Ministerie van Buitenlandse Zaken

https://www.minbuza.nl/content.asp?Key=421741


---

Universiteit Twente, 10 oktober 2001
Gastcollege Mr F.A.M. Majoor,

Secretaris-Generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken

over het Europa van de Toekomst,

Dames en heren,

Mede namens de Minister-President wil ik de Universiteit Twente hartelijk danken voor de uitnodiging hier vanmiddag te spreken. Tot zijn spijt kan Minister-President Kok hier vandaag niet bij U zijn. Ik hoop dat U daarvoor begrip hebt. Nu vrijwel dagelijks extra Ministerraden plaatsvinden, is zijn aanwezigheid in Den Haag vereist. Dat verklaart ook waarom Minister Van Aartsen de uitnodiging niet zelf kon overnemen maar mij vroeg hier acte de presence te geven. Ik doe dat overigens met genoegen.

De Minister-President had Uw uitnodiging graag aangenomen omdat deze hem een welkome gelegenheid gaf met U te spreken over de toekomst van Europa. Met ons allen staan we aan de vooravond van een uitbreiding van de Europese Unie die Europa ingrijpend zal veranderen. Dat vormt een geweldige uitdaging, die ook Nederland enorme kansen biedt. Het is belangrijk daarover diepgaand met elkaar van gedachten te wisselen.

(nieuwe uitdaging: strijd tegen terrorisme)

Maar eerst zou ik in willen gaan op dat andere grote vraagstuk waar de Regering sinds 11 september dag en nacht mee bezig is. Sinds die dag, nu een maand geleden, is immers veel van het Europese werk in een heel ander daglicht komen te staan.

De terroristische aanslagen, en alles wat daarop is gevolgd, hebben ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat de Europese Unie zich moet opmaken een nog effectievere rol te gaan spelen in de wereld. Het daartoe sterker maken van de Unie moet onze hoogste prioriteit hebben. Versterking van de Unie is nodig, van binnen en naar buiten toe:


· zodat het internationale terrorisme beter kan worden bestreden;

· zodat alle burgers zich in Europa werkelijk veilig kunnen voelen;

· en zodat Europa effectief mee kan bouwen aan een veiliger wereld.
Direct na de aanslagen is de Unie daarom aan de slag gegaan.


· De Europese Ministers van Justitie werken aan maatregelen die het mogelijk maken terrorisme beter te voorkomen, op te sporen en daders van terroristische misdrijven voor de rechter te brengen.


· De Ministers van Verkeer werken er aan het vliegverkeer nog veiliger te maken.


· De Ministers van Financien zorgen er voor dat de geldstromen, die terrorisme financieren, worden aangepakt.


· De Ministers van Buitenlandse Zaken bouwen, met de Verenigde Staten, aan een krachtige internationale coalitie tegen het terrorisme. De Unie zet daar al haar buitenlands-politieke instrumenten voor in.


· En de Europese Raad heeft een Europees actieprogramma vastgesteld dat alle maatregelen samenbindt en ook helder bepaalt wanneer de nodige besluiten moeten zijn genomen.

Op Europees niveau en op nationaal niveau zijn dus duidelijke doelen gesteld. Die passen in een breder, internationaal kader. Zo zijn in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inmiddels beslissingen genomen over bevriezing van banktegoeden van terroristen. In de Unie worden die omgezet in wettelijke regelingen.

De Nederlandse regering is vast van plan door te gaan. Zowel in de Unie als daarbuiten zet Nederland zich er voor in dat de strijd tegen het terrorisme wordt voortgezet zo lang als dat nodig is.

(toekomst van de Unie)

Nederland acht het, nu nog meer dan voorheen, van belang een sterkere Unie tot stand te brengen. Een Unie die nog beter in staat is internationaal verantwoordelijkheid te nemen en te dragen. En een Unie die nog beter in staat zal zijn haar burgers veiligheid te bieden.

U weet dat al ruim een jaar een zogenoemd Toekomstdebat gaande is in Europa. Dat debat is ingeleid vorig jaar door de Duitse Minister Fischer. Het ging tot nu toe vooral over procedures, verhoudingen tussen de instellingen van de Unie en de Lidstaten en over het al dan niet federale einddoel van de Europese integratie. Dat zijn op zich belangrijke onderwerpen. Uiteindelijk raken de keuzes die daarover worden gemaakt alle Europeanen. Volgende week woensdag, wanneer in de Tweede Kamer het jaarlijkse Europa-debat wordt gevoerd, zullen Minister-President Kok, Minister van Aartsen en Staatstecretaris Benschop daarover met het Parlement diepgaand discussieren.

