PRICEWATERHOUSECOOPERS

Topondernemers eisen recht om IAS al voor 2005 te gebruiken

Overal in de Europese Unie (EU) eisen topondernemers het recht om op zo kort mogelijke termijn de International Accounting Standards (IAS) te hanteren en zo de weg vrij te maken voor betere onderlinge vergelijkbaarheid en transparantie van bedrijfsrapportages, zo blijkt uit een Europees onderzoek van PricewaterhouseCoopers. Deze ontwikkeling vormt een centraal uitgangspunt in het streven naar een gemeenschappelijke kapitaalmarkt in de eurozone.

De invoering van IAS betreft de grootste verandering in de financiële verslaglegging in 30 jaar en wordt zeer breed gesteund: 81% van de 650 ondervraagde financieel directeuren uit 15 EU-lidstaten wil de mogelijkheid hebben om de nationale boekhoudkundige normen al voor de deadline van 2005 door IAS te vervangen. In Nederland wil zelfs 95% eerder kunnen overstappen op IAS. Ruim 8 van de 10 bedrijven (82%) die al zijn overgeschakeld willen IAS nu ook voor hun dochterondernemingen kunnen gaan hanteren.

Veel bedrijven die de nationale normen voor boekhoudkundige verslaglegging al voor 2005 willen vervangen door IAS bij het opstellen van hun wettelijk voorgeschreven jaarrekening worden daarin echter gehinderd door het nationale ondernemingsrecht. Momenteel staan slechts vier EU-lidstaten (België, Duitsland, Finland en Oostenrijk)het beursgenoteerde ondernemingen expliciet toe om bij hun openbare financiële verslaglegging uit te gaan van IAS. In de overige lidstaten kunnen bedrijven hun IAS-jaarrekening weliswaar als bijlage publiceren bij de volgens nationale standaarden opgestelde rapportage, maar door de hoge kosten en de verwarring die hiermee in de hand worden gewerkt hand blijft het gebruik van IAS vooralsnog zeer beperkt.

Uit het onderzoek blijkt verder dat bijna tweederde van de financieel directeuren in Europa (62%) de invoering van IAS als een cruciale stap beschouwt op weg naar de totstandkoming van een interne Europese kapitaalmarkt, die door bijna 80% als bijzonder gunstig voor het Europese bedrijfsleven wordt omschreven.

Ruud Dekkers, voorzitter van de accountantsberoepsgroep en lid van de Raad van Bestuur van PricewaterhouseCoopers, zegt hierover het volgende: 'Dit onderzoek bevestigt dat de grote veranderingen die tot een Europese kapitaalmarkt moeten leiden, zowel gewenst als noodzakelijk zijn. In het Europese bedrijfsleven is men goed doordrongen van de noodzaak investeerders te voorzien van heldere, geloofwaardige en internationaal vergelijkbare gegevens. Dit streven naar betere communicatie via IAS wordt dan ook toegejuicht. Bedrijven willen de nationale vereisten dus wel vervangen door IAS, maar worden daarbij belemmerd door nationale wetgeving.'

'We dringen er bij de regeringen op aan om alle obstakels die de internationale convergentie tegenhouden zo snel mogelijk uit de weg te ruimen, zodat bedrijven die vóór 2005 al met IAS willen beginnen dat ook kunnen doen.Gebeurt dit niet, dan zullen bedrijven in het ene land gaan achterlopen bij concurrenten in het andere land die hun verslaglegging inmiddels wel hebben aangepast. Dit verzwakt hun positie bij de strijd om grensoverschrijdende acquisities en maakt het voor deze bedrijven moeilijker hun kapitaalkosten terug te dringen', zegt Dekkers.

Ondanks de nadrukkelijke steun voor de overgang naar IAS en het wijdverbreide optimisme (93%) onder Europese financieel directeuren over de planning van die overgang, blijkt uit het onderzoek dat slechts één op de vijf respondenten inmiddels echt weet waar hij aan begint. Van de Europese financieel directeuren gaf 70% aan inmiddels beter voorbereid te zijn op IAS dan een jaar geleden, maar ruim 60% is nog niet eens met de planning van de overstap begonnen.

Deze bevindingen komen echter niet geheel onverwacht. Ten tijde van het onderzoek was de IAS-verordening van de EU nog niet in wetgeving omgezet en had de International Accounting Standards Board (IASB) zijn ontwerp voor een nieuwe standaard voor de overstap op IAS nog niet gepubliceerd.

Bedrijven die al zijn overgeschakeld op IAS geven nadrukkelijk aan dat vroegtijdige planning cruciaal is. Van deze bedrijven bleek bijna de helft (43%) zich ernstig verkeken te hebben op de tijd die voor de overstap nodig is. Onder financiële dienstverleners gold dit zelfs voor 64%.

