Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak minister Van Boxtel ter gelegenheid van verschijning boek van Peter Tas en Steven Luitjens over overheidsinformatie

28 september 1999
Expertisecentrum, Den Haag
Het is een genoegen om te mogen spreken bij de gelegenheid van het verschijnen van het boek van Peter Tas en Steven Luitjens. Peter Tas is op het gebied van de overheidsinformatie geen onbekende. Hij was er met de SOAG, hij was directeur Informatiebeleid op Binnenlandse Zaken, hij werkte bij de gemeente Amsterdam (GCEI) en was oprichter van Het Expertisecentrum. Als er iemand een spoor heeft getrokken door en zijn sporen heeft verdiend in overheidsinformatieland is hij het wel. Ik zal het boek met grote interesse lezen.
Inmiddels ben ik ministerieel verantwoordelijk geworden voor het overheidsinformatiebeleid. Een jaar geleden mocht ik hier bij het HEC een eerste aftrap verrichten met een toespraak over dit beleidsveld. De nota Elektronische Overheid was in wording. Ik kon toen niet veel meer doen dan wat tipjes van de sluier oplichten en wat ruwe plannen bespreken.
We zijn nu een jaar verder. En is er heel wat water door de Digitale Delta gestroomd, tot en met beschouwingen over een Nieuwe Economie toe. De vorige week uitgesproken Troonrede kent - voor het eerst - een uitgebreide passage over informatie- en communicatiebeleid: "Communicatie-infrastructuur moet hoogwaardig, toegankelijk en betrouwbaar zijn. Door nieuwe toepassingen kan de overheid haar dienstverlening verbeteren en kan ons bedrijfsleven concurrerend blijven. Nieuwe technologieën brengen grote sociale, economische en culturele veranderingen met zich mee. Mensen moeten goed leren omgaan met computers." Thom de Graaf zei het bij de Algemene Beschouwingen zo: "De muis van Kok moet op dit gebied een olifant baren".
Het is duidelijk dat vrij breed het besef is doorgedrongen dat de ICT-revolutie ons voor grote veranderingen stelt. Naar mijn mening staan we pas op de drempel van deze nieuwe revolutie. In het kabinet is aan mij gevraagd nog eens opnieuw scherp in beeld te brengen waar we als overheid staan, hoe de coördinatie verloopt als het gaat om burgers, het bedrijfsleven en binnen de overheid, hoe we met het fenomeen Internet omgaan en dergelijke. Deze Vierde Dinsdag in september is een mooie gelegenheid om een aantal bespiegelingen daarover op u los te laten. Er zijn talloze manieren om naar de ICT-ontwikkelingen te kijken. Als burger/gebruiker, als bedrijf, als leverancier van inhoud (content), als speler in de multi-media-infrastructuur, als jurist, als politicus, als ethicus, als overheid. Het zal u niet verbazen dat ik vooral vanuit de overheid probeer te begrijpen wat er aan de gang is en hoe er zo actief mogelijk op de ontwikkelingen kan worden ingespeeld.
Wat mij betreft komt het vooral aan op DOEN, meedoen, laten zien dat de overheid niet stil zit, maar juist actief de mogelijkheden verkend, initiatieven neemt en jawel, waar nodig risico zoekt. Ik heb tegen mijn nieuwe directeur IOS (Informatievoorziening Openbare Sector), Jan Lintsen, onlangs gezegd dat alle overheidsdirecties doorgaans 90% beheersmatig moeten opereren en 10% risicozoekend. Voor zijn directie geldt dat deze 30% risicozoekend mag zijn.
In de eerste plaats omdat wanneer je met gezag wil opereren in dit veld, je ook aan dit spel mee moet doen. In de tweede en voornaamste plaats omdat de ICT-ontwikkelingen een enorme wissel trekken op het aanpassingsvermogen van de democratie én van de bureaucratie.