Daarbij zal tot uitdrukking komen dat het lopende toekomstdebat moet worden verbonden met de nieuwe uitdaging: Een sterkere Unie te scheppen, intern en extern.

Intern: Daarbij moet vooral worden gedacht aan de noodzaak te investeren in meer transparantie en in grotere democratie. Snellere en efficientere besluitvorming, waarbij regels gelden die aangeven op welk niveau de beslissingen het best genomen kunnen worden: lokaal, nationaal of op Europees niveau. Richtsnoer moet zijn: zo dicht mogelijk bij de burger. Maar tegelijk begrijpt iedereen dat bijvoorbeeld terrorismebestrijding vergt dat we op Europees niveau kunnen handelen.

Extern: Nederland vindt dat we nog meer moeten investeren in een effectiever buitenlands en veiligheidsbeleid. De enorme kracht en het gewicht van Europa moet worden omgezet in mechanismen waarmee de Unie werkelijk een verschil zal maken in de wereld.

(Euro)

Die enorme kracht, dat gewicht, doet direct denken aan politiek en militair vermogen. Maar daarbij moeten we ook het economische en monetaire gewicht betrekken dat Europa heeft. De Economische en Monetaire Unie, de EMU, belichaamt dat gewicht. De Unie draagt 36% bij aan de wereldhandel, meer dan eenderde van het totaal. En na het Amerikaanse stelsel van Federal Reserves, is de Europese Centrale Bank de belangrijkste partner in het mondiale monetaire systeem. Dat is niet zonder betekenis: Na de aanslagen hebben we samen direct ingegrepen om stabiliteit en rust op de financiele markten te bewaren.

In het internationale bankverkeer bestaat de Euro al twee jaar; dat is de girale Euro. Over tweeenhalve maand wordt de chartale Euro ingevoerd. Dat betekent, in gewoon Nederlands, dat de Euro het geld wordt dat U en ik verdienen, sparen en uitgeven. Dat is een enorme stap. Meer dan alle voorgaande stappen in het integratieproces, zal dat Europa bij de burger brengen. Meer dan de blauwe vlag met gele sterren, meer dan de harmonisatie van paspoorten en rijbewijzen, meer dan de interne markt en de opheffing van de binnengrenzen.

Ik ben daarover ronduit positief. De Euro is niet iets dat ons zo maar overkomt. Er is meer dan tien jaar heel zorgvuldig en weloverwogen aan gewerkt. Al eerder waren er plannen in die richting, maar rond 1990 was het voor het eerst in Europa mogelijk tot bindende afspraken daarover te komen. Ik had het voorrecht daaraan mee te werken. In Maastricht, in 1991, kwamen we tot de oprichting van de EMU. Sindsdien hebben we stap voor stap toegewerkt naar deze afrondende fase, de introductie van het nieuwe, gezamenlijke geld.

Voor de meeste mensen zal vooral nieuw zijn dat zij, vanaf 1 januari aanstaande, reizend door Europa direct elk prijsverschil zien. Je kunt direct vaststellen of een fles Franse wijn in Duitsland hetzelfde kost als dezelfde fles bij ons in Nederland. Die transparantie gaat leiden tot minder prijsverschillen. En daar zijn geen Brusselse of Nederlandse regels voor nodig. Dat is goed voor de economie en de consument.

(uitbreiding: waarom, criteria)

Houdt Europa straks op aan de grenzen van Euroland? Nee, natuurlijk niet. Ik kom daarmee aan het hoofdonderwerp van dit gastcollege.

Tegen 2010 kan de Europese Unie bijna de hele kaart van Europa bedekken, met 25 of meer leden en bijna een half miljard inwoners. Ooit begonnen met de 'oude zes' - zes relatief welvarende en vergelijkbare landen - zal de Unie dan Europa-breed zijn. In deze Unie zullen vele culturen en grote historische diversiteit zijn samengebracht. Diversiteit waarin ieder land de eigen culturele identiteit kan behouden en ontwikkelen.

