Ministerie van Financien

Titel: Toezeggingen algemene financiële beschouwingen Eerste Kamer


Directie Algemene Fiscale Politiek

De voorzitter van de vaste commissie

voor Financiën van de Eerste Kamer

der Staten Generaal

Postbus 20017

2500 EA DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

15 februari 2000

AFP 2000-0188 U

10 april 2000

Onderwerp

Stand van zaken m.b.t. de toezeggingen gedaan tijdens de algemene financiële beschouwingen

In uw brief van 15 februari jl. heeft u gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot de toezeggingen die door mijn ambtsvoorganger en de Minister zijn gedaan tijdens de algemene financiële beschouwingen op 14 december 1999. In deze brief wordt aan de hand van de door u meegezonden lijst per toezegging de stand van zaken beschreven.

Punt 1 overleg met de NOB over economische eigendom

Op 15 februari 2000 is technisch overleg gevoerd met de NOB en de NEPROM over de gewijzigde definitie van de economische eigendom, zoals door mijn ambtsvoorganger is toegezegd in de Eerste Kamer bij de behandeling van het Belastingplan 2000. Daarbij is van de kant van Financiën nogmaals benadrukt dat met de wetswijziging bij dat wetsvoorstel geen wijziging wordt beoogd t.o.v. de bedoeling in 1995. Het gaat in de eerste plaats om de vraag of er een samenstel van rechten en verplichtingen is, dat kan worden aangemerkt als economische eigendom. Als dat het geval is, is de volgende stap in het proces de beoordeling of er een verkrijging heeft plaatsgevonden. Zonder verkrijging is er geen belastbaar feit. Ingeval de kale koopovereenkomst niet een samenstel van rechten en verplichtingen inhoudt dat een economische eigendom vertegenwoordigt, kan er dus nooit aanleiding zijn tot heffing van overdrachtsbelasting. Zelfs als de koopovereenkomst betrekking heeft op economische eigendom, is het ook nog noodzakelijk dat er iets daarvan wordt overgedragen alvorens belasting verschuldigd wordt. Het is niet wenselijk tegemoet te komen aan de gedachte van de NEPROM om aan te sluiten bij de wijze waarop in de omzetbelasting wordt omgegaan met de economische eigendom. Daaronder wordt doorgaans verstaan de macht om als eigenaar te beschikken. De economische eigendom in de overdrachtsbelasting is met opzet veel ruimer gedefinieerd.

Punt 2a en 2b overleg met het veld over kapitaalpolissen met pensioenclausule

Op 13 januari jl. heeft tussen vertegenwoordigers van de ministeries van Financiën en van SZW en het Verbond van Verzekeraars (hierna Verbond) overleg plaatsgevonden over de fiscale kwalificering van kapitaalverzekeringen met pensioenclausule. Daarbij is geconcludeerd dat kapitaalverzekeringen met pensioenclausule met niet gegarandeerde winstbijschrijvingen zonder meer worden aangemerkt als een beschikbare-premieregeling. Voor kapitaalverzekeringen met gegarandeerde winstbijschrijvingen kan - binnen de bestaande wetgeving
- een collectieve aanwijzing plaatsvinden waarbij zij onder de hierna opgenomen voorwaarden worden aangemerkt als een beschikbare-premieregeling waarvoor de toets op overschrijding van de 100%-norm, evenals voor de zuivere beschikbare-premieregelingen, slechts plaatsvindt bij de aanvang van de pensioenopbouw en bij pensioeningangsdatum. Die voorwaarden zijn:

* er wordt toegerekend naar een beoogd kapitaal op pensioeningangsdatum van maximaal een in 35 jaar te realiseren pensioen van 70% eindloon;

* in de opbouwfase ontstaan jaarlijks geen aanspraken die uitkomen boven de maximale normen van Witteveen, te weten 2% eindloon;
* daarbij wordt uitgegaan van een minimale rekenrente van 4% in de opbouwfase en een rekenrente van 4% op het moment waarop het pensioen wordt aangekocht;

* indien in de opbouwfase de reële marktrente hoger is dan de veronderstelde rente en wordt bijgeschreven op de winstrekening wordt daarmee vervolgens in de premiestelling rekening gehouden;
* er wordt niet aangesloten bij de veronderstelde carrière, maar bij het feitelijke salaris;

* bij een salarisstijging (indexeringen of andere verhogingen) vindt een herrekening plaats van het beoogde kapitaal;
* eventuele overrente wordt aangewend voor indexering van de uitkeringen.