In tegenstelling tot Paul Frissen berust ik niet in zijn concept van De Lege Staat. Frissen analyseert prachtig, en ik deel veel van zijn waarnemingen, maar hij houdt op waar ik vind dat juist doorgezet moet worden, waar ruimte is voor verandering. Naar mijn mening mag de staat nooit leeg worden. Een waardevolle democratie vereist dat deze zich voortdurend vernieuwd en aanpast. De ICT-revolutie biedt hiertoe alle gelegenheid. Dat onze samenleving verandert is een open deur, dat netwerkvorming, horizontalisering, globalisering en dergelijke ons voor uitdagende vragen stellen is een feit. De suggestie dat leiderschap nodig is om deze fenomenen zo te laten landen in onze samenleving dat de samenhang/cohesie wordt bewaakt komt mij als te simpel en ietwat dirigistisch voor. Leiderschap vereist gezag en gezag verwerf je door de combinatie van legitimiteit, door ideeën, door beleid én door de wijze waarop je dat beleid uitvoert.
Tony Blair zei het twee weken geleden als volgt: "To succeed we have to be quick on our feet (...) We cant turn our backs on change". Dat geldt niet alleen voor de Britse overheid, ook de Nederlandse overheid kan niet achterblijven als het gaat om het stimuleren en gebruiken van de nieuwe ICT- mogelijkheden. Want een vitale maatschappij met een gezonde economie en een betrokken democratie vraagt om een sterke overheid, die haar rol moet vervullen met de meest geavanceerde gereedschappen die er zijn. Een overheid die het gebruik van nieuwe technologieën moet stimuleren in termen van economische mogelijkheden, die ook zelf deze technieken moet gebruiken in allerlei maatschappelijke toepassingen, en die zich vooral sterk moet maken voor het wegnemen van belemmeringen en het voorkomen van achterstanden. Want, ook in de woorden van Blair, het gaat om een overheidsbeleid "that believes that fairness and prosperity go together. Want, alhoewel ICT een ontwikkeling is die slechts voor een beperkt deel door de overheid wordt bepaald, heeft de overheid een belangrijke rol als het gaat om de fairness, de toegankelijkheid, de rechtvaardige verdeling van kennis en informatie, het voorkomen van achterstanden. De ICT stelt ons voor vraagstukken die we niet vanuit onze traditionele opvattingen over democratie, rechtvaardigheid en privacy kunnen beantwoorden. Deze begrippen moeten daarom opnieuw worden doordacht. In de woorden van Jeroen van de Hoven, hoogleraar Ethiek in Rotterdam: "Er is nog steeds ruimte voor visies over de interactie tussen mens en machine, de waarde van de autonomie van de gebruiker, een waardering van de belangen van allen die op een of andere manier met het systeem te maken krijgen" Het gaat volgens hem om vragen als: hoe ziet de goede en rechtvaardige informatiesamenleving er uit? Wat zijn onze opvattingen over menselijk welzijn in de 21ste eeuw? Maar ook over privacy, betrouwbaarheid en criminaliteit. Van den Hoven waarschuwt dat we over deze zaken moeten nadenken voordat we onaangenaam worden verrast door de problemen. Ik volg daarom met veel belangstelling de werkzaamheden van de Commissie Franken die zich bezighoudt met de Grondrechten in het Digitale Tijdperk. Maar daar kunnen we het niet bij laten, dat is slechts één aspect van het scala aan vraagstukken, kansen en bedreigingen waar we over moeten praten en waar we ons op (korte) termijn een mening over moeten vormen. Nog deze week heb ik binnen het ministerie gevraagd
- in het kader van de actualisering van de crisisorganisatie - een visie te ontwikkelen op de bescherming van de staat tegen criminele inbreuken op overheidsinformatiesystemen. Dit is in de VS al volop in ontwikkeling. In dit verband kunnen we enorme voordelen halen uit de ervaringen die zijn opgedaan met de aanpak en coördinatie van het millenniumprobleem.
