Tweede Kamer der Staten Generaal


24170000.049 brief sts szw over de tog-regeling
Gemaakt: 23-12-1999 tijd: 14:25


2


24170 Gehandicaptenbeleid

nr. 49 Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 20 december 1999

Tijdens het algemeen overleg met uw commissie van 17 juni 1999 (24170, nr. 44) over de evaluatie van de regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende meervoudig en ernstig lichamelijk gehandicapte kinderen (hierna: TOG-regeling) heb ik toegezegd mij te bezinnen op de vraag wat er gebeurt met de mensen die op grond van deze TOG-regeling niet, maar op grond van de TOG 2000 (de regeling die per 1 januari 2000 de oorspronkelijke TOG-regeling zal vervangen) wel in aanmerking zullen komen voor een tegemoetkoming.

Tijdens het overleg heb ik reeds aangegeven, dat het mij te ver ging iedere aanvrager die op grond van de TOG-regeling was afgewezen, maar op grond van de nieuwe regeling wel in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming, met terugwerkende kracht tot


1 januari 1997 (de inwerkingtredingsdatum van de oorspronkelijke TOG-regeling) in aanmerking te laten komen. Sindsdien ben ik niet van mening veranderd.

Ik heb verder toegezegd na te gaan hoeveel mensen op grond van de oorspronkelijke regeling een aanvraag hebben ingediend, maar een afwijzende beschikking hebben ontvangen.

In antwoord hierop deel ik u mee, dat volgens gegevens van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van november 1999 in totaal 2066 aanvragen waren afgewezen. In het navolgende geef ik de aantallen afgewezen aanvragen in het kader van de oorspronkelijke TOG-regeling met reden van afwijzing:

? het kind behoort niet tot één van de categorieën meervoudig of ernstig lichamelijk gehandicapt (827 afgewezen aanvragen)

? het kind voldoet niet aan de voorwaarden voor meervoudig gehandicapten (429 afgewezen aanvragen)

? het kind voldoet niet aan de voorwaarden voor ernstig lichamelijk gehandicapte of chronisch zieke kinderen (557 afgewezen aanvragen)

? het kind is 18 jaar of ouder (7 afgewezen aanvragen)

? het kind is jonger dan 3 jaar (116 afgewezen aanvragen)

? het kind is uitwonend (61 afgewezen aanvragen)

? het pleeggezin ontvangt pleeggeldvergoeding (21 afgewezen aanvragen)

? verzorger woont niet in Nederland (10 afgewezen aanvragen)

? de tweede aanvraag wordt afgewezen (38 afgewezen aanvragen).

In de TOG 2000 zijn de voorwaarden die gesteld worden aan leeftijd en woonplaats, niet anders dan in de oorspronkelijke TOG-regeling. Ook de bepaling inzake het ontvangen van pleeggeldvergoeding is ongewijzigd overgenomen. In de TOG 2000 zijn vooral doelgroep en de medische voorwaarden gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke TOG-regeling. Dit leidt tot de constatering dat de hierboven genoemde eerste drie categorieën afgewezen aanvragen (in totaal dus 1813 aanvragen) in de nieuwe situatie eventueel toegewezen zouden kunnen worden.

Tot slot kan ik u melden, dat de SVB uit eigen beweging alle aanvragers zal benaderen die op grond van de oorspronkelijke TOG-regeling ooit een afwijzende beschikking hebben ontvangen. Hierbij worden de aanvragers gewezen op de TOG 2000 en worden zij uitgenodigd om opnieuw een aanvraag in te dienen. De tegemoetkoming zal dan met ingang van 1 januari 2000 (met hooguit één jaar terugwerkende kracht) kunnen worden toegekend.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

J.F. Hoogervorst

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Tweede Kamer de tog-regeling '




Lees ook