De toetreding van de landen van Midden- en Oost Europa zal een van de grootste bijdragen zijn die de EU in haar geschiedenis zal leveren aan de stabiliteit en welvaart van het hele continent. Daaraan moeten wel eisen worden gesteld:


· Het uitbreidingsproces moet werkelijk goed worden gemanaged;

· We moeten daarbij zowel snelheid als kwaliteit goed in het oog houden;

· En, parallel aan dat proces, moeten we werken aan de noodzakelijke hervormingen in de Unie.

Zij er dan alleen maar argumenten voor de uitbreiding? Er gaan juist dezer dagen stemmen op in Europa die de vraag stellen of de uitbreiding nu, in de huidige internationale situatie, wel moet doorgaan. Of dat wel verantwoord is. De Nederlandse regering meent dat daar een helder antwoord op past: Jazeker! Juist nu! En nu misschien wel meer dan ooit!

Het wezen van het uitbreidingsproces is dat de normen en waarden die de basis vormen van de Unie gaan gelden in een grotere Europese ruimte.

Een herenigd Europa biedt ons het uitzicht op een sterker Europa. Meer dan veertig jaar lang heeft het IJzeren Gordijn ons continent verdeeld in een vrij en welvarend Westelijk deel, en een arm en onderdrukt Oostelijk deel. Na de val van de Muur van Berlijn in 1989 heeft de EU het Oosten de hand gereikt: misschien wel het belangrijkste politiek-strategische besluit dat de Unie in haar bestaan heeft genomen. Met dat gebaar hebben wij willen aangeven onze vrede, stabiliteit en welvaart tot de volkeren van Midden- en Oost Europa te willen uitstrekken.

Over die uitbreiding spreken we nu al tien jaar. Begin jaren '90 bestond de indruk dat uitbreiding binnen vijf jaar mogelijk moest zijn. Dat was de NAVO immers ook gelukt. Volgens sommige cynici is dat perspectief nog altijd geldig. Zij menen dat het ook vanaf vandaag nog vijf jaar gaat duren. In de kandidaat lidstaten vragen mensen zich af of de EU wel echt wil uitbreiden. En als de Unie dat wel wil, waarom moet het dan zo lang duren?

Ik herinner er hier nu aan dat ik zojuist wees op de noodzaak van snelheid, maar ook zorgvuldigheid in dit proces. Uitbreiding is een ingrijpende stap, zowel voor de Unie als voor de toetreders. Want de EU is geen gewone internationale organisatie. Als nieuwe lidstaten toetreden zijn zij niet langer onze buren; nee, ze trekken bij ons in, ze komen bij ons wonen.

Dat betekent dat de nieuwe lidstaten ons onmiddellijk politiek en economisch moeten kunnen bijbenen, op basis van dezelfde rechten en plichten. Voortijdige toetreding, zonder voldoende voorbereiding, zou dan ook grote risico's met zich meebrengen. Een nieuwe lidstaat zou dan niet alleen de EU kunnen beschadigen, maar bovenal zichzelf.

De toetredingscriteria zijn dan ook streng:


· Een nieuwe lidstaat moet een democratische rechtsstaat zijn;

· een concurrerende markteconomie hebben;


· en het 'acquis communautaire' (de circa 85.000 pagina's gezamenlijke wetten en regels) volledig overnemen en toepassen.


·

Maar hiermee zijn we er nog niet. Het overnemen van wetten en regels is een ding. Veel moeilijker nog is het om er voor te zorgen dat die wetten en regels werkelijk worden toegepast en nageleefd, en dat dit behoorlijk kan worden gecontroleerd. Dat merken we ook in de huidige EU. Tekortkomingen in administratieve capaciteit, rechtspraak en bestuurlijke integriteit zouden zeker in de nieuwe lidstaten een risico vormen voor het functioneren van de EU, als we daar bij toetreding onvoldoende op zouden letten.

In de kandidaat-lidstaten is op al deze terreinen in het afgelopen decennium al ongelooflijk veel veranderd en verbeterd. Toch is in praktische zin vaak nog sprake van een opbouwsituatie. Maar dat opbouwproces doorlopen we samen. Vandaar dat Nederland bilateraal en in Unie-verband ondersteuning verleent bij de economische en maatschappelijke veranderingen.

(uitbreiding: tijdpad)

Hoe ziet het tijdpad er nu uit?

