Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak minister Van Boxtel bij de Opening van het Kenniscentrum Grote Steden
Een toespraak bij het onderwerp Grotestedenbeleid 11 oktober 2001
Dames en heren,
Heeft u de website van het Kenniscentrum al bezocht? Dan trof u er net als ik de volgende discussiestelling aan: het onderzoeksprogramma van KCGS is van goede kwaliteit en behandelt de meest recente onderzoeksvragen.
Ik ben heel benieuwd naar de reacties die op deze stelling zullen binnenkomen. Als u het er allemaal mee eens bent, dat kunnen we in elk geval spreken van een vliegende start. Maar het zou me verbazen, en eerlijk gezegd ook een beetje teleurstellen, als niemand er iets op aan te merken had. Een van de functies die het Kenniscentrum gaat vervullen, is nu juist die van discussieplatform. Het Kenniscentrum moet dé plaats worden van de kennisvergaring en de discussie over de stad.
De stad is, in de woorden van de stadssocioloog Lewis Mumford, de plaats
waar de menselijke beschaving gevormd en op de proef gesteld wordt. Hier wordt alles wat mensen kunnen en weten omgezet in signalen en gedragspatronen. Maar tegelijkertijd is de stad ook een ideaal instrument om het oog te verblinden, de geest te intimideren en het hart te misleiden. Een stad is, voor wie erop let, vol boodschappen.
Vol paradoxale en dubbelzinnige boodschappen, voeg ik daaraan toe. De stad is een broedplaats van vernieuwing en vooruitgang. Tegelijkertijd is het ook de plaats waar de druk op de samenleving het eerst oploopt. Waar de complexiteit van de samenleving tot uitdrukking komt. Waar ontwikkelingen convergeren en waar een nieuwe mix van mensen, architectuur en economische activiteiten ontstaat. Geert Mak spreekt in dit verband van ...de plaats waar al het tegengestelde zich concentreert: macht en recht, cultuur en barbarij, het goddelijke en het menselijke. Het is de klassieke plek van de tempel, de markt, het kasteel, de rechtbank, de academie.
Een stad is voortdurend in beweging. Niet één harmonische beweging, maar ontelbaar veel kleine bewegingen. Die elkaar versterken en ongedaan maken, aanvullen en tegenwerken, versnellen en afremmen. Wie dat krachtenveld wil beïnvloeden, moet uitgaan van die veranderlijke urbane werkelijkheid. Dáárom juist is het grote stedenbeleid zon succesvol concept: het speelt in op de specifieke noden van de gehele stedelijke samenleving - wendbaar, decentraal en gericht op meetbaar resultaat. De beschikbaarheid en het doelmatig gebruik van kennis zijn daarvoor onmisbaar. Dáár ligt de taak van het Kenniscentrum: díe kennis verzamelen, analyseren, bediscussiëren en verspreiden, die we nodig hebben om onze steden veiliger en leefbaarder te maken. Voor ál hun bewoners.
Veiligheid is een van de belangrijkste hoekstenen van het kabinetsbeleid en zal dat ongetwijfeld ook in de volgende kabinetsperiode zijn. Veiligheid is een breed begrip. We denken dezer dagen al snel aan wat ik maar even de grote veiligheid noem: bijvoorbeeld de bescherming van ons land tegen aanslagen. Daarnaast is er de kleine veiligheid. Heel simpel gezegd: je moet zonder problemen over straat kunnen. Over élke straat, en op ieder moment van de dag.
Grote en kleine veiligheid staan niet los van elkaar, dat is de afgelopen weken maar al te duidelijk gebleken. Na de aanslagen in New York en Washington zijn er ook in ons land mensen die de islam de schuld geven van het internationale terrorisme. Vrouwen met hoofddoeken worden op straat uitgescholden, scholen worden in brand gestoken en moskeeën beklad. Meer dan ooit zien we hoe urgent een adequaat veiligheidsbeleid is. Internationaal, nationaal en lokaal.
Op lokaal gebied gebeurt natuurlijk al van alles. Verschillende plaatselijke partners in veiligheid slaan de handen ineen. Overlast op straat wordt bestreden. Verslavings- en daklozenzorg zijn sterk uitgebreid en verbeterd. In de Miljoenennota stelt het kabinet extra geld beschikbaar voor veilig uitgaan en voor meer wijkagenten. Afgezien daarvan vinden in het kader van het grote stedenbeleid mooie experimenten plaats om de overlast van jongeren te bestrijden. Ik denk aan de voetbalclub voor Turkse jongeren in Dordrecht en aan de contacten tussen ouderen en jongeren onder de paraplu van Streetlife Tilburg. Ik zou nog heel veel andere voorbeelden kunnen noemen - maar daarvoor verwijs ik u naar het Kenniscentrum.
