buurt en betrokken bij de buurt, is een gebiedsgebonden politie. Zón politie, een politie die zó werkt, dient - zoals de politie dat zelf ook doet - door de burgers met respect worden bejegend. Burgemeester Wallage van Groningen zei het onlangs zo: "Agressie tegen de platte pet mag direct tot arrestatie leiden". Daar ben ik het mee eens.
Ik eindig met de geloofsbelijdenis over mijn beleidsfilosofie. Ik stel mij voor dat het beleid in nauwe samenspraak met U, en dus in nauwe samenhang tot stand wordt gebracht. Met erkenning van onderscheiden verantwoordelijkheden wil ik dat we zo dicht mogelijk bij en naast elkaar staan. We moeten elkaar snel weten te vinden. Slechts op deze wijze gaan we als overheidsdienaren op een verantwoorde wijze met onze publieke verantwoordelijkheid om. Een veilig Nederland heeft recht op een stevig samenwerkende en creatief en effectief functionerende openbare orde en veiligheidssector. Uw prestaties zijn een extra aansporing om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. In die geest zie ik uit naar onze verdere samenwerking.

Relevante links:
Beleidsplan Nederlandse Politie 1999 - 2002

Deel: ' Toespraak Peper oover openbare orde op nieuwjaarsreceptie '




Lees ook