Ingezonden persbericht

(Bericht afkomdig van mr. Meindert Stelling)

P E R S B E R I C H T

Twee gedingen rond rechtmatigheid kernwapens

Donderdag 6 juni dienen in Utrecht twee gedingen inzake de rechtmatigheid van kernwapens. Deze gedingen zijn aangespannen tegen de minister en de staatssecretaris van defensie, door mr. Meindert Stelling. Dit op grond van beslissingen die zij heben genomen ten aanzien van mr. Stelling in diens hoedanigheid als gewezen kapitein van de Koninklijke Luchtmacht.

De beide gedingen op 6 juni 2002, te 10.30 uur en 11.30 uur, dienen voor de Centrale Raad van Beroep, Vrouwe Justitiaplein 1 te Utrecht, in zittingszaal K.

In het geding dat te 10.30 uur dient, gaat het om onrechtmatige handelingen van de staatssecretaris, die nadelig zijn voor mr. Stelling. Deze handelingen betreffen drie verklaringen van de staatssecretaris die aantoonbaar in strijd met de waarheid zijn afgelegd. Bovendien heeft de staatssecretaris de Centrale Raad van Beroep uitgenodigd om geen uitspraak te doen over de vraag of de inzet van kernwapens rechtmatig zou zijn. Dit hoewel die vraag speelt in de zaak die te 11.30 uur begint en die onder meer betrekking heeft op de destijds aan kapitein Stelling gestelde eis van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan alle opdrachten terzake van de inzet van kernwapens. Een eis die door de toenmalige minister van defensie werd gesteld in reactie op de publiekelijke stellingname van kapitein Stelling, dat inzet van kernwapens in strijd zou zijn met het internationaal humanitair recht, zodat ieder militair de rechtsplicht had om medewerking aan die inzet te weigeren. Omdat kapitein Stelling niet aan de eis van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid wenste te voldoen, was hij geen goed officier.

De staatssecretaris van defensie beweert nu dat de maatregelen die in het verleden tegen kapitein Stelling werden getroffen, niets van doen hadden met zijn opstelling inzake de onrechtmatigheid van kernwapens. Ook beweert hij dat in de 80-er jaren was erkend dat het humanitair recht van toepassing was op kernwapens. Dit hoewel de minister van defensie toen aan de Tweede Kamer liet weten dat dat recht niet van toepassing zou zijn. Bovendien zegt de staatssecretaris nu dat destijds werd uitgegaan van een beperkte bruikbaarheid van de kernwapens. In werkelijkheid echter werd toen door de Nederlandse regering gezegd dat kernwapens desnoods tegen steden zouden worden ingezet.

Het geding dat te 11.30 uur dient, betreft de afwijzing van mr. Stellings verzoek om rehabilitatie als kapitein van de Koninklijke Luchtmacht. Hij wil dat onder meer alle negatieve beslissingen tegen hem alsnog worden ingetrokken. Dit omdat uit de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 8 juli 1996 inzake de rechtmatigheid van de bedreiging met en de inzet van kernwapens blijkt dat zijn stellingname juist was. Het Internationaal Gerechtshof heeft immers verklaard dat de inzet van kernwapens zou moeten voldoen aan de vereisten van de beginselen en regels van het recht dat van toepassing is tijdens gewapend conflict. Bovendien heeft het Hof geconcludeerd dat de inzet van kernwapens in het algemeen onrechtmatig zou zijn. Mr. Stelling betoogt dat dit precies overeenkwam met het standpunt dat hij destijds als luchtmachtkapitein reeds verdedigde.

Nadere informatie: mr. Meindert Stelling, tel. 0172 - 473687.


---- Einde persbericht ----


-- Lees ZOZ - tijdschrift voor doen-denkers - vraag proefnummer! Omslag - Werkplaats voor Duurzame Ontwikkeling - omslag@omslag.nl Postbus 81 - 5600 AB Eindhoven - 040-2910295 - https://www.omslag.nl Alle attachments die u naar Omslag stuurt worden ongelezen gewist

Deel: ' Twee gedingen rond rechtmatigheid kernwapens '




Lees ook