Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.545 het nalatenschap kunstverzamelaar chardzjiev
Gemaakt: 3-2-2000 tijd: 10:7


2

De voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Zoetermeer, 2 februari 2000

Onderwerp

Kenmerk 2990003580

Hierbij zend ik u, mede namens mijn ambtgenoten de minister van Justitie en de minister van Buitenlandse Zaken het antwoord op de vragen van de leden Belinfante, Valk en Timmermans van uw Kamer inzake de nalatenschap van kunstverzamelaar Chardzjiev.

De vragen werden mij toegezonden bij uw bovenaangehaalde brief met kenmerk 2990003580

De staatssecretaris van Onderwijs,

Cultuur en Wetenschappen,

Dr. F. van der Ploeg

Antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ingezonden d.d. 30 november 1999, kenmerk 2990003580.


1. Ik heb kennis genomen van bedoelde krantenberichten.

Naar ik heb vernomen is er een principe-overeenkomst tussen erfgenaam en legataris. Daarover heb ik niet de beschikking.


2. Dat is afhankelijk van de inhoud van de overeenkomst zoals die onder 1 is aangeduid.


3. De Nederlandse overheid heeft nimmer een omvattend oordeel uitgesproken over het beheer van deze collectie. Wel hebben de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen begin 1998 het Amsterdamse parket benaderd en hun zorgen uitgesproken over de gang van zaken binnen de Stichting Cultureel Centrum Chardzjiev-Tsjaga. Zij hebben het parket voorzien van diverse stukken waaruit zou blijken dat er schilderijen uit de nalatenschap van Chardzjiev werden verkocht, terwijl uit het testament van Chardzjiev bleek dat de stichting door hem in het leven was geroepen om de collectie bijeen te houden. De officier was van oordeel dat het toenmalige bestuur zich niet hield aan de doelstelling van de stichting.

Derhalve heeft deze een vordering bij de rechtbank ingediend, teneinde
-bij wijze van een voorlopige voorziening- een ander bestuur te doen benoemen. Naar aanleiding van deze vordering hebben gesprekken plaatsgevonden met het toenmalige stichtingsbestuur. Kennelijk naar aanleiding van de gesprekken, is er een ander bestuur aangetreden. Vervolgens is de vordering ingetrokken.


4. Dat moet blijken uit de overeenkomst tussen de onder 1 genoemde partijen. Overigens is dit een zaak die zich aan de verantwoordelijkheid van de overheid onttrekt.

Wellicht ten overvloede zij vermeld dat een executeur op zich de bevoegdheid heeft delen van een nalatenschap te verkopen, teneinde een testament correct tot uitvoering te brengen.


5. Ja, de erfgenaam en het stichtingsbestuur zijn de belanghebbende partijen en zijn derhalve bevoegd een oordeel over het door de executeur gevoerde beheer uit te spreken.


6. De schikking tussen partijen is civielrechtelijk van aard. De overheid heeft hierin geen leidende rol.


7. Gezien het bovenstaande zie ik daar geen aanleiding toe.

De staatssecretaris van Onderwijs,

Cultuur en Wetenschappen,

Dr. F. van der Ploeg

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Tweede Kamer nalatenschap kunstverzamelaar Chardzjiev '




Lees ook