Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.651 situatie in tsjetsjenie

Gemaakt: 23-2-2000 tijd: 16:21


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


21 februari 2000

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 10 februari 2000, kenmerk 2990006590, waarbij gevoegd waren de door de leden Koenders en Timmermans overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden Koenders en Timmermans

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de berichten als zou de Russische journalist Andrei Babitsky, die in Tsjetsjenië werkt voor de door de Verenigde Staten gesponsorde Radio Free Europe, op 18 januari jl. door Russische troepen gevangen genomen zijn en zou zijn geruild tegen Russische krijgsgevangenen?

Vraag 4

Hoe beoordeelt u de berichten als zou Babitsky niet daadwerkelijk aan de Tsjetsjeense rebellen zijn uitgeleverd en dat hij slachtoffer is geworden van een Russische afrekening?

Antwoord:

Over de gang van zaken en de verdwijning van de Russische journalist Babitsky kan nog weinig met zekerheid worden gesteld, aangezien harde feiten ontbreken. De onvolledige en tegenstrijdige verklaringen van de Russische regering en de berichten in de Russische media terzake geven evenwel aanleiding tot verontrusting.

Vraag 2

Op beschuldiging waarvan werd Babitsky aangehouden en hoe waarschijnlijk acht u het dat die beschuldigingen gegrond zijn?

Antwoord:

De journalist Babitsky zou op of rond 17 januari jl. door de Russische autoriteiten zijn aangehouden op beschuldiging van het ontbreken van een accreditatie en van samenzwering met Tsjetsjeense opstandelingen.

De gegrondheid van de tweede beschuldiging valt uiteraard moeilijk te beoordelen, alleen al vanwege de onbepaaldheid van het begrip samenzwering; het ontbreken van een accreditatie is als beschuldiging vrij geloofwaardig, gezien het restrictieve beleid van de Russische autoriteiten terzake.

Vraag 3

In welke mate heeft Rusland, door een eigen onderdaan zonder wettelijke gronden gevangen te nemen en daarna uit te leveren, nationaal- en internationaalrechtelijke bepalingen geschonden en bent u bereid op bilateraal en Europees niveau uw veroordeling over deze schendingen uit te spreken?

Antwoord:

Een uitwisseling van een journalist met Russische krijgsgevangenen, zoals deze volgens berichten in de pers in het geval van Babitsky op of rond 3 februari jl. zou hebben plaatsgevonden lijkt moeilijk te rijmen met Russische internationaalrechtelijke verplichtingen inzake de behandeling van niet-strijders in een gewapend conflict. Mocht komen vast te staan dat inderdaad sprake is van een dergelijke uitwisseling moet dat zonder meer veroordeeld worden. Vooralsnog ontbreken echter harde feiten.

Vraag 5

Wat is u bekend over de omstandigheden waarin de heer Babitsky op dit moment verkeert en bent u bereid bij de Russische autoriteiten navraag te doen over zijn lot?

Vraag 6

Bent u bereid er bij de Russische autoriteiten op aan te dringen dat indien Babitsky nog steeds in Russische handen is, hij onmiddellijk wordt vrijgelaten indien niet direct concrete bewijzen voor ongeoorloofd handelen kunnen worden overlegd?

Antwoord:

Deze zaak heeft de aandacht van de Nederlandse regering. Op 10 februari jl. heeft de OVSE Chairman in Office een verklaring uitgegeven waarin verontrusting wordt uitgesproken over het geval Babitsky en waarin het belang van vrije toegang van de onafhankelijke media wordt onderstreept.

Op 11 dezer heeft de EU in troijka-samenstelling te Moskou gedemarcheerd bij Kremlin-woordvoerder inzake Tsjetsjenië Yastrzhembski; tijdens deze demarche zijn door de EU-troijka de persvrijheid in Rusland in algemene zin, alsook de feitelijke omstandigheden van het geval Babitsky aan de orde gesteld. Van Russische zijde is hierop geantwoord dat de regelgeving met betrekking tot accreditatie van journalisten strikt dient te worden toegepast en dat wijziging van deze regelgeving niet in de verwachting ligt. Met betrekking tot de gebeurtenissen en omstandigheden ten aanzien van de journalist Babitsky heeft Yastrzhembski de EU een non-paper toegezegd, waarin juridische grondslag voor de aanhouding van betrokkene, alsmede de daarop volgende gebeurtenissen worden toegelicht. Ik zal dit document, zodra beschikbaar en vertaald, de Kamer doen toekomen.

Vraag 7

Wat is u verder bekend over het Russische beleid ten aanzien van journalisten die de oorlog in Tsjetsjenië willen verslaan en bent u bereid er bij de Russische autoriteiten op aan de dringen dat de rechten van alle journalisten die de Tsjetsjeense oorlog willen verslaan worden gerespecteerd?

Antwoord:

Ten aanzien van de algemene behandeling van journalisten hanteert de Russische overheid een zeer stringent accreditatiebeleid en er wordt naar gestreefd journalisten zoveel mogelijk van het front te houden. Journalisten die zonder accreditatie worden aangetroffen worden in de regel enige uren vastgehouden en vervolgens naar Moskou gestuurd. In haar demarche van 11 februari (zie antwoord op vraag 6) is de EU-trojka opgekomen voor de rechten van alle journalisten die de Tsjetsjeense oorlog willen verslaan.

Vraag 8

Bent u, gezien het buitengewoon spoedeisende karakter van deze zaak, bereid deze vragen met bijzondere voorrang te behandelen en ons zo spoedig mogelijk een antwoord te doen toekomen?

Antwoord:

Ja.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Tweede Kamer antwoorden situatie in Tsjetsjenie '




Lees ook