PERSBERICHT

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek Afd. Voorlichting & Communicatie
Postbus 93138
2509 AC DEN HAAG
tel. 070-3440 713

Twaalf Spinoza-miljoenen voor vier toponderzoekers 21 oktober 1999

NWO lauwert de knapste vrouw van Nederland

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft voor het eerst de prestigieuze SPINOZA-premie toegekend aan een vrouwelijke hoogleraar. Zij ontvangt net als drie mannelijke collega-hoogleraren drie miljoen gulden als NWO/SPINOZA-premie 1999. De SPINOZA-premie is de hoogste wetenschappelijke onderscheiding die ons land kent en wordt in toenemende mate gezien als de 'Nederlandse Nobelprijs'. Prof. dr. G. 't Hooft, die vorige week de Nobelprijs werd toegekend, behoorde in 1995 tot de eerste SPINOZA-laureaten.

De NWO/SPINOZA-premies 1999

Prof. dr. C.W.J. Beenakker, Theoretische natuurkunde, Universiteit Leiden,

Prof. dr.ir. R. de Borst, Toegepaste mechanica Technische Universiteit Delft,

Mw. prof. dr. E.A. Cutler, Vergelijkende taalpsychologie, Katholieke Universiteit Nijmegen / Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek, Nijmegen

Prof. dr. R.H.A. Plasterk, Moleculaire biologie, Universiteit van Amsterdam / Nederlands Kanker Instituut, Amsterdam.

Deze vier onderzoekers zijn uitmuntende en internationaal vooraanstaande wetenschappers in hun vakgebied, die ontdekkingen, vondsten en theoretische doorbraken op hun naam hebben staan. Hun internationaal erkende topkwaliteit en hun grote en reeds bewezen aantrekkingskracht op jonge onderzoekers betekenen een belangrijke impuls voor hun onderzoeksterrein. NWO verwacht dat zij deze stimulerende en richtinggevende rol nog vele jaren zullen uitstralen.
De commissie heeft een keuze gemaakt uit 35 genomineerden, zonder uitzondering toponderzoekers met een uitstekende staat van dienst en met grote beloften voor de toekomst. Daarbij keek de commissie naar doorbraken en zichtbare, duidelijk herkenbare bijdragen aan de ontwikkeling van het vakgebied, naar de aantrekkingskracht op jonge onderzoekers. Tenslotte keek de commissie naar de potentie om avontuurlijke wetenschappelijke wegen in te slaan. De commissie verwacht dat de kandidaat nog tien jaar met dezelfde creativiteit verder zal gaan.
De plechtige uitreiking van de SPINOZA-premie zal voorjaar 2000 plaatshebben. De SPINOZA-premies 1999 zijn toegekend op voordracht van de rectores magnifici van de universiteiten, de voorzitters van de afdelingen Letterkunde en Natuurkunde van de KNAW, de voorzitter van het Nederlands Forum voor Techniek en Wetenschap, het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren en de voorzitters van de NWO-gebiedsbesturen. De premie is nu voor de vijfde maal toegekend. Eerdere laureaten zijn (1995) prof. dr. G. 't Hooft (UU), prof. dr. E.P.J. van den Heuvel (UvA), prof. dr. F.G. Grosveld (EUR), prof. dr. F.P. van Oostrom (RUL); (1996) prof. dr. J.F.A.K. van Benthem, (UvA), prof. dr. P. Nijkamp (VU), prof. dr. G.A. Sawatzky (RUG); (1997) prof. dr. F.H.H. Kortlandt (RUL), prof. dr. H.M. Pinedo (VU) en prof. dr. R.A. van Santen (TUE); (1998) prof. dr. J.H.J. Hoeijmakers, (EUR), prof. dr. H.W. Lenstra, (UL) en prof. dr. P.C. Muysken, (UL).

In de bijlagen zijn de uitgebreide laudatio's van de SPINOZA-commissie opgenomen en de adresgegevens van de laureaten.
99-31

Bijlagen bij NWO-persbericht NWO/SPINOZA-premie 1999, dd. 21 oktober 1999. PROF.DR. C.W.J. BEENAKKER

Prof.dr. C.W.J. Beenakker (1960) is hoogleraar in de Theoretische natuurkunde, Universiteit Leiden.

