Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak minister Van Boxtel bij de officiële opening van het nieuwe LBR

Toespraak minister Van Boxtel, uitgesproken bij de officiële opening van het nieuwe Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR)

1 juli 1999
Rotterdam

Dames en heren,
In het dagelijks taalgebruik is het onderscheid tussen discriminatie en racisme vaak onhelder. De gangbare definitie van racisme is: "Het geheel van opvattingen en ideologieën die zijn gebaseerd op het idee van intrinsieke minder- of meerderwaardigheid van bepaalde rassen of etnische groepen". Voor veel mensen is racisme echter niet een geheel van opvattingen en ideologieën maar simpelweg discriminatie op grond van raciale kenmerken, kortweg: rassendiscriminatie. Woorden als racisme en discriminatie krijgen een steeds bredere betekenis. Dat is niet zonder gevaren. "De keerzijde hiervan is dat hoe ruimer we racisme opvatten, des te sneller een overtreding is begaan; en hoe sneller de overtreding is begaan, des te minder ernstig we die vinden. Zoals de politie ook niet meer achter fietsers aanholt die bij rood licht rechtsaf slaan", schrijft Anil Ramdas in De papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea.
De meest gebruikte definitie van discriminatie is die van Elich en Maso in hun onderzoek Discriminatie, vooroordeel en racisme in Nederland (1984): "Achterstelling van individuen of groeperingen op grond van kenmerken die in de context van de handeling geen aanvaardbaar motief vormen". Een doordachte definitie die echter zijn zwakte verraadt door de term aanvaardbaar: elk oordeel berust immers op normatieve keuzen over wat discriminatoir is en wat niet. Discriminatie is bovendien niet statisch in tijd en ruimte. Kortom: racisme en discriminatie zijn enigszins arbitraire begrippen. De invulling ervan hangt af van de betrokken personen, de tijd, de plaats en de omstandigheden. De enige constante is dat de discriminerende en de gediscrimineerde niet over evenveel macht beschikken.
Racisme en discriminatie bedreigen de uitoefening van actief burgerschap voor sommige groepen en individuen in onze samenleving. Wat mij betreft is de primaire doelstelling van het integratiebeleid de realisering van een actief burgerschap voor leden van alle etnische groepen, inclusief de autochtone Nederlanders dus. Actief burgerschap is tenslotte de basis van een volwassen democratie. Een fundamentele norm daarbij is de gelijkwaardigheid en gelijke inzet van iedere burger als basis voor zelfredzaamheid, voor het creëren van eigen oplossingen: het samenleven op voet van gelijkheid. Door actief burgerschap wordt de eigen verantwoordelijkheid van ieder lid van de samenleving voor het welslagen van het integratieproces veel sterker onderstreept.
In dat kader acht de overheid het voorkomen en bestrijden van discriminatie en racisme van het grootste belang. Voor het eerst is nu in een regeerakkoord zo uitvoerig bij dit onderwerp stilgestaan. Zo staat in het regeerakkoord dat de strafmaat bij structurele vormen van discriminatie moet worden verhoogd, dat op scholen en in opleidingen op praktische wijze aandacht moet worden gegeven aan het herkennen, voorkomen en bestrijden van vooroordelen en ten slotte dat positieve beeldvorming moet worden gestimuleerd en negatieve beeldvorming moet worden tegengegaan. In de nota Kansen krijgen, kansen pakken heb ik aangegeven hoe het kabinet invulling zal geven aan deze onderdelen van het Regeerakkoord. Die invulling sluit ook aan bij de Nederlandse inzet op dit gebied in internationaal verband.
Op nationaal niveau zal in het najaar van 1999 met lokale overheden een conferentie over de voorkoming en bestrijding van racisme en discriminatie worden georganiseerd. Tijdens deze conferentie waar overheden en verschillende maatschappelijke en non gouvernementele organisaties aanwezig zullen zijn, worden een aantal good practices gepresenteerd.
Ook op internationaal niveau gebeurt het nodige. Precies twee maanden geleden, op 1 mei, is het Verdrag van Amsterdam in werking getreden. Met dat verdrag is een algemene anti-discriminatiebepaling in het EU-verdrag opgenomen: een pendant van artikel 1 van onze Grondwet op het niveau van de Europese Unie. Nederland heeft steeds geijverd voor opneming van dat artikel en zal zich blijven inspannen voor een goede en snelle invulling van die algemene bepaling via Europese richtlijnen. En, zeker niet onbelangrijk, is de totstandkoming van het Europees Waarnemingscentrum tegen Racisme en Xenofobie, dat in juli 1998 van start is gegaan. Dit Waarnemingscentrum zet zich in om racisme en vreemdelingenhaat op Europees niveau in beeld te brengen. Het Centrum doet dit door registratie en monitoring van racistische voorvallen. Hierdoor kunnen racistische incidenten in Europa nauwkeurig in kaart worden gebracht met als doel daar op de juiste schaal tegen op te treden.
Tot slot wijs ik op onze inbreng in de European Commission against Racism and Intolerance (ECRI) van de Raad van Europa, onze inzet voor de VN-conferentie over bestrijding van racisme in 2001 en de Europese voorconferentie in 2000, waarbij ik grensoverschrijdende aspecten, zoals racisme op internet, aan de orde wil stellen. Bij datgene wat wij met al deze activiteiten willen bereiken is de inbreng van zelforganisaties/ngos (en hiermee ook die van het nieuwe LBR) én een slagvaardige ngo-structuur uitermate belangrijk. Sterke zelforganisaties en ngos kunnen hierin hun belangrijke rol beter vervullen. Een effectieve samenwerking tussen de organisaties onderling en met de overheid komt ten goede aan onze gezamenlijke doelstelling. Dat die samenwerking succes heeft, mag blijken uit het volgende voorbeeld. Onlangs (op 16 juni jl.) is voor de eerste keer in Nederland een Internetgebruiker gearresteerd wegens verdenking van discriminerende en racistische uitlatingen. Hiermee is een vooruitgang geboekt, want ondanks het feit dat in het verleden tientallen keren aangifte is gedaan van discriminerende en racistische uitlatingen, heeft dit nooit tot arrestaties geleid.
Zowel op nationaal als op internationaal niveau vertrouw ik er op dat het nieuwe LBR een belangrijke rol zal vervullen bij de bestrijding van racisme en discriminatie. Ik complimenteer het oude LBR, het Anti Racisme Informatie Centrum (ARiC) en het Anti Discriminatie Overleg (ADO) met hun fusie tot deze nieuwe ngo (het nieuwe LBR) en de voorbeeldige wijze waarop de samenwerking mogelijk is gemaakt. Met de fusie is een nieuwe, krachtige en bredere anti-racisme organisatie gecreëerd, die niet alleen bijdraagt aan vergroting van de deskundigheid, maar ook op een breder werkterrein opereert en een groter bestand van klanten kan bedienen. Deze bundeling van krachten levert een toegevoegde waarde op voor de bestrijding van racisme.
De overheid heeft er nu een sterkere partner bijgekregen waarmee goed kan worden samengewerkt. Een organisatie die overigens geleid wordt door de voor mij niet onbekende Hubert Fermina, mijn ex-collega uit de Tweede Kamer, een man die weet van aanpakken, een man die staat voor samenwerking.
Dames en heren,
Ik weet zeker dat ik ook namens de bewindslieden van Justitie, VWS en OCenW spreek als ik het nieuwe LBR oproep om een prominente rol te gaan spelen in onze gezamenlijke doelstelling: het voorkomen en bestrijden van racisme!

Deel: ' Toespraak Van Boxtel bij opening nieuw LBR '




Lees ook