Veiligheid is onlosmakelijk verbonden met leefbaarheid. Het lijkt tegenwoordig wel eens alsof die term aan inflatie onderhevig is. We hebben gehoord hoe een hooggeleerde aspirant-politicus zijn open sollicitatie naar een lijsttrekkerschap kracht bijzette met de oproep tot een koude oorlog tegen de islam. Kennelijk delen we kennelijk niet allemaal hetzelfde idee van leefbaarheid. Hoedt u voor namaak, zal ik maar zeggen. Wat ík ermee bedoel is dat een ieder die onze wetten respecteert, zich thuis moet kunnen voelen in onze steden.
Met de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid bouwen we inzichten op in de ontwikkeling van wijken en steden. Het biedt ons de kans om te vergelijken: waar gaat het goed en waar moeten we een versnelling hoger? Waar ligt dat aan? Wat kunnen we van elkaar leren?
We betrekken de bewoners zelf nadrukkelijk bij de verbetering van de leefbaarheid in hun wijk. Onlangs heb ik de campagne Onze buurt aan zet gestart, bedoeld om leefbaarheid en veiligheid te vergroten. Daarvoor heb ik in het kabinet met succes gepleit voor een bedrag van negentig miljoen in drie jaar. We gaan niet in Den Haag verzinnen wat we eens met die negentig miljoen gaan doen. Over de besteding daarvan gaan de buurten zelf - iedereen kan meepraten en meebeslissen. Het Kenniscentrum zal de ideeën inventariseren, zodat men in Amsterdam-Noord ziet wat bewoners van Lombok in Utrecht hebben bedacht en omgekeerd - en of het werkt. Werken aan de veiligheid en de leefbaarheid van onze steden, doen we vanuit het besef dat de stad nog altijd multicultureler wordt. We praten dan over vijftien tot dertig procent allochtonen, waarvan het overgrote deel in de steden. Dat gegeven is voor mij nooit aanleiding geweest tot pessimisme en dat is het nog steeds niet. De Rapportage Minderheden 2001 van het Sociaal Cultureel Planbureau onderstreept nog maar eens dat zwartkijkerij over de integratie van etnische minderheden niet op harde feiten is gebaseerd. Natuurlijk loopt de integratie niet altijd en overal van een leien dakje. Maar vooral op het gebied van werkgelegenheid en arbeidsmarktparticipatie hebben etnische minderheden de laatste jaren een spectaculaire sprong gemaakt. Een voorbeeld: de werkloosheid van Turken en Marokkanen is sinds 1995 met maar liefst 35% gedaald!
De stad van de toekomst is een interactieve stad. Moderne communicatie, interactieve beleidsvorming en digitale dienstverlening moeten voor iedereen bereikbaar zijn. Ik wil voorkómen dat er een digitale kloof ontstaat en daar werk ik hard aan. Denk u maar aan de digitale trapveldjes, die als paddestoelen uit de grond schieten, zodat ook mensen zonder computer met de mogelijkheden van ICT in aanraking komen. Ander voorbeeld: kortgeleden zijn de super-pilots Elektronische Dienstverlening van start gegaan in Eindhoven, Den Haag en Enschede. Daarmee gaan we ervaringen opdoen om burgers beter van dienst te zijn, de wachtrijen voor de loketten in te korten en te zorgen dat ook bewoners van achterstandswijken het digitale tijdperk binnensurfen. Ervaringen die - mede dankzij het Kenniscentrum Grote Steden - ook voor andere steden bruikbaar zullen zijn. In het verlengde daarvan streef ik naar een snelle uitbreiding van breedband. Mijn doel is uiteindelijk: een glasvezelkabel naar elke woning, zoals het een stad in de 21ste eeuw betaamt. Maar hoe onstuitbaar de digitale techniek ook oprukt, we mogen de fysieke infrastructuur nooit verwaarlozen. Jaren geleden bleek al dat juist ICT-bedrijven zich graag vestigen in steden. Zij zoeken een levendige omgeving, waar klanten en afnemers in de buurt zitten. Waar je klant bij de lunch kan kiezen uit sushi, tabouleh, bagels en zelfs een uitsmijter rosbief - en dat alles op een paar minuten lopen van je bedrijf. Waar je als marketeer kunt trendwatchen door gewoon voor het raam in je kantoor te staan. Een bruisende omgeving, die creativiteit en ondernemingszin stimuleert. De stad werkt als een magneet op ondernemers - net als op hun klanten. Die populariteit van grote steden brengt ook gevaren met zich mee. De schrik voor elke stad is dat niemand er meer in of uit kan. Dat het transport van goederen vastloopt. Dat economische activiteiten stagneren. Het grote stedenbeleid heeft hier nog niet de rol in kunnen vervullen die het ambieert. Daar gaan we in de toekomst aan werken, uiteraard samen met andere departementen. Creatieve bijdragen via het Kenniscentrum zijn ook op dit punt zeer welkom.