Beenakker is zonder enige twijfel een van de meest getalenteerde theoretisch natuurkundigen van dit moment. Op zijn vakgebied, de mesoscopische fysica, staat hij in Nederland op eenzame hoogte en ook internationaal gezien behoort hij tot de absolute top. Dit jonge vakgebied beschrijft de wereld op het grensvlak van macroscopische voorwerpen, die nog met het blote oog zichtbaar zijn, en microscopische voorwerpen die zich bevinden op het niveau van afzonderlijke atomen en moleculen. Op dit terrein was hij niet alleen een pionier; hij leverde ook belangrijke bijgedragen aan de ontwikkeling van het vakgebied. Amper 24 jaar oud promoveerde hij cum laude, op 31-jarige leeftijd was hij een van de jongste hoogleraren ooit benoemd in de Leidse natuurkunde en tevens de eerste hoogleraar in de theorie van de mesoscopische fysica in Nederland. Voor een 39-jarige wetenschapper heeft hij een buitengewoon groot aantal wetenschappelijke analyses, uitvindingen en ontdekkingen op zijn naam staan, waaronder mesoscopie in supergeleidende metaalstructuren, kwantisering van geleiding, edge channels en bijdragen tot random matrix-theorie. Hij leverde voorts een belangrijke bijdrage aan de basisbegripsvorming rond de single electron tunneling, de Coulomb Blokkade en ruis in mesoscopische systemen en de transporttheorie van het Quantum Hall-effect. Tenslotte heeft hij belangrijke bijdragen geleverd aan het mathematisch-fysisch inzicht op meerdere gebieden van de vastestoffysica. Beenakker vervult een brugfunctie tussen theoretische en experimentele vaststoffysici, waarvoor brede waardering bestaat.

De grote internationale erkenning voor Beenakker's originele en breed georiënteerde werk, blijkt onder meer uit zijn grote aantal publicaties in vooraanstaande tijdschriften (meer dan 160 publicaties). Naast originele papers, schreef hij vele uitstekende review-artikelen. Meerdere van deze artikelen worden als trend-setters beschouwd. Zo was hij auctor intellectualis van een omvangrijk artikel uit 1991, dat richtingbepalend is voor de ontwikkeling van de mesoscopische fysica. Beenakker is een voortreffelijk spreker en wordt vaak uitgenodigd voor internationale conferenties. Hij geniet ook bekendheid vanwege zijn vermogen de fysica te populariseren.
Vele (inter-)nationale benoemingen en eerbewijzen vielen Beenakker reeds ten deel: hij ontving indertijd de C.J. Kok-prijs voor zijn dissertatie, alsmede een Niels Stensen-stipendium; kreeg de Shell-prijs voor de ontdekking en verklaring van quantum-effecten in de elektrische geleiding in mesoscopische systemen; scoorde op alle fronten excellent in de VNSU-beoordeling voor natuurkunde (1996; deze beoordeling is aan slechts 4 van de 100 beoordeelde groepen gegeven); verwierf vele subsidies van FOM, Philips, EU en enige jaren geleden een PIONIER-subsidie van NWO. Voorts accepteerde hij in de afgelopen tien jaar een 70-tal uitnodigingen als gastspreker op internationale conferenties en wist hij vele prominente buitenlandse geleerden voor korte of langere tijd naar Leiden te brengen.

Beenakker excelleert niet alleen als onderzoeker, maar ook als enthousiasmerend docent en begeleider van promovendi en postdocs. Zijn persoonlijke en wetenschappelijke dynamiek werkt zeer stimulerend op zijn onmiddellijke werkomgeving. Hij is in staat om zeer getalenteerde studenten en promovendi aan te trekken, die optimale kansen krijgen zichzelf verder te ontplooien. Hij leidt zijn onderzoekswerkgroep, die voor een theoretische groep een behoorlijk grote omvang heeft, op originele wijze door enerzijds hoge eisen te stellen, maar anderzijds mensen in hun waarde te laten en veel ruimte te laten voor eigen inbreng. Buitenlandse theoretische fysici vinden gemakkelijk hun weg naar Beenakker's onderzoeksgroep. Beenakker zal zonder enige twijfel nog jaren aan de top blijven. De SPINOZA-premie zal hem in staat stellen de positie van zijn groep als wereldleider op het gebied van de theorie van de mescoscopische fysica verder te consolideren. Ook zal hij - gezien zijn persoonlijke en wetenschappelijke dynamiek - nieuwe wegen inslaan en proberen de internationale discussie over de ontwikkeling in de mesoscopische fysica naar Leiden te trekken. De verwachting is tevens gewettigd dat Beenakker bruggen zal slaan naar aanpalende vakgebieden en daarmee zonder enige twijfel zal bijdragen aan een versterking van het wetenschappelijk imago van Nederland.