Graag wil ik ook kort aangeven waar ik een aantal forse accenten wil leggen in het ICT-beleid voor de overheid de komende jaren. De overheid heeft op dit terrein een aantal kerntaken te vervullen. Wellicht de belangrijkste is de versterking van de positie van de gebruiker. Iedere burger moet op eenvoudige wijze zijn of haar weg kunnen vinden in het onbegrensde ICT-land. En voor hen die nog geen toegang hebben tot dit land, moet die toegang vereenvoudigd worden. Mijn primaire doelgroepen voor beleid zijn de overheidsorganisaties en de achterliggende sectoren. Die sectoren onderhouden op hun beurt toegankelijkheids-, dienstverlenings- en participatie-relaties met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Onderdeel van mijn portefeuille is de coördinatie hiervan door andere departementen te ondersteunen en te adviseren, door voorbeeldprojecten op het eigen terrein en dat van anderen te stimuleren. Hierbij valt onder meer de uitvoering van het Actieprogramma Elektronische Overheid, waarbij met name de departementen van BZK/GSI, EZ, SZW, VROM en VWS goed samenwerken. In dit kader zijn inmiddels belangrijke trajecten in gang gezet. De overheid wil door diverse acties bijdragen aan een goede ICT-basis in Nederland, met andere woorden aan een integraal, communicatief en toetsbaar ICT-beleid. Het vervolg van het Actieprogramma, is beschreven in de nota De Digitale Delta. Kort gezegd wil het kabinet de komende jaren het volgende bereiken: het verbeteren van de dienstverlening, het toegankelijker maken van overheidsinformatie en het verbeteren van de contacten tussen overheid en burger. Al deze zaken dragen bij aan de versterking en modernisering van onze democratie. Informatie is de spil, de toegang tot (overheids)informatie bepaalt in de toekomst de voorsprong en de achterstand. Het belang van de toegankelijkheid van informatie die bij de overheid berust kan dan ook moeilijk worden overschat. Burgers hebben informatie nodig over onderwijs, werkgelegenheid, de kwaliteit van hun leefomgeving, hun rechten en plichten. Ze hebben informatie nodig om er hun voordeel mee te kunnen doen, om hun leven verstandig te kunnen inrichten en om belangrijke beslissingen verantwoord te kunnen nemen, om te kunnen participeren in de democratische besluitvorming, om instellingen en organisaties waarvan zij afhankelijk zijn ter verantwoording te kunnen roepen, om samen met anderen van gedachten te wisselen over zaken die het algemeen belang betreffen, kortom: om een volwaardig lid van de informatiesamenleving te kunnen zijn.
Daarbij is het van groot belang dat de informatierijkdom aan allen gelijkelijk ten goede kan komen en dat er geen kloof ontstaat tussen informatiearm en informatierijk, tussen surfers en drenkelingen. De overheid moet de informatie daarom niet alleen beschikbaar maken, maar heeft ook de verantwoordelijkheid om burgers gelijke kansen te bieden om die informatie ook echt te kunnen benutten. Kleine informatieverschillen kunnen immers grote gevolgen hebben.
Een actief en sociaal informatiebeleid van de overheid, dat de mogelijkheden benut die de nieuwe media bieden, draagt zodoende bij aan een revitalisering van de economie, de reconstructie van het publieke domein, en werkt aan de voorwaarden voor een rechtvaardige informatie-samenleving.
Deze voornemens hebben voor een deel al een vertaling gevonden. Bijvoorbeeld door het nu bijna een maand bestaande overheidsportaal Overheid.nl.
Deze doorverwijssite naar websites van allerlei
overheidsinstanties is een ambitieuze stap naar betrouwbare, volledige informatievoorziening via Internet. Door via Overheid.nl te zoeken aan de hand van themas, organisaties of eigen trefwoorden (via een zoekmachine) wordt iedere gebruiker verwezen naar de juiste website. Dit kan de website zijn van een departement, een gemeente, een provincie, een waterschap of een adviesorgaan. Kortom, van iedere willekeurige overheidsorganisatie in Nederland. Verder zijn ook actuele onderwerpen, parlementaire informatie, wet- en regelgeving en officiële staatspublicaties via dit portaal te vinden.
Uit een overzicht dat ik net heb ontvangen over het gebruik van de site blijkt dat er veel positieve reacties zijn gekomen op dit initiatief. En er waren in de eerste week al enkele tienduizenden hits en zelfs een heuse poging tot hacken!
