Tweede Kamer der Staten Generaal


00000000.181 brief min vw rapp milieuaspecten goederenvervoer per spoo r

Gemaakt: 21-12-1999 tijd: 12:26


4

DE Voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat


13 december 1999

In het AO met de Tweede Kamer over de NOV op 9 september 1999 is voorgesteld om een «gezaghebbende rapportage» te laten opstellen over de milieuaspecten van goederenvervoer per spoor. In mijn brief van 24 september 1999 berichte ik u dit voorstel te hebben overgenomen, en in het AO over de NOV op 28 oktober 1999 kon ik meedelen dat ik de heer prof drs M.H. Meijerink bereid had gevonden om te zorgen voor de totstandkoming van zo'n rapportage.

Inmiddels is de aanpak van deze rapportage in overleg met de heer Meijerink verder uitgewerkt.

Ter informatie zend ik u hierbij een afschrift van mijn opdrachtbrief aan de heer

Meijerink.

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

T. Netelenbos

Aan de voorzitter van de VSNU


3 december 1999

U heeft mij bericht bereid te zijn te zorgen voor het totstandkomen van een rapportage over de milieuaspecten van goederenvervoer per spoor in Nederland.

Deze brief, waarvan het concept met u is afgestemd, bevat de nadere uitwerking van de vraagstelling, de opdrachtformulering, de gedachte aanpak, het tijdschema, alsmede de administratieve begeleiding van de opdracht.


1. aanleiding

Regelmatig, onder andere in relatie tot het project Betuweroute, worden discussies gevoerd over de milieuvriendelijkheid van goederenvervoer per spoor ten opzichte van andere modaliteiten; in de meeste gevallen gaat het dan om een vergelijking van de emissies (CO2, NOx, e.d.) die nu en in de toekomst gepaard gaan met het vervoer.

Die discussies worden «vervuild» doordat diverse rapporten die hierover bestaan tot verschillende uitkomsten leiden, mede omdat telkens verschillende uitgangspunten, randvoorwaarden en aannamen zijn gehanteerd. De verwarring die daarvan het gevolg is kan voorkomen, of minstens verminderd worden, als de achtergronden van de diverse rapporten transparant en vergelijkbaar worden gemaakt, zodat de bovengenoemde discussie gevoerd kan worden op basis van - onderling vergelijkbare - feiten.

In september van dit jaar is vanuit de Tweede Kamer, met name door de heer Feenstra, voorgesteld om tot zo'n «gezaghebbende rapportage» te komen. Hij dacht eraan om de instituten, die in het verleden rapporten hebben gemaakt over (met name) de emissies die gepaard gaan met goederenvervoer per spoor, te vragen om gezamenlijk een transparant en vergelijkbaar overzicht te maken van de uitkomsten van hun studies.

In mijn brief van 24 september 1999 aan de Tweede Kamer over het Standpunt NOV schreef ik, mede namens de Minister van VROM, onder andere het volgende:

Daarnaast is vanuit uw Kamer voorgesteld om een «gezaghebbende rapportage» te laten samenstellen inzake de milieuaspecten van goederenvervoer per spoor. Dezerzijds wordt dat voorstel momenteel uitgewerkt vanuit het uitgangspunt dat geen nieuw onderzoek benodigd is, maar dat het gaat om een integrerend en transparant overzicht van bestaande onderzoeken en onderzoeksresultaten. Meerwaarde van die rapportage moet zijn dat daarin de uitgangspunten, aannamen en randvoorwaarden die bij elk onderzoek hebben gegolden onderling vergelijkbaar worden gemaakt, hetgeen moet bijdragen tot een transparantere discussie over de milieuaspecten van het goederenvervoer per spoor. Ik zal u terzake op afzienbare termijn nader berichten.

Tijdens het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie van V&W op 28 oktober j.l. heb ik aan de Vaste commissie gemeld dat ik u bereid heb gevonden om, vanuit uw onafhankelijke positie, zorg te dragen voor de totstandkoming van zo'n gezaghebbende rapportage.


2. Resultaatbeschrijving opdracht

Op basis van het bovenstaande kom ik tot de volgende resultaatbeschrijving van de inhoud van de gevraagde rapportage:

Een integrerend en transparant overzicht van bestaande onderzoeken en onderzoeksresultaten inzake de milieuaspecten (met name de emissies) van goederenvervoer per spoor, waarin de uitgangspunten, aannamen en randvoorwaarden die bij elk onderzoek hebben gegolden onderling vergelijkbaar worden gemaakt, hetgeen moet bijdragen tot een transparantere discussie over de milieuaspecten van het goederenvervoer per spoor.

De rapportage moet gaan over het volledige spoorgoederenvervoer in Nederland (dus niet specifiek de Betuweroute) en daarbij tevens enig inzicht geven in de Europese dimensie (grensoverschrijdende effecten).

Uit de rapportage zou ook helder moeten worden welke beperkingen het voorliggende materiaal heeft. Dit betreft onder meer de (on)mogelijkheid om op basis van het beschikbare materiaal uitspraken te doen op het niveau van internationale tracé's of vervoercorridors.

Er moet geen nieuw onderzoek worden uitgevoerd voor deze rapportage; het gaat louter om het transparant maken van reeds bestaand onderzoeksmateriaal. Voor het samenstellen van de gevraagde rapportage zal met name geput kunnen worden uit de volgende bronnen:

rapportage door RIVM in samenwerking met INRO-TNO uit 1993 en 1994 («Effecten van de Betuweroute op NOx- en CO2-emissies»);

rapportage door INRO-TNO uit 1995 t.b.v. de Commissie Hermans (Commissie heroverweging Betuweroute) en idem rapportage door het NEI («Milieuwinst in 2010 als gevolg van stimulering goederenvervoer in Europees perspectief»)

diverse rapportages door CE (Centrum voor energiebesparing en schone technologie);

rapportage «Spoor in balans» door NEA (1999) in opdracht van Railforum Nederland.