Indien een met een kapitaalverzekering met pensioenclausule gefinancierde pensioenregeling niet voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden kan, onder nadere voorwaarden, een individuele aanwijzing plaatsvinden.

Omdat dit punt verder niet aan de orde is geweest bij de behandeling van de wetsvoorstellen Belastingherziening 2001 in de Tweede Kamer zal ik - ten einde de Tweede Kamer te informeren - een afschrift van deze brief aan de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer sturen.

Punt 3 overgangstermijnen ter zake van het ziekenfonds voor zelfstandigen

De overgangstermijnen ter zake van het ziekenfonds voor zelfstandigen worden momenteel bezien door het ministerie van Financiën.

Punt 4 gedachtewisseling over het begrip toezegging

Uit het debat op 14 december 1999 heb ik niet kunnen afleiden dat in de Eerste Kamer behoefte bestaat aan een gedachtewisseling over het begrip toezegging in fiscalibus. Naar aanleiding van een vraag uit de Eerste Kamer heeft mijn ambtsvoorganger aangeven dat ingeval in de (Eerste) Kamer een bepaald onderwerp aan de orde is, de in het verleden gedane toezeggingen doorgaans worden meegenomen in de gedachtewisseling. In het onderhavige geval ging het om een toezegging inzake de overgangstermijnen ter zake van het ziekenfonds voor zelfstandigen (punt 3 van deze brief). Mijn ambtsvoorganger heeft aangegeven dat dit onderwerp kan worden betrokken bij de behandeling van het wetsvoorstel inzake de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 in de Eerste Kamer.

Punt 5 belastingcoördinatie

Op dit moment wordt nog altijd hard gewerkt aan het tot stand brengen van het Europese belastingpakket. Tijdens de Europese Raad van Helsinki is een groep op hoog niveau in het leven geroepen die de huidige impasse zal moeten doorbreken. Deze groep is inmiddels bijeengekomen en heeft de verschillende positities inzake het rente-dossier zo goed mogelijk in kaart gebracht. Tijdens volgende vergaderingen zal worden geprobeerd onder Portugees voorzitterschap tot een vergelijk te komen.

Punt 6 evaluatie van de vergroening

De heer Stevens heeft bij de algemene financiële beschouwingen op 13 december 1999 aangegeven dat de regeling voor energiepremies in zijn ogen een zeer complexe wetgeving is met verontrustende vormen van instrumentalisme. Hij heeft verzocht de nieuwe vergroeningscommissie het milieueffect en de extra administratieve lastendruk van deze maatregel mee te laten nemen in de studie.

Hierop is geantwoord dat de regeling voor energiepremies werkendeweg en uiterlijk in 2002 geëvalueerd zal worden. De regeling voor energiepremies wordt immers op grond van een zelfstandige evaluatiebepaling onder de loep genomen. Daarbij is aangegeven dat het niet nodig is hier specifiek weer een werkgroep op te zetten zoals de tweede werkgroep vergroening die nu aan de slag gaat. De werkgroep vergroening van het fiscale stelsel II zal in algemene zin aandacht besteden aan de wijze waarop de effectiviteit van diverse fiscale maatregelen op het terrein van milieu kan worden gemeten.

Punt 7 papier- en kartonindustrie

Mijn ambtsvoorganger heeft de vraag met betrekking tot de papier en kartonindustrie voorgelegd aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, zoals hij heeft toegezegd. Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan ik u melden dat in het convenant is afgesproken dat de papier- en kartonindustrie de grove rejects nog tot 2001 mag storten. Aan deze toezegging is voldaan door hiervoor geen stortverbod in te stellen. De belasting op storten is een generieke maatregel die er mede toe moet leiden dat het storten van afvalstoffen wordt ontmoedigd. Deze belasting gold al voor grove rejects, zij het dat het tarief voor het storten van niet-brandbare afvalstoffen van toepassing was. Door de wijziging van de systematiek van de afvalstoffenbelasting vallen de grove rejects nu onder het tarief dat geldt voor afval met een volumieke massa lager dan 1100. Er zijn echter geen gronden om hierop een uitzondering te maken. Overigens heb ik begrepen dat de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer regelmatig overleg voert met de papier- en kartonindustrie over de specifieke problemen in die sector.

De staatssecretaris van Financiën,

W. Bos

Deel: ' Toezeggingen algemene financiële beschouwingen Eerste Kamer '




Lees ook