Prof. dr. C.W.J. (Carlo) Beenakker, hoogleraar Theoretische natuurkunde, Leids Instituut voor Onderzoek in de Natuurkunde (LION), Lorentz Instituut voor Theoretische Natuurkunde, Universiteit Leiden, Niels Bohrweg 2, postbus 9506, 2300 RA Leiden. Tel. 071 5275505, fax 071 5275405, e-mail Lorentz@rulkol.leidenUniv.nl.
PROF.DR.IR. R. DE BORST

Prof.dr.ir. R. de Borst (1958) is hoogleraar in de Toegepaste mechanica, Technische Universiteit Delft.

De Borst is een onderzoeker van wereldformaat, die op briljante wijze wiskundige modellering combineert met fysische beschrijvingen van continue modellen. Hij is internationaal toonaangevend in zijn vakgebied en vervult een voortrekkersrol in de Europese school in het onderzoek van de breukmechanica. Met zijn wetenschappelijke doorbraken heeft hij de Nederlandse civiele techniek wereldwijd een vooraanstaande positie gegeven. Voorts is hij een expert in numerieke doorrekening en mede-ontwerper van het wereldwijd gebruikte DIANA-pakket. Zijn belangrijkste bijdragen aan de (internationale) ontwikkeling van zijn vakgebied betreffen 'wrijving' in materialen, in het bijzonder de lokalisatie van scheurvorming en de voortplanting daarvan. Zijn onderzoekswerk heeft een grote praktische betekenis: instabiliteiten in grondmassa's, scheurvorming in gelamineerde materialen, zoals betonconstructies, gewenste breukvormingen in oliehoudende steensoorten, stabiliteit van scheve boorgaten, stabiliteit van tunnels in ondergrondse, stochastisch inhomogene, lagen. Typerend voor De Borst is dat hij zich niet beperkt tot de uitbreiding van het theoretische inzicht, maar tevens bijdraagt aan de vertaling naar praktijkvoorschriften.

Reeds op 31-jarige leeftijd werd De Borst tot hoogleraar benoemd. Hij heeft een indrukwekkende internationale reputatie opgebouwd en bijzonder veel bijdragen geleverd aan het consolideren van zijn kennis in meer dan honderd wetenschappelijke artikelen, meer dan honderdzestig symposium- en congresbijdragen, en vele rapporten. Diverse (internationale) eerbewijzen vielen hem ten deel: in december 1996 ontving hij de Max Planck Research Award for International Co-operation van de Von Humboldt Stiftung; in juni 1998 werd hem de Computational Mechanics Award toegekend (door de International Association of Computational Mechanics). Hij ontving diverse prijzen van de International Association for Computer Methods and Advances in Geomechanica. TNO-IBBC benoemde hem in 1990 tot Senior Research Fellow. Daarnaast is De Borst lid van een aantal redactie(raden) van gerenommeerde internationale tijdschriften en is hij een van de hoofdredacteuren van een nieuw internationaal tijdschrift. Hij is voorzitter dan wel lid van vooraanstaande wetenschappelijke commissies en recent benoemd tot President-elect van de International Association of Fracture Mechanics of Concrete Structures. Ook is hij als gasthoogleraar verbonden geweest aan universiteiten en onderzoeksinstituten in Amerika, Duitsland, Frankrijk, Italie, Spanje en Japan. De VSNU heeft in haar onderzoeksvisitatie (1997) van de technische bouw- en constructiewetenschappen zijn onderzoeksprogramma op alle fronten als excellent beoordeeld.