Maar ook op het terrein van de fysieke toegankelijkheid zijn er al een paar succesvolle initiatieven. Binnenkort hebben alle bibliotheken een internetaansluiting, de Cyberbus die nu door Nederland trekt blijkt een enorm succes (bij iedere stop zit de bus voortdurend helemaal vol, voornamelijk met mensen die zo voor de eerste keer kennismaken met Internet). En, u heeft er vast al van gehoord: de digitale trapveldjes: computers in buurthuizen of op scholen waar buurtbewoners, jongeren, ouderen, iedereen die wil, op een makkelijke manier kan leren omgaan met het Internet. Maar naast de informatie moet ook de publieke dienstverlening een meer elektronisch vorm krijgen. Van groot belang vind ik ook dat in 2002 een kwart van de publieke dienstverlening langs elektronische weg gerealiseerd is. Het interdepartementale programma OL2000 is daarvoor substantieel uitgebreid, en moet overheden stimuleren hun dienstverlening op een klantvriendelijke manier langs de elektronische weg te bundelen. Zo zorgt EZ voor het elektronisch bedrijvenloket; VROM voor het loket Bouwen & wonen, VWS voor het loket Zorg & welzijn en BZK/GSI voor de generieke componenten van digitale overheidsloketten. Digitalisering van het overheidshandelen maakt het noodzakelijk dat we binnen enkele jaren een hulpmiddel hebben waarmee de burger en de overheid elektronische berichten een zelfde juridische status kunnen geven als de nu bestaande klassieke berichten als brieven, formulieren, akten.
We moeten er op deze en andere manieren tenslotte voor zorgen dat alle vormen van elektronische interactie en
informatie-uitwisseling minstens zo betrouwbaar zijn als het huidige papieren verkeer. Dit betreft ten eerste de identificatie (van wie is het bericht afkomstig?) bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een digitale handtekening, een procedure die een leidende standaard kan worden voor de hele samenleving, ook als het gaat om commerciële toepassingen. Ten tweede is authenticiteit van belang voor de betrouwbaarheid van elektronisch berichtenverkeer. Ten derde is er het punt van de betrouwbaarheid door objectiviteit. Overheidsinformatie mag nooit verworden tot ordinaire politieke propaganda, tot onheuse beïnvloeding door partijdigheid en selectiviteit.
Daar ligt ook de basis voor verdere toepassingsmogelijkheden voor Internet. Bijvoorbeeld richting directe vormen van burgerparticipatie, interactieve informatie-uitwisseling, voor het organiseren van inspraak en instemmingprocedures en het houden van een referendum. Deliberatieve vormen van contact tussen overheid en individu. Dit is de reden waarom ik vanaf oktober zes maanden lang op Internet in debat ga en een spreekuur zal houden ter afsluiting van elk debat. Elektronische debatten (zoals deze) kunnen, onder voorwaarden, een belangrijke bijdrage leveren aan ons democratisch bestel, maar er moet op dit gebied wel gewaakt worden voor al te hoge verwachtingen. Dat blijkt ook uit het in opdracht van het ministerie van BZK verrichte onderzoek. Maar nieuwe experimenten met digitale interactie tussen burgers en bestuur moeten verder beproefd en gestimuleerd worden en de daarmee opgedane ervaringen moeten worden verzameld, gestructureerd en verspreid.
De meesten van u zullen op één of andere manier bij een aantal van deze projecten betrokken zijn of worden, projecten die een bijdrage moeten leveren aan de vormgeving en inhoud van onze informatiemaatschappij. We zullen hard moeten werken, niet alleen om zelf, als overheidsorganisatie, niet achter te blijven bij de ICT-ontwikkelingen, maar zeker om te zorgen dat er ook geen burgers achterblijven, dat ICT niet de nieuwe veroorzaker van maatschappelijke ongelijkheid wordt. Het is mijn ambitie om Nederland via ICT technologisch en economisch bij de koplopers te laten horen en om er voor te zorgen dat ICT een positieve bijdrage levert aan onze democratische rechtsstaat.
Dank voor uw aandacht.

Deel: ' Toespraak Van Boxtel verschijning boek overheidsinformatie '




Lees ook