Fred Konings, partner en IAS-specialist van de Nederlandse PwC-organisatie: 'Nu we nog maar drie jaar hebben tot de deadline in 2005 en meer dan vier van de vijf (85%) beursgenoteerde ondernemingen in de EU nog op IAS moeten omschakelen, doen we er goed aan de boodschap van bedrijven die het proces inmiddels doorlopen hebben, ter harte te nemen. De planning kan niet langer worden uitgesteld, gezien het vele werk dat verzet moet worden: het opleiden van personeel, het voorbereiden van interne en externe belanghebbenden en het aanpassen van de managementrapportage. Overstappen op IAS is meer dan een theoretische oefening in het herformuleren van financiële gegevens. Het gaat over de strategie van de onderneming.'

Financieel directeuren zien het trainen van personeel als de voornaamste uitdaging in de overstap naar IAS. Maar ook marktanalisten zal het nodige moeten worden bijgebracht om de overgang succesvol te laten verlopen. Dat zijn namelijk de mensen die de herziene financiële gegevens zullen moeten interpreteren wanneer die straks in 2005 massaal binnenkomen van duizenden Europese bedrijven. Opmerkelijk genoeg denkt 30% van de financieel directeuren dat IAS van wezenlijke invloed kan zijn op het beeld dat aandeelhouders en marktanalisten zich vormen over bedrijfsprestaties.

'IAS prikkelt bedrijven hun verslaglegging te intensiveren en te verbeteren. In de aanloop naar de omschakeling zullen ze effectief moeten communiceren met alle belanghebbenden om die er op voor te bereiden dat bijvoorbeeld het nettoresultaat kan veranderen. Markten zijn steeds minder gediend van verrassingen, en onverwachte wijzigingen in gerapporteerde informatie kunnen de koers van het aandeel beïnvloeden', vertelt Fred Konings.

Het onderzoek toont verder dat de op handen zijnde omschakeling op IAS inmiddels tot de directiekamers is doorgedrongen. Ruim tweederde (72%) van alle CEO's en 69% van de directieleden en het hoogste managementkader weet dat de overstap per 2005 verplicht is. Dit is een aanmerkelijke verbetering ten opzichte van ons onderzoek in 2000, toen niet veel meer dan de helft (58%) van alle CEO's op de hoogte was van de EU-deadline en de meeste directieleden nog nooit gehoord hadden van de plannen voor omschakeling op IAS.

'Bedrijfsdirecties zullen de overgang naar IAS op het allerhoogste niveau moeten ondersteunen en de middelen moeten vrijmaken om het ook meteen goed te kunnen doen', stelt Dekkers. 'Het is essentieel dat ze nagaan in hoeverre de bedrijfsresultaten er onder IAS anders uit gaan zien en hun markt voorbereiden op nieuwe, voorheen niet vrijgegeven informatie.'

'De overstap op IAS zal voor alle bedrijven een aanzienlijke uitdaging blijken in de periode tot 2005. Ondanks de grote overeenkomsten tussen IAS en de huidige Nederlandse algemeen aanvaarde grondslagen bestaan er op de meer complexe punten als pensioenen, werknemersuitkeringen en financieringsinstrumenten wel degelijk aanzienlijke verschillen. Bovendien is IAS op het gebied van de verslaglegging inzake goodwill, andere immateriële activa en voorzieningen niet geheel verenigbaar met de Nederlandse wetgeving. IAS is strenger en biedt minder interpretatievrijheid dan de Nederlandse algemeen aanvaarde grondslagen en wetgeving. De omschakeling zal dus nog heel wat voeten in de aarde hebben', vult Fred Konings aan.

Dankzij de overstap naar IAS wordt Europa 's werelds eerste regio met een uniforme set standaarden voor boekhoudkundige verslaggeving. Het is echter van belang dat er strikt wordt toegezien op handhaving van de IAS als we ten volle van dat voordeel willen kunnen profiteren. Bijna zes van de tien financieel directeuren (57%) geeft de voorkeur aan een pan-Europees of mondiaal handhavingmechanisme boven nationale alternatieven.

Financieel directeuren geven dus duidelijk prioriteit aan mondiale oplossingen. Over de rol van de Raad van de Jaarverslaggeving (en vergelijkbare instituten) en de nationale wetgevers waren ze dan ook duidelijk: 85% vindt dat hun nationale instantie de landelijke standaarden moet aanpassen aan IAS. Bovendien ziet 72% het als de rol van eerder genoemde instituten om het denken over de IASB te beïnvloeden, en niet om afwijkende nationale standaarden uit te vaardigen.

Ruud Dekkers ter afsluiting: 'IAS komt er aan, of we er nu klaar voor zijn of niet. En niet alleen IAS, maar een heel scala van andere EU-initiatieven die de eenwording van de Europese financiële markten moeten bevorderen onder meer op het gebied van bedrijfsrecht, jaarrekeningen via internet, emissieprospectussen, vennootschappelijk bestuur en wetshandhaving. Het ziet er naar uit dat al deze initiatieven tegelijkertijd worden ingevoerd, in 2005. Bedrijven die IAS tegen die tijd al onder de knie hebben, hebben dan in ieder geval een zorg minder, zodat ze soepeler kunnen inspelen op de onafwendbare realiteit van de interne Europese kapitaalmarkt.'

Deel: ' Topondernemers eisen recht om IAS al voor 2005 te gebruiken '




Lees ook