Tweede Kamer der Staten Generaal


26494000.003 brief min just over de opzetclausule in aansprakelijkheid sverzekering

Gemaakt: 29-12-1999 tijd: 13:33


2


26494 Aanpak illegaal wapenbezit en geweld

nr. 3 Brief van de minister van Justitie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 23 december 1999


1. In het algemeen overleg van 13 oktober 1999 over de aanpak van illegaal wapenbezit en geweld heb ik toegezegd de Tweede Kamer na bestudering van het arrest van de Hoge Raad over de reikwijdte van de opzetclausule in de aanprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP), te informeren over de consequenties van dit arrest. Bedoeld arrest heeft recentelijk tot veel commotie geleid omdat hieruit blijkt dat daders van geweldsmisdrijven in veel gevallen de door hen veroorzaakte schade kunnen afwentelen op hun
aansprakelijkheidsverzekeraar. Dit als gevolg van de uitleg die Hoge Raad geeft in zijn arrest van 6 november 1998, NJ 1999, 220 aan de opzetclausule, zoals die door vrijwel alle verzekeraars in gelijke bewoordingen in hun polis is opgenomen. Deze door het Verbond van Verzekeraars aanbevolen opzetclausule luidt als volgt:

«Niet gedekt is de aansprakelijkheid van een verzekerde voor schade die voor hem/haar het beoogde of zekere gevolg is van zijn/haar handelen of nalaten.»

Dit betekent dat niet gedekt zijn opzet als oogmerk en opzet als zekerheidsbewustzijn. Wel gedekt zijn derhalve de lichtste graad van opzet (voorwaardelijk opzet) en de minder zware graden van schuld.


2. Het arrest betreft een mishandeling waarbij de dader het slachtoffer in het gezicht heeft geschopt en gestompt. Het slachtoffer heeft hierbij aangezichtsletsel opgelopen met blijvende littekenvorming en hij verloor het gezichtsvermogen aan zijn rechteroog. De dader was tegen aansprakelijkhid verzekerd en de vraag was aan de orde of de verzekeraar met een beroep op genoemde opzetclausule uitkering kon weigeren. In discussie was de vraag waarop de opzet van de dader volgens deze clausule gericht moest zijn om geen dekking te behoeven verlenen. Bestaat geen dekking indien de opzet gericht is op de gedraging (de mishandeling), of alleen niet indien de opzet gericht is op de schade (het oogletsel)? De Hoge Raad oordeelt als volgt:

«Een in de voorwaarden van een aansprakelijkheidsverzekering als de onderhavige opgenomen bepaling als de opzetclausule heeft in een geval waarin een verzekerde letsel heeft toegebracht, geen verdere strekking dan van de dekking uit te sluiten de aansprakelijkheid van een verzekerde die het in feite toegebrachte letsel heeft beoogd of zich ervan bewust was dat dit letsel het gevolg van zijn handelen zou zijn.»


3. Omdat derhalve de opzet gericht moet zijn op de schade, en niet op de gedraging, betekent dit dat wel gedekt is de aansprakelijkheid voor schade die de dader niet met zekerheid had voorzien. Indien derhalve iemand een ander hard in het gezicht stompt met de bedoeling hem tot bloedens toe pijn te doen, is niet gedekt de aansprakelijkheid voor de schade die beoogd is (pijn, blauwe plekken, littekens), maar wel voor de schade die niet met zekerheid was voorzien (verlies van gezichtsvermogen). Voor slachtoffers van (zinloos) geweld is deze uitleg positief omdat veelal de schade die door de dader niet was bedoeld of niet met zekerheid was voorzien, het meest ernstig is en zij - aannemende dat de dader doorgaans geen verhaal biedt - deze schade dan vergoed krijgen. Men denke bijvoorbeeld aan het droevige voorbeeld van de daders die door de deur van een discotheek schieten, en daarbij enkele toevallige aanwezigen raken.


4. Het Verbond van Verzekeraars zal waarschijnlijk binnenkort haar leden aanbevelen de opzetclausule te wijzigen. Volgens het Verbond is genoemde uitleg namelijk nooit de bedoeling geweest van de opzetclausule. Hoe de nieuwe clausule zal gaan luiden is mij nog niet precies bekend, maar wel is al duidelijk dat in de nieuwe clausule de opzet gericht zal moeten zijn op de gedraging. Dit zou betekenen dat geen dekking meer zou bestaan voor alle gevolgen van mishandeling, vandalisme, zedendelicten, brandstichting, moord, doodslag etc.. Het nadeel van deze wijziging is uiteraard dat de slachtoffers van deze zware vormen van geweld ook in alle gevallen van schadevergoeding verstoken blijven indien de dader geen verhaal biedt (behoudens een beroep op het Schadefonds Geweldsmisdrijven). Daarentegen heb ik ook begrip voor het standpunt van verzekeraars dat zij er weing voor voelen op te draaien voor de gevolgen van crimineel gedrag. In dit verband verdient vermelding dat ook in reacties naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad is gewezen op de onwenselijkheid dat geweldplegers de gevolgen van hun gedrag op hun verzekeraar kunnen afwentelen. Daarbij wordt naar mijn gevoel wel het belang van slachtoffers om hun schade daadwerkelijk vergoed te krijgen teveel uit het oog verloren.


5. De AVP vervult in het huidige maatschappelijke verkeer een belangrijke functie bij dader- en slachtofferbescherming. Om deze functie te kunnen blijven vervullen komt het mij wenselijk voor dat de aansprakelijkheid voor de gevolgen van een gedraging die niet in verhouding staan tot de ernst van het opzet, wel te verzekeren blijft. Zo zou naar mijn mening een AVP toch zeker dekking moeten blijven bieden voor de schade van een fietser die ongelukkig onder een auto is gekomen doordaat een andere fietser hem een vriendschappelijk duwtje heeft gegeven, ook al is de opzet van deze laatste fietser gericht op de gedraging. Het zou vanuit het oogpunt van dader- en slachtofferbescherming onwenselijk zijn indien voor de gevolgen van dergelijke niet kwaadwillig bedoelde gedragingen geen dekking meer te verkrijgen valt. Zelfs bij minder zware vormen van geweld zou het naar mijn mening vanuit het oogpunt van slachtofferbescherming wenselijk zijn dat er dekking mogelijk blijft voor extreme, buiten de lijn der verwachting liggende gevolgen. Ik zal het Verbond van Verzekeraars van deze zorg op de hoogte brengen.


6. Ten slotte zij opgemerkt dat ik hier geen taak voor de wetgever zie weggelegd. Op dit punt bemoeit de wetgever zich in beginsel niet met de dekkingsomvang die verzekeraars bij niet-verplichte aansprakelijkheids-verzekeringen moeten bieden. Weliswaar wordt in het voorstel van wet tot vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (19 529), in artikel 7.17.2.9 bepaald dat de verzekeraar geen schade vergoedt die de verzekerde met opzet of door eigen grove schuld veroorzaakt, maar daarvan kan in de polisvoorwaarden worden afgeweken. Verzekeraars moeten ook vrij zijn daarvan af te wijken, en doen dat ook. Soms ten nadele van de verzekerde, zoals bij bagageverzekeringen, soms ten voordele, zoals bij aansprakelijkheidsverzekeringen.

De Minister van Justitie,

A.H. Korthals

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Tweede Kamer opzetclausule aansprakelijkheidsverzekering '




Lees ook