Persbericht Algemene Rekenkamer


Toezichtpraktijk Inspectie voor de Gezondheidszorg op alle niveaus sterk verbrokkeld

4 februari 1999

De toezichtpraktijk van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (igz) is op alle niveaus sterk verbrokkeld. De minister krijgt op basis van de toezichtinformatie van de igz geen beeld van de kwaliteit van de gezondheidszorg. In die situatie moet en kan verbetering komen, mits aan de beleidsmaatregelen die in het vooruitzicht zijn gesteld, strikt de hand wordt gehouden. Dit blijkt uit het rapport Inspectie voor de Gezondheidszorg, dat de Algemene Rekenkamer vandaag publiceert.

De Rekenkamer onderzocht in de periode augustus 1997 tot maart 1998 de uitvoering en de aansturing van het toezicht door de igz. De igz is op 1 januari 1995 ontstaan door de integratie van de Geneeskundige Inspectie voor de Volksgezondheid, de Geneeskundige Inspectie voor de Geestelijke Volksgezondheid en de Inspectie van de Volkgezondheid voor de Geneesmiddelen. De igz moet toezien op de volksgezondheid, zorgsystemen en de geleverde zorg op collectief en individueel niveau. De igz heeft ook een aantal andere taken, waaronder het adviseren van de minister en het verrichten van onderzoek naar de staat van de volksgezondheid. De igz heeft een hoofdinspectie en zeven regionale inspecties. Bij de igz werken ruim 300 mensen. Tot het inspectieterrein behoren bijvoorbeeld alle ziekenhuizen, psychiatrische ziekenhuizen, verpleeghuizen, thuiszorginstellingen, apotheken, revalidatieklinieken en kraamcentra.

De toezichttaken en bevoegdheden van de igz zijn duidelijk vastgelegd, maar een uitwerking hiervan in handhavingsplannen ontbreekt. Tevens heeft de igz geen risico-analyse gemaakt op basis waarvan besluiten mogelijk zijn over de verdeling van het toezicht over de wettelijke regelingen, de zorgaanbieders of het soort toezicht dat in bepaalde situaties moet worden uitgevoerd. Ook ontbreken een toezichtsvisie en plannings- en verantwoordingsvoorschriften. Een centrale aansturing van het inspectiewerk is daardoor onmogelijk. Dit heeft tot gevolg dat er grote regionale verschillen zijn in de uitoefening van het toezicht en de afdekking van het werkveld met toezichtbezoeken. Het is niet altijd duidelijk welke normen de igz hanteert bij toezichtbezoeken. Verder is de onderzoeksmethode van de igz vrij eenzijdig omdat zij zich voornamelijk baseert op gesprekken met directieleden en artsen binnen zorginstellingen. De igz houdt vervolgens maar matig toezicht op de wijze waarop zorginstellingen met haar aanbevelingen omgaan. In 40% van de gevallen is door de igz ten onrechte geen vervolgactie ondernomen of is uit de rapportage van de igz niet op te maken of dit wenselijk zou zijn. Of inspecties uiteindelijk het gewenste effect hebben gehad is bij de igz in driekwart van de gevallen onbekend.

De regionale inspecties van de igz hoeven geen verantwoording af te leggen over hun werkzaamheden. Daardoor is het onmogelijk om de minister op basis van de toezichtinformatie een beeld te geven van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland.

De genoemde problemen zijn voor de igz niet nieuw. De sinds de fusie in 1995 ingezette verbetertrajecten missen echter vaak de aansluiting met de gesignaleerde problemen en verlopen in het algemeen traag. In haar reactie op het onderzoek van de Rekenkamer geeft de minister aan dat reeds ingezette maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van de toezichtsuitoefening, de informatievoorziening en de aansturing van de igz zullen worden aangescherpt en met extra aandacht zullen worden uitgevoerd. Ze kondigt activiteiten aan als: professioneel statuut, reglement voor functioneel inspecteursoverleg, verbetering beleidscyclus, formulering toezichtdoelen, opzetten basisregistratie zorgvoorzieningen, opstellen handhavingsplannen, deskundigheidsbevordering leiding igz, tijdschrijven en interne verslaglegging. Ook is de minister van plan een convenant met de igz te sluiten.

De Rekenkamer beklemtoont dat het van het grootste belang is dat de igz op korte termijn relevante, systematische, actuele, juiste en volledige informatie over de kwaliteit van de geboden zorg kan aanbieden. Ook de kwaliteit van de advisering zou er door kunnen toenemen. De Rekenkamer beveelt de minister daarom met klem aan het verdere verloop van de reorganisatie en de invoering van de verbeterprojecten op de voet te volgen, zowel naar de inhoud als naar tempo. Ze acht de rol die de IGZ behoort te spelen te vitaal om nieuwe vertragingen te accepteren.

Deel: ' Toezicht Inspectie Gezondheidszorg sterk verbrokkeld '




Lees ook