Voorts zou ook uit nieuwere publicaties (zoals de recente RIVM stukken in de pers en op de RIVM-Internetsite) geput kunnen worden. Daartoe kan bijvoorbeeld ook gerekend worden de RIVM-rapportage:"Verkeer en vervoer in de Nationale Milieuverkenning 4", RIVM (Geurts, v.d.Brink en Van Wee, 1998).

Bij de vergelijking met (de emissies van) andere vervoersmodaliteiten zullen ook de randvoorwaarden en aannames die zijn gesteld bij de berekening van emissies voor die vormen van vervoer transparant gemaakt moeten worden.

Een punt van aandacht is verder de manier waarop wordt gesproken over toekomstige ontwikkelingen, waaronder de inkoop van stroom voor de tractie van locomotieven. Zo gaat het RIVM er (blijkens recente berichten) van uit dat er «Duitse kolenstroom» ingekocht gaat worden; de inkoop van Belgische of Franse kernenergie lijkt echter evenzeer een optie. Hetzelfde geldt voor de veronderstelling van sommigen dat het bij het spoorvervoer alleen maar de verkeerde kant op kan gaan, b.v. meer lawaaiige en vervuilende diesels. Het lijkt me dat een neutrale schets van mogelijke ontwikkelingen in de vorm van scenario's hier bruikbaar kan zijn.


3. aanpak


3.1. werkwijze

Zoals uit bovengenoemde bronnen blijkt zijn het RIVM, het CE en INRO-TNO de instituten die inhoudelijk het meest betrokken zijn bij de onderhavige emissie-berekeningen. Het voorstel is dan ook om deze drie instituten gezamenlijk de rapportage te laten samenstellen.

U zult, als onafhankelijk eindverantwoordelijke voor de gevraagde rapportage, aan deze drie instituten een gezamenlijk voorstel en een plan van aanpak vragen (op basis van de inhoud van de voorliggende brief) om een dergelijke rapportage samen te stellen, en dat in de vorm van een gezamenlijke offerte bij u in te dienen.

Uw taak behelst het begeleiden van de totstandkoming van de rapportage, alsmede het geven van een eindoordeel daarover. Daartoe zult u zich laten bijstaan door dr. B.J. Blaauboer, adviseur bij de VSNU, als uw secretaris. Indien u dat op enig moment tijdens uw werkzaamheden terzake noodzakelijk acht, zult u een beroep (kunnen) doen op andere - door uzelf te kiezen - onafhankelijke deskundigen.


3.2. tijdschema

Ik stel het op prijs als u kunt bewerkstelligen dat de gevraagde rapportage uiterlijk in februari a.s. gereed is.

Ik ben mij ervan bewust dat dit het nodige vergt van u en uw secretaris, alsmede van de deelnemende instituten. Het gaat in dezen echter niet om het verrichten van nieuw onderzoek, doch slechts om het opnieuw - en transparant - ordenen van reeds bij de instituten aanwezige gegevens. Ik vertrouw er verder op dat de instituten inzien dat de vlotte totstandkoming van de gevraagde rapportage ook in hun eigen belang is, omdat deze zal kunnen (en moeten) leiden tot een transparantere grondslag voor de maatschappelijke discussie over dit onderwerp, en het gebruik van de informatie die met name deze instituten daaraan bijdragen c.q. bijgedragen hebben.


3.3. relatie met de opdrachtgever

Mede namens mijn collega van VROM ben ik uw opdrachtgever voor de onderhavige opdracht.

Gezien het doel, dat met de totstandkoming van de «gezaghebbende rapportage» wordt nagestreefd, verricht u uw werkzaamheden in volledige onafhankelijkheid. Ik stel het echter op prijs als u, na ontvangst van het voorstel van de instituten, mij en mijn collega van VROM daarover ter informatie wilt berichten in de vorm van een korte tussenrapportage.

Namens de opdrachtgever is van de zijde van mijn ministerie mevrouw mr. C.M. Zwartepoorte (plaatsvervangend directeur Vervoersectoren van het Directoraat Generaal Goederenvervoer, tel. 070 - 351 1601) uw contactpersoon voor alle inhoudelijke aspecten. Zij zal tevens zorgdragen voor het informeren van het ministerie van VROM, in de persoon van drs. J. Swager van het DG-Milieu.


3.4. administratieve begeleiding

De directeur FEZ van mijn ministerie zal zorgdragen voor de administratieve organisatie terzake, zoals:

het sluiten van een contract met u betreffende de kosten van de werkzaamheden van uzelf en de heer Blaauboer;

het sluiten, na uw inhoudelijke accordering daarvan, van een contract met de deelnemende instituten;

zonodig een vergoedingsregeling voor de door u eventueel in te schakelen andere deskundigen.

Ik wacht uw concrete voorstellen in dezen af. Uw contactpersoon bij de directie FEZ is de heer drs. S. Strzelczyk (tel. 070 - 351 7699).

Ik dank u voor uw bereidwillige medewerking en wens u - en via u ook de deelnemende instituten - succes bij het maken van de gevraagde rapportage.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

T. Netelenbos

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Tweede Kamer milieuaspecten goederenvervoer per spoor '




Lees ook