De Borst is een stimulerend en inspirerend hoogleraar met een grote aantrekkingskracht op jonge onderzoekers uit binnen- en buitenland. Zijn onderzoeksgroep in Delft bestaat momenteel uit 12 promovendi en op de TUE werken drie promovendi onder zijn leiding aan hun proefschrift. Tot dusverre heeft hij reeds 19 promovendi opgeleid. Daarnaast heeft hij verscheidene jonge postdocs en buitenlandse senior-onderzoekers vanuit de gehele wereld aan zijn onderzoeksgroep weten te verbinden. Hij is lid van diverse buitenlandse benoemingsadviescommissies en speelt een actieve rol in de internationale uitwisseling van studenten en onderzoekers uit Europa en elders.

De baanbrekende kwaliteit van het werk van De Borst zal zich naar verwachting nog vele jaren verder ontwikkelen. De SPINOZA-premie stelt deze productieve 41-jarige laureaat in staat het civielgerichte onderzoek voor een typisch Nederlandse expertise, 'Bouwen in de delta', op voldoende grote schaal binnen het Koiter-instituut voort te zetten en daarbij nieuwe onderzoekslijnen voor de verwetenschappelijking van de civiele bouwwereld te ontwikkelen. Met de middelen kan zijn onderzoeksgroep uitgroeien tot een veelzijdig internationaal centrum van toponderzoek en kunnen de lijnen die hij de afgelopen jaren heeft uitgezet tot volle wasdom komen. De wetenschappelijke en technologische uitdaging zal met name liggen in het vertalen van zijn numerieke modelleringsexperimenten op microschaal naar de mechanische eigenschappen op macroschaal. Een SPINOZA-premie zal ertoe bijdragen dat dit toptalent voor Nederland behouden blijft.

Prof. dr. ir. R. (René) de Borst, Fac. Civiele techniek en geowetenschappen, Technische Universiteit Delft, Stevinweg 1, postbus 5, 2600 AA Delft, tel. 015 2785464, e-mail R.deBorst@CT.TUDelft.nl
MW.PROF.DR. E.A. CUTLER

Mw.professor dr. E.A. Cutler (1945) is hoogleraar in de Vergelijkende taalpsychologie, Katholieke Universiteit Nijmegen en directeur Max-Planck Institut für Psycholinguïstiek te Nijmegen.

Cutler behoort tot de absolute wereldtop van haar vakgebied. Ze speelt een toonaangevende rol in de ontrafeling van de menselijke mechanismen van de spraakherkenning en -productie, en in de rol van klank bij de waarneming van woorden. Al het moderne woordsegmenteringsonderzoek op het gebied van de spraakperceptie gaat terug op de oorspronkelijke ontdekkingen van Cutler en haar collega's. De onderzoeksresultaten van deze zeer productieve en creatieve wetenschapper hebben niet alleen een wezenlijk nieuw licht geworpen op de biologische determinanten van menselijke spraakwaarneming, ze zijn ook met profijt geïmplementeerd in automatische spraakherkenningssystemen en in woordherken-ningsmodellen (het Shortlist-model). Haar analyse van versprekingen en onderzoek naar accentuering toonde bijvoorbeeld aan dat het mentale productielexicon niet alleen naar woordbetekenissen is georganiseerd, maar ook naar klankvorm en morfologische structuur. Ten aanzien van de spraakherken-ning ontdekte zij dat spraaksegmenteringsmechanismen taalspecifiek zijn en niet universeel, zoals biologisch-georiënteerde psychologen altijd hadden verondersteld. Ook bleek uit haar onderzoek dat - in alle talen - luisteraars capitaliseren op de specifieke ritmische structuur van hun taal (nadruk-, syllabe- of mora-gebaseerd). Met haar team ontdekte zij verder dat taalspecifieke segmenteringsstrategieën al in het eerste levensjaar worden verworven, dus vóór de ontwikkeling van betekenisvolle woordherkenning.

De vooraanstaande rol die de in Australië (Armadale) geboren Cutler in de wereld van haar vakgebied speelt blijkt uit haar indrukwekkende publicatielijst: 81, veelal omvangrijke, artikelen in internationaal toonaangevende tijdschriften. Twee jaar geleden verzorgde zij op verzoek van het belangrijke tijdschrift Language and Speech een 60 pagina's tellend review van de literatuur over prosodie-perceptie. Daarnaast leverde zij vele publicaties in internationale congresproceedings, alsmede bijna 50 hoofdstukken in boeken. Haar eigen boek Slips of the tongue and language production is een nog steeds veel geciteerde kernpublicatie. De belangstelling voor haar werk beperkt zich echter niet tot de wetenschappelijke wereld van haar vakgebied. De Amerikaanse televisiezender CNN heeft haar werk met betrekking tot taalherkenning van baby's naar voren gebracht en besproken.

