Tweede Kamer der Staten Generaal


26269000.18-21 moties uitvoering aanbevelingen enquetecommissie opspor ingsmethoden

Gemaakt: 21-12-1999 tijd: 11:10

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2

Vergaderjaar 1999-2000


26 269

Uitvoering aanbevelingen enquêtecommissie opsporingsmethoden

Nr. 18

MOTIE VAN DE LEDEN VAN OVEN EN VAN DER STAAIJ

Voorgesteld 16 december 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gezien, het rapport van de Tijdelijke commissie evaluatie opsporingsmethoden, in aanmerking genomen de met de regering gewisselde stukken,

stelt voor, aanbeveling 12 als volgt te lezen:

Een informant mag geen strafbare feiten plegen. Uitzondering moet daarbij worden gemaakt voor bepaalde hand- en spandiensten van geringe importantie in relatie tot het delict waarover de informant informatie geeft, bijvoorbeeld omdat deze diensten van een informant gevraagd kunnen worden en bij weigering daarvan de "dubbelrol" van de informant onmiddellijk aan het licht zou treden. Om die reden moeten de strafbare feiten de informant niet worden aangerekend. De aard van de toegestane hand- en spandiensten moet worden omschreven in de overeenkomst met de informant;

verzoekt de regering de uitvoering daarvan te bevorderen en de Tweede Kamer daarover uitdrukkelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Oven

Van der Staaij

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2

Vergaderjaar 1999-2000


26 269

Uitvoering aanbevelingen enquêtecommissie opsporingsmethoden

Nr. 19

MOTIE VAN HET LID SCHUTTE

Voorgesteld 16 december 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gelet op de opdracht die de Kamer de tijdelijke commissie heeft verstrekt;

van oordeel, dat de commissie haar opdracht naar behoren heeft vervuld;

spreekt daarvoor haar waardering uit;

verzoekt de regering beleid en regelgeving te ontwikkelen op basis van het commissierapport, de uitkomsten van de debatten hierover in de Kamer en de aanbevelingen zoals vastgesteld door de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

Schutte

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2

Vergaderjaar 1999-2000


26 269

Uitvoering aanbevelingen enquêtecommissie opsporingsmethoden

Nr. 20

MOTIE VAN DE LEDEN PATIJN EN SCHELTEMA-DE NIE

Voorgesteld 16 december 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gezien het rapport van de Tijdelijke commissie evaluatie opsporingsmethoden en in aanmerking genomen de met de regering gewisselde stukken;

stelt zich achter de aanbevelingen genoemd onder de nrs. 6, 18, 19,
21, 30, 33, 39, 41, 45, 46, 58 en 60 van het rapport;

verzoekt de regering met inachtneming van de overwegingen zoals door de regering tijdens het debat naar voren gebracht, de uitvoering daarvan te bevorderen en de Tweede Kamer daarover voor 1 april 2000 uitdrukkelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Patijn

Scheltema-de Nie

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2

Vergaderjaar 1999-2000


26 269

Uitvoering aanbevelingen enquêtecommissie opsporingsmethoden

Nr. 21

MOTIE VAN DE LEDEN VAN DE CAMP EN HALSEMA

Voorgesteld 16 december 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gezien het rapport van de Tijdelijke commissie evaluatie opsporingsmethoden in aanmerking genomen de met de regering gewisselde stukken;

stelt zich achter de aanbevelingen genoemd onder de nummers 1, 2, 3,
4, 5, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28,
29, 31, 32, 34, 35, 36, 37, 38, 40, 42, 43, 44, 47, 48, 49, 50, 51,
52, 53, 54, 55, 56, 57, 59, 61 en 62 van het rapport;

verzoekt de regering de uitvoering daarvan te bevorderen en de Tweede Kamer daarover uitdrukkelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van de Camp

Halsema

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Tweede Kamer Aanbevelingen commissie opsporingsmethoden '




Lees ook