Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak minister van Boxtel bij de ontvangst van het jaarverslag Stadsherstel Gorinchem

27 april 1999

Voordat ik ruim tien jaar geleden naar Gorcum verhuisde, was ik een verstokte Amsterdammer. Zo iemand die ergens drie hoog achter, van achter een zolderraam waardoor je alleen de lucht en wolken kunt zien, met de dichter J.C. Bloem verzucht:
"En dan, wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen."

Het was even wennen, maar Gorcum heeft me laten zien dat er ook ander steden zijn dan Amsterdam, heeft me opnieuw opmerkzaam gemaakt op de natuur, onze natuurlijke omgeving, gerept en ongerept. En ik heb vooral gezien hoe mooi, geheimzinnig, bedreigend en betoverend water is. Hoe het water, hoe rivieren, stromen en beken een landschap kunnen vormen en karakteriseren. Niets is Hollandser. En Gorcum heeft het allemaal. Niet dat Gorcum ergens in onze geschiedenis is blijven steken. Integendeel: Gorcum heeft niet alleen in historisch opzicht het karakter van een Hollandse stad. Gorcum heeft ook alles wat een moderne Hollandse stad heeft: een eigen cultuur en een eigen cultureel leven, eigen politici, een bloeiende economie, een stedelijke infrastructuur en architectuur. En helaas ook alle stedelijke problemen, een veranderende bevolkingssamenstelling, geweld - altijd zinloos - , vandalisme en beginnende verslonzing. Het is belangrijk dat steden, dus ook deze stad, ondanks al die veranderingen in staat zijn de leefbaarheid te bewaken. Steden moeten voor iedereen die dat wil een plek zijn om zich thuis te voelen en veilig. Leefbaarheid is eigenlijk het Leitmotiv van het grotesteden- en integratiebeleid.
De Stichting Stadsherstel Gorinchem laat al jaren zien dat betrokkenheid van burgers en oog voor de eigen woonomgeving een grote rol kan spelen als het gaat om leefbaarheid, om het tegengaan van verval en verslonzing. Uw initiatieven dragen bij aan het onderhouden van onze stad, het behoud van het historische stadsgezicht, van onze monumenten. Maar uw werk zou onmogelijk zijn zonder vrijwilligers, zonder particuliere bijdragen, zonder de plaatselijke politici en bedrijven. Al die betrokkenheid voorkomt ook dat uw activiteiten eenzijdig worden, zonder oog voor verandering, vernieuwing, nieuwe mensen en nieuwe wensen. Behoud zonder oog voor de omgeving. Want die omgeving is steeds belangrijker geworden. Dat oude woonhuis, die molen, dat kasteel en dat winkelpand en al die andere monumenten, zijn allemaal stukjes geschiedenis die we in ere moeten houden. Maar dat betekent niet dat ze nooit mogen veranderen, dat ze geïsoleerd moeten worden, bevroren in hun eigen voltooid verleden tijd. Monumenten moeten juist blijven leven, en dat kan door ze te integreren in ons heden, door ze een hedendaagse functie te geven in een hedendaagse context. En die context verandert voortdurend. Om goed voor onze monumenten te zorgen, moeten we goed voor hun omgeving zorgen, we moeten dus een open oog hebben voor de inrichting van die omgeving. Een open oog voor alles wat met 'omgevingszorg' te maken heeft: stedenbouw, architectuur, ruimtelijke ordening en welstand. Samenwerken dus, met wethouders en woningbouwverenigingen, met winkeliers en bewoners, en dat heeft uw stichting goed begrepen. Dat wordt nog een extra benadrukt door de instelling van de Stadsherstelprijs die ik net heb mogen uitreiken.
Alleen door samenwerking, door integrale omgevingszorg, kan het gedifferentieerde beeld dat voortkomt uit het verleden blijven voortbestaan, met inbegrip van wat onze tijd daaraan toevoegt, al heb ik het dan niet over al die vreselijke buitenreclame die onze binnenstad verstopt. Ik bedoel dat elke tijd nieuwe architectuur moet kunnen toevoegen, anders wordt Nederland één groot openluchtmuseum. Maar die toevoegingen mogen geen bedreiging zijn voor het oude. Een gedegen analyse van de historische context is daarbij natuurlijk van belang, maar ook de functionaliteit van de objecten. En dan blijkt dat er heel veel mogelijk is. Dat vraagt wel om een ruimhartige houding ten aanzien van onze monumenten. We moeten accepteren dat nieuwe bewoners nieuwe eisen stellen. Het gaat tenslotte niet om behoud alleen, maar om actief behouden, actief bestemmen en herbestemmen. Om nieuw te ontwerpen naar de geest van de omgeving.
De Stichting Stadsherstel Gorinchem heeft dit zeker begrepen. Ik ben daarom heel vereerd dat ik dit jaar uw jaarverslag in ontvangst mag nemen.
Ik wil eindigen met een citaat van Midas Dekkers in zijn boek De Vergankelijkheid. Een citaat dat een goed motto zou kunnen zijn voor de Stichting Stadsherstel Gorinchem.

"Laat gebouwen toch leven. Leven en laten leven. Onderhoud ze goed, niet om ze te conserveren, maar om ze mee te laten groeien met hun tijd. Vervang afgewaaide dakpannen, veeg snotneuzen, bescherm monumenten tegen weer en wind, consulteer zo nodig uw arts, maak schoon wat vies is, en hou van ze!"

Deel: ' Toespraak Van Boxtel bij jaarverslag Stadsherstel Gorinchem '




Lees ook