Dat geldt ook voor de herkenbaarheid en de verscheidenheid van de steden. Als je de meerjarige plannen van de steden naast elkaar legt, zie je dat ze wel érg veel op elkaar lijken. Maar niemand wil toch beweren dat Rotterdam een kopie is van Amsterdam? Dat Dordrecht als twee druppels water op Nijmegen lijkt? Gelukkig niet! Steden doen er goed aan om te zoeken naar oplossingen die passen bij hun specifieke omstandigheden. Het grote stedenbeleid wil geen blauwdruk voor DE stad bieden. Die vaststelling stelt ons voor vragen. Ik ga er vanuit dat juist het Kenniscentrum kan helpen bij het beantwoorden daarvan. Moeten steden onderling meer concurreren? Zijn tendersystemen bruikbaar om de verscheidenheid te vergroten? Moeten we toe naar doeldifferentiatie boven een vaste basis?
Kortom: zoals de stad het brandpunt is van maatschappelijke ontwikkelingen, zo moet het Kenniscentrum de focus zijn van alles wat we ontdekt hebben óver de stad. En u zult hier niet alleen kennis verzamelen, maar u gaat die kennis ook integreren met producten van andere centra en zodoende betekenis geven. Dan heb ik het bijvoorbeeld over het KEI, kenniscentrum voor de fysieke pijler van het GSB, en het Kennisnetwerk Sociaal Beleid. Over de samenwerking met het KEI heb ik met beide voorzitters al afgesproken dat we in het derde jaar gaan kijken hoe de samenwerking verloopt en hoe we die kunnen verbeteren. Ik teken hierbij aan dat de Tweede Kamer zich in juni bezorgd toonde over een mogelijke wildgroei aan kenniscentra. Daarom heeft het kabinet het Sociaal Cultureel Planbureau gevraagd om een analyse te maken van omvang, aard en diversiteit van kenniscentra die de overheid (mede)financiert. Op grond van die informatie zal het kabinet kijken of er maatregelen nodig zijn. Het Kenniscentrum Grote Steden zal zich zeker niet beperken tot ons land. De stad heeft zich immers een prominente plaats op de Europese agenda verworven. Een paar weken geleden heeft de Europese Commissaris Barnier in eigen persoon de beschikkingen op de URBAN II-programmas aan mij en de betrokken wethouders overhandigd. Amsterdam, Rotterdam en Heerlen krijgen hiermee in totaal 28 miljoen euro extra om innovatieve projecten uit te voeren. Die zullen een voorbeeldwerking hebben voor het nationale grote stedenbeleid. Andere steden zullen meeprofiteren van de ervaringen van deze drie steden - aan het Kenniscentrum de dankbare taak om die ervaringen uit te dragen. Dat geldt ook voor de wijsheid die wordt opgedaan in de projecten, die betaald worden met de 199 miljoen euro van het Europese programma Doelstelling 2 Stedelijke Gebieden.
Dames en heren,
Op 24 september vond in de Tweede Kamer het Nota-overleg plaats. Daar bleek dat er Kamerbrede instemming was met de manier waarop het grote stedenbeleid zich ontwikkelt. De Tweede Kamer was het met mij eens dat we dóór moeten. Ik roep u allen op om met mij mee te denken over het grote stedenbeleid in de volgende kabinetsperiode. Denkt u mee, praat u mee en laat u anderen leren van uw ervaringen. Dáárvoor is het Kenniscentrum Grote Steden bedoeld.
Ik reken op u allen!
NB: Alleen het gesproken woord geldt.

Relevante links:
Kenniscentrum Grote Steden

Deel: ' Toespraak Van Boxtel bij de Opening van het Kenniscentrum '




Lees ook