Cutler werd geroemd met vele eerbewijzen en lidmaatschappen: zij is lid van redacties van zes internationale toptijdschriften en van adviesraden van drie andere. Ook was en is ze bestuurslid van belangrijke internationale wetenschappelijke organisaties en ontving zij de Cognitive Psychology Award van de British Psychology Society. In 1993 is ze benoemd tot Wissenschaftliches Mitglied van de Max-Planck-Gesellschaft en haar benoeming als tweede vrouwelijke directeur binnen deze organisatie is een uitzonderlijke erkenning voor een niet-Duitse onderzoeker. Zij is bovendien een van de meest geciteerde psychologen in Nederland. Zij ontving de toekenning van een Human Frontiers Programme, dat - bij hoge uitzondering - ook in de tweede ronde werd toegekend. Jaarlijks wordt zij overspoeld met verzoeken voor keynote lecture en invited papers. Zij bekleedt diverse gastdocentschappen aan Europese en Amerikaanse universiteiten en levert bijdragen aan internationale zomerscholen in Amerika en Europa.

Naast een uitmuntende wetenschappelijke staat van dienst, heeft Cutler een grote aantrekkingskracht op jonge onderzoekers. Ze is vitaal, creatief, actief en zeer enthousiasmerend, waarmee ze alle interessante promovendi en postdocs wereldwijd naar zich toe weet te trekken. Zij geeft op inspirerende wijze leiding aan haar groep. Onder haar leiding hebben twaalf promovendi hun dissertatie voltooid (waarvan vier in Nederland) en zijn er thans vijf in voorbereiding. Sinds haar komst naar Nederland heeft zij jaarlijks diverse buitenlandse senior-onderzoekers in haar onderzoeksgroep, afkomstig uit Amerika, Groot-Brittannië, China, Japan, Taiwan, Finland, Vietnam, Spanje en Italië.
Cutler zal zeker nog jaren haar kracht en vitaliteit op haar vakgebied tot uitdrukking brengen. Zij is avontuurlijk en zal zeker nieuwe wegen inslaan. De SPINOZA-premie kan een grote bijdrage leveren aan een belangrijke nieuwe onderzoeksweg en wel het opzetten van een laboratorium voor onderzoek naar spraakperceptie gedurende het eerste levensjaar.

Prof. dr. E.A. (Anne) Cutler, hoogleraar Vergelijkende taalpsychologie, fac. der Sociale wetenscahppen, Nijmeegs Instituut voor Cognitie en Informatie (NICI), Katholieke Universiteit Nijmegen; directeur Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek, Wundtlaan 1, postbus 310, 6500 AH Nijmegen, tel. 024 3521377, fax 024 3521213, e-mail anne@mpi.nl.
PROF.DR. R.H.A. PLASTERK

Professor dr. R.H.A. Plasterk (1957) is hoogleraar in de Moleculaire biologie aan de Universiteit van Amsterdam en tevens verbonden aan het Nederlands Kanker Instituut.