In december vorig jaar, tijdens de Europese Raad van Nice, is de Unie het eens geworden over een concreet werkschema, een 'road map', voor de onderhandelingen die sinds 1999 met 12 kandidaat-lidstaten worden gevoerd. Heel systematisch is aangegeven welke onderwerpen op welk moment aan de orde moeten komen. Dat biedt niet alleen concreet houvast voor de onderhandelaars, maar ook voorkomt het dat alle moeilijke of gevoelige onderwerpen tot het eind blijven liggen.

Dat is dan ook niet het geval. In de eerste helft van dit jaar werd overeenstemming bereikt over zware onderwerpen als milieu en het vrije verkeer van werknemers. Nu, dit najaar, wordt gesproken, onder meer, voedselveiligheid, buitengrenzen en transport. Volgend jaar zullen dan besluiten vallen over het landbouwbeleid en de structuurfondsen.

Daarmee zijn we ruwweg over de helft van de 'road map'. Als het werkschema ook verder goed wordt gevolgd, worden de onderhandelingen met de meest gevorderde landen volgend jaar afgerond. De eerste nieuwe toetreders kunne dan als lidstaat deelnemen aan de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement, in het voorjaar van 2004.

Intussen moet er ook binnen de Unie nog het nodige gebeuren volgens Nederland. Op verschillende terreinen moet de EU zijn huidige werkwijze en beleid hervormen, om het succes van de uitbreiding te verzekeren. Ik wil hier drie terreinen noemen: het landbouwbeleid, de structuurfondsen en de constitutionele ontwikkeling.

Het EU-landbouwbeleid richt zich nog altijd vooral op verhoging van de productie en op verzekering van werkgelegenheid in de landbouwsector. Dit gebeurt door actief in te grijpen in markten en prijzen. Dat zal de komende jaren in aanzienlijk tempo moeten worden aangepast.

Daarvoor zijn drie redenen aan te geven:


· In de eerste plaats stellen de maatschappij en de consument tegenwoordig andere eisen aan voedsel en groen. Men wil veilig en hoogwaardig voedsel, en een dier- en milieuvriendelijke productie.


· In de tweede plaats biedt verdere liberalisering en meer marktwerking uiteindelijk de beste garantie voor een duurzame Europese landbouwsector. Een sector die in staat is de concurrentie op de wereldmarkt op eigen kracht aan te gaan en op eerlijke voorwaarden producten van elders, zeker ook uit ontwikkelingslanden, tot de thuismarkt toe kan laten.


· En in de derde plaats dwingt de uitbreiding ons traditionele landbouwbeleid los te laten omdat anders de kosten te zeer oplopen en vooral omdat de kandidaten meer gebaat zijn bij een breed opgezet plattelandsbeleid. We moeten geen beleid exporteren waar we zelf al vanaf willen.

Dat geldt ook voor de Europese structuurfondsen. Uit die fondsen worden nu infrastructuurprojecten in alle lidstaten betaald, vooral de arme maar ook de rijke. In het licht van de uitbreiding is ook dit beleid aan herziening toe.

De toetreders zijn over het algemeen immers nog aanzienlijk armer dan de huidige lidstaten. Deze achterstand en hun complexe economische situatie dwingen ons om anders te kijken naar hoe wij de economische en sociale samenhang in een uitgebreide Unie kunnen versterken. En ook hier is het zo dat wij voor hoge kosten zouden komen te staan, als wij ongewijzigd beleid gaan projecteren op landen waar dat beleid niet voor ontworpen is. Daarom moeten we anders gaan kijken naar de inzet van structuurfondsen.

Het gaat dus in de eerste plaats om beter beleid. Beleid dat beter is toegesneden op de eisen van nu en op de specifieke situatie in de toetredende landen. Maar ook het kostenaspect is niet onbelangrijk. Tenslotte zijn landbouw en structuurfondsen samen goed voor zo'n 80% van de EU-begroting.

Tot 2006 is al met de uitbreiding rekening gehouden en is er voldoende geld gereserveerd. Maar goed moet worden onderzocht welke financiele gevolgen verschillende hervormingsscenario's op langere termijn zullen hebben. DeNederlandse regering heeft berekend dat het essentieel is om de hervormingen krachtig door te zetten. Als dat dat lukt, krijgt de Unie niet alleen een beter beleid, ook hoeft Nederland dan niet nog meer aan de Unie-begroting bij te dragen dan nu al gebeurt.

(Toekomstdebat; ER Laken)

Wat betekent dit nu allemaal concreet voor Europa en voor Nederland? Welke vragen roept dit alles op, rond de uitbreiding?