Plasterk is een van de meest briljante, ondernemende en aansprekende onderzoekers op het gebied van de moleculaire biologie die Nederland telt. De 41-jarige onderzoeker heeft een grote reputatie in het buitenland en werkt met een aantal van de beste onderzoekers in de wereld samen. Hij promoveerde cum laude op onderzoek naar het recombinatieproces in een eenvoudig virus (bacteriofaag Mu), waarbij hij als eerste onderzoeker ter wereld liet zien hoe een voor dat proces cruciaal enzym werkte. Aan het gerenommeerde California Institute of Technology in Pasadena ontdekte hij dat een bacterie die via vorming van steeds nieuwe oppervlakte-eiwitten aan het afweersysteem van zijn gastheer weet te ontkomen, lineaire plasmiden had (in tegenstelling tot de gebruikelijke cirkelvormige) en dat de variatie in oppervlakte-eiwitten van de bacterie tot stand kwam door recombinatie tussen deze lineaire plasmiden. Op dertigjarige leeftijd werd hij aangesteld als groepsleider bij het Nederlands Kanker Instituut. Daar zette hij een geheel eigen onderzoekslijn op, te weten de analyse van transpositie, het verhuizen van DNA-volgorden van de ene plaats in het Caenorhabiditis elegans genoom naar de andere. Zijn onderzoek leidde tot het opzetten van een mutantenbank waarin voor alle 19.000 genen van deze worm, gen voor gen de functie kan worden onderzocht. Ook het werkingsmechanisme van het transpositie-eiwit dat zorgt voor de integratie van het DNA van het AIDS virus, HIV, in het gastheer DNA, is door Plasterk onderzocht. Hij heeft zich niet beperkt tot genetische analyses, maar heeft ook de biochemie van de transpositie onderzocht en met verre van eenvoudige experimenten een nieuwe, belangrijke intermediair in dit proces weten aan te tonen. Bovendien heeft hij bijgedragen aan de structuuranalyse van het HIV transpositie-eiwit. Op 36-jarige leeftijd werd hij (bijzonder) hoogleraar.

Plasterk heeft zo'n 90 internationale publicaties op zijn naam staan. Ruim zestig procent daarvan is verschenen in tijdschriften die behoren tot de top 5% van het vakgebied. Genetisch onderzoek is sterk internationaal georganiseerd en de vooraanstaande rol die Plasterk daarin speelt, blijkt uit het feit dat hij coördinator is van twee grote internationale samenwerkingsprojecten in het prestigieuze Human Frontier Science Program. Internationale erkenning voor dit alles blijkt ook uit zijn verkiezing tot lid van de European Molecular Biology Organisation, EMBO, die de top van de Europese moleculair-biologen verenigt. Uit de geregelde uitnodigingen voor het schrijven van overzichten en commentaren voor zowel de internationale algemeen-wetenschappelijke toptijdschriften als voor de top-vaktijdschriften; uit de uitnodigingen als spreker en organisator van belangrijke moleculair-biologische bijeenkomsten. Hij ontving eerder een Huygens-fellowship en een PIONIER-subsidie. Het medische belang van werk blijkt bovendien uit het feit dat hij adviseur is van twee biotechnologische bedrijven in Amerika en Duitsland.

Plasterk is een inspirerende docent. Het onderwijsprogramma dat hij voor promovendi en postdocs heeft opgezet in de Onderzoekschool Oncologie Amsterdam is een voorbeeld voor andere onderzoekscholen. Bovendien is hij ook zeer actief naar het grote publiek toe, via columns in kranten en op TV. Op zijn projecten heeft hij de nodige promovendi aangetrokken, waaruit reeds een Nachwuchs van zelfstandige onderzoekers internationaal zijn weg heeft weten te vinden. Bovendien wordt een aanmerkelijk deel van zijn laboratorium bezet door buitenlandse postdocs.

De combinatie van zijn jonge leeftijd, speelse geest en fundamentele belangstelling voor biologische fenomenen maakt dat van Pasterk zeker verwacht kan worden dat hij nog jaren tenminste op zijn huidige niveau van creativiteit verder zal gaan. Gezien zijn recente belangstelling voor Caenorhabiditis elegans als een modelorganisme voor de bestudering van de genetische aspecten van gedrag, ontbreekt het Plasterk niet aan zucht naar wetenschappelijk avontuur. Zijn nieuwe plannen om ook functioneel genoomonderzoek te gaan verrichten bij de zebravis en de muis, in samenwerking met vooraanstaande onderzoekers die goed thuis zijn in de fenotypering van deze modelorganismen, vragen om grote extra investeringen. De SPINOZA-premie zou dan ook juist nu een enorme impuls betekenen voor de nieuwe richtingen die Plasterk voor zijn onderzoek heeft uitgezet.

Prof. dr. R.H.A. (Ronald) Plasterk, hoogleraar Moleculaire biologie, Universiteit van Amsterdam, Nederlands Kanker Instituut, Plesmanlaan 121, 1066 CX Amsterdam, tel. 020 5129111, 020 5122880, fax 020 6691383, e-mail rplas@nki.nl.

Deel: ' Twaalf Spinoza-miljoenen voor vier toponderzoekers '




Lees ook