· Een eerste vraag die je nogal eens hoort is: is die uitbreiding wel veilig? Wat halen we allemaal binnen?

Het antwoord is dat de uitbreiding veilig moet zijn, anders voldoet het land niet aan de criteria en kan de toetreding dus niet doorgaan. Ik zei al eerder: Uitbreiden moet snel, maar ook zorgvuldig. Zo is het een misverstand te denken dat op de dag van toetreding meteen de grenzen worden opgeheven. De grens tussen, bijvoorbeeld Polen en de EU, kan pas opengesteld worden als de nieuwe buitengrenzen van Polen helemaal op orde zijn. En daar moet ook Nederland apart mee instemmen.

Onderzoek wijst bovendien uit dat geen aanzienlijke migratiestromen zijn te verwachten. Ook op andere terreinen - bijvoorbeeld voedselveiligheid of milieu - zal Nederland niet instemmen met regelingen die de veiligheid voor de Europese burger in gevaar brengen. Uitbreiding moet onze veiligheid niet verkleinen maar juist vergroten.


· Een tweede vraag is: Zal Europa niet verwateren? Wordt het niet veel te groot?

Het antwoord is nee. Het nieuwe Europa zal aanzienlijk sterker zijn. Het strekt zich straks uit van de Keltische tot de Zwarte Zee, en van de Poolcirkel tot het Midden-Oosten. Een continent met een half miljard inwoners, dat internationaal een vuist kan maken en dat de problemen en uitdagingen van de 21ste eeuw gezamenlijk kan aanpakken. Dat grote Europa zal zich de middelen en structuren verschaffen om werkelijk een constructieve rol op het internationale toneel te spelen.


· Een derde vraag is: waar staat Nederland in dat uitgebreide Europa? Kunnen we onze identiteit daarin bewaren?

Antwoord: we blijven wie en waar we zijn. Vergroting van de Unie doet niet af aan onze rol. Natuurlijk zal het nieuwe Europa groter en diverser zijn, met nog meer culturen, talen, religies en tradities. Ook sociaal-economisch worden de verschillen eerst groter. En over de grenzen heen groeien de nieuwe partners nog sneller naar elkaar toe dan nu. Regio's en grensoverschrijdende verbanden en gemeenschappen zullen aan belang winnen.

Maar Europa's grote kracht is dat het geen eenheidsworst is of wordt. Europa is een mozaïek met vele kleuren.

De Nederlandse eigenheid en cultuur raakt niet in de verdrukking, maar krijgt juist nieuwe kansen. En we zijn geen klein land - we zijn straks een stevige middenmoter, in termen van bevolking, van handel, van investeringen en zeker in termen van Bruto Nationaal Product.

Om onze belangen veilig te stellen, moeten worden gekoerst op de kwaliteit van onze inbreng en het investeren in goede relaties. Nederland zal in een groter Europa nog slimmer moeten omgaan met zijn belangen. Zodat de EU Nederland sterker blijft maken


· De vierde en laatste vraag is: Wat kost dat allemaal wel niet, en wat levert het allemaal op?

Dames en Heren, Ik rond af. Het is niet meer dan logisch dat het debat over de toekomst van Europa meer en meer in het teken komt te staan van de noodzaak de Unie sterker te maken. Sterker naar binnen toe, om de interne veiligheid te verzekeren. Sterker naar buiten toe, om de internationale situatie effectief het hoofd te kunnen bieden en daarmee zowel de Europese samenleving veiliger te maken alsook -in samenwerking met onze partners, zoals Rusland- de wereld om ons heen. Juist ook vanuit dit oogpunt is snelle en succesvolle uitbreiding belangrijker dan ooit.

De uitbreiding moet dus op schema blijven, op basis van heldere criteria. Voor alle kandidaten moet het perspectief op toetreding concreet blijven, terwijl wij verder naar elkaar toe groeien en elkaar op steeds meer terreinen in onze Europese samenwerking betrekken. Met de politieke wil van zowel de kandidaten als de huidige leden, ook in de publieke opinie, zullen we de droom van een werkelijk ongedeeld, eensgezind en veilig Europa verwezenlijken. Dat is het Europa van de toekomst. +++

(alleen gesproken woord geldt!)

===

Deel: ' Topambtenaar Belangrijke rol EU in strijd tegen terrorisme '




Lees ook